interview

'Wij hebben de voorbije dertig jaar alleen over voetbal gepraat'

©Diego Franssens

De ene topflik, de andere strafpleiter. Dertig jaar waren Martin en Walter Van Steenbrugge elkaars tegenpolen. Dat de broers nu samen topsporters gaan begeleiden, bewijst dat hun tegengestelde belangen nooit wrevel wekten. Zelfs niet toen de ene promotie misliep door de andere. ‘Ons geheim? Nooit over ons werk praten’

Een paar jaar geleden kreeg strafpleiter Walter Van Steenbrugge (55) telefoon uit Thailand. Een Belgische crimineel die er bij de lurven was gevat, vroeg of hij hem wilde vertegenwoordigen. Toen de man gerepatrieerd was en Van Steenbrugge hem ging opzoeken in de cel in Hasselt, viel zijn mond net niet open. ‘Advocaat? U bent het toch die me heeft gearresteerd?’

Martin Van Steenbrugge (62) was tot eind vorig jaar als baas van het FAST-team van de federale politie verantwoordelijk voor het opsporen van voortvluchtige criminelen. Nu begint hij aan een nieuwe carrière als makelaar en begeleider van topsporters.

Walter Van Steenbrugge (55)  is een bekend strafpleiter en sportadvocaat. Met Van Steenbrugge Advocaten leidt hij zijn eigen kantoor, waar intussen 33 mensen werken. Hij pleitte bekende zaken, waaronder de moord op veearts Karel Van Noppen, het kindermisbruik in de kerk en het nu lopende proces rond de euthanasie van de 38-jarige Tine Nys.

 

De verwarring is begrijpelijk. De strafpleiter en zijn broer Martin (62), tot eind vorig jaar als chef van het FAST-team van de federale politie de bekendste boevenjager van het land, lijken erg op elkaar. Dezelfde afgetrainde bouw, een gelijkaardig spits gezicht en schijnbaar dezelfde kapper. Als de broers uit de auto stappen, moeten we even goed kijken. Pas als ze naderen, vallen de verschillen op.

Hun hele carrière waren ze twee kanten van de medaille die justitie heet. De ene pakte criminelen op, de ander verdedigde ze. Maar tot wrevel heeft dat nooit geleid. Nu Martin bij de politie afzwaait, gaat hij een samenwerking aan met het advocatenkantoor van zijn broer. Met Van Steenbrugge Mediation richtte hij een vennootschap op die zal optreden als makelaar en begeleider van voetballers. Martin neemt het sportieve deel voor zijn rekening, Walter de juridische omkadering. Na dertig jaar tegenover elkaar staan ze weer gewoon naast elkaar.

Het is de bedoeling een dubbelgesprek te doen. Maar door omstandigheden wordt het meer een anderhalfgesprek. Het is eind december, en Martin is aan zijn laatste dagen als policier bezig. En de job gaat voor, ook al heeft hij een dag vakantie. Ergens in Brussel staat het FAST-team dicht bij een arrestatie voor de Hongaarse collega’s, en de chef wordt op de hoogte gehouden. Een tiental keer gaat zijn telefoon - beltoon: ‘Baker Street’ van Gerry Rafferty. En dan verdwijnt hij plichtsbewust even naar de achtergrond. ‘Die adrenaline, die ga ik toch missen’, grinnikt hij tussen de telefoontjes door.

Wars van hiërarchie

Plaats van afspraak is het station van Oudenaarde, waar de broers - samen met een oudere broer en zus - een flink stuk van hun jeugd doorbrachten. Ze woonden in het stationshuis, van waaruit hun vader het station bestierde. Vandaag ligt het station enkele honderden meters verderop, een zielloos maar efficiënt modern gebouw. De ouderlijke woning van de Van Steenbrugges wordt nog deels gebruikt door het NMBS-personeel. En dus willen de broers weleens een kijkje nemen.

Met het vertrouwen van een politieman die al in menig huis is binnengevallen, neemt Martin het voortouw. Hij negeert het bord ‘voorbehouden voor NMBSpersoneel’ en start een kleine rondleiding, langs een koertje dat vroeger overdekt was. ‘Hier stond een biljarttafel, waar al het NMBS-personeel op kwam spelen.’ Via een soort veranda komen we in een opslagruimte, waar we op een verwarde conciërge stoten. Nadat duidelijk is dat de vreemde bezoekers hier lang geleden hebben gewoond, nodigt hij ons uit de rest te bezichtigen. ‘Maar pas op, boven is het gebouw niet onderhouden.’

Terwijl ze hun oude slaapkamers opzoeken, halen de Van Steenbrugges herinneringen op. Walter: ‘We zijn opgegroeid in een warm nest. Als gezin, in de eerste plaats. Ik kan me niet herinneren dat we ooit onderling ruzie hebben gemaakt. Iedereen was hier ook welkom. Het was een komen en gaan van kaartjesknippers, onderstationschefs en piossers, de arbeiders in de gele hesjes die instonden voor het onderhoud van de wissels. Ze kwamen even opwarmen of een kom soep eten. Mijn moeder hield eigenlijk permanent een café open voor de mensen van het spoor. Na een tijd was dat een grote familie. Iedereen kende iedereen.’

Het was bij ons thuis een komen en gaan van kaartjesknippers, onderstationschefs en spoorarbeiders.
Walter Van Steenbrugge

‘Daar is mijn vader altijd heel goed in geweest, in mensen aan hetzelfde zeel laten trekken. Het idee dat je als collectief meer bereikt dan alleen, dat hebben we van hem meegekregen. Wars van hiërarchie, van hoog naar laag, iedereen samen. Ik zag mijn ouders om vier uur opstaan om mee te helpen de wissels te ontdooien, met verwarmde stenen van op de stoof. Of hij de stationschef was of niet, dat maakte niet uit. Ze hadden hetzelfde doel. Dat is het gevoel dat ik op kantoor ook wil creëren. Mensen verantwoordelijkheid geven, de autonomie om beslissingen te nemen. Hiërarchie wordt overschat.’

Martin: ‘Bij de politie leeft dat idee van hiërarchie nog veel erger. Zoveel lagen bazen. Ik heb daar altijd een beetje lak aan gehad. Natuurlijk moet je een chef hebben die beslissingen durft te nemen. Het leven is niet altijd Club Med, vrijheid blijheid. Maar dat kan perfect zonder alles in strakke werkprocessen te gieten. Er zijn veel managers bij de politie die meer met die processen bezig zijn dan met hun kerntaken. Dat is de wereld op z’n kop.’

‘Toen ik commissaris werd, kwam er een hoofdcommissaris bij mij. Hij zei dat ik nu officier was en toch maar moest veranderen. Ik heb eens vriendelijk geknikt en ben gebleven wie ik was. (lacht) Bij de politie was dat niet altijd makkelijk. Ik kreeg het label van de rebelse flik opgeplakt. De politieman met de lange haren. Maar mijn aanpak is altijd goed gegaan. Ik heb nooit overhoopgelegen met mijn mensen, nooit problemen gekend.’

De broers bedanken de conciërge voor de gastvrijheid en stappen buiten langs wat vroeger de tuin was, maar nu een parking. ‘Ik ben blij dat we hier nog eens zijn geweest’, zegt Walter. ‘Het is goed voor je perspectief. Welke verdienste hebben wij eraan dat we hier zijn kunnen opgroeien? Geen enkele, maar het zet je wel op weg voor de rest van je leven.’

‘Wij zien in onze job elke dag hoe belangrijk die basis is. Als ik met daders praat, zijn dat vaak mensen die thuis werden geslagen of misbruikt, of die enorm fout voorbeeldgedrag zagen. Die mensen moeten verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun daden, maar in ons huidige rechtssysteem zijn ze een vogel voor de kat. Het heeft geen enkele zin dat soort mensen in onze gevangenissen te steken. Dat zijn huizen van wantrouwen, jungles met een ijzeren hiërarchie waar de drugs voor het grijpen liggen. Als je onze recidivecijfers bekijkt, besef je dat het hoog tijd is om die discussie te voeren.’

Martin: ‘Als politieman horen wij ook die verhalen van dramatische situaties. Maar wij moeten een stuk onverschilligheid inbouwen. Je kan niet al het leed van de wereld op je schouders nemen. Wat niet wil zeggen dat je geen respect moet opbrengen. Ik heb als flik vaak een potje koffie gedeeld met die gasten, ze even hun verhaal laten doen. Eens luisteren en op dezelfde hoogte communiceren, dat doet al veel. Er zijn net jongens teruggekomen van een uitlevering aan Haïti. De man die ze daar zijn gaan afleveren, was aangenaam verrast dat we hem als een mens behandelden.’

Een speciale

We beslissen het gesprek voort te zetten in een café. Op een steenworp van elkaar heb je Café Stad Brugge, Café Stad Gent en Café Stad Brussel. Omdat alleen het laatste open is, is de keuze snel gemaakt. ‘Dat was er in onze tijd ook al. Echt hard is het precies niet veranderd’, zegt Martin lachend.

Hij bestelt een koffie, Walter een bruiswater. Uit de boxen knalt ‘Fire’ van de Duitse raveband Scooter. Ze gaan zij aan zij zitten, de grote en de kleine broer. Of de oudste een grote invloed heeft gehad op de jongste, vragen we.

Walter: ‘Zonder Martin had ik wellicht geen diploma rechten. En was ik dus ook geen advocaat. Dan was ik iets met sport gaan doen: leerkracht L.O. of sportjournalist. Mijn idool was Jan Wauters. Pas toen ik Martin naar Gent zag vertrekken om rechten te studeren, werd mijn interesse gewekt. Ik zag hoe de verhuis van het plattelandsstadje Oudenaarde naar Gent indruk op hem maakte. Dat sprak me aan. Toen ik uiteindelijk ook rechten ging studeren, heeft hij me nauw opgevolgd. Ik heb veel gehad aan zijn tips en adviezen. Mede daardoor ben ik al bij al vlot door mijn studies gekomen.’

Ik liet Walter vroeger winnen met de koers, gewoon om de lieve vrede te bewaren.
Martin Van Steenbrugge

‘Het hielp ook dat ik eigenlijk graag examens deed. De meesten vinden dat iets vervelends, ik zag het als een uitdaging. Toen wijlen Willy Calewaert (SP-politicus en professor algemene rechtsleer, red.) op de eerste lesdag zei dat de helft van ons het niet zou halen, vond ik dat wel fijn. Ik wilde niet alleen bij die goede helft zitten, ik wilde bij de besten horen.’

Martin: ‘Toen we jong waren, organiseerden we hier in de buurt voor onszelf een Ronde van Frankrijk. Toen werd duidelijk dat hij een speciale was. (lacht) Walter was een grote fan van Walter Godefroot. We hadden een gele trui gemaakt met Salvarani op, het team van Godefroot. Daar reed hij dan mee rond in de buurt. Als hij eens verloor, was hij onuitstaanbaar. Na een tijdje liet ik hem gewoon winnen om de lieve vrede te bewaren in huis. (lacht) Hij was een winnaar, wilde het hoogst haalbare. Ik kan de teugels al eens vieren, Walter veel minder.’

‘Ik heb gisteren een dag met hem doorgebracht, om het kantoor wat beter te leren kennen. Om 7 uur is Walter aan de slag, en dan volgt een dag van 16, 17 uur. Al 30 jaar lang. Ik heb hem al vaak gezegd dat hij ooit niet meer uit bed zal kunnen, dat hij onvermijdelijk tegen een burn-out aan loopt. Hoe het komt dat dat nog niet is gebeurd, is me een raadsel. Hij blijft gewoon gaan. Hij moet over een sterke gezondheid beschikken, want hij leidt het leven van een topsporter. Presteren, presteren, presteren. Ik heb ook altijd graag en hard gewerkt, maar Walter is een categorie apart.’

Woest en nijdig

Hun carrière begon hetzelfde, met een rechtenstudie. Maar al snel bevonden de broers zich aan weerskanten van het juridisch systeem. Martin week uit richting criminologie en werd politieman, Walter werd een strafpleiter met een passie voor mensenrechten. Het lijkt een recept voor ongemakkelijke kerstfeesten, maar die kwamen er niet. Hun geheim? ‘We hebben de voorbije dertig jaar alleen over voetbal gepraat, nooit over ons werk.’

Niet over dossiers praten. Te delicaat. Het werd snel een onuitgesproken regel aan de keukentafel bij de Van Steenbrugges. Terwijl Gerry Rafferty Martin weer weglokt, dist Walter een anekdote op.

‘In het assisenproces over de moord op Karel Van Noppen, was ik de man aan het ondervragen van wie ik overtuigd ben dat hij de echte opdrachtgever was. Ik was veel vragen aan het stellen, aan het doordringen. Ik kende het dossier door en door. Tot de voorzitter me onderbrak en me verbood nog verdere vragen te stellen. ‘Want is het niet zo dat je die informatie uit familiekring hebt vernomen?’ Voor een volle zaal, vol nationale en internationale pers. Ik ben buiten gestormd en heb mijn toga door de gang gesmeten, zo woest was ik. Dat onze integriteit publiek in twijfel werd getrokken, terwijl daar niets van aan was, dat kon ik niet af. Dat is altijd blijven spelen. Over zaken spreken we niet.’

Toen een voorzitter ooit onze integriteit in twijfel trok, ben ik uit de rechtszaal gestormd en heb ik mijn toga door de gang gesmeten.
Walter Van Steenbrugge

Walter is zich ervan bewust dat het best vervelend moet zijn geweest voor Martin om hem als broer te hebben. ‘Ik heb in mijn carrière al veel op de kap van de politie gezeten. Als ik merk dat zij buiten de lijnen kleuren, word ik nijdig. Ik heb het meermaals meegemaakt dat bewijs werd vervalst, gewoon om iemand te kunnen pakken. Dat heb ik altijd hardhandig bestreden. Het gevolg is dat je na een tijdje persona non grata wordt bij de politie. Dat heeft Martin wel gehinderd. Op een bepaald moment was hij in de running om hoofd van alle undercovers in België te worden. Die job heeft hij mislopen omdat hij mijn broer was. Daar heb ik me lang slecht over gevoeld. Zeker toen ze hem even later in een bureautje parkeerden. Aan de kant geschoven.’

Martin schuift weer aan en haalt zijn schouders op. ‘Goh, zo veel last heb ik daar nu ook weer niet van gehad. Vervelender was die keer dat ik in Gent moest infiltreren in een criminele bende. Toen ik werd geïntroduceerd, keek het doelwit op en vroeg lachend: ‘Awel meester, ben je met de Saab gekomen?’ Bleek dat Walter, die in die tijd met een oude Saab reed, de advocaat van die man was, en dat hij me voor hem aanzag. Die opdracht was afgelopen nog voor ze begon.’ (lacht)

‘Dat ik destijds in een bureautje ben gezet, heeft achteraf gezien weinig invloed gehad op mijn carrière. We zijn er beginnen na te denken over de oprichting van het FAST-team en de lijst met Belgium’s Most Wanted. We hebben moeten trekken en sleuren om dat te mogen doen. Het succes dat we er uiteindelijk mee hebben geboekt, is het beste bewijs dat je je nooit mag laten ontmoedigen door mensen die risico’s schuwen. Je hebt mensen die bij een onzekere uitkomst alleen de mogelijke downside zien, en je hebt er die de kansen zien. Pas als je ervoor gaat, kan je die kansen grijpen. Vandaag twijfelt niemand er nog aan of het een goed idee was. Onze aanpak is in heel Europa uitgerold.’

Weg blingbling

Dankzij de visibiliteit van de Most Wanted-lijst werden de voorbije jaren 16 mensen gearresteerd die anders nooit waren gepakt, maakt Martin zich sterk. Met de arrestaties van Kevin De Cooman en het ‘duivelskoppel’ Hilde Van Acker en Jean-Claude Lacote - voor wiens uitlevering vanuit Ivoorkust deze week het licht op groen werd gezet - gaf Martin zich nog een mooi afscheidscadeau.

Nu wenkt een nieuw leven als sportmakelaar, samen met zijn broer. ‘Eigenlijk wilde ik de stap twee jaar geleden al zetten. Maar ik ben blijven voortwerken. FAST is zo’n job waaraan je verslaafd raakt. Ik was dag en nacht in de ban van mijn werk. Soms vraag ik me nog af of ik zo’n prachtjob wel moet opgeven. Maar ik zit in de laatste levenslijn. Als ik ooit nog van spoor wil veranderen, is het nu.’

Met Van Steenbrugge Mediation willen de broers topsporters ‘360 graden’ begeleiden. Dat betekent: clubonderhandelingen, financieel advies, loopbaanbegeleiding, voedingsadvies, psychologische ondersteuning. Walter: ‘In dat wereldje wordt veel te veel gehandeld in het belang van een makelaar. Wij willen weer in het belang van de speler denken. Het is onze ambitie daarin toch een beetje grensverleggend te zijn. Een nieuwe wind te laten waaien. Je voelt dat het moment er is om iets in gang te zetten.’

‘Er is nood aan wat gezondheid in een zieke sector. Die blingbling moet eruit’, zegt Martin. ‘Weet je wat me altijd is bijgebleven uit mijn undercoverdagen? De blik in de ogen van criminelen als je de valies met toongeld opendeed. Hoe je dan de houding ziet veranderen, alsof ze zich plots in het paradijs wanen. De dollartekens in de ogen, dat bestaat echt. Toen heb ik aan mezelf gezegd dat me dat nooit zou overkomen. Dit nieuwe verhaal draait niet om poen.’

Tijd om te gaan. De broers worden verwacht bij de notaris, waar de vennootschap van Martin officieel wordt opgericht. Ze werpen nog een laatste blik op hun ouderlijk huis, waar net enkele conducteurs binnenstappen. Dan stappen ze samen naar hun auto. De saxofoon van Gerry Rafferty doorbreekt de stilte.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect