Jonge ondernemers hebben geen boodschap aan ruzie over panda's

©rv

Zou een koppel reuzenpanda’s nu echt het onderwerp van een communautair steekspel worden? Mag ik als een van de stemmen van de jonge generatie oproepen onze economische belangen voor één keer boven onze Belgo-Belgische twisten te laten primeren?

Door Tom Vandenkendelaere, nationaal voorzitter JongCD&V

De relaties tussen België en China zitten goed. Op zijn missie in China werd Vlaams minister-president Kris Peeters deze week nog ontvangen op het hoofdkwartier van de Communistische Partij. Die ‘eer’ valt weinigen te beurt. De zaken tussen onze landen gaan goed. Vlaamse paardenfokkers doen er gouden zaken en EcoNation, een bedrijf dat handelt in intelligente lichtkoepels, haalde deze week zijn grootste contract ooit binnen. Voor een klein land als het onze is het een troef dat China zowel onze oerdegelijke kwaliteit als onze spitstechnologie lijkt te waarderen. Het doet in elk geval het beste verhopen voor de toekomst van vele, vaak kleine ondernemers die ooit op de Chinese golf hopen te surfen.

Dat de komst van de reuzenpanda’s in datzelfde plaatje past, leidt geen twijfel. De wachtlijst van dierenparken die een koppel in bruikleen willen, is groot. Wereldwijd mogen slechts zeventien dierentuinen een koppel huisvesten, en dat voor prijzen tussen het half miljoen en het miljoen euro. Dat het contract door de premier zelf ondertekend wordt, bewijst dat de panda-business ‘big’ is. Als China er mee akkoord gaat om Xinhui en Hao Hao voor vijftien jaar in plaats van de gebruikelijke tien jaar aan België uit te lenen, is dat niet het resultaat van zomaar wat onderhandelen over de afmetingen van het pandaverblijf. Integendeel, je kan gerust stellen dat de panda’s de beloning zijn voor de economische inspanningen die we voor de Chinezen leverden.

Antwerpen

De gekte rond de ijsbeer Knut in de zoo van Berlijn in 2011 doet me de reactie van de Zoo van Antwerpen begrijpen. De meerwaarde van de verkoop van panda-merchandising werd geschat op meer dan een miljoen euro per jaar. Reken daarbij 20 procent extra inkomsten aan kaartjesverkoop en enkele miljoenen euro’s aan sponsorgeld. Antwerpen greep bovendien in de jaren negentig al eens naast een koppel panda’s. De pil is dus bitter om te slikken. Het zou echter allerminst verstandig zijn ‘pandagate’ te laten uitgroeien tot een communautair steekspel.

Om als land competitief te blijven tegenover onze buurlanden heeft de huidige generatie politici de plicht haar beste beentje voor te zetten als het over potentiële investeerders gaat. Met Belgische lonen die 16 procent hoger liggen dan in de ons omringende landen mogen we niet talmen als het om kansen voor onze ondernemers gaat. Onze economische missies komen investeerders nu al ten goede.

Nog belangrijker is dat sterke relaties met bijvoorbeeld China ook perspectieven biedt voor jongeren die een eigen onderneming willen opstarten. In een periode van onzekerheid hebben we net veel zulke jonge mensen nodig. Perspectieven op een mooie toekomst zijn daarbij soms doorslaggevend. Uitstekende relaties met potentiële afzetmarkten onderhouden of een positief investeringsklimaat opbouwen, moet dan ook een kernopdracht zijn van elk bestuursniveau. Enkel met zo’n perspectieven kunnen we een vruchtbare toekomst voor vele jonge Vlamingen garanderen, enkel zo kunnen we met de volgende generatie een uitdaging als de vergrijzing te lijf gaan.

We moeten daarom goed beseffen welk signaal we aan de buitenwereld geven, als ‘pandagate’ het onderwerp wordt van communautair getouwtrek. Het zou makkelijk zijn te vervallen in de geijkte formules over wij en zij. Laat ons voor één keer op onze tong bijten en de buitenkans aangrijpen die China ons biedt. Dat we straks voor dat koppel panda’s naar Ath moeten sporen, nemen we er als jonge generatie graag bij, als het ons voor de toekomst goede perspectieven biedt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content