Advertentie
Advertentie
interview

Techambassadeur Martine Tempels: 'Als je niet graag doet wat je doet, blijft het niet duren'

©Johannes De Bruycker

Dat ze dit jaar zestig werd, zette aan het denken. Net als corona. En dus geeft Martine Tempels haar job als topmanager bij Telenet op voor iets nieuws. ‘Ik wil nog eens CEO worden.’

Een kwartier voor onze afspraak aan een strandbar in Oostduinkerke duikt Martine Tempels op uit onverwachte hoek. Een tiental garnaalvissers stampt vanop het strand de dijk op, met in zijn zog een groepje toeschouwers. Onder hen ook Tempels, topmanager bij het telecomconcern Telenet, founding mother van de codeerschool Coderdojo en een van de prominentste techambassadeurs van Vlaanderen. Ze valt op, met haar knalgele blouse, speelse ketting, zomerse sandalen en brede glimlach. ‘Dat was mijn paard’, wijst ze. ‘Ze heette Martine toen ik haar kocht.’ De glimlach wordt een schaterlach. ‘Dat heb ik toch maar veranderd in Martha.’

Profiel

Martine Tempels (60) studeerde moraalwetenschappen en een postgraduaat bedrijfskunde aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1987 begon ze bij het IT-dienstenbedrijf NCR als accountmanager. Later stapte ze over naar AT&T en de IT-multinational EDS. In 2009 ging ze bij het telecombedrijf Telenet aan de slag als manager van Telenet Business. Sinds 2011 is ze lid van het directiecomité. In 2012 werd ze verkozen tot ICT Woman of the Year. Van 2013 tot 2016 was ze voorzitter van het STEM-platform, vandaag nog altijd lid. In 2013 richtte ze de codeerschool Coderdojo op in België.

Acht jaar geleden kocht de Limburgse in Oostduinkerke een appartement. Een droom na haar scheiding. Sindsdien spendeert ze hier zo veel mogelijk weekends en vakanties. ‘Dit is altijd mijn tweede thuis geweest. We kwamen hier al met de familie toen ik kind was. En het is een van de weinige plaatsen waar je met paarden op het strand mag. De liefde voor paarden zit diep. Mijn grootmoeder had paarden. Ik kon als 5-jarige uren naast de wei staan waar ze die trainden, om er dan nog vijf minuutjes op te mogen.’

Na het appartement volgde een eigen trekpaard. ‘Ik ben op de paardenvissers afgestapt en vroeg: kan ik dat ook leren?’ Sindsdien trekt ze er zo veel mogelijk op uit als ze aan zee is. ‘Met mijn karretje. Dat zijn al snel tochten van een halve dag. Heerlijk. Maar ik ga het water niet in. Dat vraagt intensieve training en een enorme band met je paard. Daarvoor moet je zeker drie keer per week naar zee komen. Dat lukt niet.’

Geen tijd te verliezen

Het laatste tafeltje in de hoek van de strandbar kijkt uit op de zee. Tempels bestelt een virgin mojito, ‘de beste uitvinding ooit’. Het is een spannende zomer, het begin van iets nieuws. Een maand geleden kwam de onverwachte mededeling dat ze stopt als directeur bij Telenet. Nochtans de plek waar ze was thuisgekomen, zoals ze het eerder omschreef.

Ze knikt. ‘Ik noem Telenet lachend mijn vierde kind. Het bedrijf bestaat 25 jaar en ik ben er net 12,5 jaar. De helft van de geschiedenis heb ik dus meegeschreven. Ik ben daar ontzettend fier op.’ Tempels bouwde de divisie business-to-business, die diensten aan bedrijven levert, op van bijna nul tot 550 miljoen euro omzet. Ze leidde een team van 1.000 mensen. Maar het voelde niet meer als genoeg. ‘Ik werd niet gelukkig van het idee dat dit de laatste halte in mijn carrière zou zijn. Ik wil nog een stap zetten.’ Dat ze in januari zestig werd, speelde mee. ‘Als je nog twintig jaar hebt, kan je denken: het zal wel komen. Nu heb ik geen tijd te verliezen.’

Naar een start-up wil ik niet. Die fase ben ik voorbij. Ik wil een team hebben dat ik kan uitbouwen. Daar ben ik goed in.

Terwijl velen op hun zestigste aan uitbollen denken, denkt Tempels aan de kroon op het werk. ‘Ik wil eindverantwoordelijkheid’, zegt ze beslist. ‘CEO zijn in een technologiebedrijf dat autonoom Belgisch is, waar ik me eventueel kan inkopen, geen filiaal van een internationale corporate groep. Ik heb dat gedaan, dat wil ik niet meer.’ Aanbiedingen heeft ze al gekregen. ‘Maar veelal van start-ups. Dat wil ik niet. Die fase ben ik voorbij. Ik wil een team hebben dat ik kan uitbouwen. Daar ben ik goed in.’

‘Ik ben dus nog zoekend, ja. Maar ik ben er wel van overtuigd dat het gaat lukken.’ Al geeft ze grif toe dat het een sprong in het duister is. ‘Natuurlijk is het een risico. Ik heb ervan wakker gelegen. Maar mijn kinderen zijn volwassen en dan moet je je de vraag stellen: laat ik me misleiden door het comfort waarin ik zit? Van jongs
af heb ik gezworen: ik laat me niet opsluiten. Dan moet je eerlijk zijn tegen jezelf.’

Zelfzorg

‘Veel mensen zoeken een rationele uitleg voor hun beslissingen, maar bij mij is het ook iets emotioneels. De Japanners formuleren dat goed: wat is je ‘ikigai’, de reden waarom je ’s morgens opstaat? Ik probeer dat ook altijd mee te geven aan jongeren: je moet graag doen wat je doet, anders blijft het niet duren. Als je je moet forceren, elke dag opnieuw, loopt het verkeerd. Dan krijg je een burn-out, en word je zuur of ongelukkig. Dat wil ik niet. Toen ik voelde dat ik dit niet nog vijf jaar wilde doen, moest ik daar dus wel iets mee doen.’

Ik werd ongelukkig van het idee dat mijn job bij Telenet de laatste halte zou zijn.

De heftige periode sinds corona zette ook aan het denken. ‘Aan het begin van de eerste lockdown dacht ik nog: dit hou ik nooit vol.’ Tempels stond met haar team midden in de storm: de diensten van Telenet waren cruciaal om het thuiswerk te faciliteren, om te digitaliseren waar nodig. ‘We wisten dat bedrijven in de economische problemen gingen komen. Hoe zouden we dat regelen? Ook bij ons ging iedereen thuiswerken. Dat gaf veel druk.’

Daarna viel alles in een plooi. ‘Niemand had durven te voorspellen dat al dat afstandswerk zo goed zou lukken. Dat was letterlijk een digitale versnelling. Er waren zoveel kleine dingen die plots konden. Alle dossiers werden digitaal getekend. Dat was daarvoor ondenkbaar. Het bracht rust: zo kan het ook. Ook voor mezelf. Voor corona was ik drie, vier avonden per week weg. Omdat ik vond dat het nodig was, natuurlijk. Omdat ik daarvoor koos. Maar door dat niet meer te doen besefte ik: ik wil dat niet meer. Ik realiseerde me dat ik meer balans wilde.’

Ze haalt de schouders op. ‘Iedereen is beginnen na te denken, zeker? Ik had het eerste gesprek over mijn vertrek met onze CEO John Porter toen Françoise Chombar aankondigde dat ze stopte als CEO van Melexis. Ik dacht: zie je?’

©Johannes De Bruycker

Het is niet de eerste keer dat Tempels zichzelf luidop de vraag stelt: wat wil ik voor mezelf? Twintig jaar geleden kwam ze zichzelf tegen toen ze bij de ICT-dienstverlener EDS aan de slag was. Ze klopte veel te lange dagen, las ’s nachts mails, deed amper aan sport, had geen tijd voor ontspanning. Haar lichaam protesteerde met een te hoge bloeddruk. ‘Dat had niet per se te maken met die lange uren. Hard werken is niet ongezond. Het wordt ongezond als er zaken bijkomen die je niet onder controle hebt. Dat geeft stress. En die moet je leren te absorberen. Door iets te veranderen of, als dat niet kan, door los te laten.’

Tempels moest dat leren. Ze switchte naar een job waarin ze zich beter voelde. Ze kocht een paard. Ze ging mediteren. En sporten. ‘Het was een zoektocht. Zelfzorg is zeer individueel. Ik heb veel aan mijn ademhalingsoefeningen. Voor corona ging ik een à twee keer per jaar een weekje kuren in Slovenië. En mijn paard verplichtte me rust te nemen. Als je in zo’n karretje zit en je haalt je gsm nog maar boven, draait het paard zich om. Zo’n beest voelt dat onmiddellijk. Daarom zeg ik nu ook dat ik in geen te klein bedrijf wil stappen. Ik zou te veel zelf willen doen, in overdrive gaan. Een team ligt me veel meer.’

Het zomergevoel van Martine Tempels

Elke zomer brengt Martine Tempels enkele weken door in Oostduinkerke. Een paar jaar geleden kocht ze er een appartement. ‘In het dorp. Al heb ik het nu voor een jaar verhuurd om iets op de zeedijk te huren. Dat uitzicht op zee is onbetaalbaar.’

Uren zonnekloppen op het strand is niets voor haar. Wel: met haar boerenpaard naar zee komen, of ontbijten met de voeten in het zand. ‘Ik kook ook graag. Daar neem ik daar mijn tijd voor.’ De garnaalkroketten en de garnalensoep haalt ze dan wel bij haar dochter, die als officiële paardenvisser - ze is pas de tweede vrouw met die erkenning - samen met haar partner het educatief centrum Het Trekpaard uitbaat. ‘Voor mij is haar soep even lekker als die van Willem Hiele (de sterrenchef die wat verderop het gelijknamige restaurant uitbaat, red.). Maar ik ben dan ook een fiere moeder.’

Workshop moleculen

De virgin mojito wordt een pintje. Ze vertelt dat haar parcours altijd een zoektocht is geweest. ‘Mijn zus wist van jongs af dat ze geneeskunde wilde studeren. Ik heb mijn weg moeten vinden. Maar mijn ouders hebben me altijd vertrouwen gegeven. Het idee: jij kan alles.’ Haar vader was beroepsmilitair, haar moeder huisvrouw. Als kind was ze al gefascineerd door technologie: ze wilde begrijpen hoe dingen werkten. Ooit haalde ze een wasmachine en een droogkast uit elkaar, om bij het in elkaar steken te merken dat de deuren fout opendraaiden. ‘Maar ik had geen idee wat ik met die fascinatie kon.’

Ze ging moraalfilosofie studeren. ‘De richting met de meeste variatie in het lessenpakket.’ Daarna trok ze een jaar op reis om uit te zoeken welke richting ze uit wilde. Terug thuis begon ze bij een bedrijf dat linnen verhuurde aan de horeca, waar ze deur-aan-deurverkoop deed. Daar besefte ze dat ze graag met klanten omging en resultaten wilde halen. Maar de business lag haar niet. Ze ging nog een jaar bedrijfskunde studeren en startte bij een Nederlands ICT-bedrijf, waar ze eerst een jaar opleiding kreeg. Daar viel de puzzel in elkaar.

©Johannes De Bruycker

‘Het is vandaag nog altijd een probleem: de mogelijkheden van een technologische opleiding worden zo weinig getoond. Een meisje dat in zorg geïnteresseerd is, duwen we naar de verpleegkunde, terwijl ze evengoed software zou kunnen ontwikkelen om patiënten te helpen. Het is allemaal zo abstract in ons onderwijs, te weinig toegepast. Hoeveel kinderen hebben een degout van wiskunde? Ze haken af omdat we niet uitleggen waarvoor het dient. Ik herinner me een Dag van de Wetenschap in 2013. Een assistent van de universiteit van Gent kwam een workshop geven over het programmeren van moleculen. Ik hield mijn hart vast. Maar die man maakte het zo concreet dat die 8-jarigen aan het eind van de sessie zelf aan het uitleggen waren wat moleculen zijn.’

Ze pusht daarom vanuit het STEM-platform, een expertengroep die de Vlaamse regering adviseert om meer wetenschap, wiskunde en technologie in het onderwijs te loodsen. ‘Zeker in het digitale is een versnelling nodig. Niet alleen in infrastructuur, maar vooral in het lessenpakket. Daar ligt een enorm gat.’ 

Tempels verwijst naar het systeem van de ‘flipped classroom’, waarbij leerlingen thuis
leren via digitale tools en de klas dient voor de praktijk. ‘We zouden ook veel meer mensen uit het bedrijfsleven in het onderwijs moeten brengen. Maar dan bots je op de complexe schoolstructuren en in de politiek gaat alles langzaam. Voor iemand uit het bedrijfsleven is dat soms moeilijk.’

Toen ze in 2012 tot ICT Woman of the Year werd verkozen, besliste ze die titel te gebruiken om tech meer uit te dragen bij jongeren. ‘Ik ging spreken in scholen, waar ik op een muur van aversie botste. Wat was ICT ook voor hen? Bureautica, Word, Excel. Dat was afschuwelijk. Totaal niet inspirerend.’

Daarop leerde ze het Ierse concept Coder-dojo kennen, een soort ‘digitale scouts’. ‘Ze zeiden: ‘We only have one rule and that’s being cool.’ Ik dacht: dat is het.’  Voor corona roet in eten gooide waren er al 250 clubs, waar 3.000 vrijwilligers kinderen leerden programmeren. ‘De essentie is niet het coderen zelf, want dat gaat verdwijnen. Kinderen leren er vooral probleemoplossend te denken. Dat is vandaag
zo belangrijk: blijven leren, blijven zoeken, durven te experimenteren.’

De eerste Coderdojo-lichting van 2013 wil ze graag weer opzoeken. ‘Om te zien wat ze
ermee hebben gedaan. Dat moet ik eens vastpakken.’ Maar eerst moet ze haar hoofdstuk bij Telenet afronden. ‘Ik heb me geëngageerd voor enkele projecten, die ga ik nog doen. Maar de knop is natuurlijk omgedraaid. Ik ben klaar om te springen.’

©Johannes De Bruycker

Geen techfreak

De schoenen gaan uit en ze stapt bevrijd het strand op. ‘Aan zee moet je leren leven met zand. Overal.’ Tempels grinnikt. ‘Ook dat is loslaten.’ De volgende stap moet haar buiten de telecomsector brengen. ‘Mijn interesse in technologie draaide altijd meer om de toepassingen. En daar beweegt veel. Kijk naar robots. Of alles rond artificiële intelligentie. Hoe dat binnensijpelt in industriële sectoren als energie, gezondheid, voeding. Vleesvervangers zijn een spectaculair staaltje technologie.’

Al is ze geen techfreak. In Limburg, waar ze sinds corona weer het meest tijd doorbrengt, is er ook plek voor een zeer analoge kudde schapen. De smartwatch aan haar pols is vooral handig om geen berichten te missen - ze zet het geluid van haar gsm altijd uit. Haar elektrische auto noemt ze een miskoop. ‘Ik vind hem tof, maar
ik heb er eens zes uur over gedaan van hier naar Limburg. Ik was niet volledig geladen en vond geen supercharger. Terwijl ik met mijn kat in de auto zat! De infrastructuur is er gewoon niet klaar voor. In Oostduinkerke zijn er twee laders en die zijn altijd bezet.’

En als techmissionaris zag ze haar drie kinderen vooral andere richtingen kiezen. ‘Mijn dochter Katrien is garnaalvisser. Veel analoger wordt het niet. Je kan bij haar niet eens online reserveren. Kinderen zetten zich af tegen hun ouders, zeker? Zo is het ook goed. Ze moeten vooral vinden wat ze nodig hebben. Ik heb ze dat altijd meegegeven: zoek je passie, zoek je ikigai.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie