column

Deelnemers, geen toeschouwers

Een vooraanstaand criticus van sociale media raakt ontroerd door de manier waarop burgers die inzetten in deze tijden van pandemie.

Hoe zou het nog  zijn met Douglas Rushkoff, de Amerikaanse media-expert die we af en toe in deze column ten tonele opvoeren? Als auteur van het boek 'Media Virus' over verborgen agenda's in de populaire cultuur analyseerde hij in 1995 al fenomenen zoals 'viraal gaan'. In die tijd toonde hij zich een enthousiast voorstander van de sociale aspecten van nieuwe mediatechnologie, omdat die een alternatief is voor de klassieke massamedia die hun kijkers vooral tot passiviteit aanzetten. Naarmate de jaren vorderden en sociale media in opspraak geraakten, werd zijn toon scherper. In 2013 zei hij in een opiniestuk op CNN dat hij wegging bij Facebook omdat hij niet akkoord ging met de manier waarop dat bedrijf met persoonlijke data omspringt. 

In deze pandemie innoveren burgers met nieuwe mediatechnologie.

Een denker over mediavirussen kan natuurlijk niet zwijgen nu de planeet wordt geterroriseerd door een echt virus. 'It's not all bad', liet hij zijn volgers weten in een email. Het coronavirus doet hem opnieuw geloven in de kracht van het internet. Net als in de jaren 90 is zijn oordeel vlijmscherp voor de klassieke media, met name de Amerikaanse televisie. Die stelt het virus voor als een spannende thriller of een horrorverhaal, inclusief angstaanjagende muziek en logo's. De kijker wordt geacht passief te ondergaan. Dat contrasteert hij met hoe burgers zich in het echte leven organiseren. Daar gebruiken ze Google Groups, WhatsApp en Facebook-groepen om zich te organiseren. 

Het is inderdaad spectaculair hoe mensen plots experimenteren met videoconferencing om met vrienden en familie virtueel een etentje te hebben, elk geïsoleerd in de eigen woning. Of hoe online meetings en forums helpen om met vrienden te praten over zorgen en angsten. Google-spreadsheets worden gebruikt om op te lijsten wie in de buurt wat nodig heeft. Mediasociologen en -historici gaan de handen vol hebben met het  analyseren van nieuwe vormen van mediagebruik die plots mainstream worden. 

Aberraties

Rushkoff geeft grif toe dat er ook aberraties zijn. Zo was er een meme - een 'mediavirus' zeg maar - waarmee je zogezegd jezelf kon testen op Covid-19 door het aantal seconden te tellen dat je je adem kan inhouden. En uiteraard zijn er samenzweringstheorieën. Sommigen geloven dat de quarantaines eigenlijk een militaire operatie van de Amerikaanse president Donald Trump mogelijk moeten maken tegen pederasten die deel uitmaken van het establishment. 

Maar tegenover die uitwassen staan figuren zoals de 17-jarige middelbare scholier Avi Schiffmann, die een ontzettend toegankelijke en rijke databank opbouwde over de pandemie, ncov2019.live/data. Hij combineert data van Amerikaanse en internationale officiële instanties. Schiffmann toont ook positieve dingen, zoals de aantallen mensen die weten te herstellen van de ziekte. Ook Safecast, dat met crowdsourcing de straling in kaart bracht na de ramp in Fukushima, probeert zijn manier van werken toe te passen in de strijd tegen de pandemie. 

Betrokkenheid

Betrokkenheid van burgers vind ik ook nodig bij het nadenken over het traceren van persoonlijke data om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Wat zijn de voordelen, en hoe kunnen we de kwalijke gevolgen voor de privacy inperken? Om met Rushkoff te eindigen: ja, we zijn ongerust. Maar in deze virusshow zijn wij, de burgers, deelnemers, en geen toeschouwers. 

Lees verder