Samenwerken met China vraagt meer strategie en overleg in Europa

©rv

Het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan ons land toonde de diepe kloof tussen Europa en China. Als Europeanen slagen we er vaak niet in om buiten ons eigen eurocentrische referentiekader te denken, ook al zou ons dat op termijn meer opleveren.

Door Jeanne Boden, managing director van ChinaConduct, dat training en advies geeft aan bedrijven en overheidsinstanties die met China samenwerken.

In de omgang met China raken we niet verder dan te denken in stereotypen en clichés: te positief - de oneindige markt - of te negatief: het autoritaire bewind dat alles censureert en alleen maar de mensenrechten overtreedt. De waarheid ligt ergens tussenin. Onze houding is al te vaak ingegeven door een gebrek aan inzicht en kennis. Zeg nu zelf: voor het eerst heeft een Chinese president een bezoek gebracht aan de Europese instellingen. Wie het Chinese confucianistisch geïnspireerde kader kent, beseft dat dit een historisch bezoek was en dat Xi Jinping Europa de hand reikt.

Betoverd

Het contrast in de media met het bezoek van president Barack Obama kon niet groter zijn. Voor Obama zijn we bereid het land half plat te leggen en hangen we als betoverd aan het scherm om elke stap die hij zet en elk woord dat hij spreekt te volgen. Obama wordt beschreven als ‘inspirerend’ en ‘een diepe indruk nalatend’.

Als Xi Jinping komt, raken we niet verder dan er een politieke kwestie van te maken en China met de vinger te wijzen. China wordt hoe langer hoe sterker en we kunnen niet meer om het land heen. Het is waar dat economie en politiek in China sterk verweven zijn en dat China een ander politiek model hanteert dan het Westen, en dat daar heel wat op aan te merken valt. Maar we moeten een weg vinden om op een meer constructieve manier in dialoog te treden.

Europa kan immers ook iets leren van China. Als er één ding is waaraan we niet moeten twijfelen, dan is het wel dat de Chinezen meesters zijn in strategie. Al eeuwenlang heeft China een centralistisch beleid. Vanaf de hervormingen door Deng Xiaoping was het duidelijk dat in China geen sprake zou zijn van fragmentatie. het land ontwikkelde zich economisch razendsnel, maar de centralistische politieke structuur met één partij werd in stand gehouden. Dat is het economisch sterke China waar we vandaag tegenover staan en waarmee we moeten leren omgaan.

Het strategische van China ligt onder meer in het feit dat Chinezen altijd één top hebben, om het even of het nu gaat over de organisatie van het land, een bedrijf, of een Chinese delegatie die naar ons land komt. Een Chinese groep heeft een piramidestructuur met één top en spreekt ook met één stem, ook al zijn er intern grote tegenstellingen.

Wat achter die ene stem echt schuilgaat, wordt niet meegedeeld aan ‘outsiders’. Insider-outsiderethiek is de norm. Om van outsider naar insider te gaan, moet de relatie worden opgebouwd en dat gebeurt op basis van reciprociteit. Wat je krijgt, moet teruggegeven worden. Voor wat je geeft, mag je iets terugvragen. Alleen als mensen elkaar goed kennen en vertrouwen, wordt er open gecommuniceerd. Mensen die elkaar niet goed kennen, kunnen wel economische transacties doen, maar alles blijft utilitair als er geen relatie is opgebouwd.

Het bezoek van Xi Jinping bood de kans om de relatie met China te verbeteren. Die kans hebben we niet ten volle benut. Ook voor de Chinezen zal het contrast in ontvangst tussen Xi Jinping en Obama, of toch minstens hoe de media ermee hebben omgesprongen, niet ongemerkt zijn gebleven. In de plaats van Xi Jinping hard tegen de schenen te trappen, hadden we onze kans kunnen grijpen en uit het bezoek een voordeel voor Europa kunnen halen. Reciprociteit gaat ook over elkaar een gezicht geven.

Debatcultuur

Het lijdt geen twijfel dat de economische mogelijkheden om samen te werken met een land als China onuitputtelijk zijn. Hoe kunnen we echter als Europeanen - met onze debatcultuur en democratie, met onze vanzelfsprekendheid om verschillende gezagscentra naast elkaar te hebben, met waarden als vrijheid en gelijkheid, met onze gewoonte om open te communiceren en bij problemen de confrontatie aan te gaan - omgaan met een land waar het de norm is met één stem te spreken en dat een sterke traditie van insider-outsiderethiek heeft?

Als westerlingen moeten we leren onze zaken wat meer te centraliseren en een langetermijnvisie te hebben. Zelfs in een democratisch systeem, waarbij er voortdurend andere mensen komen op strategische posities, is het mogelijk systemen te ontwikkelen die op lange termijn informatie centraal beschikbaar maken zodat een stabiele samenwerking kan worden uitgebouwd. Het probleem van versplintering komt niet alleen voor bij de overheid, maar ook bij de bedrijven. We slagen er niet in om te spreken met één stem, en dat maakt ons zwak.

Samenwerken met een land als China, waar de economie volledig verweven is met de politiek, waar de centrale overheid de economie kan remmen of stimuleren of de interne markt kan afschermen, onder meer omdat er geen scheiding van machten is, smeekt om meer strategie en overkoepelend overleg in Europa. Bij de overheid en intern bij de bedrijven. In plaats van enkel de westerse manier van denken en handelen te omhelzen moeten we durven zien wat er speelt, de kansen grijpen die er zijn, maar liefst op een manier waardoor ook ons democratisch model kan overleven.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content