interview

Ai Weiwei: ‘Ik ben een slechte Chinees'

©Saskia Vanderstichele

Hij geldt als de grootste conceptuele kunstenaar van deze tijd, maar zijn moeder vindt dat hij zich moest schamen. Ontbijt met De Tijd.

Brussel voor dag en dauw. De lege straten rond de Grote Markt worden nog schoongeveegd, maar het ontbijtzaaltje van Hotel Amigo zit al stampvol. Een overwegend mannelijk gezelschap produceert een zoemtoon van discrete gesprekken en een nerveus getik van zilverwerk op porselein.

De Chinese kunstenaar, activist en filosoof Ai Weiwei (60) zit met enkele medewerkers aan een grote ronde tafel. In zijn gebruikelijke plunje - donkere slobberbroek, sweater, gympies op luchtkussens - detoneert hij nogal met de maatpakken rondom. Hij heeft al gegeten, we zullen het komende anderhalf uur enkel nog naar de koffiekan grijpen.

©Saskia Vanderstichele

Ai Weiwei begint meteen te foeteren op de twee mensen die volgens hem de Belgische première van zijn vluchtelingenfilm ‘Human Flow’ hebben verknald: Bozar-directeur Paul Dujardin en Leoluca Orlando, de burgemeester van de Siciliaanse hoofdstad Palermo. Zij gingen na de vertoning met hem in debat, maar vergaten het over de film te hebben. ‘Ze zaten de hele tijd op te scheppen over zichzelf en hun stad. Who cares! Iedereen liep weg. Ik wilde zelf ook weglopen.’

Misschien lag het ook wel wat aan de film dat de zaal zo snel leegliep. ‘Human Flow’ is een lange, intense zit. In tweeënhalf uur passeert alle vluchtelingenellende van de wereld de revue. Het is een reis naar de bron van de miserie: van Griekenland en Italië over Jordanië en Turkije naar Irak, Syrië en Afghanistan. Om de 6 miljoen Palestijnse vluchtelingen, de Rohingya in Bangladesh, de volksverhuizingen in Afrika, en de Mexicanen langs de grens met de Verenigde Staten niet te vergeten.

Onoplosbaar

De film is een huzarenstuk, zeker. Sommige beelden snijden hartverscheurend diep, sommige zijn huiveringwekkend mooi. Maar stapelt hij de verschrikkingen niet zo hoog op dat ze uitzichtloos en onoplosbaar lijken? Is de epische allure van de film niet tegelijk zijn zwakte? Ai Weiwei roert onverstoord in zijn koffie.

Waarom heeft uitgerekend hij, Ai Weiwei, volgens sommigen de grootste conceptuele kunstenaar van deze tijd, deze documentaire gemaakt? ‘Eigenlijk vraagt u me waar ik me mee bemoei’, zegt hij afgemeten. ‘Mijn antwoord is simpel: als er in de wereld, of in mijn wereld, iets gebeurt waarbij ik me betrokken voel, dan ga ik me ermee bemoeien. Of mensen dat nu graag hebben of niet. En film en fotografie zijn gewoon de media die ik het meest hanteer.’

Ai Weiwei’s betrokkenheid bij de vluchtelingenproblematiek dateert van toen hij nog gevangen zat in China. ‘Ik kreeg de vraag of ik tekeningen van vluchtelingen uit drie kampen in Irak wilde selecteren voor het Iraaks paviljoen op de Biënnale van Venetië 2015. Omdat ik mijn land niet uit mocht, stuurde ik medewerkers naar de kampen om meer over die amateur-artiesten te weten te komen. We maakten portretten, foto’s en korte filmpjes, aan de hand van een vragenlijst. Een van de vragen was: ‘Waar wil u naartoe?’ Opvallend veel mensen wilden naar Duitsland. Dat intrigeerde me.’

Toen Ai Weiwei zijn paspoort terugkreeg van de Chinese autoriteiten, trok hij zelf naar Duitsland, waar hij een post als ‘visiting professor’ aangeboden had gekregen aan de Universität der Künste van Berlijn. Hij arriveerde in 2015, op het hoogtepunt van de Europese vluchtelingencrisis.

©Brecht Van Maele

‘Op Lesbos spoelden elke dag bootjes met vluchtelingen aan, las ik. Het liep tegen de kerstperiode, dus zei ik tegen mijn vriendin en mijn zoon: ‘Inpakken, we gaan op vakantie naar Lesbos.’ Aanvankelijk was het er stralend weer. Toen stak de wind op. Op de eerste slechte dag reed ik met enkele vrijwilligers uit de vluchtelingenopvang langs de kust. Omdat het te gevaarlijk was op zee, verwachtten ze geen boten. Toch spoelde er vlak voor onze neus één aan. We hielpen de mensen aan land. En toen begon ik te filmen met mijn smartphone. Zo is ‘Human Flow’ begonnen.’

Monsteronderneming

Van een socialemediaproject op eigen kosten groeide ‘Human Flow’ uit tot een monsteronderneming met een Hollywoodbudget, dat werd bijeengebracht door de filmmaatschappij die ook ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore produceerde. Ai Weiwei stuurde researchteams, reportageteams en cameralui naar alle uithoeken van de wereld. Ze kwamen terug met 900 uur film. Aan de finale montage werkten zeven editors tegelijk.

De cameraman die enkele van de beklijvendste fragmenten van ‘Human Flow’ draaide, is de Vlaming Renaat Lambeets, bekend als director of photography van onder meer Tom Barmans film ‘Any Way the Wind Blows’ en Tom Lenaerts’ tv-reeks ‘Met man en macht’.

Vlamingen vormen een rode draad door zijn carrière. Het was een Vlaamse ondernemer en kunstverzamelaar, Frank Uytterhaegen, die samen met Ai Weiwei de eerste galerij voor hedendaagse kunst opende in Peking, en die in 2004 zijn eerste expo buiten China organiseerde: in het Caermersklooster in Gent. Later raakte Ai Weiwei bevriend met Wim Delvoye en Luc Tuymans.

Belgische chaos

‘Ik ben altijd blij als ik naar België kan komen. Maar jullie zijn een bizar volkje, weet u dat? Alles is hier chaotisch en verwarrend. En weet u wat mijn Belgische vrienden zoals Wim, Luc en Paul (Dujardin, red.) gemeen hebben? Ze lopen de hele tijd te klagen! Renaat trouwens ook. Dan stonden we in de middle of nowhere te filmen, en zei hij opeens: ‘Ik stop, ik ben toe aan een koffiebreak.’ Dan zei ik: ‘Fuck coffee! We have work to do.’’

Heeft die Belgische connectie op de een of andere manier ook zijn werk beïnvloed? ‘Nee’, zegt hij beslist. ‘Ik heb geen inspiratiebronnen. Als ik al ben beïnvloed, wat ik dus betwijfel, dan moet het door mijn vader Ai Qing zijn geweest. Hij was een vermaard dichter in China. Ik heb veel poëzieboeken gezien in mijn leven. (lacht) En er ook een paar gelezen.’

‘Mijn vader heeft in de jaren dertig in Parijs gestudeerd. Hij hield van alle mogelijke kunstuitingen: poëzie, literatuur, schilderkunst... Ik niet. I don’t care about art. Ik maak dingen die door anderen kunst worden genoemd. Hoewel, lang niet door iedereen. Een regenjas waar een condoom uit bungelt, waardevolle vazen uit het neoliticum die ik kapot laat vallen: mijn moeder vindt dat geen kunst. ‘Je moest je schamen’, dát zegt mijn moeder daarover.’ (grijnst)

Ai Weiwei kan ermee leven. ‘Mijn vader wilde trouwens niet dat ik artiest werd. In China is dat hetzelfde als het criminele pad kiezen. Tot voor kort werden nagenoeg alle kunstenaars vervolgd in China. Nu is het een beetje anders. Nu beweren de Chinese leiders dat ze van kunst houden. Laat me niet lachen. De kunst die zij promoten, is pure decoratie. Kopies van oude meesters, cadeautjes met een laklaag.’

Vermakelijk

Zowel vader als zoon Ai - Weiwei is een voornaam - hebben hun portie vervolging gehad. Het parcours van de zoon is bekend. Zijn acties tegen de arrestaties, huisarresten en opsluitingen die hem tussen 2010 en 2015 ten deel vielen, behoren tot zijn indringendste werk. Zijn foto’s van agenten van de geheime politie die hem dag en nacht schaduwden, zijn ronduit vermakelijk.

De vader was een nog droever lot beschoren. Hij was aanvankelijk een medestander van Mao, maar werd verbannen vanwege ‘gevaarlijke gedachten’. Twintig jaar leefde hij met zijn gezin in een hol onder de grond in de Gobiwoestijn, waar Ai Weiwei opgroeide. Voor de kost moest hij de publieke toiletten schoonmaken. Hij stierf in 1996.

Ook Ai Qing had iets met ons land. Hij was een groot bewonderaar van Emile Verhaeren, de Franstalige symbolistische dichter uit Sint-Amands bij Puurs. En wel in die mate dat hij diens poëzie naar het Mandarijns vertaalde. ‘Mijn vader hield van gezwollen, hoogdravende poëzie. Hij schreef zelf ook zo. Hij kon niet ophouden China - het land, de landschappen, de volkeren - te bezingen. Mijn vader was de meest patriottische Chinees aller tijden. Elke Chinees met een beetje opleiding kent zijn poëzie. Ook de communisten, ook onze huidige president. De vader van Xi was trouwens een zeer goede vriend van mijn vader. (lacht) Mijn vader was een goede Chinees, en ik ben een slechte.

Ik onderscheid wél goed en fout. Ik wil wél de waarheid kennen.
Ai Weiwei
Chinese kunstenaar-activist

Die oude vriendschappen van zijn vader hebben hem duidelijk geen bescherming tegen het regime opgeleverd. ‘Helemaal niet. Ik ben het ook pas veel later te weten gekomen, via mijn moeder. Ach, je weet nooit wat er werkelijk speelt in China. Het systeem zit goed in elkaar, hoor. Ik bewonder de communisten - en de keizers die voor hen kwamen - ervoor. Van nagenoeg alles wat in China is gebeurd, kent niemand de werkelijke achtergrond. Dat zwijgen en buigen is in de cultuur gekropen. Niemand wil de waarheid weten. Niemand spreekt zich uit. Niemand zegt: ‘Dit is goed en dit is slecht.’’

‘Voor de Chinezen is het altijd yin en yang, en die houden elkaar in balans. Dat is de Chinese kijk op de wereld. (denkt na) Misschien is het de juiste kijk. Maar ik heb er niets mee. Daarom vinden ze me wellicht zo’n radicale figuur. Ik onderscheid wel goed en fout. Wil de waarheid wel kennen. Een aanklager die me vervolgde, zei ooit: (met sinistere stem) ‘U bent gebrainwasht door Hollywoodfilms!’’

Verdienstelijk kok

Wat hij voor onze komst heeft gegeten, willen we nog weten. Waarop Ai Weiwei een tirade van zeker twintig minuten afsteekt tegen onze culinaire gebruiken. Behalve een groot kunstenaar is hij naar verluidt een verdienstelijk kok.

Ik onderscheid wél goed en fout. Ik wil wél de waarheid kennen.
Ai Weiwei
Chinese kunstenaar-activist

‘Gisteren at ik in Brussel een vis. Althans, de kelner beweerde dat die entiteit zonder kop of staart een vis was. Dat ding opeten was een straf, een aanfluiting van de menselijke waardigheid en intelligentie. De wijn smaakte naar azijn. En dan de groenten... Na al die eeuwen beschaving weten jullie nog altijd niet hoe jullie groenten moeten klaarmaken. (buigt zich voorover) Ik wil ook nog iets zeggen over jullie grote koks: ik vertrouw ze niet. De meesten zijn opvallend mager, alsof ze hun eigen eten niet opeten. Misschien zit er wel vergif in, denk ik dan, als Chinees. (lacht) Always beware of the skinny cook!’

‘Vanochtend heb ik dus een plak gerookte zalm tussen twee stukken brood gelegd. Dat is mijn ontbijt in het Westen. Normaal eet ik het met een bagel, maar die hadden ze hier niet. Ik kan niet zeggen dat het heeft gesmaakt. Weet u trouwens waaraan je merkt dat de Aziatische keuken superieur is aan de Europese? Onze huid is beter dan die van jullie. Kijk eens naar het haar op uw armen. Op normale menselijke huid staat geen haar. Bij ons zou u daarmee in de zoo terechtkomen. (lacht luid) Ik zou een talkshow moeten beginnen, vindt u niet?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud