Beste André Bergen,

Lodewijk De Meester

Weet u nog waarom u in de financiële wereld kwam werken? Was het de intellectuele uitdaging van de hogere wiskunde of gaf het carrièreperspectief de doorslag? Prikkelde de statige marmeren trap van een bankkantoor al sedert uw kinderjaren uw verbeelding? Of vond u de status van een bankier in uw tijd wel een na te streven doel? Vermoedelijk kan u er ondertussen niet meer één specifieke reden uitpikken.

Eerlijk gezegd, ik vermoed dat daar onze verschillen al beginnen, want voor hetzelfde geld (letterlijk en figuurlijk), werkte ik nu in een heel ander bedrijf. Toen ik begon te solliciteren  was een bank namelijk al een werkgever zoals alle andere geworden. De banken stonden op zo’n sollicitantenfoor geprangd tussen een energieleverancier en een pakjesbezorger, driftig mee gadgets uit te delen. En waarom werd het dan die bank en niet de pakjesbezorger? Omdat er een culturele fit was met de mensen die er aanwezig waren en vooral, omdat het er zo ontzettend no-nonsense aan toeging. De bank is voor mijn generatie dus een werkgever geworden zoals vele anderen en ook voor cliënten is een bank een leverancier geworden zoals vele anderen. En toen moest Lehmann Brothers nog vallen...

Vertrekkend vanuit dat perspectief, kan ik alleen maar constateren dat jullie generatie vanuit een luxepositie verdwaald is in deze nieuwe wereld. Jullie luxepositie was gebouwd op een bijna blind vertrouwen in banken en bankiers. Het waren zowat staatsdragende instellingen, waar alleen de meest intelligente mensen werkten die alleen de meest intelligente dingen deden. Vertrouwen heet dat, in een aantal gevallen blind vertrouwen. De luxe die financiële instellingen uitstraalden en nu nog soms uitstralen was daar enkel een symptoom van.

En nu we een leverancier geworden zijn van financiële diensten en niet meer de plaatselijke succursale van het orakel van Delphi, is dat vertrouwen niet meer blind en wordt er kritisch gekeken naar alles wat financiële instellingen doen. Vreemde wereld, nietwaar mijn beste collega. Een hele andere wereld dan toen u begon in de financiële sector.

De nieuwe plaats die we met de financiële instellingen moeten innemen, moet ons over generaties heen doen nadenken wat een bank nu hoort te zijn. Alleen door goed na te denken wat onze rol is in de samenleving en hoe we die rol zo goed mogelijk kunnen vervullen, kunnen we aan relevantie winnen en het vertrouwen terug opbouwen. En daar moeten we op een aantal vlakken een breuk maken met het verleden, met wat gemeengoed was voor jullie generatie.

Laat ons beginnen bij het begin. De meerderheid van de economische wereld is er van doordrongen dat de fundamentele taak van een financiële instelling is om de smeerolie van het economische raderwerk te zijn. We brengen mensen met een geldoverschot, de ‘spaarders’, samen met mensen met een geldtekort, de ‘investeerders’. Voor die job krijgen we van onze cliënten een vergoeding die we investeren in een steeds betere, snellere en innovatievere service. In deze definitie wordt, voor de duidelijkheid, geen melding gemaakt van hoogpolig tapijt, marmer, sigaren of andere statussymbolen, dus we mogen met een gerust hart concluderen dat die niet tot de fundamentele attributen van een bankier behoren.

Aan al uw collega's die voor hun 65ste stoppen, wens ik een astronomische aanslagvoet op hun pensioen

Lodewijk De Meester

Bankier

Allereerst betekent dit dat we als financiële instellingen sedert een aantal jaar blij zijn dat de cliënt komt terwijl een tijd geleden nogal wat cliënten mochten blij zijn als de bank zich verwaardigde zich te bekommeren om hun vragen. Fundamenteel betekent dat, dat we als banken een reuzenstap te nemen hebben om echte klantgerichtheid als centrum van ons bestaan terug in te voeren. We worden geen filantropen, maar we dienen met z’n allen van ons voetstuk af te komen en de dialoog met de cliënt aan te gaan. We moeten no-nonsense worden en blijven en we moeten bovenal waar voor het geld van onze cliënten bieden.

Twee voorbeelden die mij na aan het hart liggen. Jonge koppels die nu een huis moeten financieren via de bank, of die een eigen zaak uit de grond willen stampen, krijgen nog grotendeels hetzelfde kredietaanbod voorgeschoteld als toen u net begonnen was bij de bank. Of herinnert u zich de laatste doorbraakinnovatie in kredietland?

Altijd zo gekend, soms dwingt de wetgever ons wel eens tot veranderingen, maar los daarvan kabbelt het rustig verder. Vreemd toch dat nog niemand erop gekomen is de verzuchting van cliënten dat het begin van een lening verschrikkelijk zwaar is, om te zetten in een innovatief kredietproduct. Wanneer het inkomen wat beter gaat, de zaak floreert, de verbouwingen achter de rug zijn of de kinderen op eigen benen beginnen staan, kan je dan met wat meer marge op het budget wat meer terugbetalen.

Of neem een aantal jaar later, wanneer de lening vlot loopt, net als de carrière of de eigen zaak en er een spaarcentje te beleggen is. Dan willen mensen misschien wel mee investeren in startende bedrijven waarvoor de bank kredietvragen krijgt. Als financiële instelling hebben we vaak veel meer informatie over bedrijven dan de gewone burger en kunnen we dus interessante investeringen openstellen voor het publiek. Zo kunnen de spaarders investeren in bloeiende, maar niet beursgenoteerde, bedrijven. Het volledige bedrag van de kredieten die een onderneming vraagt kan zo gedeeltelijk door een banklening en gedeeltelijk door publiekslening worden bijeengebracht. Daarbij kan de bank een leidende en coördinerende rol spelen.

Door de inbreng per particuliere investeerder te beperken tot een bepaald maximum kan de bank ook het goede voorbeeld in diversificatie tonen. Zulke investeringen zijn een waardig alternatief voor de gestructureerde producten en herverpakte exotische vehikels waar niemand nog kop of staart aan krijgt. Dit zet de mogelijkheid om te investeren in beursgenoteerde bedrijven of goed beheerde en van duidelijke informatie voorziene investeringsfondsen niet op de helling. Zie het als een aanvulling, een diversificatie van de investeringsmogelijkheden.

En zo zijn er ongetwijfeld nog voorbeelden te vinden die onze cliënten zoeken maar nog niet vinden.

Ik hou er niet van dat Oliver Stone grote krantenkoppen oogst met de zin dat 'bankiers steeds grotere varkens geworden zijn'.

Lodewijk De Meester

Bankier

Om de dialoog met onze cliënten over onze rol correct aan te gaan, moeten we ook transparant(er) zijn. Die transparantie is spijtig genoeg verworden tot een modewoord, dat vele ladingen dekt en te veel gebruikt wordt om precies het tegenovergestelde te bewerkstelligen. Als we een echt goede leverancier en intermediair willen worden dan mogen we ook niet op alle informatie blijven zitten. Dan moeten we aan onze investeerders en spaarders duidelijke informatie geven. Mensen een bijna directe toegang geven tot waar ze met hun lening staan, wat een vervroegde terugbetaling kost. Maar hen ook duidelijk maken hoe het met hun investeringen gaat, regelmatig updates geven over de fondsen en ondernemingen waarin mensen investeren, informatiebronnen openstellen of cliënten doorverwijzen als wij niet de kennis in huis hebben. Enkel op die manier zullen onze cliënten opnieuw meer gaan vertrouwen ons oordeel en advies.

Dit houdt ook in dat onze kennis niet meer als vanzelfsprekend wordt beschouwd en we er ook moeten in investeren. Wij als bankiers moeten voortdurend bijblijven, ons voortdurend bijscholen en onszelf blijven uitdagen. ‘Want de bank heeft het gezegd’, is niet langer een doorslaggevend argument om mensen tot beslissingen te brengen, in een aantal gevallen is het zelfs een bijkomende bron van argwaan. Laten we onszelf en onze kennis dus dubbel zo hard in vraag stellen als in het verleden zodat we de lat steeds hoger leggen en altijd beter geplaatst zijn om onze cliënten van dienst te zijn. Kortom, waar voor ons geld te bieden.

Nog iets beste collega, jullie hebben op een dag besloten, nog niet eens zo heel lang geleden, dat de bank waar de spaargelden van iedereen, particulieren en bedrijven, gehouden worden, best samenging met de bank waar er allerlei risicovolle activiteiten op beurzen en daarbuiten ontplooid werden. Dat het spaargeld van de mensen en bedrijven nooit gebruikt is voor die risicovolle activiteiten, hoor ik u zeggen. Klopt, maar de fall-out van die risicovolle activiteiten was zo drastisch, dat ook de normale bankactiviteiten er risico door gingen lopen. Laten we dus onze collega’s die zo graag risico’s nemen met het geld van een ander, gebaseerd op vergevorderde wiskundige modellen helpen.

Geef hen een speeltuin, waar ze ten volle kunnen gaan maar ook ten volle rekenschap moeten afleggen. Geef ze een aparte balans, waar ze hun eigen winst en verlies moeten incasseren en laat de bank opnieuw de bank zijn. De plaats waar investeerders en spaarders elkaar vinden en die een krachtige hefboom zet op de economische activiteit. Met een mooie omheining omheen de zo gevreesde speculanten en niet-gereglementeerde hedge funds te zetten, wordt het ongetwijfeld nog vermakelijker om hen aan het werk te zien.

Als een aantal van jullie er zo van overtuigd zijn dat ze noodzakelijk zijn voor de werking van de financiële markt, laat ze dan maar eens bewijzen dat ze self-sustaining zijn. Indien dat niet het geval is, dan zal de natuurlijke selectie er de prutsers wel van tussen filteren. Doen we dit niet dan zullen de volgende debacles onze rol als financieel intermediair nog verder uithollen en staan een pak bedrijven, waaronder Google en Facebook met de banklicentie in de hand klaar om onze rol over te nemen. Die laatste bedrijven kent u wel vermoedelijk, van in de avondles ‘Internet voor beginners’ of van uw kleinkinderen.

Ik hou er namelijk niet van dat een gepensioneerde filmregisseur (Oliver Stone) naar het World Creativity Forum in België komt en applaus en grote krantenkoppen oogst met de zin dat 'bankiers steeds grotere varkens geworden zijn'. Als er al varkens in onze beroepsgroep zitten, laat ze dan in hun modderpoel wentelen en weldadig knorren, maar noem ze alstublieft geen bankiers.

Als de bank dan een doorsnede van zijn cliëntenpopulatie wordt, dan moeten we er ook voor zorgen dat onze collega’s gemotiveerd blijven en voortdurend uitdaging blijven vinden. Hoeveel mensen van uw generatie of zelfs jonger zijn niet ergens halfweg de inspiratie voor hun job verloren? Is het ook geen tijd om daar iets aan te doen?

Trouwens, we hoeven het over niet alles oneens te zijn, beste collega, graag wil ik met jouw generatie en alle generaties ertussen, ook schouder aan schouder vechten tegen wat in vele landen besproken en ook ingevoerd wordt, namelijk een bankentaks.

Zij die menen dat deze nieuwe belasting niet zal doorgerekend worden aan de cliënten, dwalen. Want ofwel betekent deze nieuwe belasting dat de kost rechtstreeks wordt doorgerekend aan de consument, ofwel dat de financiële instellingen besluiten in de kosten te snijden en mensen afdanken (die dan weer op de sociale zekerheid terecht komen) ofwel tast het de rendabiliteit van de bank aan wat dan weer de gewone aandeelhouder treft in zijn inkomen.

Voorgaande heeft niet de pretentie om exhaustief te zijn, maar is volgens mij voldoende illustratie dat de belastingbetaler die applaudiseert voor dit soort maatregelen, beter zijn handen zou gebruiken om die op de knip te houden. Finaal zal het toch de consument-belastingbetaler-aandeelhouder zijn die hiervoor betaalt. Laat ons dus samen de mensen met veel geduld en argumenten duidelijk maken dat een loodzware overheid die op deze manier handelt, geen garantie is op beter functionerende banken.

De garantie op betere financiële instellingen kunnen wij en wij alleen bieden, door precies te werken aan onze transparantie en kennis, en onze rol als financieel intermediair met verve te vervullen. Een stijgend vertrouwen in ons als bankiers en in alle financiële instellingen, zal de roep om niet-gedifferentieerde straffen en loodzware overdreven reglementering geleidelijk doen verstommen.

Kortom, beste collega, we hebben beiden waarschijnlijk de meest woelige jaren uit de banksector achter de rug en er komen nog woelige en uitdagende jaren aan. Laat mij stellen dat jullie het aan ons verplicht zijn om nog even aan boord te blijven. Enerzijds vanuit een enorme bezorgdheid van onze generatie om de pensioenen betaalbaar te houden, maar meer specifiek ook omdat volgens mijn opvoeding ‘potje breken’ ‘potje betalen’ betekent.

Uw gewezen collega's die toch voor hun 65ste de deur achter zich dicht trekken, wens ik een astronomische aanslagvoet op uw pensioen. Blijven ze nog een tijdje de ‘sturm und drang’ van mijn generatie verdragen, dan wens ik ze veel werkplezier, een steile leercurve, loon naar werken en ervaring en schitterende en gezonde jaren. In het bijzonder een fantastisch 2012 gewenst.


Gelukkig nieuwjaar,

Lodewijk

Dilbeek, 1 januari 2012


Lodewijk De Meester is 28. Hij is bankier. Hij is master in de economie (KU Leuven).

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud