column

Virtuele natuur

De toekomst is hier al. Ze verbergt zich in wat gadgets en hypes lijken. Roland Legrand probeert haar contouren in te schatten, door de waan van de dag heen.

‘Datazone’, heet de expo van Philippe Chancel op Rencontres de la Photographie, het jaarlijkse beeldenfestival in de Zuid-Franse stad Arles. Ik verwacht foto’s die naar het internet verwijzen. Maar op de beelden die in de kerk van de Frères-Prêcheurs hangen, is weinig technologie te zien. Datazone blijkt een neologisme. Chancels foto’s zijn geïnspireerd door data over de fout gelopen globalisering en het ontsporende klimaat. Hij maakte ze op zijn reizen naar probleemgebieden in alle mogelijke tijdzones.

Ik staar naar een tafereel in Fukushima, waar een schip door de tsunami op straat is geslingerd. Er zijn beelden van de Jordaanvallei, waar water de inzet van een strategisch spel is. Een foto toont villa’s in Afghanistan, waar krijgsheren en drugsbaronnen achter bomwerende muren schuilen. In China zag Chancel een samenleving die in de ban is van bewaking en kunstmatige intelligentie, ‘en dus een onvermijdelijke ramp tegemoetgaat’.

De expo stemt somber. De mens verknoeit de planeet. De kunstzinnigheid van de fotograaf is het enige lichtpuntje. Kunst als troost.

‘On Earth’, in een tot kunstenparadijs omgevormd fabrieksgebouw, probeert meer lichtpuntjes aan te reiken. De Nederlandse kunstenaars Persijn Broersen en Margit Lukács intrigeren met hun installatie ‘Forest on Location’. De animatievideo creëert in een donker zaaltje een gedetailleerd boslandschap waarin een realistisch ogende avatar, een man, in rondloopt.

De virtuele boswandeling wil ons doen nadenken. Ook al is er op de planeet amper nog ongerepte natuur te vinden, we kunnen ze nog altijd virtueel nabootsen, lijkt de boodschap.

Alles in deze ruimte heeft betekenis. Naast de stoeltjes voor de toeschouwers staat een boomstronk. De vorm oogt realistisch, het materiaal is dat niet. De stronk is gemaakt van witte, holle kunststof. Met een 3D-printer. Aan de basis liggen detailfoto’s van echte bomen in een Pools oerbos dat in gevaar is, met dank aan het beleid van de regering.

Op het scherm is de avatar nog aan zijn boswandeling bezig. Hij zingt ‘Nature Boy’ van Nat King Cole. De stem is die van de Iraanse operazanger Shahram Yazdani, die in een vluchtelingenkamp in de buurt van het Poolse oerbos woont. Hij zingt in het Farsi. Oorspronkelijk is de muziek trouwens niet van Nat King Cole, maar van een Joodse componist die in de jaren dertig ook al dicht bij het oerbos woonde. Hij overleefde de Tweede Wereldoorlog niet.

Op de 3D-geprinte stronk zie ik nu eens de schors van een boom geprojecteerd, en dan weer de digitale datapunten die nodig waren om de stronk te creëren. Op het scherm lijkt de avatar zich naadloos te integreren in het virtuele oerbos. Maar dan merk ik plots dat hij soms dwars door bomen loopt, of dat het bos even wordt weggeduwd door een zwarte achtergrond. De kunstenaars maakten de fouten opdat de toeschouwer zich bewust zou blijven van het artificiële. De ongerepte natuur die we in onze hoogmoed zelf creëren, is een illusie.

Verderop in de expo zie ik beelden van Singapore waarop de hoogbouw bekleed is met groen. De ‘verticale jungle’ houdt de bewoners in contact met de natuur, wat volgens neurologisch onderzoek goed is voor een mens. Maar het blijft fake, natuurlijk. Even fake als de computeranimatie van het Poolse oerbos. Onze realiteit is virtueel geworden.

Roland Legrand Digitaal nieuwsmanager van De Tijd

‘Datazone’ is te bekijken tot 25 augustus. ‘On Earth’ loopt tot de 22ste. Allebei in Arles

Lees verder