Bessel Kok: ‘Te oud? Wat is dat nou voor onzin?’

Wie minstens 30 is, herinnert zich Kok nog van zijn tijd als CEO van Belgacom. ©Tim Dirven

Ooit roerde de besnorde Nederbelg zich in het politieke wespennest als Belgacom-baas. Vandaag leidt de sport- en kunstmecenas een leven van ‘georganiseerde chaos’. Ontbijt met De Tijd

Als de groten der aarde naar Brussel komen, logeren ze in Hotel Amigo. Robert De Niro hangt er aan de muur, naast David Bowie. Bessel Kok nog niet. ‘Nee, als dat gebeurt, is het toch een beetje gedaan.’ Hij is hier wel kind aan huis als hij op bezoek is vanuit zijn woonplaats Praag. Kok geraakte bevriend met de eigenaar toen die aannemer was voor de bouw van het pompeuze, door Ricardo Bofill ontworpen hoofdkantoor van Swift, het bedrijf gespecialiseerd in betaalverkeer dat hij in de jaren 70 mee oprichtte, in Terhulpen. Zo werd hij een vaste klant. ‘Ik blijf trouw aan de Amigo’, zegt Kok. ‘Ze respecteren hier nog een beetje de oude garde.’

Ontbijt met De Tijd

Hotel Amigo, Brussel

Met Bessel Kok praten we over de briljante zet van Elio Di Rupo om hem te ontslaan, kopieuze lunches in de financiële wereld en zijn wielerploeg Deceuninck-Quickstep.

Aan een tafeltje in een private bar op het gelijkvloers staan koffie en croissants klaar. Brussel staat voor veel gastronomische herinneringen, want in de tijd van Swift moest Kok aan de lopende band vergaderen met bankiers. ‘En wat doen bankiers graag? Wining and dining. Dankzij hen heb ik de goede restaurants hier leren kennen. Het was de tijd dat er nog echt goed geluncht werd in de financiële wereld. Met wijn, rode wijn zelfs. Krankzinnig. Toen was het heel normaal.’

Wie minstens 30 is, herinnert zich Kok nog van zijn tijd als CEO van Belgacom, de voorganger van Proximus en de opvolger van de RTT, de Regie voor Telegraaf en Telefoon. Kok leidde in de eerste helft van de jaren 90 het grootste telecombedrijf van het land, op voorspraak van de christen- democraat Jean-Luc Dehaene, waarvoor de geboren Hilversummer speciaal zijn Nederlandse nationaliteit liet vallen voor de Belgische. ‘Ik ben snel genaturaliseerd, zoals een voetballer.’

Tabula rasa

Na vijf jaar wachtte hem een voorspelbaar lot als baas van een overheidsbedrijf: hij raakte verstrikt in een kluwen van politieke en communautaire belangen en mocht beschikken. Toenmalig minister van Overheidsbedrijven Elio Di Rupo (PS) nam de beslissing. ‘Hij ontsloeg niet alleen mij, maar de voltallige raad van bestuur. Tabula rasa, heette dat. Briljante zet, natuurlijk. Ik mocht hem wel.’

Kok is misschien voor het grote publiek al even uit de picture, maar achter de schermen blijft hij zo actief als een twintiger. De snor is er ook nog altijd, en op zijn 78ste leidt hij een leven van ‘georganiseerde chaos’. Hij is bestuurder bij meerdere culturele instellingen in Praag en Amsterdam, waaronder het docufestival IDFA. Filmproducent en Emmy-winnaar. Voorzitter van 360 Magazine. Voorzitter ook bij de liefdadigheidsorganisatie Pink Bubble. Bezieler van een award ter ere van de in 2012 overleden Nederlandse actrice Sylvia Kristel - ‘een boezemvriendin, dat kan perfect hoor’ - en producent van een serie over haar leven. En dan is er nog ‘die wielerploeg’.

Samen met zijn zakenpartner Zdenek Bakala, een Tsjechische miljardair, kocht hij zich tien jaar geleden in bij Deceuninck-Quickstep. Bakala bezit 70 procent, Kok 10, manager Patrick Lefevere de resterende 20. Bakala is een wielerfreak en zocht een team, Kok legde de connecties met Lefevere. Meteen had hij een revolutie in de wielerbusiness voor ogen via een model à la Premier League, met topteams die tv-gelden verdelen. ‘Een totaal normaal idee’, maar Kok botste op te veel weerstand. Maar mede-eigenaar zijn van een wielerploeg die de succesvolste ter wereld werd, dat moet een goede investering zijn, toch? ‘Maar nee, natuurlijk niet. Je bent blij als je op break-even komt. Ik raad het niemand aan om het voor de return te doen.’

Je kan boeken schrijven over hoe slecht het wielrennen financieel gerund is.

‘Je zit altijd met de zorg: hoe ziet het volgende jaar er financieel uit? Sponsorcontracten moeten worden vernieuwd. Renners worden almaar duurder. Iedereen wil kopen wat goed is, maar er zijn geen transfergelden. Je kan boeken schrijven over hoe slecht die sport financieel gerund is. En alles moet op een truitje, elke vierkante millimeter moet vol. Afschuwelijk. Wij hebben nu wel mooie, trouwe sponsors. Maar die moet je ook kunnen vasthouden.’

Virtuele races

De coronaschok gooide de stukjes van de puzzel door elkaar, en het was geen simpele opgave om ze weer te doen passen. ‘Als je ploeg plots stilvalt, dan moet je besparen, en het is redelijk voor de hand liggend waar: bij salarissen van renners en staf. En die opbrengst moet je dan weer verdelen, onder andere richting sponsors. Voor bedrijven is sponsoring een heel kwetsbare post in onzekere tijden.’ Ondanks het weer opspelende virus heeft hij goede hoop dat het vertimmerde seizoen met de Strade Bianche op 1 augustus weer kan losbarsten. ‘Die virtuele races waren in ieder geval niet om aan te zien.’

Kok wil wel even benadrukken hoe ver hij bij Deceuninck-Quickstep van het sportieve beleid staat. ‘In een sportclub mag een bestuurder zich nooit moeien met de sportieve beslissingen. Ik zie dat er in België voorzitters zijn die die vergissing wel maken’, glimlacht hij, hintend op Marc Coucke bij Anderlecht. ‘Ach, ik ken hem goed, hoor. Een vermakelijke man, en ik heb bewondering voor wat hij presteert.’ Dat Coucke onlangs bij Anderlecht meer naar de achtergrond schoof, vindt Kok in ieder geval wijs. ‘Er is een strikt verschil tussen management en governance. Je moet begeleiden, werken op de achtergrond. Geen spelers opstellen.’

Nochtans had hij niet zoveel met wielrennen, aanvankelijk. ‘Enkel de bergritten in de Tour.’ Koks grote sportieve liefde is schaken, van kindsbeen af. Hij leerde spelen van een buurman, tot hij te vaak won. Bij Swift gebruikte hij schaken als marketing en sponsorde hij tornooien onder de grootmeesters. Later richtte hij de Grandmasters Association op, samen met het Russische monument Gary Kasparov, en was hij lang voorzitter.

Aan een tafeltje in een private bar op het gelijkvloers staan koffie en croissants klaar. ©Tim Dirven

Schaken en bedrijven leiden, daar moeten wel parallellen tussen bestaan. Strategisch vooruitdenken, pionnen plaatsen. Kok blaast de suggestie weg. ‘Heeft niets met elkaar te maken. Gary houdt daar altijd mooie, maar onzinnige toespraken over. Die leveren hem goed op. Het wordt geslikt als koek. Maar ik zie de link niet. Ik hou niet van dat soort metaforen.’ Kasparov ziet hij veel, maar ze spelen niet tegen elkaar. ‘Dat zou complete onzin zijn. Jij gaat toch ook niet voetballen tegen Ronaldo? Nee, we praten over politiek. Hij is niet langer welkom in Rusland vanwege zijn activisme, en richt zich op de Verenigde Staten. Hij is volledig geswitcht van Republikein naar Democraat.’

Kok bestelt nog een cappuccino. ‘Zullen we het dan maar over Belgacom hebben?’ Hij begint kleurrijke herinneringen op te halen, van het eerste telefoontje van Dehaene tot de typisch Belgische politieke puzzel. ‘Ze moesten een soort socialistische CVP’er hebben. Dat was een eerste waarschuwing’, lacht Kok. ‘Toen ik de eerste agenda van raad van bestuur zag, wist ik al: dit wordt een zware job. Die stond vol dingen die niet thuishoren op een raad van bestuur, maar die voor het management zijn. Over aankopen bijvoorbeeld. Wij kopen toch gewoon wat het beste is, dacht ik. Nee, we zijn een publieke instelling, kreeg ik te horen. Voor een groot order van netwerk-apparatuur hadden we voor Ericsson gekozen. De volgende ochtend moest ik naar de minister. ‘Hoeveel volk stelt Ericsson tewerk in ons land?’, vroeg hij. Het moest Alcatel zijn. Zo werd ik snel opgevoed. Alles was politiek.’

Concorde

Het botste regelmatig, ook met de pers. Over het feit dat hij de Concorde had genomen om een deal in de VS te sluiten. Over zijn investeringen in mobiele telefonie, toen nog een statussymbool voor rijken in hun auto. En over ‘de brug van Kok’, die hij had laten bouwen tussen de twee torens van het hoofdkantoor aan het Noordstation. ‘Megalomaan, kopte La Dernière Heure. Ik kom er nog wel eens en dan mag ik erover lopen. Dan krijg ik altijd een glaasje chablis.’

De zaak-Leroy ruikt naar een politieke afrekening.

Met verbazing heeft hij het drama van vorig jaar gevolgd, toen Dominique Leroy na haar aangekondigde vertrek als CEO een toptransfer naar KPN door de neus geboord zag na huiszoekingen vanwege vermeende handel met voorkennis. ‘Vreselijk’, zegt Kok. ‘Een dommigheidje wordt afgestraft. Misschien was het wel haar boekhouder? Zo hardvochtig. Ze was een goede CEO. Als ik eerlijk mag zijn: de beste sinds ik weg was. Ik ken haar niet goed, maar ze was rustig en bekwaam.’

Ruikt het naar een politieke afrekening? ‘Ja. En dat is een probleem dat ten gronde moet worden opgelost, of de volgende kijkt tegen hetzelfde aan. Ze moeten zich niet moeien. Het bedrijf danst nog altijd op twee benen: meespelen in de grote telecomarena in Europa en de status van politieke instelling. Die dubbelrol kan je niet blijven invullen.’

Havel

Na zijn vertrek bij Belgacom had Kok een fikse kater. Hij wilde even weg uit het zakenleven, maar werd er weer in gesleurd toen KPN een belang nam in Cesky Telecom, het Tsjechische staatsbedrijf, en een CEO zocht. ‘Ik had daar één goed contact in Tsjechië, en dat was Vaclav Havel, via het schaken. En dus dacht ik: vooruit dan maar.’ Hij erfde een oud communistisch instituut, maar kreeg volledige politieke vrijheid. ‘Het was de omgekeerde situatie van bij Belgacom. Het was niet eenvoudig het bedrijf intern te structureren, maar de politiek wilde wel vooruit.’ Lachend: ‘Mijn job in België was veel moeilijker.’

Hij deed het tien jaar, en bleef nadien hangen in Praag, mede dankzij zijn goede vriend Havel, de schrijver en dissident die president werd en in 2011 overleed. ‘Ik besloot in zijn omgeving te blijven. Hij heeft me de weg gewezen. Zo heb ik mensen leren kennen uit de beau monde van Tsjechië. Hij sleepte me overal mee naartoe. Iedereen wilde toen Havel ontmoeten. Hij was een soort god. We leken ook fysiek sterk op elkaar, en daar speelde hij mee. Op een evenement sloeg de Amerikaanse actrice Whoopi Goldberg ooit haar armen om me heen: Mr President, so lovely to meet you. En dan stond hij zich kapot te lachen. Heerlijke man.’

Je merkt dat in zo’n Centraal-Europees land strikter werd gehandeld door de overheid en gehoorzamer door de bevolking.

‘Tsjechië buiten Praag is zo’n onbekend land voor veel Belgen en Nederlanders. Maar zo mooi. Lijkt wel Canada. Praag wordt platgelopen door toeristen, maar ik woon in de bossen rond de stad. Ik heb er ontelbare uren gewandeld tijdens de coronamaanden. Je merkt trouwens ook dat in zo’n Centraal-Europees land strikter werd gehandeld door de overheid en gehoorzamer door de bevolking. Dat is dan toch nog de aard van het beestje.’

Sport, kunst, ondernemen, managen: wat bindt al zijn bezigheden, vragen we nog voor Kok moet vertrekken naar zijn afspraak bij de kapper. ‘Passie. En de wil om iets te creëren, iets te organiseren. Soms moet ik wat geduldiger zijn, raadt men mij aan. Maar ik vind vooral: waarom niet? Nu er terecht zoveel te doen is over discriminatie, moet men ook maar eens denken aan discriminatie van ouderen. Soms hoor je wel eens: die is te oud. Dat is toch grappig: te oud. Wat is dat nou voor onzin? Nee, je moet zo lang mogelijk bezig zijn. Mijn moeder zou zeggen: zo blijf je van de straat.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie