reportage

'Na Tsjernobyl hadden we moeten binnenblijven'

©Rik Van Puymbroeck

‘Maar ja’, zegt vader en we drinken nog eens van onze koffie. De meanderende GR128 leidt naar Drongen, het dorp van onze jeugd en waar hij nog altijd woont. Het pad verrast zoals 2020 dat deed. In de lente kwam het virus, in de zomer namen we afscheid van moeder. Maar ja.

Wandelreeks

Dwars door Vlaanderen en een rotjaar

Wandeling langs de GR128, van Kemmel naar Voeren

Achter de voorruit van een werkmansbusje in Tielt ligt Het Laatste Nieuws, regio Mandelstreek, op het dashboard. Je kan zomaar meelezen. Eveline, die BV's in de val lokte, blijkt een man te zijn. Hij deed het voor de seksuele opwinding. Eronder heeft een biostatisticus het over de beperking van contacten. ‘We moeten dit langer dan een maand volhouden.’

Het is donderdag 9 oktober, het kan 17 graden Celsius worden en uit een wolkje bovenaan de krant valt regen. Het nieuws leek ver weg deze ochtend in de kamer Cyriel & Adrienne Snaet-Desplenter, mooie naam voor kamer 3 in wat ooit een koeienstal was. Cyriel en Adrienne waren de grootouders van Jacques Maes, zijn echtgenote Katty liep al jaren met een droom rond en in oktober 2019 opende ze Abeellogies. In haar eerste lente kwam Covid-19. Katty kan enkel hopen op betere tijden voor haar B&B. Er was vannacht nog één andere gast, een Duitse zakenman, maar lockdowns zijn helaas slecht voor zakenreizen, gestolen weekendjes en B&B’s.

©Mediafin

Wat hebben Vlaamse straten heerlijke namen. Spel de Marialoopsesteenweg maar eens, de Sint-Pieterswegel, de Mankemerriestraat, de Woestijnbosstraat of de Katteknok. Allemaal op een Tieltse zakdoek, voor en na de Poelberg, waar ‘wie een H. Mis wil laten opdragen, kan dit door € 9 in een omslag te steken in de offerblok’ te lezen staat in een Mariagrot. Die 9 euro is een aanpassing, tot voor kort kon het voor 7. Je kan tegen betaling kaarsen aansteken en mits een vrijwillige bijdrage een plastic paternoster meenemen. Er is camerabewaking, ‘Onze Lieve Vrouw vewacht (sic) van elke bezoeker eerlijkheid’ en je krijgt wat schrik van de foto’s met eucharistische mirakelen. In het Zuid-Koreaanse Naju veranderde een hostie in een bloedend stuk vlees in de mond van een lokale gelovige. ‘Gebeurde vele malen.’

Mobilhome

Heftige ochtend zeg, terwijl het maar een overgangswandeling zou zijn van West- naar Oost-Vlaanderen. Aan de grensovergang tussen Dentergem en Wontergem, waar alweer geen café, geen bakker en geen winkel te vinden is en dus de croissant moet uitgepakt worden waarmee Katty Verbeke me in Tielt inpakte. Met een standbeeld van oud-Tourwinnaar Lucien Buysse in de rug volg ik om 13 uur de livestreaming van de Nobelprijs Literatuur. Zweeds is lastig, maar je vertrouwt erop dat je in die uitleg wel ‘Cees Nooteboom’ zal verstaan. Louise Glück is al lang aan het vieren als het hier op dit bankje is doorgedrongen. Uit te spreken als Glick, blijkbaar. Als we zo gaan beginnen.

Grammene is gelukkig dichtbij en geluk zit in gelijktijdigheid. Hier stopt vandaag onze route van 16 kilometer, de vraag hoe we straks de 5 kilometer naar een bed in Deinze (en morgenvroeg terug, want elk eindpunt is na de nacht opnieuw het vertrekpunt) overbruggen, is nog niet beantwoord. Maar uitgerekend nu parkeert een man zijn mobilhome aan het kerkje met Leiezicht en bijna 30 jaar rondlopen met een notitieboekje heeft alvast geleerd wie makkelijk aanspreekbaar is. Gezichten zeggen dat, bewegingen, houdingen, een blik. Plak je een naam op die definitie, dan is dit het antwoord. ‘Thierry, Van Melle in twee woorden’, zegt hij. 67 is Thierry, twee jaar geleden ging hij met pensioen na 44 jaar bij dezelfde werkgever. ‘Al veranderde die wel vaak van naam. Ik begon in 1975 bij TeVeGenta, later werd dat EGW-teledistributie en dan Ebes, Electrabel en Telenet. 44 jaar met een camionette gereden voor depannages, herstellingen en wachtdiensten. Tof.’

De camionette ruilde hij, bij zijn pensioen, voor deze mobilhome en een paar dagen geleden vroeg hij Anne Klausing of ze geen zin had in een weekendje Leiestreek. Ze zijn van vlakbij, dat hoor je aan die heerlijk raspende Gentse -r. Hij van Kolegem bij Mariakerke, zij van Gent. Anne is 65. Zij ging op 1 maart met pensioen. ‘Ik heb één week kunnen vieren’, zegt ze glimlachend. ‘Voor 14 maart had ik een ticket voor de nachttrein naar Wenen. Vandaar zou ik doorreizen naar mijn zoon die in Tsjechië woont. Jaja, 14 maart, de dag van de lockdown. Natuurlijk heb ik dat geannuleerd.’

Ze noemen me een Duracell-konijn, maar tijdens de eerste lockdown ben ik mezelf tegengekomen. Ik ging elke dag wandelen, maar had geen energie meer. Mijn beloning viel immers weg.
Anne Klausing
Toeriste uit Gent

Dat deed pijn en laat die verleden tijd maar weg. Anne heeft last van wat allemaal wegviel: sociaal contact, ’s avonds iets drinken, wat gaat ze graag naar een jazzconcert. ‘Ze noemen me een Duracell-konijn, maar tijdens de eerste lockdown ben ik mezelf tegengekomen. Ik ging elke dag wandelen, zoals ik al zo lang veel wandel, maar op den duur had ik geen energie meer om iets te doen. Mijn beloning viel immers weg.’

Thierry draait de luifel van zijn mobilhome naar beneden, klapt een tafeltje en drie stoelen uit. Hij zet koffie, haalt wat blokjes kaas en schenkt door Anne gemaakte kweepeerwijn in bekertjes. Ze waren net in Vinkt, waar ze aan de Muur der Getuigenissen van de oorlog leerden. Annes grote schrik dit jaar zat daar: dat politici met slechte bedoelingen dit jaar slechte ideeën kregen. ‘Ze weten nu dat je een land kan stilleggen en iedereen kan binnenhouden.’ Thierry googelde in maart ‘pandemie’, las over de pest en de Spaanse griep en denkt nu aan de ramp met de kernreactor in Tsjernobyl in 1986. ‘Ik had toen een vriend die kernfysicus was en ik mocht van hem niet buiten’, zegt Anne. ‘Zes maanden kochten we toen geen melk.’ Thierry: ‘We hadden toen moeten binnenblijven. Onlangs hoorde ik Miet Smet in het programma over de ramp van Jan Balliauw (VRT-journalist, red.). Armand Pien (de inmiddels betreurde legendarische weerman, red.) had wel gewaarschuwd voor de wolk uit Tsjernobyl, maar Miet Smet (op dat moment staatssecretaris voor Leefmilieu, red.) minimaliseerde het. Erg toch.’

Ach, de politiek, laat ons naar de wandelweg kijken. Thierry stapte zelf ooit vijf dagen over de GR128, in de sandalen waarin hij ook vandaag rondloopt, 30 kilometer per dag. Een van zijn kleinzonen stapte een stuk mee en aan de Kemmelberg belandde hij op de set en de laatste draaidag van een Vlaamse miniserie over de Eerste Wereldoorlog. Thierry schoof mee aan de barbecue en verwarmt zich aan de herinnering, zoals hij dat later zal doen aan wat deze ochtend gebeurde. ‘We hadden onze mobilhome op de parking van een sportclub in Nevele gezet. Deze morgen kwam een andere aangereden. Daarin zaten Rodrigo en Gisele, een jong koppel uit Mexico, ze reizen door Europa. Ze acteren en maken muziek. Kijk.’ Op zijn iPhone speelt een video. We kijken naar Rodrigo en Gisele die voor Thierry en Anne op de ukelele een liedje spelen, en ze zingen. Op de Spotify-soundtrack van deze wandeling langs de GR128 voegen we het Elvis Presley-origineel toe: ‘Wise men say/Only fools rush in/But I can’t help falling in love with you.’

©Rik Van Puymbroeck

Chopin

Achterin de mobilhome rijden we naar Deinze, voor een nacht aan de Leie, ’s ochtends brengt een taxi ons weer naar Grammene. Thierry en Anne zijn weg, maar het pad langs deze dode Leie-arm maakt veel goed. Gakkende ganzen vliegen over naar warmere oorden. Bevers hebben bomen doorgebeten. Het dunne paadje leidt langs een kruisje voor Agnès Desimpel, moeder van drie kinderen, die op dit veld bij het rooien van de aardappelen een obus bovenhaalde. Toen Agnès hem in de Leie wilde gooien, ontplofte de bom. Twee dagen later, op 26 september 1979, stierf de moedige boerenvrouw. Misschien als laatste oorlogsslachtoffer. Wat verder is een prachtige ijzeren Eiffel-spoorwegbrug, van de afbraak gered door de ondertussen ook betreurde Laurent Vanhaesebrouck. Hem herdenkend heet ze nu de Lorenzobrug.

Hoe zullen al die namen van 2020 herdacht worden? Van zij die het niet haalden. Van zij die vochten. Zal iemand het boek van 2020 schrijven of is het al geschreven? Lies Scheerlinck, die op de Markt in Deinze de mooie boekenzaak Letters & Co uitbaat, vindt de vraag moeilijk. ‘Maar een boekje waarin een diep verlangen naar troost zit, is ‘Bult’ van Mieke De Maré’, zegt ze. ‘Het gaat over drie mensen die er alle drie alleen voor staan, elkaar wat opzoeken, veel gebeurt er niet. Ze eten taart, knippen de haag of koken soep. Bijzonder.’

©Rik Van Puymbroeck

Voor nu, deze tocht, raadt ze het lichte boekje ‘Madame Pylinska en het geheim van Chopin’ van Eric-Emmanuel Schmitt aan. 93 bladzijden muziek in woorden, stilte, een Poolse dame die de jonge schrijver leert luisteren (‘Vrekken luisteren alleen met hun oren, maar je moet juist genereus zijn: luister met je hele lijf’) en hij die leert hoe je in de ochtend een madeliefje plukt zonder dat de dauw eraf valt, die kringen maakt in het water om te leren wat resonantie is en die de liefde gaat bedrijven. Allemaal om Chopin te kunnen spelen.

Met een heerlijk wist-je-datje stuurt Lies de wandelaar weer op pad: ‘Wist je dat in het huis waar ik nu boeken verkoop ooit de stoffenwinkel was waarover Erwin Mortier in ‘Marcel’ schreef?’

Toen Bruno Dhaenens op een dag thuiskwam en zijn vrouw vertelde dat hij iets had gekocht, dacht zij dat het een nieuwe jeansbroek was. ‘Ze heeft een maand niet gepraat met mij’, zegt hij glimlachend.

Brussel en de buitenwereld

Zo gaat het leven. Stoffenwinkel wordt boekenwinkel en iets verderop werd een bloemenzaak een brasserie. Nogal verrassend zelfs. Toen Bruno Dhaenens op een dag thuiskwam en zijn vrouw vertelde dat hij iets had gekocht, dacht zij dat het een nieuwe jeansbroek was. ‘Ze heeft een maand niet gepraat met mij’, zegt hij glimlachend.

Deze zaak kwam al boven op zijn brasserie BrunO. Later kwam er nog een B&B bij en hij was in deze stad al schepen van Toerisme.

Wacht eens. Deinze? Is dat niet de gemeente met burgemeester Jan Vermeulen die, voor de nationale politici, mondmaskers verplichtte in winkels? Die CD&V-burgemeester die door zijn eigen partijgenoot Pieter De Crem, toen nog minister van Binnenlandse Zaken, werd teruggefloten? Om dan toch gelijk te krijgen. ‘Onze burgemeester heeft een zesde zintuig’, zegt Dhaenens, overigens zelf Open VLD’er en dus géén partijgenoot. ‘Iedereen lachte ons uit, maar Jan verplichtte ook als eerste om eenrichtingsverkeer op de voetpaden te organiseren. Niet veel later deden ze hetzelfde in Antwerpen en aan de zee. Ik hoef geen partijgenoot te zijn om zijn verdienste in de verf te zetten. De coalitie trekt aan één zeel.’

De vraag is onvermijdelijk, het voorval met De Crem indachtig en amper een week na de installatie van de nieuwe regering: heeft Brussel, na anderhalf jaar regeringsvorming, nog contact met Deinze en de buitenwereld? ‘Als minister van Financiën nodigde Alexander De Croo mij, samen met collega’s van Aalter en Nevele, twee keer uit voor een lunch op het kabinet. Zo stak hij zijn voelsprieten uit. Ik hoop dat dat nog kan.’

Dhaenens is 52 en soms schrikt hij. Deze week liet een jongen van 16 een fooi van 8 euro achter in zijn restaurant. ‘In zijn portefeuille zag ik nog briefjes van 100 euro zitten. Hebben die mensen geen voeling meer met de werkelijkheid? Toen ik mijn plechtige communie deed, kreeg ik een pen van Parker. Vandaag krijgen ze de nieuwste iPhone.’

Tweeduizend Deinzenaars die in de zorg werken, mogen gratis in het reuzenrad. Natuurlijk is dat nooit voor iedereen goed. (lacht) Soms denk ik dat een kraam met zure beerkes en azijn ook zou marcheren.’
Bruno Dhaenens
Horeca-uitbater in Deinze

Reuzenrad

Als ondernemer zou je dat toejuichen, maar als politieker die naar eigen zeggen zorgzaam wil zijn voor alle Deinzenaars vindt hij dat kras. Al snel bedachten ze Deinze Helpt. Er werden massaal mondmaskers gemaakt en in 19.000 brievenbussen geleverd, ze namen zelfs een stockje over van de burgemeester van Gavere. ‘Nu zitten we met een oorlogskas met mondmaskers.’ Onlangs bedachten ze een actie als dankbetuiging voor de mensen in de zorg, voor de inwoners van Deinze en als steun voor de middenstanders. Even origineel als aandoenlijk. ‘We droomden al jaren van een reuzenrad bij de kermis, maar dat lukte niet omdat Deinze te klein is. Maar omdat wij na de eerste crisis de eerste stad waren die weer een kermis toeliet en de proteststoet van de foorkramers naar Brussel in Deinze vertrok, deden ze iets terug voor ons. Volgende week komt het reuzenrad van Blankenberge voor een maand op het Sint-Poppoplein.’ Het idee? Tweeduizend Deinzenaars die in de zorg werken, mogen er gratis op. Voor alle anderen wordt met een spaarkaart gewerkt. Wie in 15 winkels in de stad koopt en zo 15 stempels verzamelt, mag er gratis op. ‘Natuurlijk is dat nooit voor iedereen goed. (lacht) Soms denk ik dat een kraam met zure beerkes en azijn ook zou marcheren.’

Een rondje in de lucht met uitzicht op de Leiestreek is geen gedenkteken, want vluchtig en zo voorbij, maar wel een fijne dankbetuiging. Maar verder wandelend langs de Leie komt de realiteit van 2020 steeds dichterbij. Voor iedereen was dit jaar hetzelfde en voor iedereen anders. Misschien komt nu het moeilijkste van deze tocht. Op de site van de Grote Routepaden toonde de kronkelende cursor dat de GR128 door Drongen zal lopen. Daar liggen herinneringen van een heel leven en van het recentste verleden.

Wegduwen is onmogelijk. Elke stap wordt zwaarder. De schoonheid van het Kasteel van Ooidonk, de prachtigste villa’s in schildersdorpen Deurle en Sint-Martens-Latem - waar in het kot blijven redelijk comfortabel leek - en al die bootjes die Twijfelaar, Marina of Walvis heten, leiden niet meer af. Alleen het water scheidt het heden van vroeger, maar het oude veer tussen Latem en Baarle niét nemen, is slechts uitstel. Eén keer moeten we toch een brug over en zo het dorp binnen.

©Rik Van Puymbroeck

Drongen

Tussen de spoorweg in Drongen en het dorpsplein is het goed 700 meter stappen. Die weg is bekend terrein. In dit dorp woonden we, oma en opa ook, bij Roger Dekeyser werd de eerste fiets gekocht, bij bakker Haenebalcke die er nog altijd is heerlijke chocoladebollen. Maar op het kerkhof ligt een beste vriend en rust het halve dorp. Als kind toonde moeder het huis waar ze geboren werd, honderd meter voorbij de spoorweg. Later woonde Erwin Mortier hier en een boek dat hij ooit toestuurde (‘Terug naar Jeruzalem’ ), signeerde hij met deze woorden: ‘Geschreven in het huis in Drongen...’ Een paar honderd meter verder staat het huis waar moeder later woonde, bij haar ouders nog, tot ze in 1961 trouwde. Ze was al 31. Tussen die twee huizen ligt het funerarium. Op 29 augustus namen we daar afscheid van haar. Dat kon nog met 40 mensen.

Vader haalt me op aan het Dorpsplein en vanavond zullen we samen eten. In zijn wasmachine draait hij eerst de doorzwete jas en fleece. Ik slaap in mijn jongenskamer van toen met uitzicht op mijn wereldbeeld van toen: een wei met schapen en een oude wilg. ’s Nachts is er gestommel beneden, ’s morgens ligt de fleece te drogen op de verwarming. Die heeft hij daar zorgzaam gehangen. 84 is vader en na bijna 60 jaar huwelijk nu alleen. De laatste jaren waren niet gemakkelijk geweest. Hij nam de zorg voor moeder, die zes jaar ouder was, op zich. Echt tot die laatste dag thuis, begin augustus... Bijna drie weken later overleed ze op dezelfde dag als haar zoon en onze broer ooit was gestorven. Allebei 24 augustus. Toeval, maar wel bijzonder.

Dat 2020 haar laatste jaar werd, had niets met corona te maken, maar voor ons is dit jaar dus meer dan een virus. Buiten kwam ze al jaren niet meer. Aan de trap was een traplift, een buurtvrouw kwam helpen, er was verzorging. Ze las de krant nog. ‘Ik heb me dikwijls afgevraagd of ze nog veel van de wereld en bijvoorbeeld van corona meekreeg’, zegt vader. ‘Dat weet ik niet. Ik vond het ook niet nodig om ernaar te vragen.’

Een paar dagen na die laatste dag in de zomer gingen we samen een kostuum kopen voor de afscheidsdienst. De herdenking voor moeder, een gelovige vrouw, gebeurde niet in de kerk, maar intenser kon niet. In het rouwbericht stonden deze eenvoudige woorden van Heinz Kahlau: ‘Als de mens een moeder had die hem opneemt aan het einde, zoals een moeder hem weggaf aan het begin, hoe licht zou de dood zijn.’

Nu stopt hij een pizza in de oven die we delen. Ik durf het bijna niet te vragen, maar ik vraag het toch: is alleen zijn lastig? ‘Natuurlijk mis ik haar’, zegt hij dan. ‘Maar de laatste jaren voelde toch al als alleen zijn. Ik heb nooit iets gemist en heb geen seconde spijt van die jaren. Maar ja. Nu doet de rust me wel goed.’

Dan, lachend: ‘En ge zijt van mij nog niet af, zulle.’

Gerustgesteld zet hij me een ochtend later weer af op het Dorpsplein. Wat later dan normaal, eerst hebben we de regenbuien laten passeren. Onder een boom aan het oude Leiebrugje schuilt Jan Rozek, 36-jarige ingeweken Drongenaar, historicus van opleiding, maar na een extra opleiding bouwkunde tot voor kort aan de slag in een architectenbureau. ‘Door de lockdown was ik technisch werkloos en van die recul heb ik gebruikgemaakt om na te denken. Toen mijn baas me belde dat ik terug kon komen, liet ik weten dat ik zou stoppen.’

Corona als katalysator? ‘Zelf wilde ik veel meer bij mijn eigen ritme komen en ik had toch het gevoel te veel op een tgv te zitten waarvan we niet weten waarheen hij rijdt. In transitie van bovenuit geloof ik niet zo, dus heb ik zelf beslist even tijd te nemen en uit te kijken. Wat ik ga doen? Ik zie het nog wel.’

Geschiedenis is chaos: de meeste kantelmomenten zijn gevolgen van het toevallig samenkomen van gebeurtenissen. Ik heb het gevoel dat we opnieuw aan de vooravond van een historische clash staan.
Jan Rozek
Historicus en ingeweken Drongenaar

Voor zijn zoontje Viktor van 6 en dochter Juliette van 3 zingt hij ‘Les copains d’abord’ van Brassens en ‘Salade de Fruits’ van Bourvil. Kleine vrolijke liedjes vol vaderliefde. ‘Ik lees veel over geschiedenis, over de maatschappij en over filosofie. Misschien wel in de zoektocht om een betere versie van mezelf te worden. Mijn grootvader was een Pool die naar Charleroi en La Louvière in de mijnen kwam werken. Vorig jaar was ik voor het eerst in zijn geboortedorp Miechowice. Ik spreek geen Pools, dus met mensen praten ging niet, maar ik had wel het gevoel dat mijn grootvader op mijn schouders zat. Geschiedenis is chaos: de meeste kantelmomenten zijn gevolgen van het toevallig samenkomen van gebeurtenissen. Ik heb het gevoel dat we opnieuw aan de vooravond van een historische clash staan. Al staan we natuurlijk constant op kruispunten.’

28.153 nieuwe stappen brengen de wandelaar van Drongen naar Destelbergen. Aan Afsnee vraagt iemand waar we heen moeten en eindelijk kunnen we ‘naar Limburg!’ roepen. Via de Blaarmeersen wandelen we dwars door Gent in de zon nu, langs de Oude Beestenmarkt en het oude RTT-gebouw waar beneden Kobe Desramaults nog tot 12 december in zijn Chambre Séparée kookt. Aan de Schelde loopt een oude klasgenoot met zijn vrouw. We drinken een koffie in Het Schippershuis en schrijven onze naam op het registratieblad. Een dag later blijkt de Damvallei in Destelbergen een prachtig stukje natuur te zijn, al hoor je de E17 voortdurend. Of is het de R4? Er is niemand om het aan te vragen. In Laarne zijn leuzen op de cafés en winkels geschilderd: ‘Z’es van eure kaba’ en ‘Een sna(c)k en een beete’. Op het raam van een woon-zorgcentrum: ‘Al ligt er slecht nieuws op uw talloor, er is maar 1 weg: rechtdoor.’

Avond in Wetteren en nu kan er nog gegeten worden. Het is 12 oktober. Pasta Sarah zou openen op 23 maart en in deze voorwaardelijke wijs zit het rampjaar. Haar restaurant, dat ze met haar man als innemende gastheer leidt, opende ze uiteindelijk met takeaway. Half juli brandde vlakbij de oude schutterstoren Wetteren af. Pasta Sarah moest geëvacueerd worden. Vanavond heeft ze schrik voor de nieuwe strengere maatregelen die gaan komen. ‘2020 zou nochtans mijn jaar worden.’

Sarah Vagenende heet de kokkin, maar omdat dit verhaal geen vaag einde kan gebruiken, bellen we haar een maand later op. Het is 17 november, alweer een maand lockdown verder. Sarah komt aan de telefoon en zegt: ‘Gisteren is mijn grootmoeder overleden.’ 2020.

Nog één telefoon moeten we doen. Hoe ging het met dat reuzenrad in Deinze? ‘Dat heeft er twee weken gestaan’, zegt Bruno Dhaenens. ‘Op 1 november moesten we er door de verstrengde maatregelen mee stoppen. Spijtig. Het marcheerde nochtans. Maar het kon niet meer. Gelukkig mocht het oliebollenkraam wel blijven staan. Alle zorgpersoneel in Deinze kreeg een bonnetje en de stempelkaart voor de steun aan de middenstand geldt nu daarvoor. Wie vijftien stempels heeft, mag vier oliebollen halen.’

Volgende week, deel 3: van Wetteren naar Zemst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud