Bewogen door machines

De filosoof Mark Coeckelbergh. ©Emy Elleboog

Een Belgische filosoof neemt de metaforen onder de loep die we gebruiken om over machines en technologie te spreken.

Mijn petekind duikt naar de grond, veert weer op en lijkt iets weg te slingeren met een brede armbeweging. Hij heeft een headset op voor virtuele realiteit (VR) en twee controllers in zijn handen. De game die hij speelt heet Super Hot. Daarin moet je talloze doders te snel af zijn en hen uitschakelen met pistolen, flessen, asbakken en messen. Het vergt snelle en precieze acties, al moet je soms ook juist heel traag en behoedzaam bewegen. Net daarvoor leek hij op opzwepende muziek een dansje uit te voeren. Dat was ook in VR en die game heette Beat Saber. Het is aanzienlijk minder gewelddadig. Je moet wel aansnellende blokken klieven in de juiste richting en ook moet je obstakels ontwijken.

Telkens is er software in het spel die je voorschrijft hoe je moet bewegen. Software die optreedt als een choreograaf, de speler is de danser. De Belgische filosoof Mark Coeckelbergh (universiteit van Wenen en De Montfort University in het VK) schreef een boek over hoe machines ons bewegen. Het boek kwam deze zomer uit bij Routledge met als titel Moved by Machines.

Metaforen

Voor Coeckelbergh is er niet zoiets als ‘de echte realiteit’ die tegenover een virtuele illusie staat. Het maakt allemaal deel uit van de realiteit of van ‘realiteiten’.

Daarin gaat Coeckelbergh in op metaforen die we gebruiken wanneer we nadenken over onze relatie tot technologie. We kunnen het daarbij inderdaad hebben over choreografie en dansen. We kunnen ook de vergelijking maken met acteren en theater, de machine die ons leven regisseert. Virtuele assistenten op je smartphone bijvoorbeeld. Of vergelijken we de machine liever met een orkestdirigent? Wat met het beeld van de goochelaar die ons een illusie verkoopt? Coeckelbergh blijft allerminst steken bij een oppervlakkig gebruik van al die metaforen. Hij analyseert wat de filosofie zoal vertelt over dansen, theater, muziek en goochelen.

Nogal wat filosofen blijken fan te zijn van een scherpe tegenstelling tussen de waarheid en illusie. Mensen die ‘performen’, die dus optreden als danser, acteur, muzikant of goochelaar, verkopen ons in die visie loutere illusies, terwijl de filosoof enkel uit is op de waarheid. Alleen, zo eenduidig is het niet. Filosofen zijn het grondig oneens en zijn dubbelzinnig in hun teksten. Ook leert de praktijk van al die kunsten dat zij niet zomaar kunnen worden gevat in veralgemeningen.

Lichamen

Keer op keer hamert Coeckelbergh op het fundamentele feit dat wij bewegende lichamen zijn die ingebed zijn in sociale verhoudingen. Dat wij kunnen meeleven met dansers op het podium, heeft alles te maken met het feit dat ons motorisch systeem letterlijk meeleeft met de dansbewegingen. Het publiek maakt mee de voorstelling. Of nog, zonder de massale deelname van ons allen aan sociale media, zouden die media niet bestaan. ‘Online multiplayer games’ bestaan dankzij de enthousiaste en creatieve inbreng van miljoenen spelers.

Voor Coeckelbergh is er niet zoiets als ‘de echte realiteit’ die tegenover een virtuele of digitale illusie staat. Het maakt allemaal deel uit van de realiteit of van ‘realiteiten’. Mijn petekind kan dus al zeker niet worden verweten te ontsnappen uit ‘de realiteit’. Wat niet wil zeggen dat er geen ethische kritiek mogelijk is. Wanneer we allemaal ‘performers’ zijn, dan blijft de vraag of we een ‘eerlijk optreden’ neerzetten of niet. En wat betekent ‘eerlijk optreden’ in verschillende contexten? Stimuleert de technologische omgeving - denk aan Facebook bijvoorbeeld - ons tot eerlijk dan wel oneerlijk optreden? Coeckelbergh geeft in zijn boek geen antwoorden op die vragen, maar opent wel de deur naar een nieuw denken over onze relatie tot technologie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie