interview

Edwin Moses (ex-Ablynx): ‘Vlamingen houden niet van bullshit'

©Wouter Van Vooren

Hij maakte van Ablynx het succesvolste biotechbedrijf van Vlaanderen. De verkoop leverde hem veel geld op. Maar aan uitspattingen doet hij niet. Ontbijt met De Tijd.

Negen uur. Vroeger moest het voor Edwin Moses (64) niet zijn. De voormalige biotech-CEO ontvangt ons in jeans en een wit hemd met fijne blauwe streepjes - twee knoopjes open zodat een fijne gouden ketting zichtbaar wordt. Hij leidt ons naar de woonkamer van zijn duplex aan de Coupure in Gent, met zicht op de stadstuin, die prachtig in bloei staat. ‘Een Engelse tuin’, verduidelijk hij. ‘In Vlaanderen houden mensen van tuinen met veel groen en weinig onderhoud. Wij verkiezen veel verschillende planten, zodat er het hele jaar door bloemen bloeien. Maar het is mijn vrouw Sarah die al het werk doet, hoor.’

Ontbijt met De Tijd

Gent, 9.00 uur, thuis bij Edwin en Sarah Moses.

Met de voormalige CEO van Ablynx praten we over Italianen, over geld en over zijn honden Gwyllym en Dyllis.

Op tafel staan voorgesneden meloen, licht gesuikerde aardbeien en meerdere soorten brood klaar. Sarah heeft een schort voorgebonden en biedt aan een ‘small English breakfast’ te maken. Ze brengt twee koffies en begint te bakken.

Moses geeft toe geen vroege vogel te zijn, naar Belgische normen. ‘Ik heb drie jaar voor een biotechbedrijf in Italië gewerkt. En als ik om negen uur een vergadering belegde in mijn kantoor in Rome, zat ik daar alleen. Je denkt: ‘Dit is biotech, hier wordt zeven dagen per week hard gewerkt.’ Het waren schrandere en energieke mensen, hoor. Maar als je een Italiaan op vrijdag vraagt wat langer te blijven omdat een project echt af moet, antwoordt die: ‘Sorry, ik vertrek nu naar mijn boot op de Middellandse Zee. Als ik op tijd uit bed geraak, ben ik maandag rond tien uur terug.’ (lacht luid)

Moses zegt het wel te begrijpen. ‘Hun levenskwaliteit naast het werk is te hoog om elke dag te werken. Sarah en ik gaan heel graag terug naar Italië. (droog) Maar als ze me daar vragen voor een job, zal ik me niet haasten om ja te zeggen.’

Aanbiedingen

Vlaanderen leerde Moses kennen als de flamboyante CEO van Ablynx, de biotechparel in Zwijnaarde. Gepokt en gemazeld in de biotech bouwde de Brit de VUB-spin-off uit tot een bedrijf met wereldambitie. Hij sloot miljoenencontracten met farmabedrijven, bracht het naar de beurs en stuwde de resultaten de hoogte in. Vorig jaar werd Ablynx voor 3,9 miljard euro verkocht aan de Franse farmareus Sanofi, de grootste Vlaamse biotechdeal ooit. Niet veel later nam Moses afscheid.

Onze grootste uitspatting na de verkoop van Ablynx was een nieuwe fiets voor mijn vrouw.

Vandaag is hij voorzitter van meerdere biotechbedrijven en adviseur bij de investeringsmaatschappij Gimv. Hij haalt plezier uit het coachen van jonge CEO’s en noemt zichzelf een klankbord. ‘Ik heb aanbiedingen gekregen om CEO te worden en misschien neem ik later nog een wat actievere rol op. Maar op dit moment doe ik wat ik graag doe: helpen bij het bouwen van bedrijven.’

Moses maakte faam in het biotechwereldje met zijn parcours bij Oxford Asymmetry International. Onder zijn bestuur groeide het Britse biotechbedrijf in vijf jaar van 4 naar 250 werknemers. Hij bracht het naar de beurs, en twee jaar later werd het verkocht voor 460 miljoen. Het maakte van Moses een veelgevraagd bestuurder.

Toen Ablynx hem in 2006 vroeg CEO Mark Vaeck op te volgen, was Moses er al bestuurder. ‘Mijn vrouw zei: ‘Doen! Het is het enige bedrijf waarover je praat als je thuiskomt.’ Ik vond hun lamatechnologie fascinerend.’

Dat Moses de raad van bestuur voorzat én CEO was, was ongewoon en soms ongemakkelijk. Maar de combinatie maakte dat hij snel zijn stempel kon drukken: de lat hoog, het werk fun. ‘Bij mijn eerste presentatie als CEO verwees ik naar Amerikaanse miljardenbedrijven, iconen uit de biotech: ‘Dáár gaan we naartoe.’ Ze lachten me uit, letterlijk. Maar als je niet gelooft dat het kan, lukt het zeker niet. Er zaten al hardwerkende, toegewijde en slimme mensen die fantastische dingen deden met technologie. Maar ze waren zo bescheiden. Ik moest ervoor zorgen dat mijn ambitie ook die van hen werd.’

België wereldtop in biotech

Galapagos is niet het enige Belgische biotechbedrijf dat furore maakt. Ontdek hier de andere ondernemingen en organisaties die actief zijn in de Belgische biotechsector. 

Moses belegde grote personeelsmeetings over zijn plannen. ‘Dan vroeg ik: ‘Wat denken jullie?’ De eerste keer viel er een doodse stilte. Ha ja, we zijn in Vlaanderen... (lacht) Ik leerde snel dat ik zelf eerst enkele mensen moest aanspreken van wie ik wist dat ze wel iets wilden zeggen. De rest volgt dan. En zo krijg je conversatie, interactie en betrokkenheid. Wat ik ook snel leerde: Vlamingen houden niet van bullshit. Je moet rechttoe rechtaan zijn. Als het shit is, moet je gewoon zeggen dat het shit is.’

Zonder zorgen

©Wouter Van Vooren

De verkoop van Ablynx leverde Moses 32 miljoen euro op. Maar hij is huiverig om op eigen houtje te investeren, zegt hij. ‘Dat laat ik over aan professionals, het is een vak apart.’ En dan begint hij over zijn conversaties met durfkapitalisten. ‘Ze denken vaak te weten hoe je een bedrijf moet runnen, maar ze hebben geen idee. En dat moet ik hen ook zo zeggen. Vaak zijn ze totaal niet geïnteresseerd in de mensen in een bedrijf, dat vinden ze saai. Terwijl dat volgens mij net het grote succes van Ablynx is geweest: de juiste mensen op de juiste plek op het juiste moment.’

Terwijl zijn vrouw warme, beboterde toast op tafel zet, begint Moses over geld en hoe ermee om te gaan. ‘De verkoop van Ablynx heeft ons leven niet veranderd. Ik wilde altijd financieel onafhankelijk zijn, en dat ben ik sinds 1998. (hij bracht toen het bedrijf waarvan hij CEO was naar de beurs, red.) Voor het geld hoef ik het sindsdien niet meer te doen. Ik heb toen de hypotheek op mijn huis afbetaald en heb nooit meer schulden gemaakt.’

Je zal bij hem geen vloot sportauto’s voor zijn deur vinden. ‘Rijk zijn betekent voor mij: niemand iets verschuldigd zijn. Rijk zijn betekent zonder zorgen uit eten gaan. Het betekent: dit. (wijst naar de rijkelijk gedekte tafel) Onze grootste uitspatting na de verkoop van Ablynx was een nieuwe fiets voor Sarah. Normaal koopt ze om de tien jaar een nieuwe. Nu hebben we er na acht jaar al één gekocht. Een blauwe.’

De bewegingsvrijheid in België voelt als een ongelooflijke luxe.

Moses groeide op in Cwmbran, een dorpje in het zuiden van Wales. ‘Een vreselijke plek’, zegt hij vrolijk. Zijn vader ontmoette zijn Oostenrijkse moeder toen hij met het Britse leger in Oostenrijk gestationeerd was. Moses groeide op in soberheid. ‘Er was altijd eten op tafel. Maar een auto hadden we niet. En pas op mijn 18de kwam er telefoon in huis.’

Koekjesfabriek

Zijn vader werkte in een koekjesfabriek, zijn moeder stond aan de band van een lokale conservenfabriek. Hij deed er studentenjobs. ‘Als je acht uur aan een stuk deeg hebt uitgerold of duizenden dekseltjes op blikken gezet, besef je hoe belangrijk het is om verder te studeren als je iets anders met je leven wil gaan doen.’

Moses koos voor chemie. Niet omdat hij dat bijzonder boeiend vond, maar omdat hij er redelijk goed in was. Na zijn doctoraat aan een Duitse universiteit vond hij een baantje als vertegenwoordiger bij een Amerikaans chemiebedrijf. ‘Ze namen me niet omdat ik zo goed was. Ik was gewoon de enige kandidaat. Duitse wetenschappers haalden hun neus op voor een job als Verkäufer.’

Zakendoen is eigenlijk simpel. Je moet altijd een klein beetje meer doen dan je concurrent.

Hij leerde verkopen ‘met Amerikaanse flair’. ‘Verkopen is achterhalen wat iemand wil. Overal waar ik kwam, vroeg ik: ‘Wat heb je nodig?’ Dat schreef ik op. Elke avond werkte ik nog twee uur nota’s uit, en die gaf ik door aan het bedrijf. Kwam er een nieuw product in het assortiment, dan wist ik meteen: hij of zij kan dat gebruiken. Zakendoen is eigenlijk simpel. Je moet altijd een klein beetje meer doen dan je concurrent.’

Zijn er dingen die hij anders zou hebben gedaan, achteraf bekeken? ‘Ik heb onderschat hoe moeilijk het was de juiste mensen te vinden om in België te komen werken’, zegt hij zonder aarzelen. ‘We rekruteerden wereldwijd voor seniorprofielen. Maar de helft van de kandidaten knapte af op de locatie. De wetenschappelijke wortels van het bedrijf liggen hier. Ik heb er geen spijt van dat we zijn gebleven, maar het zou gemakkelijker zijn geweest als we waren vertrokken. Het wereldcentrum van de biotech, dat blijft Boston.’

Hot yoga

De verkoop van Ablynx draagt niet bij tot een versterking van de Belgische positie in biotech, werpen we op. Moses is het daar niet mee eens. ‘Er is berekend dat 800 à 900 miljoen dollar van de verkoop via de aandeelhouders is teruggevloeid. Ablynx heeft CEO’s als Tim Van Hauwermeiren (Argenx) en Cedric Ververken (Confo Therapeutics) opgeleverd, en heel wat knappe koppen die elders aan de slag zijn gegaan. Dat zal nieuwe bedrijfjes opleveren, frisse ideeën. In de hele wereld weten ze nu dat je in België een bedrijf van aanzienlijke schaal kan bouwen.’

Ik heb onderschat hoe moeilijk het was de juiste mensen te vinden om in België te komen werken.

Het echtpaar Moses is verknocht geraakt aan zijn nieuwe thuisbasis. ‘Mensen reageren verbaasd als ze horen dat we hier zijn blijven wonen. Maar dit is een fantastische plek. De rijkdom aan talenkennis is fenomenaal, daar pakken jullie veel te weinig mee uit. De bewegingsvrijheid is een ongelooflijke luxe. Als je zoals de Britten op een eiland leeft, moet je je reizen altijd vooraf plannen.’

Nu Moses niet meer voltijds aan de slag is, is er tijd voor urenlange wandelingen met de honden. Hij roept de border terriërs er even bij. Gwyllym en Dyllis - namen uit Wales - stuiven de keuken binnen, waar getekende portretten van hen hangen en hun chaise longue staat. ‘We lopen wel 60 tot 70 kilometer per week, door de stad en in de natuur.’ Daarnaast doet Moses vaker aan fitness en aan hot yoga. ‘Een geweldige reiniging van lichaam en geest.’

Na het interview stuurt Moses nog een mail. Om de juiste schrijfwijze van de namen van zijn honden door te geven. En te laten weten dat hij dol is op muziek. De AB in Brussel is na de Royal Albert Hall in Londen zijn favoriete concertzaal. ‘Onlangs gingen we er naar de singer-songwriter Tom Walker kijken, en naar de Duitse emoband Tokio Hotel. We waren de enigen die ouder waren dan dertig, lol.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie