interview

Thierry Neuville: ‘Ik sterf liever in een rallywagen dan bij een val van de trap'

Thierry Neuville. ©Anthony Dehez

Hij is de beste rallyrijder die België ooit heeft gekend. Geduld heeft de viervoudige vicewereldkampioen niet. Verstilling zoekt hij in de helikopter. Ontbijt met De Tijd.

Zeven keer. Zo vaak ging de Hyundai i20 Coupé WRC van Thierry Neuville (31) in mei overkop in de rally van Chili. Op YouTube is te zien hoe omstaanders een verdwaasde Neuville en zijn copiloot Nicolas Gilsoul uit het wrak helpen. Op wankele benen krabbelen ze recht. Volgens sensormetingen heeft de crash een impact van 22G, vergelijkbaar met een frontale botsing met 120 kilometer per uur. ‘Ik voelde meteen aan de pijn in mijn benen dat ik geblesseerd was’, zegt Neuville. ‘Het eerste wat ik dacht, was: hoe snel kan ik weer achter het stuur zitten?’

Neuville - Prada-sneakers, zwarte smalle jeans met nepscheurtjes en een T-shirt van sponsor Red Bull - is de beste rallyrijder in de Belgische geschiedenis. Vier keer werd hij tweede in het wereldkampioenschap. Vorig jaar miste hij de titel op een haar na, door pech met een band. Ook dit seizoen staat hij tweede in het klassement. Met een achterstand van 33 punten op de leider en nog 120 punten te verdelen zou het dit jaar zomaar kunnen gebeuren dat ons land voor het eerst een wereldkampioen rally krijgt.

Neuville, geboren in het gehucht Hünningen in de Oostkantons, ontvangt ons in Sankt Vith, in het atelier van het bedrijf dat hij vorig jaar heeft opgericht en dat snelle gemotoriseerde buggy’s produceert. Neuville investeerde, zijn broer leidt het bedrijf. Er werken vijf mensen, onder wie zijn vader. Op termijn willen ze honderd buggy’s per jaar verkopen. ‘Rijk word ik er wellicht niet van’, grijnst hij. ‘Dat is niet simpel in de autowereld.’

Ontbijt met De Tijd

Sankt-Vith, 8 uur, in het atelier van Thierry Neuville.

Met de rallypiloot praten we over crashes, geld en helikoptervluchten.

Het ontbijt begint met een bekentenis: hij heeft vanochtend voor het eerst in zijn leven koffiegezet. Neuville is geen koffiedrinker, maar is er toch in geslaagd het apparaat aan de praat te krijgen. ‘Ik heb moeten vragen hoe het werkt.’ Zelf neemt hij een brikje chocolademelk uit de koelkast. Hij opent een witte papieren doos met koeken van de lokale bakker en legt een chocoladebroodje op zijn bord.

Dat we de rallypiloot in België treffen, is uitzonderlijk. Hij woont in Monaco en zit 260 dagen per jaar in het buitenland. Het rallyseizoen is lang, van januari tot november. Tijdens de winterstop gaat hij soms skiën. ‘Op de latten ben ik voorzichtig. Skiën is voor mij gevaarlijker dan rally.’

Rally is een wereldsport, die van Monte Carlo werd door 100 miljoen kijkers op tv gevolgd. Vorig jaar lokten wedstrijden wereldwijd meer dan 4 miljoen supporters naar het parcours. In Wallonië is Neuville een halfgod, in Vlaanderen zullen weinigen hem op straat herkennen. Vindt hij de sport ondergewaardeerd? ‘Tijdens de rally van Ieper komt er altijd veel volk kijken. Rallyfans in Vlaanderen vormen een kleine maar hechte community. Het is zoals cyclocross in Vlaanderen. Ik zit in een WhatsApp-groepje met sporters van Red Bull, met onder anderen Wout Van Aert. Ik heb zijn naam moeten opzoeken. Ik had nog nooit van hem gehoord. Hij wellicht ook nooit van mij.’

Fysieke sport

In de Ardennen is rally een volkssport, met veel amateurs die voor de dorpsrally hun zelf in elkaar geknutselde wagen met wisselend succes over de holle wegen jagen. De vader van Neuville nam hem mee naar die evenementen. ‘Als kind schreef ik het al in vriendenboekjes: later word ik rallypiloot, of tractorchauffeur.’ Zijn jongensdroom bleef lang een droom. Rally kost geld, veel geld. ‘Omdat wij de middelen niet hadden, heb ik nooit gedacht dat ik er mijn job van kon maken.’

Als kind schreef ik het al in de vrienden boekjes: later word ik rallypiloot, of tractorchauffeur.

Neuville komt uit een bescheiden milieu. Zijn vader was transporteur, zijn moeder werkte bij een lokale fabrikant van medisch materiaal. ‘Ze hebben me volop gesteund, maar nooit financieel. Omdat dat niet ging, maar ook omdat ik het belangrijk vond zulke zaken gescheiden te houden. Ik zie in het wereldje genoeg jongens rondlopen van wie de ouders investeren en zich met alles bemoeien. Dan gaan ze ruziemaken met de teameigenaar omdat ze vinden dat de wagen niet goed genoeg presteert. Dat wil je niet.’

Meteen na zijn middelbare school ging hij aan de slag als onderhoudstechnicus in een Luxemburgse fabriek. Elke cent ging naar de autosport. In 2009 kocht hij zijn eerste Opel Corsa. Sponsors vond hij bij de middenstand van Sankt Vith. ‘Dat ging om bedragen van 50 tot eens 1.500 euro. In het begin van mijn carrière heb ik zware opofferingen gedaan om te kunnen rijden. Mijn vrienden gingen feesten en op vakantie. Ik niet. Om te feesten had ik geen tijd en om op vakantie te gaan had ik geen geld.’

Bij een talentenjacht van Ford viel de jongeman met het brilletje op. Maar de toen 19-jarige Neuville sprak alleen Duits en kreeg te horen dat hij meertalig moest zijn om in aanmerking te komen voor profsport. Hij blokte hard op Frans en kreeg twee jaar later toch een kans. ‘Ik dacht dat het bij dat jaar zou blijven. Dus heb ik er alles uit gehaald, met één doel voor ogen: zo hard mogelijk rijden. Ik was altijd de snelste, maar ik haalde niet altijd de eindmeet.’

Hij ging leven als een atleet. Rally is fysiek een zware sport. In drie dagen rijd je 15 tot 25 races, met topsnelheden tot 200 kilometer per uur, in extreme omstandigheden. ‘Tijdens de rally van Turkije kan de temperatuur in de wagen oplopen tot meer dan 60 graden. Op zo’n dag drink ik 7 liter water. Tijdens de manche word je door elkaar geschud. Je hebt spierkracht nodig om die schokken op te kunnen vangen. Bovendien begint een rally al op dinsdag, met twee dagen parcoursverkenning. We werken van 6 uur ’s morgens tot 7 uur ’s avonds, tijdens de race is dat nog langer. Als je fysiek niet in orde bent, hou je dat niet vol.’

©Anthony Dehez

Wat hij ook trainde: zijn ogen. ‘In rally kijk je zowel ver als dichtbij. Ik moet kunnen kijken naar de bocht die ik neem en de boom aan de rand van de weg opmerken. Er komen grote stenen op je af, er zitten diepe groeven in de weg. Je moet snel kunnen kijken en reageren. Drie jaar geleden merkte ik dat ik geregeld de rechterband stuk reed, ik reed te veel op het randje van de weg. Dat had te maken met de stand van mijn ogen, mijn oog-handcoördinatie en de kracht van de oorspieren. Dat kan je trainen met oefeningen. Heel intensief hoef ik ze nu niet meer te trainen. Ik doe wel nog enkele oefeningen net voor de start van de race, om mijn brein wakker te maken.’

Helicopter

Hij krijgt ze wel vaker, zegt hij, de vraag of hij veel snelheidsboetes krijgt. ‘Ik kan het me niet permitteren. Anders dan in de formule 1 hebben wij een rijbewijs nodig om te mogen starten. Een Lewis Hamilton trekt zich daar niets van aan. (de Britse F1-piloot wordt geregeld betrapt op overdreven snelheid, red.) Maar zonder rijbewijs verlies ik mijn werk. We worden tussen de manches zelfs gevolgd per gps. Wie te snel rijdt op de openbare weg wordt gestraft.’

Is hij zo’n man die nooit het stuur afgeeft? ‘Mijn vriendin leert autorijden. Dat is ... (blaast) We hebben wel al samen geoefend. Maar ik vind het lastig, omdat zij moeite heeft met zaken die voor mij zo natuurlijk zijn. Je moet er veel geduld voor hebben.’ (lacht)

Meer rust vindt Neuville in de helikopter. Sinds een paar jaar heeft hij zijn brevet. ‘Soms vlieg ik met vrienden en familie naar het zuiden van Frankrijk, een vlucht van vier uur.’ Zijn hobby is een hommage aan een van zijn mentoren, Philippe Bugalski. Hij nam de jonge Neuville bij Citroën onder zijn vleugels. ‘Hij was een ex-rallypiloot en een helikopterfanaat. Een heel seizoen lang zei hij dat hij me zou meenemen in zijn helikopter. Maar hij overleed totaal onverwacht. Hij viel van een hoogtewerker, terwijl hij een boom aan het snoeien was. We hebben nooit samen gevlogen.’

Ik zie in het autowereldje veel jongens van wie de ouders zich met alles bemoeien. Dat wil ik niet.

Neuville studeerde twee jaar theorie eer hij de knuppel mocht vasthouden. ‘Stevige kost. Vliegen met de helikopter is totale focus. Er zijn zoveel parameters die je in het oog moet houden. Dat vind ik heerlijk. Dat, en de vrijheid.’

Neuville houdt het bij één chocoladebroodje. We vragen nog of het dit jaar zal lukken, wereldkampioen worden. ‘Er is iemand die met een duidelijk performantere auto rijdt. (klassementsleider Ott Tänak van Toyota, red.) Maar ik geloof dat het kan. We doen er alles aan. Veel meer nog dan in de formule 1 zijn er in rally omstandigheden die je niet kan controleren: de staat van de weg, een opspringende steen, een verkeerde weersvoorspelling. Het blijft ook een teamsport. Hyundai zet 250 mensen in. Niet iedereen is elke dag in topvorm. En een lekke band kan het verschil maken tussen winst of verlies. Kijk naar de crash in Chili: de stuurfout was minimaal, het gevolg heel zwaar. Als je een millimeter verder landt, gaat het niet mis.’

Drie weken na zijn zware crash in Chili finishte Neuville tweede in de rally van Portugal. Hoe snel draait hij de knop om? ‘Onmiddellijk. Als je me vraagt of ik als piloot ooit bang ben, is het antwoord ja. Bang om geblesseerd te raken en het kampioenschap niet te kunnen uitrijden. Maar niet in de wagen. Nooit. Ik sterf tien keer liever in mijn rallywagen dan door een onnozel incident, zoals een val van de trap.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie