column

Chrome en co.

De toekomst van het online gamen is geen doos vol elektronica, zoals een console of een pc. Het is een plaats, zoals een (virtueel) stadion, met elk soort apparaat te bereiken. De nieuwe gamingdienst die de Amerikaanse internetgigant Google aankondigde, heet dan ook Stadia.

Google zegt dat je alleen zijn browser Chrome nodig hebt om hoogwaardige games te spelen. Het doet er niet langer toe of je achter een televisie, smartphone of superkrachtige pc zit. De cloudtechnologie van Google is de grote gelijkmaker. Het wordt mogelijk games te spelen waaraan tienduizenden tegelijk deelnemen. En wat kan voor games, zal ook kunnen voor evenementen allerhande.

Stadia komt pas later dit jaar op de markt en het blijft afwachten of het aan de hooggespannen verwachtingen voldoet. Als het project een succes wordt, versterken YouTube en Google Chrome zich. Dat gaat zo: game-enthousiastelingen kijken op YouTube hoe anderen hun spel streamen. Vervolgens krijgen ze met een klik toegang tot het game , en daarvoor hebben ze Chrome nodig. Want aanvankelijk geeft alleen de Google-browser toegang tot Stadia. Het is onduidelijk wanneer andere browsers volgen.

Zijn we zeker dat we de controle over de browsermarkt willen overlaten aan één internet- en advertentiegigant?

Chrome is nu al sterk. Het krijgt heel positieve beoordelingen van experts. Naar verluidt heeft Chrome wereldwijd een marktaandeel van zo’n 62 procent.

Browsers zijn cruciaal voor het world wide web. Zij bepalen hoe sites en apps eruitzien en zich gedragen. Site- en appbouwers testen hun creaties op meerdere browsers uit. Dankzij het bestaan van standaarden, ontwikkeld door het World Wide Web Consortium (W3C), kunnen sites in gelijk welke browser worden gebruikt. Dat is helemaal anders in de wereld van mobiele ‘native apps’, die perfect kunnen werken in iOS maar niet in Android. Het web blijft gespaard van die toestanden.

Marktdominantie

In lang vervlogen tijden was Netscape de dominante browser. In 1995 beheerste hij zowat drie vierde van de markt. Het gevolg was dat de technologische vooruitgang op browservlak afzwakte wegens gebrek aan concurrentie. Toen nam Internet Explorer van Microsoft toch de scepter over met een marktaandeel van liefst 95 procent in 2002 en 2003. Opnieuw stokte de vooruitgang, tot Firefox en daarna Google terugsloegen.

De jongste tijd lees ik nogal wat blogposts van webontwikkelaars die een waarschuwende vinger opsteken. Zijn we zeker dat we de controle over de browsermarkt willen overlaten aan één internet- en advertentiegigant, die vervolgens al dan niet subtiel zijn zoekmachine en andere producten kan pushen? Zo’n sterke speler kan uiteindelijk ook de webstandaarden naar zijn hand zetten, in functie van zijn eigen zakenmodel.

De conclusie: Chrome gebruiken is oké, maar beperk je niet tot één browser. Ontwikkelaars moeten blijven testen in meerdere browsers. En ook consumenten blijven best vergelijken hoe het web eruitziet met Firefox, Safari en zelfs Microsoft Edge. Europa houdt internetgiganten zoals Google scherp in de gaten, bleek deze week nog. Maar ook de burger moet waakzaam blijven.

Lees verder