interview

‘Maanden in de ruimte? Ik mag er niet aan denken'

©Dries Luyten

Sciencefictionfilms en -romans kunnen de ruimtewetenschapster niet boeien. Daarvoor houdt ze te veel van haar vak. En van David Bowie. Ontbijt met De Tijd.

Het ontbijt in de keuken van Angelique Van Ombergen (29) oogt Pinterest-waardig. Er staan twee soorten granola, er is biologische yoghurt, er zijn verse bramen, frambozen en blauwe bessen. Alles staat netjes gerangschikt. En alles past bij elkaar: de kopjes, de placemats, de kussens. Hier woont een perfectioniste.

Van Ombergen verontschuldigt zich omdat ze alleen yoghurt in huis heeft. ‘We zijn gisteren erg laat thuisgekomen.’ De ruimtewetenschapster reist op en af tussen haar huis in Beveren en haar werk in Noordwijk bij Haarlem, waar ze voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA het onderzoek naar de impact van ruimtereizen op de mens coördineert. Haar vijf maanden oude zoontje en haar vrouw pendelen met haar mee.

Het gaat hard voor Van Ombergen. Ze is nog geen dertig, maar kreeg al prijzen voor haar onderzoek naar de impact van ruimtereizen op het brein en voor haar heldere en toegankelijke lezingen over wetenschap. En het Amerikaanse tijdschrift Forbes nam haar op in zijn 30 under 30-lijst van beloftevolle jonge onderzoekers.

Ontbijt met De Tijd

Beveren, 8 uur, in de keuken van Angelique Van Ombergen.

We praten over de ontberingen van astronauten, de overgave van rustbedvrijwilligers en de handicap van een zwangerschap.

Die nominatie kwam wat ongelegen, zegt ze verrassend. ‘Ik was net begonnen aan mijn job bij de ESA, en opeens kwam al die aandacht. Ik had liever op een andere manier kennisgemaakt met mijn collega’s. Natuurlijk is het fijn zo’n erkenning te krijgen. Een wetenschappelijke prijs of een publicatie in een toptijdschrijft, daarvan kunnen mijn mama of vrienden niet inschatten wat dat betekent. Forbes kennen ze. Maar geen enkel labo zal je aannemen omdat je in dat tijdschrift staat.’

Glamoureus

Wie de impact van ruimtereizen wil onderzoeken, moet vindingrijk zijn. Er zijn nu eenmaal weinig astronauten. Veel onderzoek gebeurt op aarde, met simulaties van ruimtereizen en bedruststudies. Vrijwilligers gaan dan twee maanden op hun rug in bed liggen met hun hoofd zes graden naar beneden gekanteld. Die houding wekt processen op die zich ook in de ruimte voltrekken, zoals het verslappen van botten en spieren. Er stroomt ook meer vloeistof in het hoofd.

Zonder die anonieme proefpersonen zouden ruimtereizen niet mogelijk zijn. ‘Zij verdienen alle lof’, zegt Van Ombergen. ‘Zo’n onderzoek is echt zwaar. De vrijwilligers krijgen elke ochtend een propvol schema waar minuut per minuut staat wat ze die dag moeten doen. Eten wordt op de gram afgewogen. Ze moeten al liggend eten en plassen. Er worden spierbiopsieën genomen, en bloed.’

Het is een onderbelicht aspect van het vaak glamoureus in beeld gebrachte astronautenleven: ruimtereizen zijn enorm belastend. ‘Van eencelligen tot de mens, al het leven dat wij kennen, is op aarde geëvalueerd, onder invloed van zwaartekracht. Zonder zwaartekracht verandert alles: de wortels van planten groeien niet langer omlaag zoals ze dat doen op aarde.’

Daarom worden de vrijwilligers van de bedruststudies dertig minuten per dag op een centrifuge gelegd, om ze bloot te stellen aan kunstmatige zwaartekracht. ‘We kijken of dat de negatieve effecten van de ruimtevaart kan tegengaan. Dan zouden we dat kunnen toepassen bij Marsmissies.’

©Dries Luyten

Astronauten bereiden zich jaren voor, maar na een ruimtemissie moeten ze lang revalideren. Spieren verslappen, in de hersenen gebeuren veranderingen, het immuniteitssysteem verzwakt. Bovendien worden ze blootgesteld aan felle, mogelijk kankerverwekkende kosmische straling. ‘We zien in proeven bij muizen met straling dat het denkvermogen wordt aangetast. Vrouwtjes hebben er minder last van dan mannetjes. Zij worden mogelijk beschermd door hormonen. Maar dat is wel een van de factoren waar we rekening mee moeten houden bij Marsmissies.’

En dan is er nog het psychologische aspect. ‘De reis naar Mars alleen al duurt zo’n acht maanden. En er is geen enkele afleiding.’ Daarom doet de ESA volop onderzoek op Antarctica, waar wetenschappers in extreme omstandigheden en in isolatie op elkaars lip werken en leven. Onlangs stak in het Russische station een onderzoeker een collega neer, omdat die persoon altijd de plot verraadde van het boek dat hij aan het lezen was. ‘Dat was hun enige verstrooiing. Het toont aan hoe banale dingen ertoe kunnen leiden dat mensen door het lint gaan.’

Van Ombergen liet zich al eens 15 da-gen opsluiten voor een observatiestudie. ‘Als je weet dat volgend jaar in Moskou een simulatie van acht maanden begint, zijn 15 dagen relatief. Maar ik vond het toch lastig. Ik miste vreemde dingen: een fris windje, daglicht, een blik naar buiten. In de observatieruimte hing een poster met palmbomen en een strandje, om onze ogen te trainen. Het probleem is dat je niet meer in de verte kan kijken in zo’n kleine ruimte. Ik voelde mijn zicht achteruitgaan.’ Maar vooral het monotone bestaan viel haar zwaar. ‘Dat maanden volhouden: ik mag er niet aan denken.’

Ruimtevaart is duur, ja. Maar voor elke euro die je investeert, krijg je 6 euro terug.

De eerste Apollo-reizigers lieten zich naar de maan schieten met technologie die vele malen minder krachtig was dan een iPhone. De vooraanstaande Britse astrofysicus Martin Rees noemt bemande ruimtereizen vandaag onverantwoord: te duur en te gevaarlijk. Hij voorspelt dat straks alleen robots de ruimte in gaan.

Maar Van Ombergen vindt dat je de menselijke factor niet mag onderschatten. ‘Als je naar Mars gaat en er steekt een gigantische storm op die de zonnepanelen met zand bedekt, moet je improviseren. Als je zoals Rees gaat redeneren, waarom werken mensen dan nog? Als een robot op Jupiter iets kan gaan halen, kan hij dat ook in een fabriek. Op den duur maakt dat de mens overbodig. Dat vind ik nogal zwartgallig.’

‘En ja, ruimtevaart is duur. Maar voor elke euro die je erin investeert, krijg je 6 euro terug. Aan de maanmissies hebben we luiers te danken. En satelliet, gps, aardobservatie. De kleinere en krachtigere computers.’

Krakske

Vandaag is Van Ombergen in feite geen wetenschapster meer. En dat is een opluchting. ‘Ik ben nog altijd met wetenschap bezig, maar zit niet langer in die positie van continue onzekerheid. Zelfs op een moment dat je als wetenschapper heel goed bezig bent, zit er geen vast contract in. Het piekeren over een beurs, wat ik zou doen als ik ze niet haalde, hoe ik dit huis zou afbetalen, het heeft me veel slapeloze nachten bezorgd.’

Pas toen ze eruit stapte, besefte Van Ombergen hoe hard ze had gewerkt. Tot tachtig uur per week. Het eerste wat ze ’s ochtends deed, was haar laptop openklappen, en dan ging ze door tot elf uur ’s avonds. Een vrij weekend bestond niet. Vooral als onderzoeker, na het behalen van haar doctoraat, stond er geen rem op. ‘Tijdens een doctoraat werk je vier jaar naar een doel toe. Dat is afgebakend. Maar daarna is er geen doel. Het is of onbereikbaar, of heel ver weg. Het enige wat je dan kan doen, of wat ik kon doen, is zo hard mogelijk werken. Ik draaide zot.’

©Dries Luyten

Afgelopen zomer kreeg ze een ‘krakske’. ‘Ik was mentaal en fysiek roofbouw op mijn lichaam aan het plegen. Ik ben een week thuisgebleven, heb een congres overgeslagen en heb drie dagen aan een stuk geslapen. Dan besef je: ik ben niet goed bezig. Pas op, ik deed die job graag. Ik dacht nooit: ‘Oh nee, weer werken.’ Maar alles errond maakt het zwaar.’

Haar echtgenote komt binnen met Rover, die een verse luier nodig heeft. Van Ombergen vertelt hoe de komst van een baby haar heeft doen beseffen hoeveel meer haar vrouw doet. Van Ombergen werkt voltijds, haar vrouw neemt ouderschapsverlof. ‘Wij hebben geluk dat we kunnen kiezen wie van ons zwanger zou worden, en dat werd mijn vrouw. Een zwangerschap kwam me op dat moment in mijn carrière niet goed uit. Ik ben er zeker van dat ik dan de job bij de ESA niet zou hebben gehad. En ik snap het ook wel: je neemt iemand in dienst die meteen drie maanden thuis zit.’

Van Ombergen vindt het normaal dat ze als wetenschapster bij een sollicitatie de vraag krijgt of er een concrete kinderwens is. ‘Het systeem zit nu eenmaal scheef in elkaar. Als aan een bepaalde positie een beurs van een jaar vasthangt, aan wie geef je de baan dan?’ De vraag hoe talentvolle vrouwen werk en gezin combineren, apprecieert ze minder. Omdat mannen die vraag nooit krijgen, stelde ze in een opiniestuk in De Tijd. ‘Er zijn vrouwen die keihard vechten om ongelijkheid te bestrijden, dus vind ik het belangrijk op dat onderscheid te wijzen. Als niemand er iets van zegt, zal er nooit wat veranderen’, schreef ze.

Zelfs op het moment dat je als wetenschapper goed bezig bent, zit er geen vast contract in.

Van Ombergen engageert zich ook om jongeren - en meisjes in het bijzonder - warm te maken voor een wetenschappelijke studie. Zelf legde ze een wat grillig parcours af. Ze studeerde een jaar voor bio-ingenieur maar werd niet warm van cellen onder microscopen. Omdat ze werd opgevoed door haar grootouders terwijl haar ouders door een moeilijke scheiding gingen, vond ze niet dat ze voor een studie als geneeskunde kon gaan, die nog eens zes jaar zou duren. Dus koos ze voor audiologie, geluidsleer.

‘Ik was destijds veel met muziek bezig. Als tiener kon ik daar echt in verdwijnen. Vooral in die van David Bowie. Ik heb last van extreme verzamelwoede, mijn vrouw moet me afremmen. Limited editions, bootlegs, dat kost wel wat.’ Een favoriete song kiezen is onmogelijk. ‘Van de Bowie van de jaren negentig hou ik niet, maar alles daarvoor en daarna vind ik geweldig.’

Van sciencefictionfilms en -romans houdt ze ook niet. ‘Misschien omdat ze meestal niet kloppen.’ Dan ontspant wetenschapscommunicatie haar meer. ‘Voor het schrijven van kinderboeken over wetenschap doe ik nog weleens nachtje door. Met mijn computer in de keuken, muziekje op, koffie bij de hand. Al is dat met een baby wat moeilijker geworden. (lacht) De laatste keer moest ik een paar dagen recupereren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie