interview

‘K3 is een uitlaatklep waar ik toevallig veel geld aan verdien'

©Dries Luyten

Als populariteit de maatstaf is, dan is K3 het cultuurproduct van 2015. Een gesprek met Miguel Wiels, de componist-ondernemer die meeschreef aan alle 180 nummers van het meidentrio. ‘Aan de linkse culturo’s: luister naar die nummers, ontleed ze, en geef dan toe dat ze goed zijn.’

Het is de marketingstunt van het jaar, maar Studio 100 deed het lijken alsof het niets was. Het entertainmentbedrijf van Hans Bourlon en Gert Verhulst trok de stekker uit de ‘oude’ K3, al 17 jaar een groot succes en een van de kaskoeien. Vervolgens rolde het via een talentenjacht op VTM de rode loper uit voor een nieuwe versie. De voorbije weken lokte die, samen met de oude formatie, bomvolle zalen en scoorde met ’10.000 luchtballonnen’ een nummer 1-hit. Binnenkort komt er zelfs een show voor volwassenen, zo groot is de hype. En de nieuwe K3-cd ligt pas sinds donderdag in de winkel, maar een dag eerder waren er al 100.000 stuks voorbesteld.

De nieuwe K3-formatie: Klaasje, Marthe en Hanne. ©Photo News

Miguel Wiels (43), die samen met Alain Vande Putte en Peter Gillis alle K3-nummers schreef, bekijkt het allemaal erg nuchter. In de studio van zijn huis in Beervelde in Oost-Vlaanderen, waar de nieuwe K3-lichting net een paar weken heeft gekampeerd om de nieuwe plaat in te zingen, vertelt hij dat hij al die jaren aan het wachten was op het einde van K3. ‘Elk jaar dacht ik dat het het laatste zou zijn. Elk jaar dat er bijkwam, vond ik verbazingwekkend. Ik hoopte wel dat de inspiratie zou blijven komen, en dat de meisjes het graag zouden blijven doen. Maar K3 is nooit een deel van het plan geweest. Ik heb dat nooit gebudgetteerd.’

Toch vind ik het raar dat u niet direct gewonnen was voor een nieuwe K3, zoals ik ergens las. Studio 100 heeft er financieel belang bij de groep in leven te houden. Als componist hebt u dat toch ook?

Miguel Wiels: ‘Ik ben me er heel erg van bewust dat het succes van K3 vooral te maken heeft met een bijna toevallige samenloop van factoren. Mijn liedjes zijn goede liedjes. En het waren de juiste meisjes op de juiste plaats. Zeventien jaar lang hebben goede factoren elkaar goed beïnvloed. Ik vind het gevaarlijk om de gezichten, een van de belangrijkste schakels, te vervangen. Net zoals ik het gevaarlijk vind als K3 niet meer bij Studio 100 zou zitten, een bedrijf met goede, frisse ideeën. En net zoals ik het gevaarlijk vind als ze plots de liedjes door iemand anders zouden laten schrijven.’

U bent er dus niet gerust in dat het wat wordt met de nieuwe gezichten?

Wiels: ‘Er is een eerste grote stap gezet, maar de buit is nog niet binnen. Marketinggewijs is het allemaal fantastisch gedaan en goed uitgedraaid. Eigenlijk kon je de hype voorspellen. Maar eens die voorbij is, is het uitkijken.’

Hoe belangrijk is het voor u dat het liedje blijft duren?

K3 is een stuk van mijn leven, maar we hebben nog nooit een liedje geschreven met het gedacht: ‘Dit gaat ons zoveel geld opbrengen.'

Wiels: ‘K3 is een stuk van mijn leven, maar we hebben nog nooit een liedje geschreven met het gedacht: ‘Dit gaat ons zoveel geld opbrengen.’ Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets zou te zeggen hebben over het voortbestaan van K3. Ik doe ook nog heel veel andere dingen. Ik ben volop aan het toeren met Paul De Leeuw in Nederland, ik schrijf muziek voor heel veel mensen. K3 is een uitlaatklep voor mijn inspiratie, het is wat ik graag doe. Iets waarin ik mijn ei kwijt kan. Ik heb het geluk gehad dat er voor dat ei een grote afzetmarkt was, en dat ik er al heel veel centen aan verdiend heb.’

K3 is een uitlaatklep, zegt u. Leg eens uit hoe dat werkt. Borrelen er spontaan K3-nummers bij u naar boven?

Wiels: ‘We hebben ‘Heyah Mama’ geschreven in een achterkamertje van het huis waar ik vroeger woonde. Jaren voor K3 bestond. Dat bewijst dat er geen formule is. Ik zit niet te zoeken naar trucs om hits te schrijven. Dat komt gewoon. Het is een soort buikgevoel.’
‘‘Heyah Mama’ heeft jaren in mijn schuif gelegen. Ik wist dat het een wereldhit was, maar ik had het gevoel dat het nummer niet af was. Ik liet het horen aan verschillende artiesten. En die zeiden allemaal: ‘Bwaaaa...’ Misschien hadden ze gelijk en had het bij hen niet gewerkt. En toen kwam K3, en was er een match tussen dat groepje en ons buikgevoel.’

Goed, maar 180 nummers later is K3-nummers schrijven wellicht wel werken geworden.

Wiels: ‘Natuurlijk is het werken. Maar we schrijven die nummers wel vanuit ons hart. Nu loopt de tournee, en straks zullen we een paar maanden niks geschreven hebben. In januari-februari begint het dan weer het te kriebelen om in de studio te kruipen. Dan broebelt het. Ik hoor altijd dat de K3-liedjes ‘beredeneerde muziek’ zijn, maar dat klopt niet. Er wordt heel hard op gewerkt om ze helemaal goed te krijgen, dat wel.’

Maar van al die 180 hebt u er vast enkele op automatische piloot geschreven, niet?

Wiels: (schudt het hoofd) ‘Het zou makkelijk zijn om te recycleren. We zouden de grootste twintig hits kunnen nemen en die dunnetjes overdoen. Dat doen we niet. We zijn met z’n drieën, en soms trapt een van ons tijdens het productie proces in die val. Maar dan zeggen de anderen: ‘Stop.’ En dat werkt.’
‘Er waren periodes dat mijn melodieën niet bijster origineel waren. Dan zeggen de collega’s: ‘Miguel, been there, done that.’ Of als Alain een keer te veel met hetzelfde afkomt: ‘Alain, we gaan toch iets anders moeten zoeken dan een regenboog.’ Natuurlijk zijn er nummers waarvan ik achteraf denk dat het scherper had gekund. Maar bij de songs die het heel goed gedaan hebben, zat het ook echt goed. Daar zat magie in. Dat zijn de liedjes waaraan we hebben doorgewerkt tot het laatste puntje op de i stond.’

En toch blijft de kritiek: K3, dat is  muziek uit de fabriek. Doet dat pijn?

10.000 luchtballonnen, de nieuwe hit van K3

Wiels: ‘Wij steken er veel werk in. Daarom raakt die kritiek me. Ik ben trots op die nummers. Ik kan er veel mensen het na kijken mee geven. Tegen mijn criticasters zeg ik: ‘Ontleed die song eens. Zie eens hoe goed die in elkaar zit.’ Maar pijn? Het is crying all the way to the bank, hè. (lacht) Ik voel me niet miskend. Het zou flauw zijn over pijn te praten, terwijl het zo’n succes is.’

Voelt u dan totaal niet de drang om uw werk te verdedigen?

Wiels: ‘Ik ga me niet verdedigen tegen haters. Slongs Dievanongs (artiestennaam van de Antwerpse rapster Charissa Parassiadis, red.) deed onlangs smalend over K3-liedjes. Ze nam aanstoot aan het nummer ‘Jij bent de bom’. Ze vond de rollen patronen te klassiek. Helemaal niet waar, trouwens. Dan heb ik haar wel een sms gestuurd. Omdat ik vond dat het niet colle giaal was. Ik dacht: ‘Slongs, lees de teksten goed. En als je het toch slecht vindt, zeg dat dan niet publiek.’ Ik heb niet de behoefte haar uitspraken te weerleggen in de pers, maar kijk, ik doe het nu toch. Het is gewoon makkelijk om K3 af te doen als kindermuziek.’

K3 mag ook wel eens een MIA, een Vlaamse muziekindustrie-award, krijgen, zei u een paar jaar geleden.

Ik erger me aan vooroordelen. Je hebt geloofwaardige en ongeloofwaardige muziek. Radio 1 draait sommige nummers, enkel en alleen om wie ze heeft gemaakt.

Wiels: ‘Ik vond dat niet meer dan normaal. Ik erger me aan vooroordelen. Je hebt geloofwaardige en ongeloofwaardige muziek. Radio 1 draait sommige nummers, enkel en alleen om wie ze heeft gemaakt. Laat Will Tura of Niels Destadsbader hetzelfde zingen, en ze komen nooit op de radio. Die reflex merk ik bij veel linkse culturo’s: als iets uit een bepaalde hoek komt, is het slecht. Muziek is goed als ze goed is, punt. Met films is het net zo. Een film van Jan Verheyen kan ook goed zijn, maar die wordt vaak afgekraakt omdat net Jan Verheyen hem heeft gemaakt.’

Is er een link tussen hoe  populair en hoe goed iets is?

Wiels: ‘Dat denk ik niet. Iets slechts kan ook populair zijn. Maar ik vind wel dat een kunstenaar op een of andere manier de plicht heeft een publiek aan te spreken. Wie een theaterstuk maakt waar vijf man en een paardenkop naar komt kijken, doet zijn maatschappelijke plicht niet.’

Waarom niet?

Wiels: ‘Het klopt gewoon niet. Met het bestaande subsidiesysteem worden sommige toneelhuizen gesub sidieerd terwijl ze geen volk trekken. Zo creëer je ook geen drang om een publiek aan te spreken. Eerder een menta liteit à la ‘ik doe mijn ding en ze zullen later wel zien hoe geniaal het is’. Het is makkelijk om slapend en gesubsidieerd door het leven te gaan.’

Hebt u alles zelf verdiend?

Wiels: ‘Van de eerste frank tot de laatste euro. Ik ben een ondernemer, ja. Eén die het altijd belangrijk heeft gevonden om correct te worden vergoed. Ik ben geen schlemiel die aan het korste eind trekt. Nooit geweest ook.’

Ik ben een ondernemer, ja. Eén die het altijd belangrijk heeft gevonden om correct te worden vergoed. Ik ben geen schlemiel die aan het korste eind trekt.

‘Op mijn 16de kocht ik mijn eerste piano: mijn vader, een autoverkoper, schoot mij geld voor. Ik ging spelen in hotels en restaurants om alles terug te betalen. Toen ik 18 was, heb ik geld geleend om een huis te kopen. Gewoon omdat ik het gevoel had dat dat verstandig was.’


‘Ik ben eigenlijk altijd verstandig met geld om gegaan: ik heb belegd, een huis met een zwembad gebouwd, maar nooit een Porsche gekocht. Ik geniet gigantisch, maar ik verbras niets.’

Voelt u niet de drang om u nog eens geweldig te bewijzen met iets anders dan K3?

Wiels: ‘Nee. Wat moet ik trouwens nog bewijzen? Ik werk met Paul De Leeuw. In Nederland is dat zowat het hoogste dat je kan bereiken. En ik moet morgen niet met een klassiek album afkomen. Dat zal niet worden gewaardeerd. Er is nu eenmaal die mastodont K3 die afstraalt op mij. Dat is een klein schaduwkantje, maar ik ben perfect gelukkig met mijn positie. Ik componeer nog veel dingen, maar ik kom daar niet mee naar buiten. Het moet eruit, maar dat blijft hier liggen. Ik moet er niet per se een podium mee op.’

Hoe zou u uw talent omschrijven?

Wat moet ik nog bewijzen? Ik werk met Paul De Leeuw. In Nederland is dat zowat het hoogste dat je kan bereiken.

Wiels: ‘Ik ben een goede muzikant, maar in Gent zitten werkloze pianisten op café die veel beter zijn dan ik. Ik kom nog niet tot aan de hielen van iemand als Jef Neve. Ik denk dat ik het maximum uit mijn talenten heb gehaald. Eigenlijk heb ik altijd kunnen doen waar ik goed in was. Ik schrijf liedjes, en toevallig horen veel mensen die graag.’
‘Ik ben geen goede presentator, maar wel een goede sidekick. Ik heb een vrij nuchtere, zakelijke kijk. En ik heb altijd gewerkt. Fucking hard gewerkt: K3, op tredens met Café Flamand, the Magical Flying Thunderbirds, met mijn vrouw Free Souffriau, ik heb veel tv-programma’s gedaan. Gewoon omdat het plezierig is. De puzzel is altijd goed gevallen.’

Welke muziek inspireert u?

Wiels: ‘Ik luister thuis bijna nooit naar muziek. Dan begin ik te analyseren. Onlangs heb ik vier luister-cd’s gekregen van mijn vrouw: de Belgische econoom Koen Schoors over financieel en economisch verval sinds 2008. Gewoon gebabbel op de radio, daar hou ik ook van. Radio Maria. Geweldig! Dat ontspant me gigantisch.’
‘Maar ik hou wel van Billy Joel, ABBA, Elton John, Randy Newman, Stevie Wonder, Michael Jackson... Maar ik heb het niet voor Prince. Ik voel het niet, de muziek niet en de mens ook niet. Ik koketteer daarmee, want dan hebben ze langs alle kanten zin om op mijn bakkes te slaan. (glimlacht) Ik hou van Franse chanson, Aznavour, van Sinatra ook. Coldplay en Keane, dat is ook geweldig. Maar vooral de popmuziek van de jaren tachtig inspireert me. Nik Kershaw, Billy Joel… Als ik naar Billy Joel luister, dan denk ik: ‘Fuck, dit is zo goed.’ Ik moet er gewoon mee stoppen.’

  En dan? Wat zou u doen  als u met muziek stopte?

Wiels: ‘Dan word ik misschien wel bestuurder bij AA Gent, mijn favoriete club. Als ze me daar zouden willen. En ik zou een goede advocaat zijn geweest. Recht boeit me enorm, al heel mijn leven. En ik kan het goed uitleggen.’

Zet u ooit een plaat van K3 op?

Wiels: ‘Nooit. Hoogstens eens in een vlaag van nostalgie. Of omdat het moet, zoals nu met de herlancering. Mijn zoon haat K3, trouwens. Waarom? Omdat zijn zus het zo goed vindt, denk ik.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect