‘Ik ben half huisman, half topsporter'

©Jonas Lampens

Het is een solitair leven zonder vetpotten, maar dat deert Koen Naert niet. De beste Belgische marathonloper van het moment heeft er maniakaal veel voor over om geschiedenis te schrijven. Te beginnen op het EK atletiek in Berlijn.

Koen Naert: de beste Belgische marathonloper van het moment

Als hij na onze trainingsloop zijn handen tegen een boom drukt om te stretchen, zijn slanke lichaam uitstrekt en zijn blauwpaarse kuitaders zich opspannen, valt pas echt op hoe scherp hij staat. Kan moeilijk anders. Het leven van Koen Naert (28) stond het voorbije halfjaar in het teken van de marathon op het EK atletiek in Berlijn. ‘Ik ga voor een medaille’, zegt hij na enig aarzelen. ‘Maar je zal me nooit horen roepen dat het gaat lukken. Ik hou niet van grootspraak. (glimlacht) Dat botst met mijn West-Vlaamse nuchterheid.’

Koen Naert (28) is geboren in Roeselare. Hij heeft een diploma verpleegkunde en een specialisatie wondzorg en weefselherstel. Sinds 2015 is hij professioneel marathonloper. Zijn snelste tijd is 2 uur, 10 minuten en 16 seconden. Daarmee is hij de op drie na snelste Belg ooit. Het wereldrecord staat op naam van de Keniaan Dennis Kimetto: 2 uur, 2 minuten en 57 seconden.Op het EK atletiek in Berlijn wordt de marathon gelopen op zondag 12 augustus om 10 uur.

We hebben samen 13 kilometer afgehaspeld in de Beernemse bossen. Voor Naert was het een recuperatietraining. Voor mij en de fotograaf - samen goed voor drie marathons - een beproeving. De beste Belgische marathonloper van het moment - en de op drie na snelste ooit - kent elk hoekje van het Bulskampveld. Hij woont hier een paar kilometer vandaan. Als zijn vrouw de deur uit is om te gaan werken, brengt hij hun zoon naar de kinderopvang en trekt hij zijn loopschoenen aan. In de namiddag nog een keer. Tussendoor rust hij, eet hij en doet hij het huishouden. En dat vijf dagen per week. ‘Ik ben half huisman, half topsporter’, zegt Naert lachend.

In het weekend gaat hij nog eens drie of vier keer lopen. Op zondagochtend fietsen zijn coach of zijn schoonvader al eens mee. Maar in de regel meandert hij in zijn dooie eentje door het lommerrijke landschapspark. Op piekmomenten, zoals nu, komt hij makkelijk aan 200 kilometer per week. Weegt de eenzaamheid nooit zwaar? ‘In mijn eentje luister ik veel beter naar mijn lichaam. Alleen als het even wat minder gaat, kan het soms kolken in het hoofd. Blessures, oververmoeidheid of lastige trainingen kunnen serieus op mijn humeur wegen. Gelukkig ziet mijn vrouw het meteen als er iets scheelt.’

Brandwondencentrum

Tot drie jaar geleden werkte Naert als verpleger in het Brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Hardlopen was een hobby. Hij loopt al sinds zijn zesde: eerst op school, dan in de atletiekclub van Roeselare. Hij had er nooit aan gedacht om van hardlopen zijn beroep te maken. Tot bleek dat het hem als late tiener en twintiger geen enkele moeite kostte om de levensstijl van een topsporter aan te houden: een gezonde voeding, geen alcohol of nachtbrakerij.

Toen hij ‘in de medailles’ bleef lopen, hakte hij op zijn 25ste de knoop door en werd prof. Dat ging niet zomaar. In Vlaanderen kon geen enkele club hem interessante sportieve en financiële garanties bieden. Hij werd lid van een club in Brussel, gelinkt aan de Waalse atletiekfederatie, die hem wel een loon als profatleet kon garanderen.

Hoeveel wil hij liever niet in de krant. Maar geloof ons, het is geen vetpot. ‘Ik heb dan nog het geluk dat ik een hoger diploma heb, anders was het nog minder. Mijn masseur komt uit het wielrennen. Hij verklaart me zot. Mijn Amerikaanse collega’s lachen me uit als ze horen dat een hardloper van mijn niveau aan het einde van de maand geen cent opzij kan leggen. Ik mag van geluk spreken dat mijn vrouw een degelijk inkomen heeft.’

Het amateurlopen is in België een echte industrie geworden, maar de elitelopers voelen zich het vijfde wiel aan de wagen.
Koen Naert, marathonloper

Het is ironisch dat dankzij het beleid van de Franstalige atletiekliga Vlaamse afstandslopers zoals Naert, Jeroen D’Hondt en Soufiane Bouchikhi in de Europese top meedraaien. ‘Dat is heel erg, ja. Vlaanderen had ons nagenoeg afgeserveerd. Daar halen we een deel van onze kracht uit, denk ik. We werken alle drie keihard en willen niet voor elkaar onderdoen.’

Hun sterke generatie is het resultaat van toeval en talent, zeker niet van een doordacht sportbeleid. ‘Het amateurlopen is in België een echte industrie geworden, maar de elitelopers voelen zich het vijfde wiel aan de wagen. Voor de populaire loopwedstrijden is het inschrijvingsgeld gestegen en het prijzengeld gedaald. De organisatoren mikken op de massa en doen te weinig voor de elite.’

Naert liep nog geen enkele grote wedstrijd in België. Hij vond onderdak bij een Duits management, dat in het buitenland de interessantste loopwedstrijden voor hem uitzoekt en met de organisatoren over de startpremies onderhandelt. Toen hij in 2015 prof werd, was dat met het oog op kwalificatie voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Zijn eerste race als prof liep hij meteen de Spelen. In Rio eindigde hij 22ste.

Opmerkelijk: Naert liep nog maar zes marathons. De voorbije drie jaar telkens twee. Dit jaar ligt de focus - lichamelijk en mentaal - volledig bij het EK in Berlijn. In maart deed hij mee aan het WK halve marathon in Valencia, maar dat was voor-al een trainingswedstrijd voor Berlijn. En het voor het hogere doel: pieken op de Olympische Spelen van Tokio in 2020. ‘Ik bekijk mijn carrière op de lange termijn. Ik kan er gerust vier per jaar doen, maar dan blijf ik geen drie jaar meer aan de top. Op mijn niveau is hardlopen een aanslag op je lichaam. Je moet genoeg rust nemen, anders krijg je blessures en help je jezelf naar de vaantjes.’

©Jonas Lampens

Verleidelijk circuit

Door zijn ascetische wedstrijdselectie laat Naert enkele duizenden euro’s start- en aankomstgeld liggen die een atleet van zijn niveau kan verdienen door één voorjaars- en één najaarsmarathon te lopen. Maar minder is meer. Daarom laat hij voorlopig ook het hazencircuit links liggen. Bij grote marathons worden ‘hazen’ ingezet, tempomakers die de snelheid een groot deel van de wedstrijd hoog houden. Behalve een psychologisch voordeel heeft dat ook een fysisch effect, omdat de toppers minder windweerstand moeten overwinnen. Doorgaans zijn de hazen ex-toppers die over hun piek zijn. Omdat ze vaak na 30 kilometer uit de wedstrijd stappen, kunnen ze meerdere marathons per jaar lopen. Volgens Naert kunnen hazen in bepaalde races meer verdienen dan sommige toplopers. ‘Het is verleidelijk om in dat circuit te stappen, maar ik ben het pas van plan als ik voel dat mijn hoogdagen achter me liggen.’

Eerst wil hij alles uit zijn carrière halen. Een marathonloper is op zijn best rond zijn 32ste, Naert heeft dus nog vier tot vijf jaar om aansluiting te vinden bij de wereldtop. Maar hoe realistisch is het te denken dat hij zelfs maar in de buurt kan komen van de toptijden van atleten uit Somalië, Ethiopië of Kenia? Afrikanen lopen sneller dan Europeanen omdat hardlopen hen in het bloed zit en door hun fysionomie: lichte botten en smallere kuitbenen.

Ik kan gerust vier marathons per jaar doen, maar dan blijf ik geen drie jaar meer aan de top. Op mijn niveau is hardlopen een aanslag op je lichaam.
Koen Naert
Marathonloper

‘Als je met de instelling vertrekt dat het niet kan, begin je er beter niet aan. Waarom zou ik als Europeaan de wereldtop niet kunnen halen, of - even dromen - geen olympisch kampioen kunnen worden?’ Omdat de Afrikanen werkelijk van overal komen? Rijke oliestaten zoals Bahrein of Qatar, maar ook Turkije ‘importeren’ op grote schaal Keniaanse en Somalische elitelopers. Ze gebruiken de sport om hun nationale identiteit te versterken. De weggekochte atleten krijgen een paspoort en betere trainingsfaciliteiten dan in hun geboorteland. Sommigen krijgen zelfs een nieuwe naam van hun adoptieland.

‘Ik heb al medaille-uitreikingen meegemaakt waarbij zo’n genaturaliseerde Afrikaan het in Keulen hoorde donderen toen hij het volkslied van Turkije hoorde. (zucht) Zulke praktijken zijn niet verboden, maar ze maken het wel moeilijker voor Europeanen om wedstrijden te winnen. Maar kijk, ze zijn er en dus moeten we maar harder trainen.’

En dus doet Naert dat, maniakaal. Als voorbereiding op het EK in Berlijn ging hij een maand op trainingsstage in het Mammoth-gebergte in Californië. Drie weken geleden liep hij er op 2.100 meter hoogte 40 kilometer bij 26 graden. Zijn vrouw en zoon kwamen hem bezoeken. Maar langer dan een week mochten ze van hem niet blijven. Hoe dichter de krachtmeting nadert, hoe meer hij zich terugtrekt in zijn cocon. Hij is in die fase ook extreem voorzichtig met knuffels van zijn zoontje van bijna twee om geen ziektekiemen op te doen. En hij vliegt pas twee dagen voor zijn wedstrijd, als laatste van de Belgische delegatie, naar Berlijn. Zo hoeft hij zijn koffer niet vol te stouwen met aangepast eten. Want dat wil hij niet in Berlijn kopen. ‘Alle details moeten kloppen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content