Advertentie
interview

‘Ik streef niet naar bekendheid'

Rinus Van de Velde: ‘Ik ben niet wereldvreemd, maar ik begin de dag niet met het aanklikken van nieuwswebsites.’ © Siska Vandecasteele ©Siska Vandecasteele

Voor Rinus Van de Velde was 2016 een jaar om in te lijsten. In het S.M.A.K liep het storm voor zijn expo ‘Donogoo Tonga’. En hij werd vader van een tweeling. Maar de kunstenaar blikt niet zo graag terug. Hij wil altijd vooruit. Om de chaos in zijn leven te temmen.

Een verkouden Rinus Van de Velde (33) opent de rolpoort van zijn atelier in Borgerhout. ‘Ben je hier nog niet geweest? Kom maar mee, dan leid ik je rond.’ Het atelier lijkt een grote loods, opgesplitst in twee delen. Links werkt Van de Velde aan een reeks houtskooltekeningen voor een expo in de Berlijnse König Galerie in maart. De rechterkant is voorbehouden aan Robert Rino. Dat nieuwe alter ego van de kunstenaar, een abstract expressionist, vult vanaf 4 februari de kunsthal Nest in Den Haag met een totaalinstallatie: tekeningen, schilderijen, sculpturen en keramiek.

Voorzichtig lopen we rond een tafel vol met beschilderde keramieken objecten. ‘Dat is afval’, zegt Van de Velde droog. ‘Dingen die ik niet goed vind.’ Wat wel goed is, staat op een bijzettafeltje even verder. Drie stuks voorlopig.

2016 was voor Van de Velde een topjaar, met de expo ‘Donogoo Tonga’ in het S.M.A.K. in Gent als exponent. In negen reusachtige houtskooltekeningen, aangevuld met sculpturen, vertelde Van de Velde het fabelachtige verhaal van een verzonnen stad. De expo lokte 75.000 bezoekers, met op sommige dagen lange wachtrijen tot gevolg. Toch weigert Van de Velde te spreken over een hoogtepunt. ‘Ik ben blij met het succes. Maar tijdens de voorbereiding dacht ik niet: ‘Straks komt mijn grote moment.’ Ik plaats mijn tentoonstellingen in het perspectief van de evolutie van mijn werk. Gent was voor mij een eindpunt.’

Voor de expo in het Gemeentemuseum Den Haag is hij totaal anders te werk gegaan. ‘Geen lange voorbereidingen meer met de bouw van decorstukken die ik daarna in mijn tekeningen verwerk. Ik nam ’s morgens een blad papier en begon te tekenen. Als ik het niet goed vond, gooide ik het weg. Dat was verfrissend. Door anders te werken vind je jezelf opnieuw uit als kunstenaar. Dat is voor mij belangrijker dan het succes in het S.M.A.K. 75.000 bezoekers is ook relatief. Voor een expo is dat veel. Maar wat stelt het voor in vergelijking met het miljoen aantal kijkers dat ‘Thuis’ elke dag haalt?’

BIO

Rinus Van de Velde (33) werd geboren in Leuven. Hij studeerde aan de Hogeschool Sint-Lukas in Antwerpen en aan het Higher Institute for Fine Arts/HISK in Gent. De voorbije jaren exposeerde hij onder meer in Antwerpen, Den Haag, Gent, Málaga, Los Angeles en Berlijn. Tim Van Laere Gallery in Antwerpen vertegenwoordigt hem.

Wordt u door het succes toch niet anders bekeken?
Van de Velde: ‘Ik ben dit jaar misschien iets bekender geworden. Dat is jullie schuld. (lacht) Ik streef niet naar bekendheid. Als ik BV wilde worden, deed ik wel mee met ‘De slimste mens’. Ik ben al vaak gevraagd, ik weiger elke keer. Ik heb daar niets te zoeken. Ik wil een publiek bereiken voor mijn kunst. Niet voor mij als persoon, laat staan als quizzer.’

Het is niet zo dat u gewoon bang bent er na één keer uit te liggen?
Van de Velde: ‘Dat natuurlijk ook. (lacht) Maar het is niet de hoofdreden. Ik werd ook gevraagd voor het ‘Groot dictee’. Dat is nog erger. In ‘Culture Club’ ga ik praten over mijn werk. In ‘Terzake’ ook als het moet. Dat hoort bij mijn job als kunstenaar. Maar vraag me niets over de Amerikaanse presidentsverkiezingen of Aleppo.’

Dringt de buitenwereld niet tot u door?
Van de Velde: ‘Onder mijn vrienden ben ik degene die het minst de actualiteit volgt. Vaak val ik uit de lucht als ze iets vertellen. Ik ben niet wereldvreemd, maar ik begin de dag niet met het aanklikken van nieuwswebsites. Ik lees ook geen krant. Mijn werk wordt niet geïnspireerd door de actualiteit.’

‘Ik kan me inbeelden dat dat voor andere kunstenaars anders is. Luc Tuymans vertelde me dat hij vaak naar CNN kijkt. Ik snap dat. Zijn werk is veel meer geïnspireerd door de hedendaagse beeldcultuur en de politiek. Ik creëer net een fictieve wereld die los staat van de actualiteit. Eigenlijk scherm ik me af van de buitenwereld.’

‘Mijn expo in het Gemeentemuseum in Den Haag focust op een ontspoorde kunstenaarskolonie onder leiding van de fictieve kunstenaar Isaac Weiss. Je kan daar iets politieks in zien, een allusie op dictatoriale regimes. Maar ik wil met die expo niets zeggen over de Syrische president Assad. Dat is me dan weer te concreet.’

‘Vorige week was er nog een betoging in Antwerpen tegen de oorlog in Aleppo. Er was weinig volk, hoorde ik. Ik was er ook niet. Ik vond het kennelijk belangrijker om in mijn atelier te zijn. Ik voel me daar niet echt schuldig om. Ik denk wel: ‘Waarom vind ik het atelier belangrijker?’ Ik heb daar geen antwoord op, behalve dat mijn leven zich nu eenmaal in mijn atelier afspeelt. Hier ben ik het gelukkigst. Daarom ga ik nooit graag een week op reis. Ik word heel zenuwachtig als ik niet verder kan werken.’

De schrijver Peter Terrin voelt zich eenzaam zonder personages in zijn hoofd. Hij noemt het zelfs ziekelijk. Hebt u dat ook met al uw alter ego’s?
Van de Velde: ‘Ik ben graag alleen, hoe zou ik me dan eenzaam voelen? Mijn alter ego’s zitten niet constant in mijn hoofd. Ik voer ook geen dialogen met hen. Voor een schrijver is dat misschien anders. Hij schrijft zijn verhaal in zijn hoofd. Ik creëer verhalen op basis van beelden die ik op mijn pc heb gestockeerd. Ik giet die in een narratieve structuur.’

‘Wat je misschien ziekelijk kan noemen, is de obsessie om elke dag te willen werken. Dat heeft te maken met een onrust in mij. Mijn computer telt twee mappen: ‘archief’ en ‘done’. In ‘archief’ steken de beelden die ik wil gebruiken in mijn verhalen. Als die map te dik is, word ik onrustig. De beelden zullen en moeten worden verwerkt in een tekening. Als die klaar is, kan die in het mapje ‘done’. Zo probeer ik structuur te krijgen in mijn chaos.’

Toch lijkt u ondanks die choas een heel normale, nuchtere mens.
Van de Velde: ‘Ik vind dat dus ook! Ik ben doodnormaal. Maar volgens Tim Van Laere, mijn galerist, klopt dat niet. ‘Je moet stoppen te denken dat je de normaliteit zelve bent. Je hebt een heel speciale manier van leven’, zei hij een tijd geleden.’

©Siska Vandecasteele

In maart bent u vader geworden van een tweeling. Is het vaderschap combineerbaar met uw kunst?
Van de Velde: ‘Dat valt goed mee. Ik was daar bang voor. Maar ik zie die gasten doodgraag. Je focus verandert wel. Voor hun geboorte was ik zeven dagen per week met mijn werk bezig. Dat zijn er nu zes geworden, waardoor ik op een gezonde manier wat afstand neem van mijn werk.’

‘Tegelijk geven ze mij ook inspiratie. Niet dat die kinderen in mijn tekeningen opduiken maar ze brengen me soms op ideeën. Ik zie bijvoorbeeld een vage parallel met Robert Rino. Onder de abstracte expressionisten waren best een aantal artiesten die naar een kinderlijke manier van werken zochten. Los van de ratio die ook hun kunst kenmerkte.’

‘Ik ben echt benieuwd hoe mijn mannen gaan opgroeien. Het is een leuke gedachte dat ze later samen met mij in het atelier tekenen en schilderen.’

Zo vader zo zonen, denkt u meteen.
Van de Velde: ‘Nu je het zegt. (lacht) Ik sprak een tijd geleden met Daan, de zanger. Die zei ook dat hij dacht dat zijn kinderen muzikanten wilden worden. Maar ze raken zijn instrumenten niet aan. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn zonen later totaal niet in mijn werk geïnteresseerd zouden zijn. Ik ga ze toch een beetje sturen. Zonder te forceren, natuurlijk.’

Uw tekeningen zijn erg begeerd op de kunstmarkt. Is het lastig om er afscheid van te nemen?
Van de Velde: ‘Helemaal niet. Ik ben daar erg pragmatisch in. Als ik werk verkoop, wil dat zeggen dat ik nieuw werk kan maken. Zo simpel is het. Mijn atelier hoeft niet vol te staan met oude dingen. Ik neem een foto van een tekening en stockeer ze op mijn pc. Dat volstaat.’

‘Ik denk dat ik misschien twee of drie tekeningen van mezelf heb. (wijst naar een groot portret van zijn vader dat vlak bij zijn bureau hangt) Die tekening heb ik gemaakt uit dankbaarheid, omdat mijn pa me zoveel heeft geholpen. Maar hij wil ze niet bij hem thuis. Ik snap dat. Ze is 3 op 1,5 meter groot. Als hij ze thuis hangt, lijkt het alsof hij een zonnekoning is. Daarom hangt ze hier. Nu ik erover nadenk: het is wel raar dat mijn vader hier de hele tijd naar mij zit te staren.’ (lacht)

Weet u waar uw tekeningen terechtkomen?
Van de Velde: ‘Van sommige wel, maar ik leer de lijst niet van buiten. Ik vind het wel belangrijk dat mijn stukken niet bij foute mensen terechtkomen. Tim houdt dat wel in de gaten.’

Wat zijn foute mensen?
Van de Velde: ‘Speculanten. Mensen die een werk kopen om het snel op een veiling voor veel meer te kunnen verkopen. Dat wil je niet als kunstenaar. Je wil bij een goede verzamelaar terechtkomen.’

Uw tekeningen kosten tussen 15.000 en 40.000 euro. Heel grote monumentale tekeningen rond 90.000 euro. Stel dat op een veiling 1 miljoen euro wordt geboden. Vloekt u dan?
Van de Velde: ‘Dat is moeilijk, hè. Ik verdien er alvast niet veel aan, buiten wat volgrecht. Zo’n meerwaarde brengt je als kunstenaar uit balans. Ken je de Roemeense kunstenaar Adrian Ghenie? Die wordt ook vertegenwoordigd door Tim Van Laere. Op de vorige biënnale van Venetië was hij de centrale kunstenaar in het Roemeense paviljoen. Van hem is een tijdje geleden op een veiling een werk verkocht voor 9 miljoen euro. Het kwam uit de collectie van François Pinault. Die had het zelf ooit gekocht voor ongeveer 60.000 euro.’

Ik ben dood nor - maal, vind ik zelf. Maar volgens mijn galerist klopt dat niet.

‘Adrian noch Tim is gelukkig met die veiling. Voor Tim stelt zich het probleem van prijsbepaling voor nieuw werk. In hoever moet je rekening houden met die 9 miljoen? Voor Adrian wordt het in de toekomst veel moeilijker om museale tentoonstellingen te houden. De verzamelaars gaan nog minder geneigd zijn hun werk uit te lenen wegens ‘te waardevol’ en de musea kunnen de verzekering niet meer betalen.’

‘Een hele hoop gezever dus en lang niet gemakkelijk om er als kunstenaar mee om te gaan. Wat ik aan Adrian erg bewonder, is de manier waarop hij ermee omgaat.’

U werkt al lang samen met Tim Van Laere. Wie heeft wie gekozen?
Van de Velde: ‘Nadat ik was afgestudeerd, begon ik in Tims galerie te werken als klusjesman. Schilderijen ophangen en zo. Ik vond het interessant zo de kunstwereld te leren kennen. Tim heeft me veel bijgebracht. Hij gaf me boeken mee waar ik iets aan had. Hij volgde mijn werk van in het prille begin. Op een dag zei hij: ‘Laten we samenwerken.’ Ik zat op die vraag te wachten. Andere galeries hadden ook al eens gepolst, maar ik had het meeste vertrouwen in Tim.’

Ziet u uzelf altijd bij hem blijven?
Van de Velde: ‘Dat is een moeilijke en gevaarlijke vraag. Ik denk zelden op lange termijn. De toekomst is zo onvoorspelbaar. Maar laat ik een duidelijk antwoord geven: ‘Ja.’ Tim is ook een echte vriend. Morgen vertrekken we voor twee dagen naar Londen. Taxi in, taxi uit voor een rist tentoonstellingen. Veel mensen denken dat een galeriehouder de manager van de kunstenaar is. Maar de relatie gaat doorgaans veel verder dan het puur zakelijke. Tim is mijn eerste aanspreekpunt. Hij is degene die het vaakst in mijn atelier is. Tussen een kunstenaar en een galerist moet het op veel vlakken klikken. Anders werkt de relatie niet.’

Spreekt u veel over geld?
Van de Velde: ‘Relatief weinig. Af en toe over prijzen. Tim laat me weten als een werk is verkocht. Maar we praten vaker over kunst.’

Wat doet u met uw geld? Beleggen?
Van de Velde: ‘Ik ken niets van de beurs. Beleggen zou me gigantisch veel stress bezorgen. Ik investeer mijn geld in de zaak. Als er wat over is, koop ik kunst. Ik heb onder meer een schets van Ensor. Ik kijk daar elke dag naar. Verder koop ik hedendaagse dingen.’

Laten we 2016 toch maar een topjaar noemen. Hebt u ooit gedacht dat er geen succes zou zijn?
Van de Velde: ‘Ik heb geleerd mijn doelstelling aan te passen. Toen ik studeerde, dacht ik: ‘Ik wil graag één tentoonstelling houden.’ Toen dat was gelukt, wilde ik bij een galerie onderdak vinden. En zo ga je altijd een stap verder. Maar een vijfjarenplan heb ik niet.’

U ziet de toekomst niet in New York of zo?
Van de Velde: ‘Ik was onlangs in Los Angeles. Ik denk erover na daar volgend jaar een maand of drie te overwinteren. Een andere cultuur, een andere kunstscene. En ik heb een hekel aan de winter. Ik kan niet tegen de kou. Mijn gasten zijn ook nog klein, ze kunnen gewoon mee. Langs de andere kant heb ik hier nu wel een fantastisch atelier. Maar als ik me in L.A. op het tekenen focus, moet het wel lukken.’

Het is oudejaarsavond. Betekent dat iets voor u?
Van de Velde: ‘Dat ik vanaf morgen 2017 op mijn werk kan zetten. Cool.’

Van de Veldes solotententoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag loopt nog tot 5 maart. In 2017 volgen drie nieuwe expo’s: in NEST (Den Haag, februari), König Galerie (Berlijn, maart) en Tim Van Laere Gallery (Antwerpen).

Volgende week dinsdag in De Toegift: Veilingmeester Peter Bernaerts 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud