interview

Van Goethem (UA) 'Wat meer empathie zou veel oplossen'

©karoly effenberger

Met de rector van de Antwerpse universiteit over macht, religie, populisme, geweld en de madrigalen van Monteverdi. 'Je moet ermee kunnen leven dat mensen en dingen niet volmaakt zijn.'

Een mooie zomeravond. Op de terreinen van de 1ste Zeescouts George de Hasque op Linkeroever bereidt de leiding zich voor op het nakende zomerkamp. Dat in een uithoek van hun terrein, pal aan de Schelde, een kampvuur wordt voorbereid, gaat verloren in de bedrijvigheid.

Met de handen in de zakken en een ontspannen glimlach op de lippen komt Herman Van Goethem (58) tot aan de rand van het water gewandeld. De rector van de Universiteit Antwerpen neemt het uitzicht op zijn stad in zich op en snuift de lucht op. ‘Wat een prachtige avond’, zegt hij, terwijl hij zich neervlijt in een kampeerzeteltje.

Kazerne Dossin

Van Goethems ontspannen houding contrasteert schril met het beeld dat we van de drukbezette historicus en jurist hebben. De voorbije jaren bouwde Van Goethem het Holocaust- en mensenrechtenmuseum Kazerne Dossin in Mechelen uit. En vorige zomer schopte hij het tegen alle verwachtingen in - ook die van hemzelf - tot rector van de Universiteit Antwerpen. Niet gehinderd door grote universitaire bestuurservaring rolde hij zo in de functie van manager van een aanzienlijke organisatie, met 5.600 werknemers en 20.000 studenten.

Je kan kansen ook laten liggen, als je risico schuwt en van comfort houdt.
Herman Van Goethem
Rector UA

Het lijkt het recept voor een pittig eerste academiejaar. Maar perceptie is niet altijd realiteit, drukt Van Goethem ons op het hart. ‘Mijn bestaan is vandaag minder vermoeiend dan vroeger. Ik ben altijd een oerwetenschapper geweest, gedreven door academisch onderzoek. En daar schreef ik dan boeken over, waar ik een paar jaar aan werkte. Een continu gevecht met analyse en structuur, met taal en tekst als tegenstander. Tegen het einde ben je totaal uitgeput. Als een meloen uitgeschraapt met een lepel, tot tegen de schil, zo voelde mijn hoofd aan als een deadline naderde. Dat gevoel heb ik niet meer. Ik heb nu vijftig dossiers tegelijk op de plank. Maar waar wetenschappelijk werk heel gericht is en naar de diepte moet gaan, is mijn huidige functie heel verspreid en in de breedte. Dat is fundamenteel anders. Het is ook geen makkie, natuurlijk. Maar het is minder slopend.’

Dat Van Goethem het heeft gehaald, is op zich al opmerkelijk, als vreemde eend in de strijd om het rectorschap. Aanvankelijk wilde hij zich zelfs niet kandidaat stellen, vertrouwt hij ons toe terwijl we de vlam in onze vuurkorf proberen te krijgen.

©karoly effenberger

‘Er kwam één ploeg op, die vooral voor continuïteit stond. Terwijl er best wel wat ongenoegen leefde over het beleid, er was duidelijk nood aan een debat. Maar daarmee was mij nog lang niet duidelijk dat ook ik zou opkomen. Aanvankelijk ben ik mensen gaan polsen of ze zich geen kandidaat wilden stellen. En die antwoordden dan: ‘Nee Herman, jij moet dat doen.’ En na een week begon zich het gerucht te verspreiden dat ik kandidaat-rector was. Na twee of drie weken stelde ik vast dat er geen weg terug was. Ik creëerde zoveel verwachtingen en zou dus ook stevig teleurstellen door dit te laten liggen. Ik heb de knoop doorgehakt en ben beginnen te spurten. Alleen, zonder ploeg, tegenover een geroutineerd team. Enige roekeloosheid is me niet vreemd.’

‘Interessant, hè, hoe beslissingsprocessen lopen. Eigenlijk is dat helemaal niet rationeel. Je ziet dat in politiek ook wel. Dat er tijdens het denkproces wetmatigheden worden gecreëerd waar je niet meer of nog moeilijk aan kan ontkomen. En zo ben ik dus rector geworden.’ (lacht)

‘Je kan nu eenmaal niet alles plannen. Je bouwt ervaring op, en soms doen zich kansen voor. Je kan ze ook laten liggen, als je risico schuwt en van comfort houdt. Maar ik ben altijd iemand van projecten geweest. Als zich een kans voordoet, kan ik doorgaans snel beslissen.’

U gaf uzelf weinig kans om te winnen. Hoe verklaart u dat u het toch hebt gehaald?

Van Goethem: ‘Verandering is altijd een goed thema om mee op te komen als er een relatieve onvrede is. Mensen zeggen dan algauw: ‘Oké, doe maar.’ Het gaat er dan vooral om iemand vertrouwen te geven. Iedereen wist ook dat ik relatief groen achter de oren was. Ik had nooit in de raad van bestuur gezeten, was nooit decaan geweest, enkel vakgroepvoorzitter geschiedenis. Ik had wel bestuurservaring, maar dan buiten de universiteit. Ik had een museum uitgebouwd. En ik ben ook jurist, en bestudeer al dertig jaar lang politiek en beleid. Ik ben dus niet van gisteren. (grinnikt) Voor het overige was het vooral een keuze voor verandering, vermoed ik. Net zoals dat bij veel markante verkiezingen het geval is.’

U trekt een parallel met de actualiteit.

Van Goethem: ‘In een tweepartijenstelsel heb je nogal eens gepolariseerde verkiezingen, met één iemand die het establishment symboliseert, en één iemand die de verandering belichaamt. Dat is voor een stuk een illusie, natuurlijk. Vaak is de oppositie even established als de zittende partij. Maar ze kan de verandering wel claimen, en die ook doorvoeren. Maar waarom zitten we hier eigenlijk over verkiezingen te palaveren? Dat is toch voorbij!’

Vreemde houding voor een historicus.

Van Goethem: (lacht) ‘Dat is waar. Maar ik ben meer geïnteresseerd in processen, in hoe dingen werken, hoe beslissingen tot stand komen. Dat vind ik razend boeiend aan mijn nieuwe job. Ik bestudeerde al zo lang bestuurlijke processen, en nu zie ik de processen in actie. En ja, er gaapt wel een kloof tussen theorie en praktijk.’

In de vuurkorf hangt nog altijd meer rook dan vuur. ‘Daar zit weinig beweging in, hè vriend’, sneert de rector plagend. Van Goethem staat op en zoekt een stuk karton om de boel aan te wapperen. Even later breekt de vlam definitief door. ‘Dat is de ervaring. Ervaring van jaren’, grijnst de professor. Hij opent de frigobox en bedient zich van de Westmalle Tripel die we op zijn verzoek hebben meegebracht. ‘Het beste bier ter wereld.’ Hij neemt een slok en kijkt ons aan. ‘Zo, nu kan ik weer voort.’

Hebt u het afgelopen academiejaar veel bijgeleerd?

Van Goethem: ‘Enorm veel. Netwerken, bijvoorbeeld. Vroeger had ik daar geen nood aan, ik zat meestal in een of ander archief. Ik kende de mensen die ik moest kennen, maar dat was een kleine cirkel. Als rector is netwerken erg belangrijk, ik heb me er dan ook in gegooid en steek er veel van op. Ik ontmoet interessante mensen. Wat een kort gesprek met Agfa-Gevaert-topman Christian Reinaudo me leerde, zoiets is goud waard. Zo’n interessante man! Zo leer ik veel bij, zonder overal specialist in te worden. Dat moet je als rector goed kunnen: meepraten over dingen waar je eigenlijk niet altijd heel veel van afweet. Maak daar nu niet de kop van, hè. (lacht) Het gaat er vooral om patronen en structuren te ontwaren, en die vanuit een visie aan te sturen.’

©karoly effenberger

‘Ook de financiële kant van de universiteit was nieuw. Ik ben me meteen beginnen in te werken, als een vlijtige leerling. Onze beheerder van de financiën heeft me zorgvuldig ingewijd. De financiële stromen van een organisatie zijn mateloos boeiend. Ik ken nu de lijnen en zie de stromen. Dan kan je je fundamentele vragen stellen, zoals: waar kunnen we groeien?’

‘Via samenwerking met de industrie en de bedrijven kunnen we onze positie versterken. Dat is een win-winsituatie, ook zij zijn vragende partij. Mijn eerste beslissing was dan ook een vicerector apart bevoegd te maken voor innovatie en ontwikkeling.’

Zo’n vervlechting van universiteiten en bedrijven wordt in onze contreien nochtans sceptisch bekeken. Hoe rijmt u bedrijfsinvesteringen met de vrije onderzoeksziel van een universiteit?

Van Goethem: ‘Onderzoek en vrijheid van onderzoek moeten centraal blijven staan in zo’n samenwerking. Maar als wij als universiteit samen met bedrijven kunnen bijdragen aan een duurzamer milieu en aan circulaire economie, dan zou dat toch geweldig zijn? Wij hebben in Antwerpen ook een bijzondere rol te spelen in het vraagstuk van mobiliteit. Haven, milieu, verkeer, transport, maar ook vraagstukken over gezondheidszorg en grootstedelijkheid. De universiteit kan daarin nog meer een trekkersrol opnemen.’

‘Het voorbije academiejaar hebben we een nieuwe interuniversitaire masteropleiding uit de grond gestampt rond smart cities en internet of things. Wel, zo’n opleiding is er gekomen omdat bedrijven daar expliciet naar vroegen. Geen opleiding over vijf jaar, maar nu, vanaf 2017. Wel, ze staat er. Daar ben ik apetrots op, al hebben anderen het project uitgewerkt. Maar zo moet dat.’

Hebt u als rector meer macht?

Van Goethem: (droog) ‘Ik heb veel macht, ja.’

Doet dat iets met u?

Van Goethem: ‘Eigenlijk niet. Ik ben een gewone mens van vlees en bloed, loop niet naast mijn schoenen. Ik besef goed dat je met macht voorzichtig moet omspringen. Je moet behoedzaam zijn in je uitspraken. De betekenis van wat je zegt, is groter. Al is macht misschien een fout woord voor mijn positie. Ik heb meer invloed dan vroeger. Ik kan bakens uitzetten en beleid maken. Aan de knoppen draaien. Maar de universiteit is een grote organisatie. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen amper hebben gemerkt dat er een rectorwissel is geweest.’

Ik teken altijd ‘met vriendelijke groet’, ook voor de grootmaarschalk van de koning.

‘Invloed zit ook in kleine dingen. Je bepaalt mee de bedrijfscultuur. Als ik me in de eerste vergadering die ik voorzit laat ontvallen dat het vreemd is dat niemand vragen heeft bij een belangrijk dossier, dan komt in een volgende vergadering het debat wel op gang. Of neem het ondertekenen van e-mails en brieven. Die ‘met de meeste hoogachting’ heb ik meteen geschrapt. Ik teken altijd ‘met vriendelijke groet’, ook voor de grootmaarschalk van de koning. Zulke accentverschillen zijn belangrijk in een organisatie. Ik denk dat je in een cultuur van openheid en overleg veel op gang kan brengen. De keerzijde is dat je je ook meer kwetsbaar opstelt.’

Hebt u dat dan al gemerkt?

Van Goethem: ‘Tot nu toe leverde het me enkel veel boeiende gesprekken en interessante inzichten op.En ik ben nog niet uitgegleden, nee. Maar ook ik zal wel eens fouten maken. Tot nu toe hebben we vooral grote lijnen uitgezet. Nu we meer in de diepte gaan, zullen we hier en daar wel eens tegen een muur lopen. Daar moet je mee om kunnen. Ook bij je medewerkers. Ik kan perfect begrijpen dat iemand fouten maakt, zolang ze maar niet structureel zijn. Je moet ermee kunnen leven dat mensen en dingen niet volmaakt zijn.’

U bent niet de man van de grote revoluties, hè?

Van Goethem: ‘Ik denk dat we in een jaar tijd al aardig wat bereikt en in gang gezet hebben. Maar in een grote organisatie kan je niet zomaar het roer omgooien. Ik heb bovendien graag rust in een organisatie. Ik heb geen nood aan constante hervorming. In het onderwijs wordt verandering te vaak als een waarde op zich beschouwd. Om de vijf jaar staat er een nieuwe generatie pedagogen op die met nieuwe inzichten afkomt. Let wel, daar zitten soms erg goede dingen tussen. Maar stabiliteit is ook een waarde. En die kom ik nogal weinig tegen.’

Maar een ontwikkeling als de digitalisering komt toch ook op het onderwijs af. Creëert dat geen onrust?

Van Goethem: ‘Ergens wel. Maar dat is onafwendbaar, dus moeten wij ons intens afvragen wat digitalisering voor ons betekent. Qua lesgeven. Maar ook breder. Bestaan universiteiten over dertig jaar nog? In Nederland zijn er rectoren die - weliswaar wat uit de losse pols - beweren van niet. De universiteiten gaan in elk geval sterk veranderen. Is het niet denkbaar dat studenten die straks op de arbeidsmarkt terechtkomen, eerder dan een diploma een portfolio voorleggen? Met vakken die ze al dan niet digitaal hebben gevolgd, gesprokkeld in universiteiten hier en elders?’

‘Dat houdt ook verband met een ander onderschat thema: de stijgende schaarste op de arbeidsmarkt, ook op universitair niveau. Het arbeidstekort gaat heel sterk toenemen, als gevolg van de vergrijzing. Ook dat kan grote gevolgen hebben voor onze manier van werken en lesgeven.’

Hoezo?

Binnen afzienbare tijd moet je als unief twee soorten opleidingen gaan aanbieden: één voor de overheid en één voor bedrijven.

Van Goethem: ‘De overheid is een belangrijke werkgever. In overheidsdienst gelden vaak diplomavereisten, en dat zal wel zo blijven. Maar bij grote schaarste op de arbeidsmarkt zullen privébedrijven straks misschien al aankloppen bij bachelorstudenten. ‘Kom maar bij ons werken, wij zullen je wel verder opleiden.’ Dat betekent dat we in de toekomst waarschijnlijk twee soorten opleidingen moeten uitwerken. Eén waarmee je de overheid mee tegemoetkomt, en één waarmee je de bedrijven kan bedienen. Dat is eigenlijk nu al begonnen en zal vrij vlug doordringen. Daar moeten wij dus goed op inspelen.’

Hoe doet u dat?

Van Goethem: ‘Door een wendbare organisatie op poten te zetten. We hebben pas onze interne structuur gewijzigd om meer langetermijndenken te introduceren in de raad van bestuur. Het lijkt me ook belangrijk daarin de externe stakeholders een ruimere plaats te geven, om samen na te denken over de toekomst.’

‘Antwoorden hebben we nog niet. Laten we eerst maar al op zoek gaan naar de juiste vragen. In onze zoektocht zullen we zeker fouten maken. Dat hoort erbij. Kijk eens naar de overkant. Daar is de Scheldekade lang geleden rechtgetrokken om er de haven uit te bouwen. Maar die is intussen naar het noorden opgeschoven. Niemand die zo’n scenario destijds voorzag. Is dat dan een foute keuze geweest? Het was in elk geval al snel een achterhaald project. Misschien blijkt over tien jaar dat onze opleiding internet of things ook te gedateerd was. We moeten durven te experimenteren en gericht inzetten op verandering, in de hoop dat tussen het vele wat we doen ook de goede keuzes zitten. De trein niet missen, daar gaat het om.’

Dreigen universiteiten aan relevantie te verliezen?

Van Goethem: ‘Dat denk ik niet. Universiteiten brengen - met permissie - topmensen samen die nadenken over de ontwikkeling van een samenleving. Dat zal altijd zo blijven. Maar het is nooit ons monopolie geweest, en misschien zullen in de toekomst andere kenniscentra veel aan belang winnen. Maar je relevantie heb je voor een stuk zelf in de hand. Als wij ons als Universiteit Antwerpen positioneren rond stedelijkheid, zullen we altijd iets te bieden hebben. Antwerpen is met al zijn grootstedelijke kenmerken een geweldige plek om te werken. Wij zijn het labo van de grootstad. Daarin kunnen wij internationaal een positie verwerven.’

‘Vandaag zijn we wereldspeler in nanotechnologie. In alzheimer. Met Pierre Van Damme hebben we een topexpert in infectieziektes, die net miljoenen heeft gekregen van de Bill & Melinda Gates Foundation voor zijn onderzoek. Je moet er alles aan doen om op onze toppers voort te bouwen, dat spreekt voor zich. Maar hoe relevant zijn zulke onderzoeksthema’s over honderd jaar nog? Dat weet je niet. Wel zeker is dat de universiteit dan nog altijd in Antwerpen zal liggen. Dat is een permanent gegeven.’

Als u het over grootstedelijke thema’s hebt, is multiculturaliteit een voor de hand liggend onderwerp. Schrok u van de reacties, toen u liet weten open te staan voor halalmaaltijden?

Van Goethem: ‘Dat was een mooi voorbeeld van hoe vreemd communicatie kan lopen. ’s Morgens belde een journalist die mijn beleidsplan had gelezen. Daar was ik al blij mee, dat iemand mijn beleidsnota had gelezen. (lacht) Het eerste wat hij opmerkte, was dat ik veel nadruk legde op kansengroepen. En de tweede vraag was of we dan ook halalmaaltijden gingen aanbieden. Ik vond dat niet ondenkbaar en wist toen trouwens niet dat we dat al vele jaren doen.’

©karoly effenberger

‘De volgende ochtend tijdens het scheren riep mijn vrouw me van aan de ontbijttafel: ‘Herman, ge staat in de gazet. Met iets over halal!’ Waarop ik de bui al zag hangen... Om kwart voor acht belde MNM, om tien voor acht Radio 2. Ik had duidelijk een gevoelige snaar geraakt. Maar wat een beetje als een futiele discussie was begonnen, schoof snel op naar de grote relevantie. Tegen de middag ging het debat al over de vraag of onze universiteiten niet te wit waren. En ’s avonds zat ik in ‘Terzake’ in debat met minister van Onderwijs Hilde Crevits, die me meer middelen toezegde voor de instroom van leerlingen uit kansengroepen. Of hoe je communicatie kan bijsturen om er een zinvol debat aan over te houden.’

Zijn universiteiten te wit?

Van Goethem: ‘Natuurlijk. Niet dat we de exacte spiegel van de maatschappij moeten worden. We leiden geen manuele arbeiders op, bij ons overweegt de intellectuele, analytische component. We richten ons op een segment. Maar zelfs daarin schieten we zichtbaar tekort. En dus moeten we ons afvragen hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen.’

En?

Van Goethem: ‘Ook daar is het antwoord complex. En het gaat voor alle duidelijkheid om meer dan zieltjes winnen voor de Universiteit Antwerpen. Het is een maatschappelijke opdracht om talentvolle jongeren uit kansengroepen aan te zetten om voor hoger onderwijs te kiezen. Dat is enorm belangrijk, want hoger onderwijs is en blijft de beste garantie op werk.’

‘We moeten bijvoorbeeld leerlingen in secundaire scholen aanspreken, bewustmaken. Zo werken onze studenten samen met de hogescholen mee aan een tutoraatproject, zo’n 300 vrijwilligers die leerlingen helpen bij het studeren. In sommige scholen staan ze echt te drummen om bijles van een student te mogen krijgen. Die studenten zijn belangrijke rolmodellen. Velen zijn trouwens ook actief in jeugdbewegingen. Leve het kampvuur!’

‘Wat we daar doen, lijkt wel wat op wat kardinaal Cardijn deed in de jaren ’30. Die ging met zijn lange soutane en zijn Romeinse col rond bij dorpsonderwijzers, om ervoor te zorgen dat de slimste van de klas werd aangespoord om voor hoger onderwijs te kiezen. Die jongen moest dan ook sociale vaardigheden worden bijgebracht, zoals hoe schoenen te knopen of hoe in de stad mensen op straat aan te spreken. Het is vergelijkbaar met vandaag. Jongeren uit kansengroepen met een intellectueel potentieel missen de culturele handvaten om hun weg te vinden.’

Hoe bedoelt u?

Van Goethem: ‘Taalvaardigheid is een voor de hand liggende noodzaak. Maar het gaat veel breder. Wij begeleiden met ons gezin een Afghaanse vluchteling. Die jongen heeft een oogaandoening en moet daarvoor tot in het ziekenhuis geraken. Zelf lukt het hem niet die afspraak te maken en zijn weg te vinden. In sommige culturen is tijdsbeleving totaal anders, en dan moet je nog het openbaar vervoer kunnen vinden, logo’s begrijpen, de juiste lift nemen.’

‘En als je het dan toch tegen alles in schopt tot aan de unief, dan kom je binnen in een totaal witte, westerse omgeving. Daar is op zich niets mis mee, maar hoe intimiderend is zoiets niet voor zo’n jongere? Ik zeg niet dat we moeten opofferen wie we zijn. Maar kunnen we niet een klein beetje meer verwelkomend zijn? Gewoon wat meer empathie en medemenselijkheid, dat zou toch zoveel kunnen oplossen.’

Heeft religie een plaats aan de universiteit?

Van Goethem: ‘Bij ons wel, ja. Daarin verschillen we van bijvoorbeeld de VUB. De universiteit is actief pluralistisch. Ons project is niet dat van de Franse ‘laïcité’. Religie is nu eenmaal een realiteit. De meerderheid van de mensheid was en is godsdienstig. Niet-gelovige mensen in de geschiedenis, dat is een rariteit. Religieus zijn is klaarblijkelijk ‘des mensen’. Religies kunnen soms heel fout lopen, maar meestal zijn ze verbindend. Ze doen veel mensen ook streven naar het goede.’

Ik zal blij zijn als we straks een moslima met een hoofddoek als prof hebben.

‘Studenten kunnen dus bij ons hun religie beleven. Er zijn stille ruimtes. Als we straks een moslima met hoofddoek als prof hebben: geen probleem. Ik zal blij zijn als het zo is.

Hoe kijkt u dan naar het maatschappelijk debat, dat duidelijk de andere richting uit gaat?

Van Goethem: ‘Dan word ik meteen weer een academicus. Dan bekijk ik dat debat vanuit mijn ivoren toren met mijn monocle, en denk ik: ‘Hmm, interessant!’ (lacht) De grote vraag is in welke wereld je wil leven. De wereld waar de extreemrechtse partijen nu mee dwepen, is een geconstrueerd ideaalbeeld van een wereld die nooit of nauwelijks echt heeft bestaan. Ze willen in een witte wereld leven met witte waarden, maar wel die waarden die pas sinds de jaren zeventig worden omarmd. Ach, de wereld zal multicultureel zijn, of zal niet zijn. Sommige dingen kan je niet tegenhouden.’

Van Goethem staart in de vlammen. Hij mag dan rector en dus de facto manager zijn, in zijn borst klopt het hart van een historicus. En die academicus kijkt naar de wereld en ziet onvermijdelijk patronen die terug te koppelen zijn naar het verleden. Het is ook de reden waarom Van Goethem jaren geleden zijn schouders zette onder Kazerne Dossin, een museum over zowel de Holocaust als massageweld in het algemeen. ‘Collectief geweld en daderpsychologie, dat benen we daar nu uit. Genocides en slachtpartijen hebben allemaal een eigen verhaal, maar tegelijk zien we dezelfde geweldpatronen. Of het nu over IS, de Oostfrontstrijders, de nazi’s of Rwanda gaat.’

Trekt de maatschappij genoeg lessen uit het verleden?

Van Goethem: ‘Geschiedenis geeft ons geen handvaten om met het heden om te gaan. Ze geeft ons wel een referentiekader. Ze reikt vragen en analytische invalshoeken aan om te begrijpen wat gaande is en voorzichtige keuzes te maken. Op dat vlak is geschiedenis een sterke wetenschap.

Ik ben ook jurist, dus ik kan vergelijken. Rechten, dat is een methodologie. Geschiedenis, dat is de mens in zijn totaliteit, antropologie met daar bovenop de historische dimensie. Completer wordt het niet. Jammer dat het diploma zo wordt onderschat op de arbeidsmarkt.’

U hebt onlangs de parallel gemaakt tussen vandaag en de jaren dertig. Is dat niet een tikkeltje overdreven?

Van Goethem: ‘Nee. Ik zeg niet dat we op weg zijn naar een nieuwe wereldoorlog. Maar er zijn wel degelijk patronen waarneembaar. Het populisme gebaseerd op leugens, scheldpartijen en vijandbeelden is terug. De democratie staat onder druk, net als toen.’

Als Trump ertoe oproept, krijg je geweld in de straten. We hebben daar het laatste nog niet van gezien.

‘Neem nu dat filmpje dat Donald Trump deelde, waarin hij een man met het logo van CNN als hoofd neersloeg. Dat is een pure legitimatie van geweld, komende van een president. Als Trump ertoe oproept, dan krijg je geweld in de straten. We hebben daar het laatste nog niet van gezien. Intellectuele analyses zullen Trump zelf niet tegenhouden. Maar de vele waarschuwingen uit zovele hoeken doen anderen wel nadenken. Maar ik maak me geen illusies. Als historicus kan je ook interessante dingen zeggen over geweld die nul zoden aan de dijk zetten.’

Wat bedoelt u?

Van Goethem: ‘Terreur is verschrikkelijk. Maar naar kwantiteit is het geweld dat we nu meemaken in Europa minder erg dan wat we in het verleden hebben gezien. De terroristische aanslagen in de jaren zeventig maakten nog meer slachtoffers. Om over het dagelijkse geweld van de 19de eeuw of de massavernietiging van de wereldoorlogen nog maar te zwijgen. Terreuraanslagen kwamen al in de jaren 1880 voor, de Parijse metro was al rond 1900 een doelwit. Dat is allemaal niet nieuw.’

‘Maar in onze perceptie is het vandaag allemaal veel erger. Omdat we een smartphone hebben en bij elke aanslag als het ware met onze voeten mee in het bloed staan. Organisaties als IS gebruiken dat als hefboom. Het gewicht van het lijden dat ze berokkenen, is veel groter, omdat iedereen mee lijdt. Dat vinden zij fantastisch. De psychologie van de angst is heel efficiënt.’

Overdrijven we met onze angst?

Van Goethem: ‘Angst is geen goede categorie om over na te denken. Maar het is moeilijk om niet bang te zijn. De vraag is hoe je ermee omgaat. Belangrijk is de feiten te blijven bevragen en in perspectief te blijven plaatsen. Blijven nuanceren ook. Maar als het over angst gaat, is dat aartsmoeilijk. ’

Missen we die nuance in de politiek?

Van Goethem: ‘Absoluut. Maar politici moeten nu eenmaal ook worden herverkozen. Dat beperkt de mogelijkheden tot nuancering en langetermijndenken. Dan is mijn job veel gemakkelijker en aangenamer.’

U moet nochtans ook worden herverkozen.

Van Goethem: (blaast) ‘In vier jaar kan je heel wat bereiken en in gang zetten. Als het daarna afgelopen is, oké dan. Dan ga ik wel weer schrijven. Ik werk nu nog een boek af over Antwerpen in de Tweede Wereldoorlog, nadien volgt wel wat anders.’

Het mooie aan een universiteit is dat je geen rector hoeft te zijn om iets te betekenen.

‘Het mooie aan een universiteit is ook dat je niet absoluut de rector hoeft te zijn om iets te betekenen. Een universiteit is een pluralistische instelling met veel opinies, die kolken en bruisen. Al die wetenschappers kunnen bevragen en beïnvloeden. Het academische lijkt me veel aangenamer dan de politiek. Ik heb bewondering voor politici. Hun job is boeiend maar vaak ook hard, zo genadeloos. Mijn job is niet hard.’

Uw dagen zijn goedgevuld. Hebt u nog ruimte voor iets anders dan werk?

Van Goethem: ‘Ik heb een heerlijk en goed draaiend gezin met vier kinderen, van wie er al drie zijn uitgevlogen. Het overige is eigenlijk bijzaak. Professioneel ben ik de hele tijd bezig met structuren, modellen, de samenleving, een grote organisatie.

Om dat te compenseren moet je terugvallen op kleine en eenvoudige dingen. Vrienden en familie wijzen me terecht als het moet, ze zijn mijn ankerpunt. Ik put ook energie uit mooie dingen. In een ander leven was ik antiquair geworden, of meubelmaker. Ook mooie muziek is belangrijk. In de auto ligt nu een cd met madrigalen van Monteverdi. Die zet ik op als ik wat moe ben. Dan is je hoofd even gevuld met een totaal ander medium, en kom je weer in evenwicht.’

‘Over moe zijn gesproken’, zegt Van Goethem. De nacht is al even gevallen over Antwerpen. Af en toe passeert nog een verlichte boot op de Schelde, maar voor de rest is er enkel het zachte licht van het vuur en de schijn die van de andere oever komt. ‘Morgen is er weer zo’n goedgevulde dag. Dus met uw goedvinden spring ik op mijn fiets.’ Van Goethem schudt ons de hand en laat dan de zijne weer in zijn zakken verdwijnen. Rustig kuiert hij naar het fietsenrek en verdwijnt trappend de nacht in.

Volgende week in de Reeks Vuurkorfgesprekken: René Stockman, generaal-overste van de Broeders van Liefde en de machtigste Belg in het Vaticaan

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud