Belastingtips voor studenten

Het leven is duur, ook voor een student. Dus gaan steeds meer studenten aan het werk buiten hun uren. En die jobs worden niet meer beperkt tot de vakantiemaanden. Overdag cursus volgen en 's avonds geld verdienen, is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Maar hoe zit dat fiscaal en parafiscaal in elkaar?

Al tientallen jaren proberen studenten wat bij te verdienen tijdens de zomermaanden. En zo'n studentencontracten kunnen best aantrekkelijk zijn. Want wie niet al te zwaar overdrijft, krijgt nagenoeg het volledige studentenloon netto in handen. Werkt de student gedurende maximaal één maand in de periode van juli tot en met september dan wordt van het brutoloon slechts 2,5 procent afgehouden als RSZ-bijdrage. Tenminste, wanneer hij werkt bij een werkgever waar hij het voorafgaande schooljaar niet in dienst was (tenzij in de paas- of kerstvakantie). En belastingen zijn vaak helemaal niet verschuldigd, vermits het loon van een student die slechts één maand werkt gewoonlijk ruim beneden het belastingvrije minimum blijft. Van zo'n fiscaal gunstregime kunnen gewone werknemers, zonder studentencontract, alleen maar dromen. Steeds vaker beperken studenten hun professionele activiteiten echter niet meer tot de grote vakantie. Overdag cursus volgen en 's avonds of in het weekend geld verdienen, is voor de hedendaagse student de normaalste zaak van de wereld. Het (para-)fiscale droomregime dat geldt voor de traditionele studentencontracten tijdens de zomermaanden is dan echter niet meer van toepassing. Voor studenten die tijdens het schooljaar werken, bestaat er maar weinig verschil tussen een studenten- en een gewone arbeidsovereenkomst. Voor een student die tijdens het jaar werkt, is het gewone RSZ-regime van toepassing. En belastingen zijn verschuldigd zodra het netto belastbaar inkomen de 5.480 euro overschrijdt, net als voor iedereen. En bovendien lopen deze ijverige studenten nog het risico dat ze thuis fiscaal niet meer ten laste zijn omdat ze te veel verdienen. En ook dat scheelt een slok op de borrel. Afhankelijk van het aantal personen ten laste, kost dat verlies aan de ouders tussen de 300 en de 1.800 euro per jaar. Pakt u het verstandig aan dan kunnen al deze fiscale en parafiscale lasten echter tot een minimum worden beperkt.

Laat ons eerst even bekijken wat er mogelijk is om de ingehouden sociale lasten te beperken. Hoewel die voor studentenjobs die doorheen het jaar worden uitgeoefend steeds 13,07 procent van het brutoloon bedragen (te verhogen met de werkgeversbijdrage) kan u ervoor zorgen dat u tijdens de zomervakantie toch nog voor een studentenjob met verlaagde sociale lasten in aanmerking komt. Die verlaagde tarieven bedragen zoals gezegd 2,5 procent van het brutoloon van de student. Daarbovenop moet de werkgever nog 5 procent als werkgeversbijdrage betalen. Het enige wat u daarvoor moet doen, is tijdens de zomer (ten hoogste één maand) voor een andere werkgever werken dan tijdens het jaar. Dan zijn de drie voorwaarden om voor de studentenregeling in aanmerking te komen gelijktijdig voldaan. De eerste voorwaarde stelt dat een studentencontract een maximale duurtijd heeft van één maand. Ten tweede moet het gaan om juli, augustus of september. En ten derde mag de student tijdens het voorgaande schooljaar niet bij dezelfde werkgever hebben gewerkt met afhouding van sociale bijdragen. Het is deze derde voorwaarde die vaak doorslaggevend is. Verrichtte u als student tijdens het voorgaande schooljaar weekend- of avondwerk voor dezelfde werkgever als tijdens de vakantie, dan heeft u geen recht op verlaagde sociale bijdragen voor uw studentencontract in juli, augustus of september. Kiest u in de zomer een andere werkgever, dan heeft u dat voordeel wel. Merk ook op dat een afschrift van het ondertekende studentencontract binnen de zeven dagen opgestuurd moet worden naar de Arbeidsinspectie wil u voor de verlaagde RSZ-bijdragen in aanmerking komen. Doet u dat niet, dan dient u altijd de volle pot te betalen.

Om vrijgesteld te zijn van belastingen gelden volledig andere regels. Die vrijstelling is afhankelijk van het inkomen dat de student ontvangt. Had de student in 2001 een zogenaamd netto belastbaar inkomen dat hoger lag dan 5.350 euro (in 2002 wordt dat cijfer geïndexeerd tot 5.480 euro), dan dient hij of zij belasting te betalen. Maar blijft het inkomen daaronder, dan is het vrijgesteld. Maar wat moet u nu verstaan onder netto belastbaar inkomen? Om dat te berekenen mag de student in eerste instantie van het uitbetaalde loon zijn zogenaamde beroepskosten aftrekken. Daarvoor mag een forfaitair bedrag genomen worden van 20 procent van het brutoloon, met een minimum van 330 euro. Dat maakt dat het brutoloon van een student zonder andere inkomsten 6.687,50 euro (inkomsten 2001) of 6.850 euro (inkomsten 2002) mag bedragen vooraleer belastingen verschuldigd zijn op het loon. Of de inkomsten van de student tijdens het jaar of in de zomervakantie werden verdiend, speelt daarbij geen rol. Alle inkomsten worden gewoon samengeteld. Sterker nog: heeft de student ook nog andere inkomsten, dan moeten die ook bij het loon van de studentenjob worden opgeteld. Blijft het totaal van alle inkomsten beneden de gestelde grens, dan zijn er geen belastingen verschuldigd. Anders wel. Dat kan vroeger wel eens lastig zijn voor kinderen van gescheiden ouders. Het ontvangen onderhoudsgeld moest immers voor 80 procent worden opgeteld bij de andere inkomsten. Maar daar is dit jaar verandering in gekomen. Niet alleen worden de toegelaten bestaansmiddelen voor kinderen van een alleenstaande verhoogd tot 2.600 euro per jaar maar bovendien worden onderhoudsgelden tot maximaal 1.800 euro per jaar niet meer in aanmerking genomen als bestaansmiddelen. Voor kinderen van gescheiden ouders is dat een hele stap vooruit. Voortaan zullen ze niet meer hun toevlucht moeten nemen tot zwartwerk maar kunnen ze eindelijk in het officiële circuit terecht voor een bijverdienste zonder daarvoor fiscaal gestraft te worden.

Voor studenten die slechts één maand tijdens de zomer werken, ligt deze inkomensgrens ruim hoog genoeg. In de meeste gevallen is er op het loon van een studentenjob dan ook geen belasting verschuldigd. En zelfs wanneer ook tijdens het jaar zo nu en dan eens wordt bijgeklust blijft het inkomen veelal beneden de grens. Desondanks wordt gewoonlijk wél bedrijfsvoorheffing ingehouden op een studentenloon. Bent u ervan overtuigd dat u over het volledige jaar beneden de grens van 5.480 euro zal blijven, dan kan u aan uw werkgever vragen om de bedrijfsvoorheffing niet af te houden. Maar gaat die daar niet op in, dan kan u de te veel betaalde bedrijfsvoorheffing nog altijd later recupereren. Al wat u daar als student voor moet doen, is een persoonlijke belastingaangifte invullen op uw eigen naam. Ontvangt u niet automatisch een aangifte, dan kan die altijd worden aangevraagd bij de belastingdiensten. Vult u op uw aangifte het loon én de betaalde bedrijfsvoorheffing in, zoals die vermeld staan op uw loonfiche dan betaalt de fiscus de te veel betaalde bedrijfsvoorheffing terug. Vooraleer dat geld op die manier kan worden gerecupereerd, verstrijkt er wel wat tijd. De belastingaangifte moet worden binnengeleverd ten laatste op 30 juni van het jaar volgend op de studentenjob. Daarna moet de aangifte nog worden verwerkt door de belastingdiensten en wordt het resultaat van die verwerking meegedeeld. En pas de maand nadat u die afrekening heeft ontvangen, worden de betaalde belastingen teruggestort. Dat maakt dat het tot twee jaar kan duren vooraleer de te veel betaalde belasting wordt terugbetaald.

Een andere fiscale kwestie, die niet zozeer voor de student zélf dan wel voor zijn ouders van belang is, is of de student fiscaal al dan niet ten laste blijft thuis. Blijft de student ten laste, dan levert dat voor zijn ouders een niet onaardige fiscale besparing op, zeker in grote gezinnen. Verliest in een gezin met vier kinderen een kind het statuut van persoon ten laste, dan kost dat ruim 1.800 euro aan extra belastingen. Valt een enig kind weg als ten laste, dan kost dat slechts om en bij de 300 euro. Voor de ouders van een bijverdienende student kan het dus een bijzonder dure zaak worden wanneer het kind daardoor niet meer ten laste is. En daarvoor hoeft de student zelfs helemaal niet veel te verdienen. Een kind ten laste van een tweeoudergezin mocht in 2001 maximaal 2.450 euro bruto verdienen, voor de inkomsten van 2002 ligt de grens op 2.512,50 euro.

Verminderd met 20 procent forfaitaire beroepskosten komt dat overeen met 1.960 euro nettobelastbaar inkomen (in 2001) of 2.010 euro (in 2002). Is de student ten laste van een alleenstaande, dan ligt de grens een stuk hoger. Het nettobelastbaar inkomen mag dan 3.390 euro bedragen wat betreft de inkomsten van 2001 of 3.480 euro voor de inkomsten die dit jaar worden verdiend. Merk ook op dat een kind sowieso wegvalt als persoon ten laste wanneer het loon wordt uitbetaald door de ouders die zelfstandig zijn. Wanneer het kind het loon ontvangt van een vennootschap, zelfs al is het de vennootschap van de ouders, dan speelt dit probleem niet.

Op de kinderbijslag heeft een studentenjob in principe geen invloed (en bovendien wordt deze toelage ook nooit bij het nettobelastbaar inkomen geteld). Tot 18 jaar blijft de kinderbijslag in alle gevallen onvoorwaardelijk behouden. Maar ook voor oudere jobstudenten is er meestal geen probleem. Werkt een student enkel tijdens de vakantiemaanden (juli, augustus, september, kerst- of paasverlof) met een specifieke studentenarbeidsovereenkomst, dan blijft de kinderbijslag ook altijd behouden. Anders wordt het wanneer de student ook tijdens het school- of academiejaar werkt. In dat geval wordt de kinderbijslag enkel behouden wanneer minstens aan één van de twee volgende voorwaarden is voldaan. Ofwel mag de student maximum 79 uren per maand werken, ofwel moet hij tewerkgesteld zijn met een specifieke studentenovereenkomst. Met een studentencontract werken, is echter niet in alle gevallen mogelijk. Studenten die ingeschreven zijn in een avondschool of die onderwijs volgen met een leerplan dat minder dan 15 uur per week omvat, komen daarvoor sowieso niet in aanmerking. Ook studenten die voor hun opleiding onbezoldigd stage lopen of diegenen die al langer dan zes maanden tewerkgesteld zijn als loontrekkende kunnen geen studentencontract meer afsluiten. Willen zij bijverdienen tijdens het schooljaar zonder dat hun kinderbijslag in het gedrang komt, dan moeten zij zich dus beperken tot een (officiële) arbeidsovereenkomst van maximaal 79 uren per maand, wat ongeveer overeen komt met een halftijdse job. Overschrijdt een student tijdens een bepaalde maand toevallig toch eens het toegelaten aantal uren, dan wordt de kinderbijslag enkel tijdens die maand geschorst. Een andere vraag die veel ouders zich stellen wanneer zoon- of dochterlief een centje bijverdient, betreft de studiebeurs. Werkt de student enkel tijdens de vakantiemaanden, dan wordt met de inkomsten van een studentenjob geen rekening gehouden bij het bepalen of een student al dan niet recht heeft op een beurs. Heeft het kind een heel jaar gewerkt, dan kan dit inkomen echter wel gaan meespelen. Zolang de student fiscaal nog ten laste blijft thuis, is er niets aan de hand. Maar is dat niet het geval, dan worden de inkomsten van de student bij de inkomsten van de ouders geteld om te bepalen of de student al dan niet recht heeft op een studietoelage. Had de student gedurende de voorbije 18 maanden een inkomen van minstens 6.693,27 euro netto belastbaar, dan wordt hij of zij als zelfstandige student beschouwd en kan de student zelf een studietoelage aanvragen. En dan is er ten slotte nog de kwestie van het ziekenfonds. De meeste studenten zijn, wat ziekteverzekering betreft, verzekerd via het ziekenfonds van hun ouders. En dat blijft doorgaans ook zo wanneer de student werkt. Zolang een kind kinderbijslag ontvangt, blijft het verzekerd via het ziekenboekje van zijn ouders. Is een student 25 jaar en valt het recht op kinderbijslag weg, maar is hij of zij nog wel gedomicilieerd bij zijn of haar ouders en verdient hij maximum 371,84 euro per maand, dan blijft hij bovendien nog langer ingeschreven bij zijn ouders.

Voor een student die het hele jaar door werkt is het verschil tussen een gewoon arbeidscontract en een studentencontract niet meer zo groot. Fiscaal worden beide statuten gelijk behandeld en ook op het vlak van de RSZ is er dan geen enkel verschil meer. Toch heeft een studentencontract zo zijn voordelen. Onder meer vrijwaart u op die manier altijd uw recht op kinderbijslag, hoeveel uren u ook presteert. Maar bovendien worden werknemers met een studentencontract door de wet ook beter beschermd. Informatie daarover is te vinden in diverse brochures die daarover bestaan. Het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid heeft een brochure uitgebracht die gratis kan aangevraagd worden op het nummer 02/233.42.11. Maar ook bij de vakbonden kunt u terecht voor dergelijke brochures (ACV-jobwerking, tel. 059/55.25.25 of ABVV Jeugddienst, tel. 02/513.42.12). U kan de brochure ook rechtstreeks downloaden van de website van het ACV.

Laten we even enkele belangrijke punten overlopen. Het studentenloon bijvoorbeeld. Een vast of minimumstudentenloon bestaat er niet. De student heeft recht op het loon dat voor zijn functie en leeftijd werd vastgesteld in het toepasselijk paritair comité of in de ondernemingsakkoorden die werden afgesloten. Bij een vakbond kunnen de juiste baremas worden opgevraagd. Is er geen CAO van toepassing, dan geldt zoals hoger vermeld, het gewaarborgd minimuminkomen, of een percentage ervan indien de student jonger is dan 21 jaar. Verder moet een jobstudent er ook steeds voor zorgen dat hij of zij, uiterlijk op het moment dat het werk aanvangt, een ondertekend arbeidscontract en een arbeidsreglement heeft ontvangen. Daarin moet een aantal belangrijke zaken opgenomen zijn, zoals de werkuren, het begin en het einde van een arbeidsdag, de lengte van de proefperiode (die minimum 7 en maximum 14 dagen mag bedragen), het loon, de precieze functieomschrijving, enzovoort. Wanneer de overeenkomst niet wordt nageleefd of de student stelt andere wantoestanden vast (onbetaalde overuren, een te laag loon, geen gepaste werkkledij beschikbaar,.) moet dat zo snel mogelijk worden gemeld aan de sociale inspectie. Het adres en telefoonnummer daarvan moeten in de studentenarbeidsovereenkomst worden vermeld. Een student die voor het einde van het contract ontslag wil nemen, hoeft slechts één dag op te zeggen, wanneer het contract hooguit een maand duurt. Wie een contract voor meer dan een maand ondertekende, moet drie dagen vooropzeggen. Voor werkgevers geldt een opzegperiode van drie dagen voor contracten van maximum een maand. Voor langere contracten geldt een opzegperiode van zeven dagen. Verder mag de werkgever het contract ook beëindigen (mits een verbrekingsvergoeding te betalen) wanneer de student meer dan zeven dagen ziek is. Een vorm van studentenarbeid die de jongste jaren aan belang wint, is zelfstandige studentenarbeid. Dat kan enkel wanneer de student minstens 18 jaar oud is. De verplichte administratieve rompslomp die daarbij komt kijken, maakt echter dat zelfstandige studentenarbeid doorgaans niet aantrekkelijk is. Zo moet een zelfstandige student zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds (en meestal ook trimesteriële bijdragen betalen), moet hij of zij een boekhouding voeren en veelal ook een BTW-nummer aanvragen en elk trimester een BTW-aangifte indienen. Een zelfstandige student die zich daar niet aan houdt of een loontrekkende student zonder (studenten)arbeidsovereenkomst, is een zwartwerkende student. Op het eerste gezicht is dat vaak erg winstgevend, zeker voor studenten die ook andere inkomsten hebben (bijvoorbeeld kinderen van gescheiden ouders) of voor studenten die het hele jaar door werken. Toch is zwartwerk niet aan te bevelen. Eerst en vooral omdat zwartwerkende studenten de makkelijkste prooien zijn voor een werkgever die het niet al te best voor heeft met zijn jobstudenten. Maar verder kunnen zwarte studenten bij een ongeval ook nooit worden vergoed door de arbeidsongevallenverzekering. Toch maar liever met contract dus. Spijtig dat voor een aantal studenten zwartwerk de enige mogelijkheid is die na alle fiscale hinderpalen nog de moeite loont.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud