column

Ongeliefd toekomstig zelf

Tien of dertig jaar in de toekomst denken? Ons brein heeft het daar lastig mee.

Zie je jezelf graag? Ik vraag het maar, want eigenliefde is naar verluidt de basis om anderen graag te zien. Maar een moeilijker vraag: zie je je toekomstige zelf, de persoon die je over tien jaar zal zijn, graag? 

Voor heel wat mensen is het objectieve antwoord op die tweede vraag: meh. Onverschilligheid dus. Dat leerde ik in een cursus waar ik het in deze column al vaker over had, Futures Thinking van de Amerikaanse gamedesigner en futuriste Jane McGonigal, die je voor geen geld kan volgen op het onlineleerplatform Coursera. McGonigal werkt voor het toonaangevende Institute for the Future in het Californische Palo Alto.

Hersenstudies, zegt McGonigal, tonen dat onze interesse voor onze toekomstige zelf minimaal is. Het is te vergelijken met de onverschilligheid die een willekeurig onbekend persoon op straat ten deel valt. 'Je toekomstige zelf is een vreemde.' De technologie die in de studies wordt gebruikt heet functional magnetic resonance imaging (fMRI). Door veranderingen te meten die te maken hebben met de bloedstroom wordt breinactiviteit gemonitord. 

Sommigen hebben al moeite om enige voeling te hebben met volgende week.

Onderzoekers kijken daarbij naar de mediale prefrontale cortex (MPFC), die in actie komt als we over onszelf nadenken. Als we mensen ontmoeten met wie we weinig gemeen lijken te hebben, vermindert de activiteit van de MPFC sterk. Maar dat geldt dus ook als ons wordt gevraagd na te denken over onszelf over tien jaar.

Er zijn gradaties. Sommigen hebben al moeite om enige voeling te hebben met volgende week. Vaak hebben zulke mensen last met zelfcontrole. Waarom geld sparen, als dat aanvoelt als geld geven aan een vreemde? En meer algemeen: waarom bekommerd zijn over het klimaat en het milieu of over de impact van artificiële intelligentie over tien, twintig jaar? 

Uit een onderzoek van het Institute for the Future bij 2.818 Amerikanen van 18 jaar en ouder bleek dat 53 procent 'zelden of nooit' nadenkt over dingen die over dertig jaar kunnen gebeuren. 32 procent zegt dat ze werkelijk nooit over zo'n verre toekomst nadenken.

53 procent
.
53 procent van de Amerikanen denkt 'zelden of nooit' 30 jaar ver.

Maar er zijn ook anderen. Uit diezelfde studie blijkt dat 17 procent van de Amerikanen minstens een keer per week aan de wereld over dertig jaar denkt. 29 procent denkt minstens wekelijks na over wat de komende tien jaar brengen. 

Meer columns 'Legrand Inconnu' vindt u hier. 

Gelukkig is er hoop voor wie afhaakt bij het nadenken aan de langere termijn. Een brein kan je trainen. Doe alvast de volgende oefening: denk aan iets dat je persoonlijk sterk interesseert. De toekomst van auto's, van hardlopen, van banken... Google 'de toekomst van' of 'the future of' je geliefkoosde onderwerp. Stel een alert in waardoor je om de zoveel tijd een automatisch overzicht krijgt. Je zal zien hoe fascinerend het is. Voor je het weet, wordt het een gewoonte.

Het hebben van kinderen of kleinkinderen blijkt geen invloed te hebben op passie voor de toekomst. Wat wel lijkt te helpen, is de confrontatie met de eigen sterfelijkheid, zoals het overleven van een potentieel dodelijke aandoening. In een reactie op zo'n dramatische ervaring willen mensen hun leven plots betekenis geven, iets achterlaten waardoor het allemaal toch wat zin had. Laat precies dat gepaard gaan met een interesse voor de toekomst, ook al is die dertig jaar ver. 

 

 

Lees verder