reportage

‘Welkom in het grootste bedrijf waar u nog nooit van hebt gehoord'

©© Fabio Nodari

Elke drie dagen één verdieping erbij, een glijbaan naar het gelijkvloers, een monorail voor het personeel. Een bezoek aan de Chinese techbedrijven die onze toekomst uittekenen.

‘De impact van WeChat is enorm’, zegt onze gids Effychung. We staan in het hoofdkantoor van Tencent in Shenzhen, de holding achter de razend populaire app. Ze toont op haar iPhone wat allemaal mogelijk is met de alles-in-een toepassing. Chatten, bellen, betalen, een taxi boeken, een doktersafspraak maken. Ook geld overschrijven gaat rimpelloos. Ik krijg als demonstratie 1 Chinese yuan - 13 eurocent - kado van haar. ‘Oh ja, je kunt er ook een date mee vinden.’

Binnenraken bij het grootste bedrijf van China - met een waarde van 228 miljard euro - verliep makkelijker dan verwacht. Contact leggen vanuit België was onmogelijk, maar even aankloppen bij de receptie bleek voldoende om prompt een rondleiding te krijgen. Het blijkt een constante dat de Chinese reuzen een pak toegankelijker zijn dan hun Amerikaanse tegenhangers.

De toren telt bijna 100 verdiepingen. ‘Toch is Tencent zijn thuis ontgroeid’, zegt Effychhung. Begin volgend jaar verkast het bedrijf naar een nog groter prestigeproject wat verderop in de stad. Het is tekenend voor hoe snel het gaat in Shenzhen.

Op de hoogste verdieping zit CEO Pony Ma. Die is volgens onze gids lang niet zo mysterieus als buitenlandse media vaak doen uitschijnen. ‘We zien hem hier regelmatig rondwandelen. Af en toe geeft hij ook een lezing voor het personeel. En elk jaar opent hij het personeelsfeest met een dansje.’ Met een geschat vermogen van 22 miljard dollar behoort Ma tot de allerrijkste Chinezen.

Hier komen ondernemers op zoek naar geld en investeerders op zoek naar goede ideeën.
Daisy
Beheerder start-upstraat innoway in Peking

We moeten mee naar een blitse exhibitieruimte. Videoschermen tonen hoeveel mensen zijn ingelogd op de services van Tencent. Meer dan 242 miljoen gebruikers zijn op dit moment aan het chatten op QQ, de eerste grote hit van het Chinese bedrijf. Op WeChat, dat sinds 2011 beschikbaar is, hebben de voorbije maand 806 miljoen gebruikers ingelogd. Dat is opnieuw een record.

Met onze smartphone in de hand duiken we het centrum van Shenzhen in. Een nieuwe wereld gaat open. Om ’s ochtends een ontbijt te kopen bij een straatverkoper hebben we geen cash of kaart meer nodig. Het volstaat om de streepjescode van onze Wechat- of Alipay -account te tonen. Die zijn gelinkt aan onze bankrekening en handelen de transactie meteen af.

Ook de taxi naar de volgende afspraak boeken we cashloos met de app van de taxidienst Didi. Enkele minuten later rijdt een taxi voor. Het is opvallend hoe Chinezen spelen met de technologie alsof ze nooit anders hebben gedaan. Vijf jaar geleden had amper iemand in dit land een smartphone. Nu voelt het alsof wij jaren achterop lopen.

We rijden door het centrum van Shenzhen. De stad oogt futuristisch. Lang was ze de fabriek van de wereld, maar die tijd loopt ten einde. Shenzhen is nu een technologiehub bij uitstek geworden. Naast Tencent hebben veel ambitieuze hardwarebedrijven hier hun thuis. Huawei, de derde grootste smartphonebouwer ter wereld, heeft zijn campus wat verderop. De skyline groeit hier ook zienderogen. De ‘Shenzhen-speed’ is een begrip in de bouwsector, elke drie dagen één verdieping.

Het hart van de stad klopt in de technologiemarkt Huaqiangbei, de grootste ter wereld. Het is een aaneenschakeling van shoppingmalls waar werkelijk elk componentje ter wereld verkrijgbaar is. Het is een overrompeling. Dozen vol kabels en chips worden binnen en buiten gesleurd. Zowel origineel materiaal als namaak is hier te vinden. In de hal met consumentenproducten is virtuele realiteit de laatste hype. Duizenden VR-brillen liggen tentoongesteld bij kleine standjes.

Oproep van Deng

In een atelier enkele verdiepingen boven de markt heeft het investeerdersplatform Hax een atelier. Het trekt buitenlandse start-ups aan die het in Shenzhen willen maken. Ruth, een Brit, werkt aan een slimme skischoen met een bijhorende applicatie. Hij verhuisde enkele maanden geleden van Londen naar hier. ‘Dit voelt als de plek waar ik op dit moment moet zijn’, zegt hij. ‘Ik daal gewoon de trap af als ik een onderdeel nodig heb voor een prototype. Ook de massaproductie gebeurt hier bij de deur. Dat is nergens anders mogelijk.’

Het verhaal van Ruth illustreert de aantrekkingskracht van Shenzhen. Wie naar de stad trekt, doet dat om er te gaan werken of te ondernemen. Sinds de toenmalige leider Deng Xiaoping zowat 30 jaar geleden van de regio een speciale economische zone maakte, verhuisden meer dan 10 miljoen Chinezen naar Shenzhen. Intussen ook meer en meer buitenlanders. ‘Maar niemand komt naar Shenzhen om te chillen’, vertrouwt een local ons toe.

22 miljard
Het vermogen van Pony Ma, de CEO van Tencent, wordt geschat op 22 miljard dollar.

Een taxi voert ons tot bij de campus van de elektrischeautofabrikant BYD. Het is een van die techreuzen die buiten China weinig belletjes doen rinkelen. In Brussel rijden nochtans 50 taxi’s van het merk rond. ‘Het grootste bedrijf waar je nog nooit van hebt gehoord’, lacht John, die ons ontvangt. Sinds BYD - voluit Build Your Dreams - vorig jaar Nissan heeft voorbijgestoken, is het de grootste autobouwer ter wereld. Dit jaar maakt het 120.000 volledig elektrische voertuigen, plus nog een pak hybrides. De komende jaren moeten dat er veel meer worden.

Met een elektrische auto rijden we door het enorme bedrijfsterrein. Hier werken én wonen ongeveer 40.000 werknemers. Het lijkt een kleine stad. Boven ons wordt een monorail gebouwd. ‘Een prototype voor een nieuwe technologie die we testen’, zegt John. ‘Als hij af is, mogen de werknemers hem ook zelf gebruiken.’ Voorlopig staan enkel de pijlers recht. ‘Maar eind september is het hele project af. Dit is China.’

Op de trein

John zucht wanneer we de vergelijking met Tesla proberen te maken. ‘Tesla maakt collectors items. Wij maken alledaagse wagens’, antwoordt hij kort. ‘De focus ligt ook anders. BYD mikt vooral op taxi’s en bussen. Daarmee is onze impact meteen veel groter dan met louter privéwagens.’ Hij regelt een elektrische taxi die ons weer naar het stadscentrum brengt. Een uitzondering is zo’n stille motor hier niet. Ongeveer de helft van het openbaar vervoer in Shenzhen rijdt al elektrisch.

BYD hybride wagen Tang

Met een hogesnelheidstrein overbruggen we de meer dan 2.000 kilometer tussen Shenzhen en hoofdstad Peking. Ook om dat treinticket te kopen volstaan enkele clicks in de applicatie van WeChat. Wie hier in het station niet zijn smartphone bovenhaalt om zijn bevestiging te tonen, is de uitzondering.

Tijdens de rit van meer dan tien uur wordt nog maar eens duidelijk hoe verslingerd Chinezen zijn aan hun scherm. We worden vrienden met enkele Chinezen op WeChat. Even onze barcode uitwisselen volstaat om in elkaars contactenlijst op te duiken. Door met je gsm te schudden zie je wie in de buurt ook is ingelogd. Mijn buurman scrollt door Taobao, de enorm populaire internetwinkel van Alibaba. Af en toe verstuurt hij een kort spraakberichtje via WeChat, alsof hij tegen een walkietalkie praat. Getypte berichtjes zijn in China helemaal passé.

Geen copycat

In Peking hebben we afgesproken in Innoway, een straat midden in het techdistrict van de stad, met bijna 50 start-upcafés. In de hoofdstad draait het minder om hardware en meer om het internet. Verschillende Chinese en buitenlandse techgrootmachten hebben in deze buurt hun thuis. We spotten de thuisbasis van Baidu, het bedrijf achter China’s grootste zoekmachine. Ook de brains zitten in de buurt. Twee Chinese topuniversiteiten - de Peking en Tsinghua Universiteit - liggen op een steenworp.

‘Hier komen ondernemers op zoek naar geld, en investeerders op zoek naar goede ideeën’, zegt Daisy, die de start-uptraat beheert. Ze neemt ons mee naar de Garage Café. ‘Enkele jaren geleden werd daar aan een hoektafeltje de taxi-app Didi opgericht.’

Een van de succesverhalen die Daisy telkens weer aanhaalt, is dat van Xiaomi, dat even verderop zijn campus heeft. Dat Xiaomi zo vaak over de tongen rolt, is opmerkelijk. Lang werd het bedrijf ervan beschuldigd de producten van Apple zonder meer na te maken. Xiaomi stond net symbool voor het gebrek aan creativiteit in China. De CEO kleedde zich zelfs helemaal zoals Steve Jobs van Apple.

‘Maar we zijn niet meer de copycat waar mensen ons voor houden’, zegt Joy Han van Xiaomi, wanneer ze ons later een rondleiding geeft. Hun smartphones lijken inderdaad al veel minder op die van Apple. Joy moet ongemakkelijk lachen als we haar vragen waarom hun laatste laptop dan toch de Xiaomi Notebook Air heet, een naamgeving die nog altijd sterk aan het bedrijf uit Cupertino doet denken. ‘Ik begrijp ook niet goed waarom ze dat blijven doen’, geeft ze toe.

Drones op een markt in Shenzhen

Joy neemt ons mee naar een showroom naast het bedrijf met nog een pak andere Xiaomi-apparaten. ‘Het bedrijf maakt veel meer dan smartphones en computers’, zegt ze. Veel producten hebben een typische Chinese inslag. Een rijstkoker die op basis van de barcode de juiste kooktijd hanteert. Of de slimme luchtzuiveraar. Alle toestellen zijn verbonden met een app waarmee je ze van op afstand kan besturen.

Terwijl groepjes jonge Chinezen voor hun lunch naar buiten komen, kijken we nog even binnen in het centrale gebouw van Xiaomi. We zien een glijbaan die werknemers van de tweede verdieping naar het gelijkvloers brengt. Houten strandhutjes als vergaderruimtes. Een biljarttafel.

Wie alleen dit zag, zou zweren dat hij in Silicon Valley was. Maar dit is de Silicon Dragon. En die doet veel meer dan alleen maar kopiëren. Bedrijven als Xiaomi zijn heel erg ambitieus. De collega’s van Joy bij de persdienst zijn net vertrokken naar de Verenigde Staten om nieuwe producten voor te stellen. ‘Natuurlijk hebben wij grote internationale plannen’, zegt ze. ‘Nu vooral in India en Brazilië. En op termijn ook Europa. Wij zijn uiteindelijk nog maar een klein kind van zes jaar. De toekomst ligt voor ons.’

©Mediafin


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect