De belastingcadeautjes van de Vlaamse Overheid

Als belastingbetaler mogen we de laatste jaren niet mopperen. Vorig jaar kondigde de Vlaamse overheid aan dat aan elke Vlaamse inwoner een belastingkorting van 61,97 euro zou worden toegekend. De omrekening in euro heeft er bovendien voor gezorgd dat het fiscale voordeel van pensioensparen, woonkredieten, levensverzekeringen, enzovoort lichtjes is gestegen. En als klap op de vuurpijl werden voor Vlaamse samenwonenden de successierechten aanzienlijk verlaagd. Wie sprak nog van die alsmaar stijgende belastingdruk?

De gevoeligste belastingverlaging die we vorig jaar mochten verwelkomen, is ongetwijfeld de verlaging van de successierechten voor samenwonenden. Bij de vorige wijziging van de successierechten waren de tarieven voor samenwonenden weliswaar al iets gemilderd, maar in vergelijking met de percentages voor gehuwden lagen ze nog altijd buitensporig hoog. Voor erfenissen van 125.000 euro of meer gold immers nog altijd een tarief van 50 procent terwijl het hoogste tarief voor gehuwden slechts 27 procent bedraagt. Bovendien wordt dat hoogste tarief voor gehuwden pas toegepast voor erfenissen vanaf 250.000 euro.

Maar aan die discriminatie kwam vorig jaar een einde in Vlaanderen. En ook het Waalse gewest volgde dit voorbeeld. Al stelt Wallonië in tegenstelling tot Vlaanderen hierbij wel enkele voorwaarden. Maar laat het ons bij de Vlaamse situatie houden. Voor samenwonenden gelden hier voortaan dezelfde tarieven als voor gehuwden. Dat wil zeggen: op de eerste schijf van de erfenis, tot 50.000 euro, geldt een tarief van 3 procent. Tussen 50.000 en 250.000 euro wordt 9 procent afgeroomd aan erfenisrechten. En voor erfenissen boven 250.000 euro is het hoogste percentage, 27 procent, van toepassing.

Bovendien wordt de erfenis tussen samenwonenden, net zoals bij gehuwden, voortaan ook opgesplitst in een roerend en een onroerend deel. Beide delen worden afzonderlijk belast, telkens opnieuw te beginnen van het laagste tarief. Voorts kunnen samenwonenden ook genieten van een belastingkorting voor erfenissen tot 50.000 euro (een korting van maximaal 50 euro per erfdeel) en krijgt de langstlevende partner een bijkomende belastingvermindering per minderjarig kind. Ook deze voordelen werden overgenomen van de regeling voor gehuwden. Op het vlak van successierechten geldt nu geen enkele discriminatie meer tussen gehuwden en samenwonenden. Merk ook op dat het begrip samenwonende bij de recente wetswijziging werd versoepeld. Voortaan is niet meer vereist dat men al drie jaar samenwoont om van het verlaagde tarief te kunnen genieten, maar volstaat een periode van één jaar. En voor samenwonenden die een samenlevingscontract hebben ondertekend, valt deze wachttijd zelfs helemaal weg. Zodra het samenlevingscontract is ondertekend, worden zij als wettelijke samenwonenden beschouwd en komen zij in aanmerking voor de verlaagde tarieven van de successierechten.

Ondanks de gelijkschakeling van de tarieven van de erfenisrechten voor samenwonenden en gehuwden blijven er verschilpunten. De Vlaamse regering is immers enkel bevoegd om de aanslagvoeten en de vrijstellingen van de successierechten te regelen. Andere zaken blijven federale materie, en daaraan werd niet geraakt. Zo kunnen samenwonenden nog altijd niet automatisch van elkaar erven. Willen ze elkaar begunstigen, dan moeten ze dat uitdrukkelijk doen in een testament. In principe hoeft dat weliswaar niet zo moeilijk te zijn. Een ondertekend handgeschreven document, voorzien van een datum, volstaat als laatste wilsbeschikking. Een notaris of officiële registratie van het document zijn hiervoor niet vereist.

Toch is het in heel wat gevallen raadzaam wél een notaris te raadplegen en de zaak formeel te regelen, zeker wanneer er kinderen of andere familieleden zijn die u ook wil begunstigen. Want wat u via testament toewijst aan uw partner, kan definitief verloren gaan voor de kinderen. Neem volgend voorbeeld. Meneer D. heeft drie kinderen en woont ongehuwd samen met zijn partner, die niet de moeder is van zijn kinderen. Via een testament wijst hij de gezinswoning en de huisraad toe aan zijn partner. Lijkt erg redelijk, maar toch zou dit testament ongewenste gevolgen kunnen hebben. Kijk even mee: bij het overlijden van de vader gaan de gezinswoning en de huisraad ingevolge het testament volledig over naar de langstlevende partner. Tot zover is alles in orde. Maar wanneer die langstlevende partner vervolgens overlijdt, gaan al deze bezittingen automatisch naar haar bloedverwanten. Vermits de kinderen van de overleden partner niet haar kinderen zijn, erven die op dat moment dus niets. Wil D. de familiezaken op termijn nalaten aan zijn kinderen, dan treft hij dus beter een andere regeling. Zo zou hij aan de langstlevende partner bijvoorbeeld het vruchtgebruik kunnen nalaten van zijn bezittingen en aan de kinderen meteen de naakte eigendom overlaten. Op die manier komt later alles bij de kinderen terecht.

Een ander aspect waarover u als samenwonende met eigen kinderen toch maar beter op voorhand nadenkt, zijn de voorbehouden erfrechten van uw kinderen waar u niet omheen kan. Een vooraf bepaald gedeelte van de nalatenschap wordt immers wettelijk voor hen gereserveerd. Houdt u daarmee geen rekening in uw testament, dan komt de aap toch uit de mouw bij de verdeling. Hoewel in principe een vel papier en een pen volstaan om een testament op te maken, is het advies van een notaris dus vaak geen overbodige luxe.

Een belastingcadeau dat we vanaf dit jaar zullen merken bij het invullen van onze belastingaangifte, is het eurocadeau. Bij de omrekening van de fiscale grensbedragen in Belgische frank naar euro gebeurde de afronding immers in vele gevallen in het voordeel van de belastingbetaler. Of met een voorbeeld: het aftrekbare basisbedrag van 20.000 frank voor pensioensparen werd omgerekend naar een bedrag van 500 euro. Daardoor kan er 4,21 euro frank extra fiscaalvrij besteed worden aan pensioensparen.

Dit basisbedrag is echter al jaren niet meer van toepassing: al bijna tien jaar geldt het geïndexeerde bedrag van 22.000 frank. Dit jaar wordt voor het eerst opnieuw een indexatie toegepast. Maar vermits het grensbedrag inmiddels werd omgezet in euro, is het uiteraard dit eurobedrag dat geïndexeerd dient te worden. Die indexatie leidt tot het nieuwe grensbedrag van 580 euro. Dat bedrag is van toepassing vanaf dit aanslagjaar (2002). Voor volgend jaar wordt dit bedrag geïndexeerd tot 590 euro. Dit jaar mag u dus weer iets meer spenderen aan pensioensparen dan vorig jaar.

Gelijkaardige omrekenings- en afrondingsverschillen komen ook voor bij de andere fiscale aftrekposten. Zo is het maximumbedrag voor kapitaalaflossingen van een woonkrediet of levensverzekeringspremies verhoogd tot 1.730 euro of 69.788. Vorig jaar bedroeg de grens nog slechts 67.000 frank. Die verhoging is evenwel niet enkel te wijten aan de afronding van de omrekening maar, net als bij het pensioensparen, tevens aan de indexatie van het bedrag. Beide effecten samen maken dat u dit jaar 69,70 euro extra fiscaalvrij mag inbrengen aan kapitaalaflossingen of levensverzekeringspremies. De bijkomende eurobelastingbesparing kan hierdoor oplopen tot om en bij de 35 euro. Volgend jaar wordt het bedrag geïndexeerd tot 1.770 euro. Dat is dus het bedrag dat u dit jaar mag spenderen aan uw levensverzekering.

Niet alle omrekeningen zijn echter in het voordeel van de belastingplichtigen gebeurd. De belastingvrije sommen voor alleenstaanden en gehuwden zijn weliswaar ook beide licht gestegen. De belastingvrije sommen voor kinderen ten laste daarentegen zijn doorgaans dan weer iets gedaald.

En ook het minimumbedrag van een fiscaal aftrekbare gift is fors gestegen. Dit bedrag, al jaren vaststaat op 1.000 frank, werd bij de omrekening vastgesteld op 25 euro (1.008 frank). Een lichte verhoging, dus. Op de koop toe werd dit bedrag ook nog eens geïndexeerd en afgerond. Dat maakt dat giften voortaan slechts aftrekbaar zijn vanaf een bedrag van 30 euro (1.210 frank). Om de liefdadigheidsinstellingen de tijd te geven om dit nieuwe grensbedrag aan hun schenkers kenbaar te maken, werd de invoering ervan echter uitgesteld tot dit jaar. Giften gedaan in 2001 blijven dus nog aftrekbare volgens de oude regels (vanaf 1.000 frank of 24,79 euro). Vanaf het inkomstenjaar 2002 geldt het nieuwe bedrag van 30 euro (1.210 frank).

En dan is er ten slotte nog de Vlaamse belastingkorting die we vorig jaar mochten verwelkomen. Sinds vorig jaar krijgt elke Vlaamse inwoner een forfaitaire belastingkorting van 61,97 euro. Dat werd beslist in een Vlaams decreet op 22 december van vorig jaar. Deze belastingkorting is bijzonder eenvoudig. Op uw aanslagbiljet zal u helemaal achteraan kunnen vaststellen dat een forfaitaire korting van 61,97 euro verrekend wordt met het berekende belastingbedrag. Deze korting geldt per persoon. In een gezin krijgen dus beide partners (gehuwd of niet én al dan niet met eigen inkomsten) de korting. Personen ten laste hebben echter geen recht op de korting (zelfs al hebben ze geringe eigen inkomsten). Concreet komt het er dus op neer dat de meeste gezinnen een belastingbesparing van 123,95 euro realiseren.

Deze belastingkorting werd ingevoerd met ingang van aanslagjaar 2001, of anders gezegd: voor de inkomsten van 2000. Dat zijn de inkomsten die u vorig jaar heeft aangegeven. Rond deze tijd van het jaar moeten de afrekeningen van de aangiftes van vorig jaar grotendeels opgemaakt zijn en worden de belastingrekeningen vereffend. Eindelijk zullen we dan toch iets van deze belastingkorting kunnen merken. Merk wel op dat deze korting helemaal op het einde van de belastingberekening wordt toegekend. Dus na de berekening van de gemeentebelasting en de aanvullende crisisbijdrage. Concreet betekent dit dat deze belastingvermindering de berekeningsbasis van deze aanvullende belastingen niet vermindert. Aan deze aanvullende belastingen moet u dus nog altijd evenveel betalen. Maar laat ons daar niet over zeuren. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud