5 tips om minder belastingen te betalen

Er bestaan heel wat manieren om minder belastingen te betalen. En daarvoor heeft u zelfs niets illegaals te doen. Ook op wettelijke manier kan u de fiscus voor een stuk ontlopen. Een klassiek vehikel om belastingen te besparen is bijvoorbeeld een levensverzekering. De filosofie daarachter is vrij eenvoudig. Via een levensverzekering bouwt u een kapitaal op dat vrijkomt bij uw pensionering. Dat heet dus sparen voor uw oude dag. En zo'n financieel vooruitziend gedrag moedigt de overheid maar al te graag aan. Ze heeft er zelfs geld voor over: voor elke premie die u stort voor uw levensverzekering, krijgt u van de fiscus een korting op uw belastingbrief. En die korting mag er best wezen. Tussen de 30 en de 40 procent van elke gestorte premie wordt op uw aanslagbiljet verrekend als belastingvermindering. Of met andere woorden: spaart u voor uw oude dag, dan betaalt de fiscus ongeveer een derde van uw spaarinspanningen terug. Maar u moet er wél rekening mee houden dat het écht geld is voor uw oude dag. Voor uw pensionering kan u aan het geld niet raken. Tenzij u er een fikse fiscale boete voor over heeft. Vraagt u het geld vervroegd op, dat moet u er immers 33 procent van afstaan aan vadertje staat.

Maar laat ons ervan uitgaan dat u écht wel iets wil doen voor uw pensioen. Dan is de fiscale stimulans die daaraan gekoppeld is, mooi meegenomen. Hou er wel rekening mee dat de financiële tegemoetkoming slechts wordt toegestaan op een beperkt bedrag. Vorig jaar werd maximaal een premie van 1.730 euro per persoon in aanmerking genomen voor de berekening van dit belastingvoordeel. Voor de stortingen die u dit jaar doet ligt de grens op 1.770 euro.

Toch kunnen heel wat Belgen deze fiscale voordeelpost niet volledig benutten. En wel om twee redenen. In eerste instantie is deze grens niet voor iedereen van toepassing. Het is enkel een absoluut maximum waar niemand boven kan. Uw persoonlijk maximum kan echter een stuk lager liggen, afhankelijk van hoeveel u verdient. Het uitgangspunt bij de berekening van uw persoonlijk plafond is uw belastbaar inkomen. Dat u kan terugvinden op uw aanslagbiljet (daar leest u uiteraard wél dat van vorig jaar af). Het is pas vanaf een belastbaar inkomen van ruim 26.000 euro per jaar dat u aan het plafond van 1.770 euro komt. Verdient u minder, dan ligt ook uw persoonlijk plafond lager. Met behulp van een goede belastinggids kan u snel uw eigen plafond berekenen. Maar ook uw bankier of verzekeringsmakelaar zal die berekening graag voor u maken.

Let er bij de berekening wél op dat u uw persoonlijk belastbaar inkomen neemt en niet dat van het gezin. Het plafond geldt immers per persoon. Hebben beide partners een eigen inkomen van ruim 26.000 euro per jaar, dan kunnen zij dus beiden een bedrag van 1.770 euro aan levensverzekeringspremies fiscaal in rekening brengen. Ook de belastingbesparing ligt dan dubbel zo hoog. Op die manier kan de belastingvermindering van een gezin oplopen tot meer dan 1.300 euro per jaar. Om dat te verdienen, moeten velen bijna een hele maand werken.

Maar laat ons niet te hard van stapel lopen. Want er is ook nog een tweede beperking waarmee u rekening moet houden, wil u nagaan hoeveel belastingen u kan besparen met een levensverzekering. Het is namelijk best mogelijk dat uw persoonlijk fiscaal voordeelplafond (van 1.770 euro of minder) al voor een stuk wordt opgeslorpt door de kapitaalaflossingen van uw hypotheeklening. Die aflossingen verdwijnen immers in hetzelfde korfje van maximum 1.770 euro. Of met andere woorden: het zijn uw kapitaalaflossingen en levensverzekeringspremies sámen die niet boven dat plafond uit mogen stijgen. Heeft u bijvoorbeeld al 1.300 euro aan toegelaten kapitaalaflossingen, dan kan u nog maximaal 470 euro aan levensverzekeringspremies fiscaal benutten.

Tenzij u natuurlijk uw kapitaalaflossingen niet zou aangeven in uw belastingaangifte. Maar dat zou bijzonder dwaas zijn. Want het belastingvoordeel verbonden aan kapitaalaflossingen is doorgaans groter dan dat van levensverzekeringspremies. Het fiscaal voordeel van kapitaalaflossingen wordt in de meeste gevallen immers berekend op basis van uw marginale aanslagvoet. En dat marginaal tarief loopt voor de meeste mensen al snel op tot 45 of 50 procent. Een stukje hoger dus dan de korting van 30 à 40 procent dat geldt voor de berekening van het fiscaal voordeel van levensverzekeringspremies.

Vooraleer u beslist hoeveel premie u nog gaat storten voor uw levensverzekering, moet u dus beslist weten hoeveel kapitaalaflossingen u volgend jaar zal kunnen inbrengen. Gewoon al uw afbetalingen van het voorbije jaar optellen, is hier helemaal fout. De rente die u betaalt, telt niet mee. En bovendien spelen er ook nog andere beperkingen. Geraakt u hier alleen (of met behulp van een belastinggids) niet uit, dan zal uw bankier u graag van dienst zijn. Stelt u hem de vraag, dan zal u snel weten welk bedrag aan kapitaalsaflossingen u volgend jaar mag aangeven op uw belastingaangifte.

En daarmee kan u dan uiteindelijk gaan berekenen welke ruimte u fiscaal nog heeft om te sparen voor uw oude dag. Het fiscaal voordeel daarvan bedraagt zoals gezegd 30 tot 40 procent van de gestorte premie. Maar daar staan ook kosten tegenover. De typische fiscale spaarrekeningen voor langetermijnsparen, die u bij elke bank en verzekeraar kan vinden, hebben immers doorgaans een vrij zware kostenstructuur. Om en bij de 5 procent van de gestorte premie gaat meestal al meteen verloren als instapkosten. Offertes vergelijken van verschillende banken en verzekeringsmaatschappijen kan u echter helpen- om de goedkoopste fiscale spaarverzekering te vinden.

Wil u de fiscale voordelen van een levensverzekering in huis halen, dan hoeft u niet per sé een fiscale spaarrekening te openen bij uw bank. Ook de traditionele verzekeringsmaatschappijen (AXA, Fortis AG, DVV, AGF, Zurich_) bieden tegenwoordig erg flexibele én rendabele fiscale verzekeringsrekeningen aan. Deze verzekeringsrekeningen tonen een aantal gelijkenissen met een gewoon spaarboekje. U stort er geld op wanneer en zoveel u maar wil en eenmaal per jaar wordt de rente erbij geschreven. Technisch kunnen deze rekeningen echter worden beschouwd als een flexibele vorm van een levensverzekering. En dus kan u er ook mee genieten van het zogenaamde fiscaal gunstregime voor langetermijnsparen. Opent u zo' n verzekeringsspaarrekening met fiscale doeleinden, dan bent u uiteraard wel verplicht het geld er te laten staan tot uw pensionering (of uiterlijk vijf jaar vroeger). Zoniet wordt u fiscaal zwaar gepenaliseerd. Een boetetaks van 33 procent is dan verschuldigd op het opgenomen bedrag. Zit u echt om geld verlegen, dan kan u echter wél een voorschot op uw polis vragen aan de verzekeraar. De verzekeraar zal u dan een lening toestaan die maximaal gelijk is aan het bedrag dat op uw spaarrekening staat. Op die lening moet u echter interest betalen. En die ligt doorgaans ongeveer 1 à 1,5 procent hoger dan het rendement dat u krijgt. Vraagt u een voorschot op uw polis, dan legt u daar dus altijd geld aan toe. Sparen met extra fiscaal voordeel is dan ook in de eerste plaats bedoeld om een appeltje voor de dorst opzij te houden voor later. Is dat niet de bedoeling, dan benut u het bijkomende fiscaal voordeel dus maar beter niet. De meeste verzekeraars bieden twee verschillende verzekeringsspaarrekeningen naast elkaar aan, namelijk één mét en één zonder fiscaal voordeel. En u raadt het al : meestal liggen de kosten bij de fiscale spaarrekeningen een stuk hoger. Bij Omob daarentegen is dat niet het geval. De bekende First-rekening (zowel qua kosten als rendement erg aantrekkelijk) heeft voor iedereen dezelfde modaliteiten, of u nu mét of zonder fiscaal voordeel spaart. Hoewel de andere verzekeraars voor hun fiscale verzekeringsrekeningen een zwaardere kostenstructuur hanteren dan voor de niet fiscale producten bent u hiermee qua kosten gewoonlijk toch nog goedkoper af dan met de meeste bancaire producten.

Een bijkomend appeltje voor de dorst dat fiscaal wordt aangemoedigd door onze overheid, is het welgekende pensioensparen. Jarenlang kon u tot 22.000 frank fiscaal inbrengen op uw belastingaangifte. Maar met de introductie van de euro werd dit plafondbedrag gevoelig opgetrokken. Voor de stortingen die u vorig jaar deed werd de grens opgetrokken tot 580 euro, wat neerkomt op ruim 23.000 frank. Dit jaar mag u tot 590 euro fiscaalvriendelijk besteden aan pensioensparen. Ook hier gaat het écht om langetermijnsparen. Vraagt u het geld op voor uw pensionering, dan wordt u, net als bij een levensverzekering, fiscaal zwaar beboet.

Voor het overige zit het fiscaal regime dat geldt voor pensioensparen gelukkig een stuk eenvoudiger in elkaar dan dat van de fiscaal geïnspireerde levensverzekeringen. U hoeft enkel rekening te houden met het absolute plafond van 590 euro per persoon. En dat plafond geldt voor iedereen. Beroepsinkomsten, kapitaalaflossingen, of wat dan ook spelen hierbij dus geen rol. Iedereen die belasting betaalt, kan zijn belastingdruk verminderen door tot 590 euro te spenderen aan pensioensparen. De belastingbesparing die u hierdoor realiseert, ligt bij pensioensparen eveneens tussen 30 en 40 procent van het gestorte bedrag. Wat dat betreft, loopt het systeem dus parallel met dat van de levensverzekeringen.

En ook het fiscaal regime aan het einde van de rit is volledig gelijk aan dat van de levensverzekeringen. Tijdens het jaar dat u uw zestigste verjaardag viert, wordt de zogenaamde taks op het langetermijnsparen (10 procent) ingehouden van het bijeengespaarde kapitaal. Merk wel op dat niet het werkelijke kapitaal wordt belast, maar wél een fictief berekend eindkapitaal. Om dit kapitaal te berekenen wordt elke storting opgerent tegen 4,75 procent per jaar.

Wil u aan pensioensparen doen, dan kan dat onder de vorm van een pensioenverzekering of een pensioenbeleggingsfonds. Kiest u de verzekering, dan heeft u een gegarandeerd miniumumrendement, aangevuld met een variabele winstbonus. Gemiddeld mag u rekenen op een totaal rendement van ongeveer 6 procent per jaar. Kiest u voor een pensioenfonds, dan heeft u geen kapitaalsgarantie. Het ene jaar kan uw belegging in waarde stijgen, maar het jaar daarna heeft u misschien 10 procent verlies. Op lange termijn bent u met een pensioenfonds wellicht het beste af. Maar heeft u nog minder dan tien jaar te gaan tot uw pensionering, dan kiest u beter voor de iets veiliger formule van de pensioenverzekering.

Bent u 55 jaar of ouder, dan dient u er wél rekening mee te houden dat u het contract minstens tien jaar moet aanhouden, ook al gaat u vroeger met pensioen. Wie pas begint te sparen op zijn 59ste, moet het geld dus laten staan tot zijn 69ste verjaardag. Voor uw pensionering komt het dan te laat. Maar dat wil gelukkig niet zeggen dat het geld verloren is, alleen dat u er wat langer op moet wachten.

Hoewel het langetermijnsparen een mooie uitweg biedt om uw belastingdruk te beperken, hoeft u niet noodzakelijk zo ver vooruit te zien. Ook wie meer op korte termijn leeft, krijgt mogelijkheden om belastingen te besparen. Sinds 1994 kan ook de aankoop van PWA-cheques u immers datzelfde fiscaal voordeel opleveren. Dat zijn de cheques waarmee u moet betalen wanneer u een beroep doet op PWA-hulp. Het PWA, of voluit het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap, is een gemeentelijke dienst die werklozen aan het werk zet voor allerlei huishoudelijke hulp. Voor 95 procent gaat het hier om poetshulp.

Doet u een beroep op het PWA voor huishoudelijke hulp, dan dient u de cheques waarmee u de hulp moet betalen, aan te kopen bij een gespecialiseerde firma. Voor het bedrag dat u heeft besteed aan deze cheques, ontvangt u een attest en dat levert u een belastingvermindering op van 30 tot 40 procent van het betaalde bedrag. Ook dat belastingvoordeel wordt evenwel begrensd. Vorig jaar kon elk gezin tot 2.080 euro fiscaal voordelig besteden op deze manier. Voor dit jaar (aanslagjaar 2003) ligt de grens op 2.140 euro. In totaal kan de aankoop van PWA-cheques u dus ongeveer 832 euro belastingbesparing opleveren per jaar.

En dan zijn er tenslotte nog de giften waarmee u uw belastingsituatie een gunstiger wending kan geven. Schenkt u geld aan een instelling die erkend is door het ministerie van Financiën, dan mag u dat bedrag vermelden als aftrekpost op uw belastingaangifte. Voorwaarde is wél dat de gift voldoende groot is. Tot vorig jaar moest het hier gaan om giften van minstens 24,79 euro (1.000 frank). Van de giften die u vorig jaar deed en die minstens gelijk waren aan dit bedrag ontvangt u dit jaar een fiscaal attest. Giften die u dit jaar doet, moeten echter een stuk hoger liggen om nog fiscaal aftrekbaar te zijn. Dat is het gevolg van de omrekening in euro van het grensbedrag. Vanaf dit jaar zijn giften nog slechts aftrekbaar wanneer ze minstens 30 euro (1.210 frank) bedragen. Het fiscaal voordeel dat u verdient met deze giften wordt berekend tegen uw marginaal belastingtarief. Zoals gezegd loopt dat tarief al snel op tot 45 of 50 procent. En in heel wat gezinnen wordt zelfs een marginaal tarief van 55 procent toegepast. Voor ongeveer de helft worden uw giften dus terugbetaald door de fiscus.

Let er wel op dat u niet al te royaal gaat schenken.Want het fiscaal aftrekbare bedrag aan giften is begrensd tot 10 procent van uw belastbare inkomsten. Maar dat zal voor de meeste schenkers niet echt een probleem vormen. Bovendien is er ook een absolute bovengrens waar u nooit boven mag. Maar ook die grens is wel erg ruim genomen. Zolang het totaal van uw giften beneden de 287.830 euro blijft (11, 611 miljoen frank) stelt er zich geen enkel probleem.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud