column

Hartkloppingen

Roland Legrand

Echte geeks blijven geeks tot - bijna - het bittere einde.

Er was eens een patiënte met letterlijk een te groot hart. Dat hart kon gevaarlijk onregelmatig gaan kloppen, met het risico op plots overlijden. Een hartspecialist stelde haar voor een defibrillator in te planten. Als een hart gevaarlijk raar begint te doen, geeft dat ding de nodige schokken om de zaak te normaliseren. De specialist had tonnen ervaring met het inplanten van zo’n toestelletje, maar de vraag die de vrouw hem stelde, had hij nog nooit gekregen: op welke software draait dat toestel?

De vrouw heet Karen Sandler, een Amerikaanse advocate die al van jongsaf had leren programmeren en een fan werd van ‘vrije en opensourcesoftware’. De licentie van zulke softwareprogramma’s geeft gebruikers het recht om de software naar eigen inzicht te gebruiken, aan te passen en te verbeteren en de broncode, inclusief aanpassingen, te verspreiden. Ze vertelde haar medische verhaal vorig weekend op de ULB, bij de opening van FOSDEM, een conferentie van ontwikkelaars van opensourcesoftware.

Makers van software vergeten soms hele gebruikersgroepen. Zwangere vrouwen bijvoorbeeld.

Sandler kreeg het benauwd van de gedachte dat de software van haar toestel ontoegankelijk blijft voor haar. Het bleek namelijk geen open source zijn. Dat was jammer, want opensourcesoftware is vaak superieur tegenover gepatenteerde software die niet vrij toegankelijk is. Zelfs Wall Street draait voor het grootste deel op servers met het Linux-besturingssysteem, dat vrij en open source is. Het gaat daarbij in de eerste plaats niet over de kostprijs, maar over de kwaliteit.

Zwanger

De gepatenteerde defibrillator bleek inderdaad allerminst perfect te zijn. Toen Sandler zwanger werd, kreeg ze hartkloppingen. Dat is niet abnormaal tijdens een zwangerschap, maar helaas hield de software van haar defibrillator geen rekening met de mogelijkheid dat de patiënt vrouwelijk en zwanger kon zijn. Dat is ook maar een klein deel van de klanten van de maker van het toestel. Dus gaf het ding haar geheel onterecht schokken. De enige manier om daaraan te ontsnappen waren hartslagverlagende medicijnen, waardoor ze nog nauwelijks een trap op kon.

Can Anyone Live in Full Software Freedom Today? Confessions of Activists Who Try But Fail to Avoid Proprietary Software

Het beter alternatief was geweest dat een gemeenschap van programmeurs de software verbeterd zou hebben, maar dat mag dus niet bij gepatenteerde software. Die gemeenschap had dan nog een ander probleem kunnen verhelpen, namelijk dat de defibrillator makkelijk te hacken bleek. Het slechtste van twee werelden dus: bonafide programmeurs kregen geen toegang, maar kwaadwillige hackers hadden een moord kunnen plegen omdat het toestel slecht was beveiligd.

Sandler bracht haar verhaal al een paar keer voor een groot publiek. Dat doet ze omdat het over zoveel meer gaat dan over die ene patiënte en haar probleem. Software wordt altijd maar crucialer in ons bestaan. Denk aan auto’s die in snel toenemende mate worden gestuurd door (gepatenteerde) software. Codes dus die straks beslissingen nemen over leven en dood, genre ‘crash ik op die voetgangers of rij ik de ravijn in?’

Geen keuze

Sandler stelt vast dat er onvoldoende alternatieven zijn op basis van vrije software. Zij is goed geplaatst om het te weten, want ze is directeur van het Software Freedom Conservancy, een Amerikaanse organisatie die vrije software promoot en ontwikkelaars van zo’n software bijstand verleent. Ontwikkelaars van vrije software focussen soms op een beperkt aantal toepassingen, zo stelt ze vast. Het zou goed zijn als ze ruimer actief zouden worden. Maar ook voor de politiek is een taak weggelegd. Transparantie over software en verbeteringen aanbrengen mogelijk maken is ook een kwestie van regelgeving. Hopelijk komen er volgend jaar ook politici luisteren op FOSDEM.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content