column

Loodsenwerk in de Wetstraat

Door een gevoelige verlaging van de vennootschapsbelasting aan te kondigen heeft de regering-Michel het zich niet gemakkelijk gemaakt. Het invullen van die belofte komt neer op een fiscale en juridische hervorming waarop ze niet is voorzien.

©Saskia Vanderstichele

Er zijn van die berichten waar niemand nog van opschrikt, althans in België. Zoals de melding dat de regering opnieuw geconfronteerd wordt met een aanzienlijk begrotingstekort. Zelfs toen een vicepremier en minister van Begroting, de liberaal Guy Vanhengel, destijds het koninkrijk virtueel failliet verklaarde, bleef het rustig in het land.

Sinds de jaren 30 worstelen Belgische regeringen met begrotingsproblemen, zelfs in de gouden jaren 60. Telkens werd het begrotingsgat dichtgeknutseld, zoals topeconoom Herman Daems dat ooit in De Tijd omschreef. En ook nu weet men dat de regering van premier Charles Michel (MR) minstens 10 miljard euro moet vinden om tegen 2018 de begroting in evenwicht te krijgen, zoals Europa dat eist. Insiders hebben het zelfs over 12 miljard.

Volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever is dat alleen mogelijk door te knippen in de sociale zekerheid. Een boude bewering. Want de financiering van de sociale zekerheid raakt nu al onder druk. Deels omdat de regering de lasten op arbeid heeft verlaagd. Maar ook omdat het aantal zelfstandigen in opmars is. Bij zowat een derde van de nieuwe banen die de voorbije jaren werden gecreëerd gaat het om zelfstandigen.

En onlangs stelde de directie van BNP Paribas Fortis voor om de tewerkstelling voor de komende drie jaar te garanderen, op voorwaarde dat het bruto maandloon voor alle werknemers op 4.700 euro wordt geplafonneerd. Bij wie meer verdient, wordt het verschil omgezet in punten. Daarmee kan de werknemer extralegale voordelen verwerven, zoals een dertiende maand, een auto, zelfs aandelen of extra vakantiedagen.

Dat de vakbonden dat voorstel bespreekbaar achtten, wekt verwondering. Zij beheren immers mee het systeem van sociale zekerheid. Onlangs luidden de ziekenfondsen de stormklok omdat volgens hen het sociaal systeem in elkaar dreigt te klappen als de regering haar hervormingsplannen doorzet. Een minstens even groot gevaar dreigt als andere grote werkgevers het voorbeeld van BNP Paribas Fortis volgen.

De centrumrechtse coalitie van Charles Michel presenteerde zichzelf van bij haar aantreden als de regering van de grote hervormingen. Maar hervormers zijn als loodsen die elk obstakel, elke diepte en ondiepte, elke zandbank kennen, en weten welke stromingen en tegenstromingen die bij tij en ontij veroorzaken. Dat het deze regering aan loodsenexpertise ontbreekt, werd pijnlijk duidelijk met de taxshift. Ondanks waarschuwingen bleken de compenserende maatregelen ruim ondermaats, als ze al niet contraproductief waren. Het huidige begrotingstekort is daar een gevolg van.

De 2 miljard euro loonlastenverlaging, maar ook de verlaging van de personenbelasting van ruim 1 miljard en nog eens voor nagenoeg 700 miljoen aan fiscale cadeaus werden verre van gedekt door de fiscale inkomsten, zoals de opbrengsten van accijnzen, van de speculatietaks en de Kaaimantaks. Daardoor dreigt de taxshift zelf een structureel probleem te worden.

Ongerijmdheden

In die omstandigheden een gevoelige verlaging van de vennootschapsbelasting aankondigen getuigt van een verregaande roekeloosheid. Een regering die haar huiswerk maakt, hoort te weten dat in België alles aan alles is gekoppeld. Dat laatste hebben de sociale partners ondervonden tijdens de onderhandelingen over de collectieve loonsverhogingen. Door een opstoot van de inflatie werd de maximale loonmarge door de experts van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven beperkt tot 0,9 procent boven op de index. Uiteindelijk werd ingestemd met 1,1 procent.

Die inflatie is de jongste jaren zo gestegen door de fors toegenomen onderliggende inflatie, die dubbel zo hoog is als in de buurlanden. Eigenlijk heeft ze de indexsprong ongedaan gemaakt. De tabellen van het Prijzenobservatorium laten niet alleen de intussen buitenissig gestegen prijzen van elektriciteit en water zien, maar ook de hoge diensteninflatie. Kennelijk hebben de sociale partners, die mee toezicht houden op de prijzen, dat laten passeren. Wat de loononderhandelingen zeker niet vergemakkelijkte. Bovendien veroorzaken sommige prijsontwikkelingen ongerijmdheden in het indexsysteem, en dat als gevolg van de staatshervormingen. Zo stijgen de lonen van de Waalse werknemers dankzij de gevoelig hogere elektriciteits- en waterprijzen en het hogere schoolgeld in Vlaanderen, die de index opjagen.

Een verlaging van de vennootschapsbelasting, maar ook de compenserende meerwaardebelasting die CD&V eist, komt neer op een bijzonder omslachtige fiscale en juridische hervorming. Daar is deze regering niet op voorzien, en ze wordt bovendien onmogelijk door de al doorgevoerde maar ongedekte taxshift.

Aanvankelijk kondigde minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) aan die verlaging van de vennootschapsbelasting tot 20 procent budgettair te zullen neutraliseren door een einde te maken aan de notionele intrestaftrek en mogelijk aan andere fiscale douceurs die de overheid het bedrijfsleven toestopt. Want het is bekend: de Belgische staat is bijzonder genereus. Ze pompt jaarlijks net geen 14 miljard euro in de bedrijven, in de vorm van subsidies en fiscale voordelen.

Dat vooruitzicht drukte al meteen het enthousiasme van de werkgevers voor de plannen van Van Overtveldt. Gewoon omdat de meeste grote bedrijven een reële vennootschapsbelasting genieten die vaak niet in de buurt komt van die 20 procent dankzij al die subsidies, uitzonderingen en speciale maatregelen en vooral door de notionele intrestaftrek, ook al is de impact daarvan afgenomen door de lage rente.

Onlangs waarschuwde Proximus-CEO Dominique Leroy ervoor dat bedrijven zullen wegtrekken als aan die fiscale voordelen wordt geraakt, verlaging van de vennootschapsbelasting of niet. Sommige werkgevers geven toe dat ze op de daling van die vennootschapsbelasting niet zitten te wachten. Soudal-CEO Dirk Coorevits maakte dat duidelijk in De Tijd: ‘Het is vooral de groei die verantwoordelijk is voor de extra aanwervingen.’

Weinig landen kunnen zich een verlaging van de vennootschapsbelasting veroorloven. Met een begrotingstekort van bijna 3 procent en een schuld boven 107 procent van het bbp heeft ook het federale België andere prioriteiten.

Niet alleen in België, in nagenoeg heel het Westen is de fiscale wetgeving een kluwen. Alleen een select groepje fiscaal experts, vaak ook de medeauteurs van veel wetgeving, en bankexperts puren daar hun voordeel en dat van hun klanten uit. Moeizaam probeert Europa orde op zaken te krijgen, onder meer door een einde te maken aan de vaak excessieve rulings waarmee de lidstaten elkaar naar de bodem concurreren. Om de bedrijven toch aan boord te houden, wordt in tal van EU-landen een verlaging van de vennootschapsbelasting aangekondigd. Weinige kunnen zich dat veroorloven. Met een begrotingstekort van nagenoeg 3 procent en een schuld die boven de 107 procent van het bbp stijgt, heeft ook het federale België andere prioriteiten.

Daarom heeft premier Michel zowel de mogelijke verlaging van de vennootschapsbelasting als de meerwaardebelasting en de belasting van het spaargeld naar zich toe getrokken. Een politiek beproefde manier om zaken op de lange baan te schuiven. Maar Michel deed wel wat twee jaar geleden al had moeten gebeuren: hij won de adviezen in van het Planbureau, de Nationale Bank en de Hoge Raad van Financiën. De lectuur van die rapporten zal hem snel duidelijk maken dat de stok van zijn regering veel te kort is voor een dergelijke fiscale sprong. Bovendien is een hervorming van die omvang, voor welke coalitie ook, alleen mogelijk als die wordt gedragen door een nieuw sociaal pact.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud