Alain De Laet: 'Ik vrees voor een kaalslag bij de dorpscafés'

©Wouter Van Vooren

De eigenaar van Delirium-brouwer Huyghe vindt dat de regering ondanks alle steunmaatregelen de cafés in de kou heeft laten staan. Ook voor sommige brouwers is het vechten om te overleven.

'Als we niet met vers geld over de brug waren gekomen, dan was er van het Waterhuis aan de Bierkant en ’t Dreupelkot, twee legendarische cafés in het hartje van Gent, geen sprake meer. Dan waren beide door de coronacrisis over de kop gegaan.’ Alain De Laet (54) zegt het achteloos, bijna langs zijn neus weg. Maar de toon van het gesprek is meteen gezet. De topman en eigenaar van de Oost- Vlaamse Delirium-brouwer Huyghe, die vorig jaar eigenaar werd van beide horecazaken, maakt zich geen illusies. Op eigen kracht hadden de bekende bierkroeg en het vlakbij gelegen jenevercafé de lockdown nooit overleefd. ‘Onmogelijk.’

Ontbijt met De Tijd Gent, 9 uur, het Waterhuis aan de Bierkant. Met brouwer Alain De Laet praten we over hoe corona zelfs iconische cafés in het centrum van Gent doet wankelen en hoe de Chinese motor, ondanks alle tegenspoed, toch weer aanslaat.

Het is woensdag, 9 uur. We ontbijten aan een houten tafel in het Waterhuis, waarop twee mandjes met verse croissants en chocoladekoeken zijn klaargezet. De Laet vertelt hoe het biercafé de voorbije drie maanden een grondige opfrisbeurt kreeg - ‘we investeerden 380.000 euro’ - en begin deze week met succes kon heropenen. ‘De omzet lag op het niveau van voor de coronacrisis, hoewel er nog geen enkele toerist in Gent rondloopt.’

'Vrees voor kaalslag'

In de rand van de Arteveldestad is de toestand echter minder hoopgevend. Daar heeft de brouwerij een 30-tal panden in eigendom die ze verhuurt aan horeca-uitbaters. ‘Dat zijn bijna allemaal lokale wijk- en dorpscafés, die vooral pils serveren. Ik vrees dat de helft eronderdoor zal gaan. Ze zijn te klein om de lockdown overleven.’ De Laet wierp hen al een reddingsboei toe: de huur voor april werd kwijtgescholden en die voor de maand mei werd uitgesteld. Maar hij twijfelt of dat helpt. Zelfs in Melle, de thuisbasis van zijn brouwerij, sloot al een van zijn cafés de deuren. ‘Ik vrees een kaalslag.’

Ik vrees voor een ravage bij veel brouwerijen die de voorbije vijf jaar zijn opgestart, waaronder heel wat microbrouwers.

In Brussel is de toestand zo mogelijk nog dramatischer. In normale tijden draait brouwerij Huyghe daar meer dan 6 miljoen euro omzet per jaar met het concept Delirium Village, een cluster van acht horecazaken die vlak bij de Grote Markt diverse soorten bier en alcohol serveren. ‘Dat komt overeen met 5.500 tot 6.000 hectoliter’, zegt De Laet. ‘Er werken meer dan 75 mensen. Maar begin deze week haalden we amper een derde van dat vroegere niveau, omdat er geen toeristen zijn. Die moeten dringend terugkomen.’

Levenswerk

Tot overmaat van ramp werd zijn 80-jarige vader Jean, die aan de basis lag van het horecaconcept in Brussel, onlangs in het ziekenhuis opgenomen met keelkanker. ‘Voor de uitbraak van het virus was hij nog heel enthousiast en voelde hij zich bijna als herboren telkens als we het over zijn Delirium Cafés hadden. Nu stelt hij zich de vraag: ga ik dit wel overleven? Hij is ook erg bang dat zijn levenswerk verloren gaat. Gelukkig staat achter dat horecaconcept de brouwerij Huyghe, die zeer gezond is.’

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt

Vader en zoon De Laet weten wat het is om zwarte sneeuw te zien. In 1985 was Huyghe op sterven na dood. ‘We waren toen vooral een brouwer van pils en waren in de volksmond synoniem voor slecht bier. Tot begin 2000 zijn we rode cijfers blijven draaien. Het kantelpunt kwam toen mijn vader het speciaalbier Delirium Tremens lanceerde, met dat speelse logo met de roze olifant. Hij zag dat de markt hier oververzadigd was, dus koos hij resoluut voor export en nieuwe kwaliteitsmerken. Die strategie rendeerde en daardoor exporteert Huyghe nu meer dan 80 procent van zijn bieren over de hele wereld.’

©Wouter Van Vooren

De jongste jaren kwam de brouwerij zelfs in een serieuze stroomversnelling, zegt De Laet. ‘In een kwarteeuw groeiden we geleidelijk aan van 1,5 miljoen euro naar 45 miljoen euro omzet, maar de jongste zeven tot acht jaar was het booming business. In januari en februari gingen we zelfs naar een groei van 18 procent, maar de coronacrisis stak daar een stokje voor. Plots doken we van plus 18 naar min 18 procent in amper drie maanden tijd.’

Alle Belgische brouwers werden getroffen. ‘Wat mensen ook beweren, het is niet zo dat met de uitbraak van het coronavirus de verkoop van Belgisch bier in de grootwarenhuizen is gestegen. Alle brouwers samen zijn er met 9 procent op achteruitgegaan. Omdat de consument geen tijd had om rustig te gaan shoppen en uit te kijken naar iets speciaals. Hij wou zo snel mogelijk weer de winkel uit om alle besmettingsgevaar te vermijden.’

Gemiste kans

Een verlaging van de btw op alcohol naar 6 procent kon de cafés extra zuurstof geven. Dat dat niet gebeurt, is een gemiste kans.

In de horeca was de klap nog zoveel harder: daar kelderde de bierverkoop met 80 tot 100 procent. ‘Ik ga eerlijk zijn’, zegt De Laet. ‘Onze regering heeft met haar steun aan de horeca mooie inspanningen geleverd. Maar ze heeft de cafés in de kou laten staan, precies door geen 6 procent btw op alcoholische dranken toe te laten. Ik begrijp dat niet. Wat is de redenering daarachter? Volksgezondheid? Door een lagere btw zouden mensen verleid worden om meer alcohol te drinken? Sta me toe dat in twijfel te trekken. Ten eerste, het gaat om een heel tijdelijke maatregel. En twee, ik ken geen enkele cafébaas die van de 6 procent btw op alcohol gebruik zou maken om zijn prijzen te verlagen. Dat is nog nooit gebeurd in de sector. Als een café-uitbater meer geld kan verdienen, zal hij dat zeker doen.’

De brouwer uit Melle noemt die btw- verlaging een gemiste kans. ‘Een verlaging naar 6 procent op alcohol had de cafés extra zuurstof kunnen geven en de motivatie om in het zwart te werken serieus kunnen inperken. Want wie zou nog dat risico willen nemen voor 6 procent? Het had witwerken een boost kunnen geven.’

Hij vreest voor een domino-effect. Ook voor sommige brouwers wordt het vechten om te overleven. ‘Ik ga geen namen noemen, maar er zijn er al die vandaag in moeilijkheden zitten. Eerder kleinere spelers. Grote brouwers hebben cafés en vastgoed die ze in het slechtste geval te gelde kunnen maken om hun kapitaalbuffer te versterken. Maar veel spelers die de voorbije vijf jaar zijn opgestart, en daaronder reken ik heel wat microbrouwers, hebben dat niet. En daar vrees ik een ravage.’
Zelf moet hij ook de tering naar de nering zetten. ‘Ik was van plan de komende twee jaar 35 miljoen euro te investeren in uitbreiding en renovatie. Niet alleen in de eigen brouwerij in Melle, waar de bottelarij en de magazijnen al gedeeltelijk zijn vernieuwd en waar een nieuw Delirium-bezoekerscentrum wordt gebouwd met een reusachtige roze olifant op het dak van de oude brouwzaal. Die investeringen moet ik nu uitstellen.’

China

Ook drie projecten met microbrouwerijen lopen vertraging op. De Laet grijpt naar zijn smartphone, die verpakt is in een blauw hoesje met een roze Delirium-olifant erop, en toont enkele foto’s. De eerste brouwerij blijkt zo goed als afgewerkt en werd geïnstalleerd op de abdijsite Ten Bogaerde in het West-Vlaamse Sint-Idesbald. ‘Daar zal een bekende chef-kok uit de buurt het horecagedeelte uitbaten.’

©Wouter Van Vooren

Een tweede microbrouwerij werd geïnstalleerd in de gebouwen van een oude bloemisterij in de buurt van Destelbergen. Jean-Paul Macharis van de kartonproducent VPK is een van de mede-investeerders. De plannen voor een derde brouwerij in het centrum van Gent, recht tegenover het stadhuis, werden bij de bevoegde diensten ingediend, maar de goedkeuring laat op zich wachten.

‘Elk van die projecten dient om kleine en kwaliteitsvolle bieren met een lokaal karakter te promoten’, zegt De Laet. ‘De consument is op zoek naar nieuwigheden met een authentiek verhaal. Dat past volledig in de strategie. Maar die projecten zijn tijdelijk tot stilstand gekomen, en ik aarzel om ze meteen weer op te starten.’

Gelukkig ziet hij ook hoopgevende signalen in deze postcoronatijd. ‘Onze export naar China, in normale tijden goed voor 20 tot 25 procent van de omzet, is niet stilgevallen. De bestellingen liepen hooguit twee tot drie weken vertraging op. De verkoop via internet en het thuisverbruik zijn in China erg belangrijk, en we zien dat we daar weer 30 tot 35 procent boven het niveau van begin dit jaar zitten. Sommige internetspelers, zoals Alibaba, bestellen meer dan een container per maand van ons bier. De motor is daar dus weer volop aan het aanslaan.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie