Advertentie

Wat paradijs is voor de ene is voor de andere de hel

Met zijn jongste rapport over de Belgische economie schiet het IMF de regering-Michel te hulp. ©Photo News

De ngo Oxfam bestempelt België als een paradijs voor de banken, maar de Belgische bankiers zijn wanhopig op zoek naar waar dat paradijselijk plekje zich hier te lande bevindt.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van zijn kant heeft een werkstukje klaargestoomd om de regering Michel te helpen in haar discussies over de hervorming van de vennootschapsbelasting.

België een belastingparadijs voor de banken? Zo ervaren de bankiers het niet. ‘De vennootschapsbelasting en de bankentaks snijden 40 procent van de winst van de Bank J. Van Breda weg’, klonk het onlangs bij Ackermans & van Haaren, de eigenaar van de bank. KBC betaalde in 2016 in België 226 miljoen euro vennootschapsbelasting en kreeg een bankenheffing van 275 miljoen opgelegd. In totaal stortte KBC 1,1 miljard euro in de schatkist - waarvan 600 miljoen euro in de Belgische - op 7,2 miljard euro inkomsten en op een brutowinst van 3 miljard.

Wie voorstander is van rechtvaardiger belastingen moet in de eerste plaats pleiten voor lagere belastingen.

Toch bestempelt Oxfam in een maandag gepubliceerd rapport België als een belastingparadijs voor banken. Volgens de ngo laten Europese grootbanken 3,1 miljard euro winst via hun Belgische filialen lopen om hun belastingfactuur te drukken. Oxfam nagelt België aan de schandpaal als derde belangrijkste vrijhaven, na Hongkong en Luxemburg. Maar in een voetnoot, 26 pagina’s verder in het rapport, erkent Oxfam dat uit gedetailleerde cijfers blijkt ‘that in fact most banks do not use Belgium as a tax haven’. Sjonge. De these dat België een paradijs is voor banken behoort dus tot het rijk der fabelen.

Hoe zit het met de belastingdruk op niet-financiële bedrijven? Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) bond begin vorig jaar de kat de bel aan met zijn voorstel om het tarief van de vennootschapsbelasting te verlagen, omdat onze buurlanden daar ook mee bezig zijn en België zich uit de markt dreigt te prijzen. Anderhalf jaar later is de discussie daarover nog niet opgeschoten. Het IMF schiet de regering-Michel nu te hulp. In zijn jongste rapport over de Belgische economie, dat onlangs werd gepubliceerd, licht het IMF in een apartje hoofdstukje de bedrijfsbelastingen in ons land door.

Het nominale tarief van de vennootschapsbelasting, 33,99 procent, ligt in België aan de hoge kant, merkt het IMF op. Maar in de praktijk loopt het zo’n vaart niet. Alleen de sukkelaars die geen beroep kunnen doen op bijzondere aftrekposten of geen ontwijkingsmogelijkheden hebben, betalen de volle pot. Door de vele uitzonderingsregimes bedraagt het gemiddelde effectieve belastingtarief slechts 26,7 procent. Hoger dan het Europese gemiddelde van 21 procent en het effectieve tarief in Ierland en Nederland, maar lager dan in Frankrijk en Duitsland.

Belastingvoordelen

Dat het effectief betaalde tarief in België een stuk lager ligt dan het nominale tarief, is het gevolg van onder meer de notionele intrestaftrek en andere belastingkortingen. Maar Europa doet almaar moeilijker over die kortingen en door de extreem lage rente levert de notionele intrestaftrek nog weinig belastingvoordelen op. Vandaar de roep om het nominale tarief te verlagen.

Volgens sommigen betalen ondernemingen in ons land echter nu al te weinig belastingen. Toch liggen de inkomsten uit de vennootschapsbelasting hier hoog: 3,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), tegenover een Europees gemiddelde van 2,3 procent. Ten eerste omdat het (effectieve) tarief hier hoger ligt. En ten tweede omdat België veel vennootschappen telt. Dat laatste weerspiegelt niet de grote ondernemingszin van de Belgen. Het is een product van ons fiscaal systeem. Om te ontsnappen aan de ontmoedigend hoge tarieven in de personenbelasting oefenen heel wat zelfstandigen - echte en valse -, vaklui en vrije beroepers hun activiteiten uit via een vennootschap. Door al te inhalig te zijn, organiseert de overheid in ons land zelf de belastingontwijking. En zo fopt ze zichzelf.

Wie écht voorstander is van rechtvaardiger belastingen, moet pleiten voor lagere belastingen.

Met een aantal maatregelen heeft de overheid deze ontwijkingspiste de jongste jaren wel minder aantrekkelijk gemaakt. Dat activiteiten via een vennootschap worden uitgeoefend, maakt nog nauwelijks verschil uit. Tenzij de winsten niet worden uitgekeerd, maar in de vennootschap blijven en door de bedrijfsleider pas later te gelde worden gemaakt door zijn vennootschap te verkopen. De meerwaarden die hij dan realiseert, worden immers niet belast in de personenbelasting.

Het IMF berekent niet hoeveel inkomsten de fiscus daardoor misloopt, maar stipt wel aan dat het oppotten van geld in de vennootschappen economisch niet efficiënt is. Het pleit niet bruutweg voor een meerwaardebelasting om die anomalie weg te werken, maar zegt dat dat moet worden bekeken in een bredere hervorming van de belasting op bedrijfswinsten én beleggingsinkomsten. En dat is precies de lastige oefening waar premier Charles Michel mee bezig is.

Het IMF heeft nog aanbevelingen. Het nominale tarief in de bedrijfsbelasting moet omlaag als België interessant wil blijven als vestigingsplaats voor multinationals. Het verlaagde tarief voor kmo’s wordt beter afgeschaft, want het is een rem op de groei van de bedrijven. Reken af met de gunstregimes voor bedrijfswagens, maaltijden en inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten, dan komt er ruimte om het belastingtarief te verlagen.

Kabaal

De voorstellen van het IMF zijn bedoeld om de vennootschapsbelasting in België eenvoudiger en logischer te maken, niet om de bedrijven zwaarder te belasten. Want daar knelt het schoentje niet. Maar hoe zinvol de voorstellen ook zijn, ze botsen op het Belgische onvermogen om zaken te veranderen. Kijk naar het kabaal dat de geplande afschaffing van de ecocheques veroorzaakt.

Elke voorgestelde belastinghervorming botst hier op verzet, omdat de vrees gewettigd is dat ze resulteert in een belastingverhoging. Er is een grens aan de hoeveelheid belastingen die mensen bereid zijn te betalen, en die grens ligt op 50 procent. Als de overheid meer eist, wordt dat als hoogst onrechtvaardig ervaren en zal men proberen daaraan te ontsnappen. Daar zijn altijd mogelijkheden toe, ook perfect wettelijke.

Met een globale belastingdruk van 46,6 procent van het bbp zit België dicht bij die grens. En kom niet aandraven met het argument dat we daar geweldige diensten voor in de plaats in krijgen. Wie écht voorstander is van rechtvaardiger belastingen, moet pleiten voor lagere belastingen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud