column

Data en monsters

Digitaal nieuwsmanager

Speelt iemand nog Pokémon Go? Je weet wel, die game waarbij je met je smartphone op straat ‘pocket monsters’ moet ontdekken en vangen? De rage is weggeëbd maar de technologie erachter - augmented reality (AR) - is nog altijd hot. Die kan bijvoorbeeld worden gebruikt in de strijd tegen echte monsterachtigheid.

Dat ontdekte ik deze week op Photo London, een grote beurs waar ik de Belgische fotokunstenaar Anton Kusters ontmoette. Voor zijn The Blue Skies Project werkt hij volop met data die ook vorm kunnen krijgen in een AR-app. Kusters reisde van 2012 tot 2017 door Europa op zoek naar de locaties van de 1.078 officiële concentratiekampen van nazi-Duitsland. Telkens nam hij Polaroid-foto’s van de lucht boven die plekken.

The Blue Skies Project van fotograaf Anton Kusters in de Londense Fitzrovia kapel. ©rv

Op een heel grote tafel in de Londense Fitzrovia-kapel zag ik het raster van 1.078 blauwe luchten. Op elke Polaroid staan de breedte- en de lengtegraad van de locatie en het aantal slachtoffers - exact of geraamd. Ondertussen hoor je een gongetje voor elk slachtoffer, een audiokunstwerk van de Nederlander Ruben Samama dat 13 jaar duurt, de hele tijd dat de kampen in gebruik waren. De blauwe lucht verwijst naar het onvatbare. ‘Het geeft je denken geen houvast’, legde Kusters uit. ‘Je blijft verweesd achter en je moet je eigen opinie vormen’.

Nazi-Duitsland had niet minder dan 1.078 concentratiekampen. Data vinden over die plaatsen is geen sinecure.

Zelf had ik er geen idee van dat er zoveel concentratiekampen waren. Naast de hele grote kampen zoals Dachau en Auschwitz waren er ‘bedrijfsconcentratiekampen’ zoals in de fabrieken van Volkswagen en ook minikampen ten behoeve van bescheidener bedrijven die slaven nodig hadden. Allemaal hadden ze gemeen dat ze onttrokken waren aan regels en wetten, en de gevangenen dus gelijk wat kon worden aangedaan.

Kusters had de grootste moeite om alle data te pakken te krijgen, zelfs het onderzoekscentrum van het Holocaust Memorial Museum in Washington D.C. bleek geen exhaustieve data te hebben. In de helft van de gevallen is de precieze locatie onbekend en vaak weten we niet exact hoeveel mensen er werden vermoord.

Beelden van de fotograaf Anton Kusters. ©rv

De nazi’s waren voor hun tijd erg gesofisticeerde verzamelaars van data. Ze maakten zelfs gebruik van de ponskaarttechnologie van IBM. Maar als mensen eenmaal in de kampen waren geraakten, waren ze zo ontmenselijkt dat zelfs hun data blijkbaar niet meer belangrijk waren. De data die de kunstenaar wel kon verzamelen, stelt hij in open source beschikbaar, zodat ook andere kunstenaars of onderzoekers er hun ding mee kunnen doen.

Kusters zoekt ook partners om een AR-app maken. De gebruikers daarvan zouden telkens als ze bij een van de 1.078 plekken komen een signaal, een trilling bijvoorbeeld, krijgen. Ook zou de app de hele installatie tonen en toelaten dat je die virtueel koppelt aan een bepaalde geografische locatie.

Meer columns 'Legrand Inconnu' vindt u hier. 

De Pokémon-techniek dus, maar in een heel andere context. De app zou van de installatie virtuele gedenktekens maken op plaatsen die gebruikers relevant vinden, vergelijkbaar met de fysieke struikelstenen voor de slachtoffers van de nazivervolging in Antwerpen. De virtuele installatie kan zelfs opduiken op plekken waar andere genocides plaatshadden, zoals in Rwanda of Myanmar. ‘De slaap van de rede baart monsters’, zo zei de Spaanse kunstenaar Francisco Goya in een van zijn etsen. De AR-app en de installatie van Kusters wil ons wakker schudden, om het ontstaan van nieuwe monsters te verhinderen.

De installatie van Kusters is nog zeker twee jaar te bekijken in het United States Holocaust Memorial Museum in Washington D.C.

Lees verder