Belastingtips voor gepensioneerden

Wie moet rondkomen van een pensioen heeft het niet altijd gemakkelijk. Een centje bijverdienen dan maar? Vergeet het! Gepensioneerden met een bijverdienste worden door de fiscus gepluimd alsof ze grootverdieners zijn.

Wil u als gepensioneerde nog professioneel actief zijn? Dan is er heel wat dat u niet uit het oog mag verliezen. Vergeet ten eerste niet om dat op voorhand te melden aan de Rijksdienst voor Pensioenen. Want anders zou u dat wel eens uw pensioen kunnen kosten. Hou er verder ook rekening mee dat u uw inkomsten sterk moet beperken (eveneens op straffe van het verlies van uw pensioen). En bedenk ten slotte dat de fiscus wellicht met een (over)grote brok van uw bijverdienste wegloopt. Heeft u nog altijd interesse in een bijverdienste? Lees dan toch eerst maar even verder voor u aan de slag gaat. Dan weet u hoe u de schade kan beperken.

Laten we beginnen met de meldingsplicht die gepensioneerden hebben wanneer zij nog willen werken. Om hen hierop attent te maken, krijgt elke kandidaat-gepensioneerde, samen met zijn pensioenberekening, een meldingsformulier, het zogenaamde Model 74. Dat document moet - volledig ingevuld, ondertekend en voorzien van een datum - aangetekend worden teruggestuurd naar de Rijksdienst voor Pensioenen. Deze aangifte is erg belangrijk, want zelfs als de gepensioneerde verklaart dat hij niet meer wenst te werken - verbindt hij zich er door de ondertekening van dit document toe elke latere wijziging betreffende zijn beroepsbezigheid of inkomsten meteen mee te delen aan deze dienst. De aangifte van eventuele latere wijzigingen moet bovendien steeds voorafgaandelijk gebeuren. Beslist een gepensioneerde bijvoorbeeld, nadat zijn pensioen al is ingegaan, opnieuw aan de slag te gaan, dan moet hij dat voor de aanvang van de werkzaamheden melden door opnieuw zon model 74 in te vullen. En nalatigheid wordt streng gestraft. Wordt het formulier niet of te laat ingediend, dan wordt het lopende pensioen met een maand geschorst. En zelfs gedurende drie maanden in geval van herhaling.

Geeft de gepensioneerde de werkzaamheden wél tijdig aan, dan kan hij in principe zijn volledige pensioen behouden. Tenminste, wanneer hij niet te veel verdient. De grenzen die daarvoor gelden variëren naargelang het sociaal statuut van de bijverdienende gepensioneerde. Gepensioneerden met een rustpensioen (en die effectief die de pensioenleeftijd hebben bereikt) mochten als loontrekkende vorig jaar maximum 7.276 euro bijverdienen, dit jaar ligt de grens op 10.845,34 euro. Een bijverdienste als zelfstandige mocht in 2001 maximum 5.820,79 euro bedragen, dit jaar ligt het maximum op 8.676,27 euro. Voor wie van een overlevingspensioen geniet (en nog niet de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt), liggen de grenzen een stuk hoger, namelijk op 14.551,99 euro (inkomsten 2001) of 14.843,15 euro (inkomsten 2002) voor loontrekkende bijverdieners en op 11.641,55 euro (inkomsten 2001) of 11.874,50 euro (inkomsten 2002) voor zelfstandige bijverdieners. Merk ook op dat voor pensioentrekkers met gezinslast deze grenzen met 50 procent worden opgetrokken.

Uit deze cijfers valt meteen op dat de inkomensplafonds voor gepensioneerden met een zelfstandige bijverdienste een stuk lager liggen dan die voor gepensioneerden die in dienstverband aan de slag zijn. Merk echter op dat de bedragen voor werknemers brutobedragen zijn en dat alle loonbestanddelen, zoals voordelen in natura, vakantiegeld, enzovoort hierin inbegrepen zijn. Bovendien zijn het de bedragen voor afhouding van sociale zekerheid en belastingen die tellen. Het volledige brutoloon wordt hier dus bekeken. Voor zelfstandigen daarentegen heeft het plafond betrekking op hun nettoberoepsinkomen, waaronder men zijn bruto-inkomen verstaat verminderd met beroepskosten en sociale bijdragen. Dat onderscheid verklaart het verschil tussen de hoogte van de limietbedragen. Merk ook op dat trekkers van een overlevingspensioen die jonger zijn dan 65 jaar gevoelig meer mogen bijverdienen dan hiervoor vermeld vooraleer hun overlevingspensioen in het gedrang komt. Verdient u als gepensioneerde meer dan het vooropgestelde plafond, dan heeft dat gevolgen voor uw pensioen. Worden de bedragen met minder dan 15 procent overschreden, dan wordt de betaling van het pensioen voor dat betrokken kalenderjaar slechts gedeeltelijk geschorst. Het pensioen wordt dan verminderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage waarmee de limiet is overschreden. Is de limiet echter met 15 procent of meer overschreden, dan wordt het pensioen volledig geschorst.

De geschetste regeling is in principe altijd van toepassing wanneer een gepensioneerde bijverdient, behoudens één uitzondering. Wanneer de beroepsbezigheid van een gepensioneerde bestaat in het scheppen van wetenschappelijke werken of het tot stand brengen van een artistieke schepping zijn de inkomsten aan geen enkele beperking onderworpen. De activiteit van de gepensioneerde mag dan evenwel geen weerslag hebben op de arbeidsmarkt, stipuleert de wet. En bovendien mag de gepensioneerde geen handelaar zijn. Ontvangt een gepensioneerde naast zijn pensioen nog een inkomen dat niet als beroepsinkomen kan worden beschouwd, dan loopt zijn pensioen gelukkig geen gevaar. Dat zijn de zogenaamde diverse inkomsten, zoals bijvoorbeeld huuropbrengsten van roerende goederen, beleggingsinkomsten uit kapitalen, alimentatiegeld, winsten uit toevallige of occasionele prestaties of uit de verkoop van een onroerend goed. Voorts hebben ook winsten of baten die verband houden met een vroeger uitgeoefende zelfstandige activiteit geen invloed op het al dan niet recht hebben op een wettelijk pensioen. Het schoolvoorbeeld is de gepensioneerde verzekeringsmakelaar die nog commissie ontvangt voor vroeger geschreven contracten.

Gepensioneerden die een centje bijverdienen, mogen ook enkele andere dingen niet uit het oog verliezen. Ook de fiscus bijvoorbeeld wil zijn deel van de bijverdienste. En dat kan aardig oplopen. Neem nu volgend voorbeeld, uit de Belasting- en Beleggingsgids van Uitgeverij Pelckmans. Een alleenstaande gepensioneerde heeft een pensioen van 10.680 euro. Als gevolg van de belastingvermindering die wordt toegekend voor pensioenen, is hij hierop geen belastingen verschuldigd. Maar 10.680 euro per jaar is niet veel. Dus beslist onze gepensioneerde een bijverdienste te zoeken. En met succes. Hij vindt een job waarmee hij 2.000 euro per jaar kan bijverdienen. Zijn pensioen komt dus niet in het gedrang. Maar de fiscus laat wél van zich horen. Bij de belastingafrekening blijkt dat de verschuldigde belasting over de inkomsten van dat jaar 1.469,54 euro (inclusief gemeentebelasting en crisisbijdrage) bedraagt. Ruim 70 procent van het inkomen vloeit daardoor naar de staatskas. En dan heeft onze gepensioneerde nog geluk dat hij geen zelfstandige bijverdienste heeft. Want dan zou hij ook nog sociale lasten als zelfstandige moeten betalen. Die komen voor dat inkomen uit op 303,19 euro (per jaar). In dat geval zou er van de bijverdienste dus nog maar amper iets overschieten.

Een schrijnende situatie. En het kan zelfs nog erger zijn. Zou onze gepensioneerde bijvoorbeeld maar 10 euro bijverdienen dat jaar (bijvoorbeeld omdat hij pas in december met de bijverdienste is gestart), dan zou zijn verschuldigde belasting uitkomen op 322,76 euro aldus de Belasting- en Beleggingsgids van Pelckmans. Geen extra inkomen dus, maar integendeel verlies van inkomsten als gevolg van de bijverdienste! Een verwittigde gepensioneerde is er twee waard. En ook andere situaties kunnen erg onredelijk lijken. Neem bijvoorbeeld een gepensioneerde die slechts 8000 euro pensioen ontvangt en daarbovenop 2.000 euro per jaar bijverdient om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Die is aan belastingen 349,21 euro kwijt. Zijn buurman, die het geluk heeft een pensioen te ontvangen van 10.000 euro, betaalt geen belastingen. En dat terwijl zijn inkomen (waar hij nota bene niet meer voor moet werken) even groot is.

De verklaring voor al die onredelijkheid is te vinden in de berekening van de belastingvermindering die wordt toegekend aan mensen die leven van een vervangingsinkomen, zoals gepensioneerden, werklozen, enzovoort. Wie uitsluitend een vervangingsinkomen ontvangt, heeft recht op de volledige zogenaamde belastingvermindering voor vervangingsinkomsten en pensioenen. Maar die vermindering wordt afgebouwd wanneer de gepensioneerde daarnaast ook andere inkomsten heeft. Het afbouwen van die vermindering gebeurt in eerste instantie met een grote sprong en daarna evenredig met de bijverdienste. Dat kan wel eens aanleiding geven tot onbillijke situaties zoals in het voorbeeld hierboven. In feite komt dat erop neer dat een gepensioneerde bijverdiener tweemaal belast wordt op zijn bijverdienste. In eerste instantie wordt de bijverdienste belast tegen het gewone progressieve tarief van de personenbelasting, wat niet meer dan logisch is. Maar daarna volgt een tweede belasting door het wegvallen van een stuk van de belastingvermindering voor vervangingsinkomens. Welke logica daarachter zit, is in vele gevallen niet zo duidelijk. Vooraleer u als gepensioneerde een bijverdienste aanvaardt, kan u dus maar best even narekenen of u dat fiscaal niet al te zuur zal opbreken. Gewapend met een degelijke belastinggids en belastingdiskette is zo'n berekening gemakkelijk gemaakt. In vele gevallen, ook bij de iets hogere pensioenen van 12.500 of 15.000 euro, zal u merken dat u 55 à 60 procent van de bijverdienste moet afstaan aan de fiscus.

Die loodzware belasting omzeilt u wanneer u inkomsten kan vinden waarop de progressieve inkomstenbelasting niet van toepassing is en die uw belastingvermindering voor pensioenen niet beïnvloeden. Dat is het geval met afzonderlijk belastbare inkomsten. Een eerste voorbeeld zijn de inkomsten uit kapitalen, zeg maar: beleggingsopbrengsten. Die zijn zelfs vaak volledig vrijgesteld van belastingen. Maar om aan beleggingsopbrengsten te geraken, moet u natuurlijk wel over kapitaal beschikken. Ook de opbrengsten uit de verhuur van roerende goederen, bijvoorbeeld meubelen, computers, een televisietoestel, een auto, enz., worden afzonderlijk belast tegen een tarief van 15 procent (let op: dat geldt niet voor de verhuuropbrengsten van onroerende goederen, die worden gezamenlijk met uw beroepsinkomsten belast tegen het marginaal tarief). Vermits deze opbrengsten ook de uitbetaling van uw pensioen niet in het gedrang brengen, zijn dat voor gepensioneerden ideale aanvullende inkomsten. Ook toevallige (beroeps-)inkomsten en beroepsinkomsten uit voorheen gepresteerde activiteiten (zie hoger) worden afzonderlijk belast. Toevallige beroepsinkomsten zijn inkomsten die u behaalt uit een occasionele prestatie. Kenmerkend voor occasionele prestaties is dat ze niet regelmatig herhaald worden. Een voorbeeld: de vergoeding die u ontvangt voor de bouw van een huis van een familielid, een eenmalige voordracht die u geeft, enzovoort. Deze inkomsten worden afzonderlijk belast tegen 33 procent. Ook deze inkomsten hebben als bijkomend voordeel dat ze de uitbetaling van uw pensioen niet in gevaar brengen. Ook interessant zijn prijzen of subsidies die u ontvangt als geleerde, schrijver of kunstenaar. Die zijn volledig vrijgesteld van belastingen en kunnen de uitbetaling van uw pensioen niet opschorten. Net zoals kapitalen die u wint met de Lotto overigens. U ziet het al : er zijn wel degelijk mogelijkheden om onbelast een extraatje te 'verdienen'. Maar wie voor een gewone bijverdienste kiest, kan toch maar best goed oppassen.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud