Publieke druk doet CEO's soms afzien van hoge vertrekpremies

©Reuters

Jannie Haek, de opstappende CEO van de NMBS Holding, ziet af van zijn vertrekvergoeding van 750.000 euro. Hij is niet de eerste die zijn gouden parachute al dan niet onder druk (deels) opgeeft.

Toplui van particuliere bedrijven die opstappen krijgen vaak een riante opzegvergoeding mee. Die is in de meeste gevallen minstens even hoog als het jaarsalaris (vast plus variabel). Maar het kan ook een veelvoud ervan zijn. Men spreekt dan van gouden parachutes. De bedragen die daarmee gemoeid zijn doen soms duizelen. Bij uitzondering gebeurt het dat ontslagen of op eigen initiatief opstappende CEO’s afzien van hun vertrekpremie of een deel ervan. Vrijwillig of onder publieke druk.

  • Topman Daniel Vasella van de Zwitserse farmagroep Novartis bedong bij zijn vrijwillig afscheid begin dit jaar een vertrekpremie van 72 miljoen Zwitserse frank (58 miljoen euro). Dat was zogezegd een vergoeding opdat hij zes jaar niet voor een concurrerend bedrijf zou werken. Na de storm van verontwaardiging die daarover in Zwitserland opstak, werd de vertrekpremie verminderd tot 4,9 miljoen Zwitserse frank (4 miljoen euro).
  • Herman Verwilst die in de zomer van 2008 korte tijd CEO was van Fortis, stapte meteen na de ondergang van de groep op. Volgens zijn contract had hij recht op een vertrekpremie van 4,8 miljoen euro. Hij nam genoegen met 800.000 euro nadat premier Yves Leterme (CD&V) er in een brief aan toenmalig Fortis-voorzitter Jan-Michiel Hessels had op aangedrongen de gouden parachutes bij Fortis te beperken.
  • Toen de Fransman Pierre Mariani eind juni 2012 vertrok als CEO van de restbank Dexia had hij in principe recht op een opzegvergoeding van 2,4 miljoen euro. Na enige ophef daarover werd een compromis gesloten waarbij Mariani 600.000 euro kreeg en nog enkele maanden bij Dexia bleef om een aantal dossiers af te werken.
  • Axel Miller (foto) die in oktober 2008 de bons kreeg als CEO van Dexia, een eis van de Franse president Nicolas Sarkozy, zag af van de vertrekpremie van 3,7 miljoen euro waar hij contractueel recht op had. Hij kreeg 825.000 euro mee.
  • In Duitsland was in 2000 ophef over de 57 miljoen euro aan vertrekpremies die de toplui van Mannesmann kregen na de overname door Vodafone. Dat draaide uit op een rechtszaak, waarin de bestuurders ervan beschuldigd werden de belangen van de aandeelhouders te hebben geschaad door in te stemmen met de gouden parachutes. De beschuldigden, onder wie toenmalig voorzitter Josef Ackermann van Deutsche Bank, stemden uiteindelijk in met een minnelijke schikking waarbij ze 5,8 miljoen euro betaalden.
  • In 2010 stapte Irene Kahn op als secretaris-generaal van Amnesty International. Ze kreeg een oprotpremie van 600.000 euro, geld dat werd geput uit de schenkingen die de organisatie had ontvangen. Precies daarom was de verontwaardiging groot. Amnesty International putte zich uit in verontschuldigingen, maar zei niet onder de ontslagpremie uit te kunnen. ‘Het is de minst slechte oplossing’, luidde het. Irene Kahn zag geen reden om van haar vertrekpremie af te zien.

Sinds 2010 beperkt een wet in ons land de ontslagvergoedingen voor CEO’s van beursgenoteerde ondernemingen en van overheidsbedrijven tot één jaar salaris. Dat kan worden opgetrokken tot anderhalf jaar, mits de algemene vergadering (of de bevoegde minister) daar vooraf mee instemt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud