Is een nieuwe techzeepbel in de maak?

Zeepbellen in Silicon Valley ©Filip Ysenbaert

De miljarden vliegen in het rond in Silicon Valley. Investeerders haasten zich om geld te pompen in gehypete techstart-ups die geen cent winst maken. En dus rolt dé vraag steeds vaker over de tongen: is er een nieuwe techzeepbel in de maak?

In downtown San Francisco klinkt non-stop het geluid van hoogconjunctuur: de klank van metaal tegen metaal, het gezoem van bouwkranen, de terreur van slijpschijven. Vastgoedprojecten rijzen als paddenstoelen uit de grond en geven de skyline van de stad een nieuw gezicht. De Manhattanisering is ingezet.

De hoogste toren van allemaal, en straks de hoogste ten westen van de Mississippi, komt op de hoek van Mission Street en First Street. Daar bouwt Salesforce, het softwarebedrijf van de enigmatische Marc Benioff, een nieuw hoofdkwartier. De Salesforce Tower zal even herkenbaar zijn als de Golden Gate Bridge. Met zijn 61 verdiepingen en 325 meter wordt hij de meest zichtbare stempel die technologie drukt op de stad die groot werd dankzij de goudkoorts.

1,28 miljoen
Een werknemer van Apple woont in een huis van gemiddeld 1,14 miljoen dollar, bij Google is dat zelfs 1,28 miljoen dollar, weet de vastgoed site Zillow.

Als Vikram Mansharamani zulke superlatieven hoort, gaat er bij de hoogleraar van Yale University een alarmbel af. Wolkenkrabbers zijn, zoals hij in zijn boek ‘Boombustology’ beschrijft, een geschikte indicator voor een nakende financiële schok. Kijk naar de Empire State Building, die in 1931 de race naar de top in New York won van de Chrysler Building, vlak nadat de Grote Depressie was begonnen. Of de Petronas Towers in Maleisië, die eind jaren negentig het begin van de Aziatische financiële crisis inluidden. Of de Burj Khalifa in Dubai, in volle constructie toen in 2008 de globale recessie over de wereld rolde.

‘Wolkenkrabbers zijn inherent speculatief en wijzen op een vlotte beschikbaarheid van schulden’, zegt Mansharamani aan de telefoon. ‘Als iemand ergens de grootste wil bouwen, is dat een prachtig voorbeeld van overmoed en irrationale exuberantie. De drang om een monument op te trekken is vaak een indicatie van een zeepbel.’

Te veel eenhoorns

Wordt in Silicon Valley, waar enorme hoeveelheden geld vloeien naar start-ups die de multinationale leiders moeten worden van de nieuwe digitale wereldorde, een nieuwe zeepbel geblazen? ‘Er is veel om ongerust over te zijn’, zegt Mansharamani. ‘De situatie is zeker bubbly.’

We hadden het geld eigenlijk niet nodig. Maar het kon, en dus hebben we het maar gedaan.
stewart butterfield
CEO slack

Het b-woord is eruit. Zit de technologie-industrie in een nieuwe bubbel, 15 jaar na de dotcomcrash, toen internetbedrijven gebouwd bleken op lucht en de prille webeconomie als een kaartenhuis inzakte? De vraag gaat in en rond San Francisco steeds vaker over de tongen.

De zeepbelvrees wordt vooral gevoed door de wildgroei aan ‘unicorns’. Eenhoorns zijn private, door durfkapitaal gesponsorde start-ups die minstens 1 miljard dollar (932 miljoen euro) waard zijn. Toen Aileen Lee van Cowboy Ventures in 2013 de term voor het eerst gebruikte in een bijdrage voor de website Techcrunch, was ze geïnspireerd door de mythologie, waar eenhoorns zeldzame wezens zijn. Ze telde er toen 14. Twee jaar later zijn er volgens CB Insights, dat data over start-ups verzamelt, al 143, waarvan 90 in de VS. Hun collectieve waarde bedraagt meer dan 500 miljard dollar.

Sommige eenhoorns lijken meer op een ezel met een stok op hun hoofd.

Veel van die bedrijven hebben in korte tijd een enorme impact gerealiseerd. Uber leidt met een waardering van 51 miljard dollar, en is volgens onbevestigde berichten al tot 70 miljard gegroeid. Investeerders zien Uber met transport doen wat Facebook met sociale contacten deed. Na vijf jaar is het alvast meer waard dan Facebook op die leeftijd. Airbnb, dat in 34.000 steden wereldwijd overnachtingen regelt, staat op 25 miljard. Snapchat, het geliefkoosde mobiele communicatie- en mediakanaal voor jongeren, is 16 miljard waard.

Maar het probleem met unicorns is dat de motorkap niet open kan. Als privaat bedrijf zijn ze niet verplicht inzage te geven in hun cijfers en prestaties, en weet slechts een select groepje investeerders en bestuursleden hoe ze opereren. Dat dit problematisch kan zijn, bewijst Theranos, een veelvuldig opgehemelde start-up van wonderkind Elizabeth Holmes die een revolutionaire methode uitvond om bloed te testen. Tot The Wall Street Journal blootlegde dat de kracht van de geheimzinnige technologie fel overdreven is. Van de 200 tests die het belooft met één vingerprik, voert Theranos er welgeteld één uit.

48 miljard
Vorig jaar vloeide 48 miljard dollar naar private techbedrijven, het meeste sinds 2000.

De toekomst van Theranos - volgens de jongste telling 9 miljard dollar waard - oogt plots veel minder fraai. En er worden nog dode unicorns voorspeld, ‘unicorpses’ die het moeilijk krijgen hun hype waar te maken. Dropbox is een clouddienst die gebruikers toelaat documenten via het web op te slaan en te delen. De waardering van het bedrijf schoot begin 2014 van 4 naar 10 miljard dollar. Volgens analisten irrationeel hoog. Concurrent Box, dat intussen wel op de beurs staat, is met drie vierde van de omzet van Dropbox minder dan 2 miljard waard volgens de publieke markt.

En wat met Evernote (2 miljard), de notitie-app die pas door een herstructurering ging? En WeWork (in anderhalf jaar van 1,5 naar 10 miljard), dat in tegenstelling tot veel andere eenhoorns geen software maakt maar in enkele Amerikaanse steden kantoorruimte verhuurt waar het zelf geen eigenaar van is? En, hoewel intussen een massieve business, kan het verlieslatende en overal met de regels flirtende Uber echt 70 miljard waard zijn?

De gekste dingen

Die techbedrijven krijgen miljoenen dollars aan investeringen in de veronderstelling dat ze snel een substantieel deel van de globale markt kunnen innemen. Groei gaat boven alles. Een solide winstgevend model volgt later wel. Investeerders - durfkapitalisten maar ook steeds meer andere institutionele partijen die doorgaans minder gevoel voor risico hebben - lijden aan FOMO (Fear Of Missing Out) en plakken een waarde op de ‘hottest new start-ups’ die in de toekomst hopelijk werkelijkheid wordt.

Zeggen dat er geen zeepbel is omdat het in 1999 nog erger was, is als zeggen dat Kim Jong Un goed is omdat hij Hitler niet is.
bill gurley
durfkapitalist

Michael Moritz van Sequoia Capital, een van de grootste en bekendste durfkapitaalbedrijven van Silicon Valley, vergeleek de overhypete eenhoorns al met subprimeleningen. De huizenleningen die banken uitdeelden aan mensen die ze nooit konden terugbetalen, ontketenden in 2008 de Amerikaanse vastgoedcrash en de daaropvolgende mondiale recessie.

Dat geld wel erg vlot beschikbaar is in de Valley, gaf ook Stewart Butterfield toe. Butterfield is de CEO van Slack, een start-up die software maakt voor interne communicatie bij bedrijven en op veel plaatsen e-mail al van de troon heeft gestoten. Toen Slack in april voor de tweede keer in zes maanden meer dan 100 miljoen dollar kapitaal ophaalde en naar een waardering van 3 miljard dollar klom, zei Butterfield: ‘We hadden het geld eigenlijk niet echt nodig. Maar het kon, dus hebben we het maar gedaan.’

Unicorns zijn een soort statussymbool geworden dat niet noodzakelijk nog verband houdt met de realiteit. Een soort munteenheid ook: decacorns zijn bedrijven die minstens tien unicorns waard zijn, 10 miljard dollar of meer dus. ‘Je hoort de gekste dingen’, zegt een start-upstichter. ‘Vroeger was het goed als je bedrijf op tien keer je omzet gewaardeerd werd, vandaag bieden investeerders dertig tot veertig keer. Ze springen te snel met te veel geld op jonge successen. Dat is geen cadeau. Wie te veel geld binnenhaalt en de verwachtingen onvoldoende of niet snel genoeg kan inlossen, zit zwaar in de problemen.’

Het is ook een klimaat van hybris. Samen met de schijnbaar bodemloze pot met durfgeld groeit de overmoed van de techwereld. San Francisco wordt overspoeld met jonge techies uit de rest van de Verenigde Staten en de wereld voor wie geld geen betekenis heeft, of toch een andere dan voor de oorspronkelijke bewoners.

Toen David Byttow bij investeerders was gepasseerd voor Secret, zijn moreel dubieuze app om geheime berichten te delen, was hij even een hype en kocht hij prompt een Ferrari. Na een jaar en meer dan 30 miljoen dollar durfkapitaal was het al afgelopen met Secret. En vorige maand postten enkele bekende investeerders gelijktijdig op Twitter een foto van dezelfde boze brief met grote letters van een ondernemer die geen geld had gekregen: ‘You’ve fucked yourself over by getting left out of this deal.’ Het leek Silicon Valley wel, maar dan het satirische tv-programma van HBO.

Silicon Valley, de satirische reeks

De lonen in de Valley - waar het bon ton is te claimen dat je de wereld verandert, zelfs met een pizzaleveringsapp - zijn de hoogste van het land. Een marketingdirecteur van een start-up die een tweede grote kapitaalronde - Series B - achter de rug heeft, kan tot 500.000 dollar per jaar verdienen. Huisvesting is haast onbetaalbaar voor wie niet in tech werkt. Een werknemer van Apple woont in een huis van gemiddeld 1,14 miljoen dollar, bij Google is dat zelfs 1,28 miljoen dollar, weet de vastgoedsite Zillow. Een appartement met één slaapkamer huren kost gemiddeld 3.500 dollar per maand. Een meer dan honderd jaar oud houten krot in een niet eens trendy buurt vond vorige maand een koper voor 408.000 dollar.

Geen angst meer

Zijn die monsterwaarderingen en excessen ook signalen van een naderende crash? Het hangt ervan af aan wie je het vraagt. Er is een ja- en een neekamp in de Valley. Zowat de bekendste onheilsprofeet is Bill Gurley, een invloedrijke durfkapitalist van de firma Benchmark, onder meer aandeelhouder van Uber, Snapchat en WeWork nota bene. Gurley laat geen techconferentie voorbijgaan - en er zijn er veel - om erop te wijzen dat de Valley zich vult met hete lucht. ‘Angst bestaat niet meer in Silicon Valley’, zei Gurley onlangs. ‘We zitten in een speculatieve, onhoudbare periode.’

Het jakamp wijst naar de inflatie aan unicorns. Dit jaar kwamen er 1,3 megastart-ups per week bij. De Nasdaq staat sinds enkele maanden op een nieuw record, boven de dotcompiek. Vorig jaar vloeide 48 miljard dollar naar private techbedrijven, het meeste sinds 2000. En hoewel dat in 1999 nog 71 miljard was, zegt Gurley: ‘Zeggen dat er geen zeepbel is omdat het in 1999 nog erger was, is als zeggen dat Kim Jong Un goed is omdat hij Hitler niet is.’

In het neekamp zit een van de gezaghebbendste stemmen van de Valley: Marc Andreessen. De oprichter van de webbrowser Netscape en de durfkapitaalboetiek Andreessen Horowitz maakt er op Twitter een sport van elke zeepbelsuggestie de kop in te drukken. Zijn firma publiceerde deze zomer vijftig slides met evenveel argumenten waarom we niet in een zeepbel zitten. Samengevat: dit keer is het anders dan in 2000.

En het is ook anders. 15 jaar geleden bestond er nog geen markt voor onlinebedrijven. In 1999 waren er 280 miljoen internetgebruikers wereldwijd, vandaag 3 miljard. Bovendien heeft een steeds groter deel het internet in zijn broekzak. De smartphone is een universeler toestel dan de pc ooit is geweest en de mobiele revolutie heeft de wereld al écht veranderd. Intussen bewijzen reuzen als Google-moeder Alphabet (4,7 miljard dollar winst in het afgelopen kwartaal) en Facebook (896 miljoen) dat het kan, geld verdienen online, en hoe.

Een betere vraag is: als de muziek binnenkort daadwerkelijk stopt met draaien, hoe ziet de wereld er dan uit? Wie zal er lijden, mocht een zeepbel barsten? De herinneringen aan de schokgolf van maart 2000, toen de Nasdaq in een ravijn donderde, zijn nog vers. Silicon Valley stopte met draaien, illustere webbedrijven als Webvan en Pets.com waren plots waardeloos.

Het grote verschil met de irrationele dotcomeuforie van toen is dat de beloftevolle techbedrijven nu niet op de beurs staan. Tussen 1998 en 2000 zetten bijna 1.500 bedrijven de stap naar de beurs, waar de koersen explodeerden. Iedereen ging aan het beleggen en sprong en masse op die internetpioniers, los van enige financiële logica. Toen TheGlobe.com, een soort voorloper van de sociale media, in november 1998 op de beurs debuteerde, schoot het aandeel op dag één van 9 naar 87 dollar en terug naar 63,50 dollar. In februari 2000 haalde Pets.com 82 miljoen op bij een beursgang, negen maanden later was het bedrijf failliet.

Vandaag is het traject omgekeerd. Uber, Airbnb, Dropbox, Pinterest en consoorten stellen een beursgang zo lang mogelijk uit. Ze vinden genoeg geld op de private markt en ontlopen zo pottenkijkers en aandeelhouders die elk tegenslagje afstraffen. Dat is nieuw voor de Valley. In dit stadium zouden veel unicorns in het verleden al lang op de beurs hebben gestaan. In de plaats daarvan blijven ze geld ophalen bij verschillende soorten investeerders, wat wel eens een ‘private beursgang’ wordt genoemd.

Zonder zwembroek

Dat er een groot verschil kan zijn tussen wat een bedrijf waard is op de beurs en op de private markt, bewijst Square. Het betaalbedrijf is, bij wijze van uitzondering die de regel bevestigt, bezig aan een beursgang. De unicorn was op 6 miljard dollar gewaardeerd, maar blijkt nu plots 4 miljard waard. Als andere start-ups het voorbeeld van Square volgen, ziet het ernaar uit dat er nog veel bedrijven zijn die er plots anders uitzien als ze aan de oppervlakte komen. Of, zoals een andere start-upstichter het zegt: ‘Sommige unicorns lijken meer op een ezel met een stok op hun hoofd.’

Ook Snapchat maakte deze week kennis met de realiteit. Fidelity, een van de fondsenreuzen die zich sinds kort ook aan investeringen in private techbedrijven wagen, verlaagde de waardering van zijn belang in Snapchat met 25 procent. Het wijst erop dat de winter eraan komt in unicornland. Start-ups krijgen steeds meer de boodschap dat ze maar beter aan winst beginnen te denken, in plaats van geld te verbranden en negatieve marges te blijven goedpraten met groei. Zelfs techcheerleader Andreessen tweette onlangs: ‘Als de markt keert, en dat zal gebeuren, zullen we zien wie er al die tijd zonder zwembroek rondzwom.’

Voorlopig zijn professionals dus eigenaar van de megastart-ups, en niet de man en vrouw in de straat, zoals in 2000. Dat doet vermoeden dat ook het risico beperkt is tot een selecte club, en dat de rest van de economie in de VS, laat staan die van de wereld, niet bang hoeft te zijn voor besmetting. De durfkapitaalindustrie is maar een klein deel van de Amerikaanse economie. En de beursgenoteerde techwaarden - genre Facebook, Google, Amazon en Apple – zijn zo succesvol dat ze boven de zeepbelvrees staan.

‘Maar’, zegt zeepbelspecialist Vikram Mansharamani, ‘er is meer gevaar aan deze bubbel dan je zou denken. Het risico is geconcentreerder, maar daarom niet beperkter. Er sluipt steeds meer publiek geld in die megastart-ups via die late investeringsrondes, en dat voelt extreem.’ Als het tot een correctie komt, verwacht Mansharamani daarom geen golf die de rest van de economie overspoelt, maar eerder een rimpeling.

Rond San Francisco ligt het anders. Door de enorme concentratie aan techrijkdom zal een eventueel einde van de hausse even voelbaar zijn als de volgende grote aardbeving die de streek vroeg of laat treft. Veel start-ups betalen hun personeel voor een stuk in aandelenopties, en die dienen op hun beurt als onderpand voor vastgoed. Als de eenhoornzeepbel uiteenspat dan wel langzaam leegloopt, bestaat de kans dat veel techies plots een pak minder waard zijn.

Maar als dat in San Francisco tot goedkopere huurprijzen leidt, zullen veel mensen er niet rouwig om zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud