interview

Alicja Gescinska: 'Sommigen zien filosofen als jukeboxen voor kennis'

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt ©katrijn van giel

Ze neemt nooit vakantie. Energie haalt filosofe Alicja Gescinska uit haar werk. Ontbijt met De Tijd.

Alicja Gescinska (38) woont met haar man en hun drie jonge zonen in een romantisch huis in een villawijk in Beerse, een slaperige gemeente in de Kempen waar de vlaggen voor de jaarlijkse zomerse ‘Worstenfeesten’ nog in het straatbeeld hangen. Ze heeft lang gezocht naar een huis in het groen, zegt ze. ‘Ik werk veel thuis. Hier heb ik uit geen enkel venster zicht op de buren.’

Er branden kaarsen in de woonkamer en de rustieke tafel in eik is gedekt met delicate porseleinen kopjes en Delfts blauwe borden. Dat heeft ze niet speciaal voor de gelegenheid gedaan, verzekert de filosofe, in een zwarte jeans en een gebreide trui met tijgerprint. Haar bronskleurige oorhangers passen bij de trui. ‘Dat is een van de voordelen van een vrij beroep. Als iedereen in de file staat, heb ik tijd om rustig te ontbijten.’

Ontbijt met De Tijd

Beerse, 9.30 uur.

 Met filosofe Alicja Gescinska spreken we over haar korte carrière als politica, het misprijzen voor de elite en haar liefde voor oude voorwerpen.

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt

 

Gescinska is filosofe en schrijfster. Bijna was ze ook politica. Guy Verhofstadt bood haar dit voorjaar de derde plek aan op de liberale Europese lijst, een strijdplaats. Met 33.000 stemmen greep ze naast een zitje. Over haar kandidatuur, de campagne en de naweeën van de verkiezingen schreef ze een boek dat volgende week uitkomt, ‘Intussen komen mensen om’.

Het is een filosofisch onderzoek naar engagement en politieke cultuur, gelardeerd met haar eigen ervaringen als prille politica. ‘Ik heb nooit echt politieke ambitie gehad’, zegt ze, terwijl ze zichzelf een kop thee inschenkt. ‘Ik ben eerder gepolst door verschillende partijen, door iedereen behalve de N-VA en het Vlaams Belang. Maar het werd mij voor de eerste keer recht op de man af gevraagd. En dan nog voor Europa, het politieke niveau dat me het meest interesseert. Maar ik dacht niet meteen: joepie, ja!’

Toch vond ze het als opiniemaker haar plicht om niet alleen langs de zijlijn te staan, maar zich ook te engageren. ‘Afzijdigheid is geen optie. Onverschilligheid is een ondeugd’, schrijft ze over haar beslissing. En: ‘Ik was de eindeloze intellectuele litanieën een beetje beu.’

Ze vraag of we zin hebben in een omelet en pakt haar telefoon. ‘Even zachte muziek op zetten.’ Cesária Évora zingt ‘Besame mucho’. Haar echtgenoot zet een dampende pot Chemex op tafel, de verfijnde koffiezet, en verdwijnt weer.

Russiche trollen

‘Die dag kreeg mijn geloof in de goedheid van de mens een flinke knauw’, schrijft ze over de dag dat haar kandidatuur bekend werd. ‘Het is onmiddellijk begonnen’, zegt ze, ‘ping, ping ping. Ik wist dat ik commentaar zou krijgen, maar niet dat het zó hard zou zijn. ‘Ik wist niet dat je zo goed kon liegen’, ‘Nu kan je geen filosoof meer zijn’. Of: ‘Ah, dan toch rechts’. En dan niet van anonieme Russische trollen, maar van mensen die mijn boeken lezen, die zich fan noemen.’

Ze gaf ooit een korte lezingenreeks met als insteek ‘de ander kan gelijk hebben’, een pleidooi voor meer openheid van geest voor mensen met een andere mening. ‘En élke keer stond er na zo’n lezing een groepje mensen om me te bedanken: je hebt gelijk, we moeten begripvol en empathisch zijn, zeiden ze dan. Uitgerekend zij komen mij dan zeggen: ik heb geen respect meer voor jou. Gewoon omdat ik op een lijst ben gaan staan. Die bekrompenheid heeft mij getroffen.’

Collega-filosoof Tinneke Beeckman schreef in een column dat filosofen in de politiek gedoemd zijn te mislukken. Gescinska werd door de mangel gehaald omdat ze in een interview opperde dat een verbod op bladblazers nuttig zou zijn, omdat die dingen sterk vervuilen. Ze kreeg vaak te horen dat ze er maar tegen moest kunnen, tegen de persoonlijke kritiek. ‘Want je zit nu in de politiek. Maar waarom is dat zo? Dan eindig je met een wereldleider die geen kik geeft als een kind dood aanspoelt. Ik wil mensen met emoties in de politiek. Mensen die zeggen: dit is een brug te ver. Politici blijven mensen, die je afrekent op hun politiek werk.’

©katrijn van giel

Waar ze ook van schrok, was de haast tastbare afkeer van intellectuelen. Ze citeert in haar boek de Italiaanse auteur Baricco, die de elite definieert als ‘iedereen die meer dan vijfhonderd boeken in huis heeft’. We kijken naar de alfabetisch gerangschikte bibliotheek in haar woonkamer: dan is Gescinska zeker elite. ‘Ik ben niet één ding’, zegt ze afwijzend. ‘Ik ben migrant, ik heb contacten in de Poolse gemeenschap, ik ben een moeder van kleine kinderen die aan de schoolpoort staat, ik ben een hooggeschoolde academicus. Maar waarom zou het een zonde zijn om boeken te hebben, om belezen te zijn?’

Curryworsten

‘Hoeveel curryworsten moet een politicus eten om dicht bij het volk te staan’, vraagt ze zich in haar boek af. Tijdens het flyeren op de markt zei iemand haar: ‘Het is niet omdat je Plato hebt gelezen dat je het beter weet.’ Dat vond ze vreemd. ‘Zeg je ook tegen een chirurg dat hij zijn kennis maar uit boekjes haalt? Neen, natuurlijk niet, want hij heeft jouw leven in zijn handen. Politiek gaat ook over levens. Over de lucht die we inademen, microplastics in het water, de kwaliteit van ons eten.’

‘Als we naar politiek zouden kijken als een tool om mensenlevens te redden, dan klinkt het toch heel raar als je zegt: jij bent te slim voor politiek. Want dat kreeg ik ook te horen. Ik vind geen enkele beroepsgroep beter geschikt om politicus te worden. Maar als je hooggeschoolden aantrekt - en zelfs dat is een term waar mensen vandaag over struikelen - dan betekent dat toch niet dat zij geen contact zouden hebben met verschillende lagen van de bevolking? Integendeel, en ze hebben er nog een flink pak kennis bovenop.’

Teleurgesteld in het politieke avontuur is ze niet. ‘Ik ben uitgescholden, toch heb ik geen spijt van mijn beslissing. Ik heb op dit moment geen ambitie, maar ik vind het een verkeerde mentaliteit om te zeggen dat ik vanaf nu alleen nog maar boeken ga schrijven, en dat politiek vies en vuil is, en politici leugenachtig. Als iedereen zo denkt, dan eindig je met Trump.’

Kort na de verkiezingen zei ze in De Standaard: ‘Ik zou het jammer vinden als de traditionele partijen hun gedrag plots zouden veranderen. Het is niet omdat je minder scoort bij de verkiezingen, dat je een fout hebt gemaakt.’ Is dat niet precies wat aan het gebeuren is, met een regeerakkoord dat uitdrukkelijk de ontevreden extreemrechtse kiezer probeert te capteren? Ze wijst de vraag af. ‘Ik ben niet verkozen, het is niet mijn prioriteit daar antwoorden op te formuleren.’ Het Vlaams regeerakkoord zit in haar inbox, maar ze heeft het nog niet gelezen.

De kiezer heeft niet altijd gelijk. We maken allemaal fouten, waarom zou dat in het stemhokje niet zo zijn?

Wel zegt ze dit: ‘Ik heb als individu de verkiezingen verloren, maar ik blijf ook na de verkiezingen achter mijn boodschap staan. Als je ten onder gaat, doe het dan met waardigheid. Ik heb op inhoud campagne gevoerd, ik ben trouw aan mezelf gebleven. Als de kiezer zegt dat hij geen groenere planeet wil, geen humaner Europa, dan moet ik toch niet zeggen dat hij gelijk heeft?’

‘Partijen die verliezen zeggen altijd dat de kiezer altijd gelijk heeft, en dat ze zich gaan heruitvinden’, vervolgt ze. ‘Dat stoort mij. De kiezer heeft nu eenmaal niet altijd gelijk. We maken allemaal fouten, waarom zou dat in het stemhokje niet zo zijn?’

Net daarom, zegt ze, is het van belang dat er af toe politici doorstromen voor wie politiek geen beroep is. ‘Dan is het gemakkelijker om trouw te blijven aan de waarden. Mijn job hangt niet af van electoraal succes. Mijn wereld is niet ingestort.’

Nooit vakantie 

Ze werkt op dit moment aan een essay voor de maand van de filosofie, er staan nog drie boeken op stapel. Gescinska, die zichzelf ooit als ‘een lui kind’ omschreef en die het advies kreeg om haartooi te studeren, is een uiterst productieve schrijver. Ze neemt nooit vakantie. Echt nooit.

‘Ik heb er geen behoefte aan. Mocht ik een cruise winnen, mijn eerste gedachte zou zijn: aan wie kan ik dit cadeau doen? Ik kan me voorstellen dat een hartchirurg het nodig heeft om even weg te zijn van die operatiekamer en het scalpel. Maar ik ben filosoof en ik heb mijn brein altijd bij me. Ik kan moeilijk zeggen: nu even niet op een idee komen. Als ik een citytrip naar Edinburgh zou boeken, kan ik niet zeggen dat ik daar niet ga werken. Als ik mijn laptop niet mag meenemen, weet ik niet of ik zou willen vertrekken. Waarom zou de inspanning van het verwerken van indrukken het effect van de ontspanning tenietdoen? Iets goed op papier krijgen geeft ook zoveel voldoening.’

Sommige mensen zien een filosoof als een jukebox voor kennis.

Want dat is het net, zegt ze: ‘Mijn werk geeft me energie. Je kan het denken niet forceren, momenten van inspanning en rust wisselen elkaar spontaan af. Ik ben vaak heel moe van de afstanden die ik afleg in mijn hoofd. Sommigen zien een filosoof als een jukebox voor kennis. Je krijgt een vraag over Hegel en daarna iets over Kant, en je moet al die schuifjes maar opentrekken. Maar het is niet omdat je dingen ooit begrepen of gekend hebt dat je ze ook meteen kan oproepen. Ik heb ook nood aan rust, of slaap of stilte. Maar niet om weg te zijn. Al komen mijn kinderen stilaan op de leeftijd dat ze van vriendjes horen dat ze op vakantie zijn gegaan, en nu willen ze dat ook. We zijn deze zomer twee weken in Engeland geweest. Voor hen was dat als vakantie, maar ik heb elke dag les gegeven.’

Wat ze wel bewust opzoekt, is kunst en schoonheid. ‘Er is veel ellende, er gaat veel fout. Je zou bijna vergeten dat de mens in staat is om schoonheid te creëren. Het doet zo goed om naar kunst te kijken, naar mooie gebouwen. Altijd als ik in Londen ben, stap ik even het British Museum binnen. Soms heb ik twee uur, soms twintig minuten. Ik loop graag langs de Egyptische collectie. Ik blijf ook altijd even hangen bij de vitrines met gebruiksvoorwerpen van vroegere volkeren.’

Opeens lijkt ze wat verlegen, alsof ze iets intiems heeft onthuld. ‘Ik kijk naar die potjes, messen en kannetjes. En dan denk ik aan de persoon die daaruit gedronken heeft, of ik bedenk wat ze met dat mes zouden snijden. Ik kan het niet goed uitleggen. Maar ik denk dat ik me dan verbonden voel. Een mens onder de mensen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie