Advertentie
interview

‘Minder pensioen? Dat hoeft geen ramp te zijn'

Stijn Decock, de hoofdeconoom van Voka. ©Saskia Vanderstichele

Voka-hoofdeconoom Stijn Decock roeit in een boek tegen de stroom van economisch doemdenken in. Zijn opvallendste recepten: een negatieve inkomstenbelasting, vouchers in ruil voor een lager pensioen en de ECB die onze wegen betaalt.

Hoe komt het, vroeg Decock zich af, dat ingenieurs meestal optimistisch en economen pessimistisch zijn. De laatsten overspoelen ons met doemberichten. Massaal jobverlies, schulden en onbetaalbare pensioenen tekenen het doodvonnis van ons westers model. Terwijl de ingenieurs zien hoe digitalisering, snellere chips en slimme algoritmes ons steeds productiever maken. In zijn boek ‘Groei of schaarste’ zoekt de Voka-hoofdeconoom uit welke beroepsgroep nu gelijk heeft.

Je gaat van veel economische analyses net niet van het dak van een torenflat springen, schrijft u. Was u liever ingenieur dan econoom geworden?
Stijn Decock: ‘Ik zeg niet dat de analyses van die economen verkeerd zijn. Maar ze werken op basis van achterhaalde categorieën. Neem het bbp, waarmee we de waarde van onze jaarlijkse productie meten. Die definitie stamt uit de tijd waarin we onze informatie opzochten in een encyclopedie, die we gekocht hadden en die dus bijdroeg tot dat bbp. Maar als we nu onze informatie met één muisklik en gratis op Google vinden, verhoogt dat ons bbp niet. Terwijl we wel tien keer efficiënter en sneller kunnen werken.’

Ik geloof dat disruptie genoeg toegevoegde waarde creëert om het doemdenken te stoppen.
stijn decock
hoofdeconoom voka

Dat bbp is wel de maatstaf om te berekenen hoeveel geld er binnenkomt om onze pensioenen te betalen. En het groeit niet genoeg om dat te blijven doen.
Decock: ‘Dat klopt, in euro’s kunnen we onze pensioenbeloftes wellicht niet houden. Maar als de overheid goed inspeelt op de toegevoegde waarde die digitalisering en robotisering creëren, kunnen we die gepensioneerden iets extra’s geven dat hun levenspeil op niveau houdt: een voucher voor een zelfrijdende wagen, apps die hun gezondheidszorg betaalbaar houden, efficiënter openbaar vervoer omdat geen chauffeur meer nodig is.’

Dat lijkt verdacht veel op het gratis openbaar vervoerverhaal van Steve Stevaert. Dat werd door de overheid betaald.
Decock: ‘De overheid zal zich met hetzelfde bedrag veel efficiënter kunnen organiseren. Zeker als je op een slimme manier samenwerkt met de privésector.’

Uw alternatief voor een basisinkomen is een negatieve inkomstenbelasting. Mensen met een heel laag beroepsinkomen krijgen geld van de belastingen in plaats van te moeten betalen.
Decock: ‘Daardoor ontvangen ze netto meer dan de brutoloonkosten voor hun werkgever. Zo krijgen we mensen aan het werk in jobs die nu niet rendabel zijn en kunnen we delen van productieprocessen in eigen land houden, in plaats van ze naar China te verhuizen.’

Nog een opmerkelijk voorstel: laat de centrale banken direct investeren in infrastructuur.
Decock: ‘Bij een volgende recessie is hun munitie uitgeput. Door de 60 miljard euro die ze nu maandelijks in het financieel systeem pompen rechtstreeks te investeren in de bouw van wegen, tunnels en andere nuttige infrastructuur krijg je de economie aan de praat zonder de huidige neveneffecten: nieuwe zeepbellen, hoge huizenprijzen, spaarboekjes die niets opbrengen.’

De ECB ligt al onder vuur wegens haar ondemocratische karakter. Moeten ambtenaren in Frankfurt straks beslissen of Antwerpen een brug of een tunnel krijgt?
Decock: ‘Niet rechtstreeks. Je laat regeringen plannen indienen, die gecheckt worden op hun haalbaarheid en nut. Je kunt het geld dat naar die projecten vloeit, laten afhangen van het feit of dat land een positief begrotingsrapport krijgt of niet.’

U pleit voor een CO2-taks, terwijl Voka de regeringsplannen daarover vorige week nog afschoot.
Decock: ‘Ik pleit voor zo’n taks op Europese schaal. Anders prijzen we ons uit de markt. Mijn boek is geen officieel Voka-manifest en zal hier en daar misschien een wenkbrauw doen fronsen. Maar ook als werkgevers moeten we op lange termijn durven te denken. Na het schrijven van dit boek ben ik iets meer een ingenieur geworden. Ik geloof dat disruptie genoeg toegevoegde waarde creëert om het doemdenken te stoppen. Mits de overheid op die kar durft te springen.’

Stijn Decock - Groei of schaarste. De cruciale vraag in tijden van overvloed - Lannoo, 29,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud