interview

Ann Dooms: 'Als de robots het willen overnemen, trekken we de stekker er wel uit'

©Kristof Vadino

Als ze naar bed gaat, denkt ze soms: ‘Nu heb ik zes uur om over dat probleem na te denken.’ En dan ligt de wiskundige een nacht wakker. Ontbijt met De Tijd.

Het is ruim tien over negen als we een van onze vooroordelen over wiskundigen zien wankelen. Ann Dooms is niet stipt op de afspraak. Een kwestie van een trein met vertraging, blijkt, als ze even later opduikt. ‘Ik time mijn dag op de minuut, dus dat betekent dat ik heel weinig marge heb.’ Het vooroordeel blijft dan toch overeind.

Dooms leidt de onderzoeksgroep Digital Mathematics aan de Vrije Universiteit Brussel, een universiteit met een traditie van straffe wiskundigen en wetenschappers. Zowel wereldautoriteit Ingrid Daubechies, die aan Duke wiskunde doceert, Fields-winnaar Jean Bourgain en computerwetenschapper Patti Maes, die onderzoek doet aan het Amerikaanse MIT, studeerden in Brussel. Dooms kreeg al verschillende prijzen, voor haar wetenschappelijk werk én voor de manier waarop ze over wiskunde spreekt.

Ze wilde graag afspreken in het restaurant boven de Koninklijke Bibliotheek van België. Dat heeft niet alleen een prachtig zicht over de stad, de bibliotheek is een van de plekken waar Dooms in de wiskunde oplossingen zoekt voor praktische problemen. Elk jaar laat de bib duizenden bladzijden van de 8 miljoen stukken in haar collectie manueel inscannen, soms gaat het om eeuwenoude manuscripten. Dooms bedenkt algoritmes die automatisch speuren naar scheuren, kreuken, vervaagde inkt en slecht gescande foto’s in de digitale documenten, om ervoor te zorgen dat gebruikers de teksten met zoekmachines toch kunnen doorzoeken.

Ontbijt met De Tijd

Brussel, 9 uur, in La Fabrique en Ville.

Met Ann Dooms praten we over de kracht van intuïtie, de kenniskloof met China en de domheid van artificiële intelligentie.

Helaas wisselt de bibliotheek op de dag van onze afspraak van gerant en kunnen ze geen ontbijt garanderen. We zijn uitgeweken naar La Fabrique en Ville in het Egmontpark, een oase van groen en rust tussen de Louisalaan en de Zavel.

The World of Thinking

Dooms is gespecialiseerd in de wiskundige analyse van digitale foto’s en in cyberveiligheid. Aan een aanzet van een vraag heeft ze genoeg om een bevlogen betoog af te steken over hoe de dingen werken.

Ze vertelt helder en enthousiasmerend, maar zo snel dat we af en toe moeten lossen, als het gaat over de verschillen tussen machine learning en deep learning, waarom een digitale foto eigenlijk niet meer is dan een cijfertabel, hoe je een computer leert om een kat van een konijn te onderscheiden en waarom Jennifer Lopez aan de basis ligt van Google Images. Ze goochelt met termen als discrete en continue berekeningen, met periodieke benaderingen en transformaties.

Een meisje komt de bestelling opnemen, Dooms verliest even de draad van haar discours en wuift achteloos naar de koffie verkeerd die wij in afwachting van haar komst hebben besteld. ‘Hetzelfde.’ Ze nipt één keer, louter schuim.

‘Het fantastische aan wiskunde’, zegt ze, ‘is dat alles wat eens is bewezen voor altijd waar is. Ik heb ook een paar jaar natuurkunde gestudeerd, maar in dat vakgebied zijn de theorieën nog niet af.’ Nu klinkt ze zelfs verontwaardigd. ‘Stel je voor, je doet jaren onderzoek en dan zeggen ze: ‘Goed geprobeerd, maar we hebben nu een betere manier.’ Daar was ik bang voor.’

Ze vertelt dat ze net naar ‘The World of Thinking’ heeft gekeken, een documentaire over het Princeton Institute of Advanced Studies, waar de Nederlandse natuurkundige Robbert Dijkgraaf directeur is. ‘Het was enorm herkenbaar, en tegelijk dacht ik: ‘Oei, dat is niet goed.’’

Wie nu van een Chinese middelbare school afstudeert, weet veel meer dan onze studenten.

De documentaire toont de wanhoop van een jonge onderzoekster. ‘Ze heeft drie jaar om een doorbraak in de snaartheorie te realiseren, een poging om in de fysica tot een eengemaakte theorie te komen. Dat meisje eet niet, slaapt niet, is alleen nog met dat onderwerp bezig. En het idee komt maar niet. Dan begin je automatisch te denken: ‘Ligt het aan mij? Ben ik niet goed genoeg?’’

‘Als ik naar bed ga, denk ik soms: ‘Nu heb ik zes uur om over dat probleem na te denken.’ Dan lig ik een nacht wakker, ja. Dat is slopend, maar ik vind anders vaak de tijd niet. Ik kan maar een minimaal percentage van mijn dag spenderen aan het grondig nadenken over een wiskundig probleem. Ik heb twee jonge kinderen, soms moet ik wel naar huis voor ik het heb kunnen oplossen.’

Over een abstract probleem nadenken is verslavend, zegt ze. ‘De beste ideeën komen bijna in een droomtoestand. Soms zoek ik die extreme vermoeidheid echt op. Als je de regels van het spel kent, vóél je als het ware waar het probleem zit. Wiskunde gaat ook om het volgen van je intuïtie. Je weet alleen nog niet hoe de knoop te ontwarren. En dan het begrijpen, die ontlading, dat is... àààh.’

China's inhaalbeweging

Daar is de serveuse weer. Of we intussen weten wat we willen bestellen? Dooms heeft de kaart nog niet bekeken, wij kiezen granola. Ze volgt en pikt de draad weer op.

‘Als ik onderzoekers aanwerf, zoek ik wetenschappers die even gek zijn als ik. Ik zeg niet dat elke student dag en nacht moet werken. Ik doe het wel, en dat is niet noodzakelijk gezond. Maar de realiteit is dat beurzen, projecten en ikzelf worden beoordeeld op de resultaten waarvan je hebt beloofd dat je ze op korte termijn zal halen. Kijk naar het regeerakkoord: de term fundamenteel onderzoek staat er maar één keer in. Dus als je de tijd niet krijgt om fundamenteel vernieuwend te zijn, moet je dat nu compenseren door zot hard te werken.’

Ze mist die mentaliteit een beetje bij de studenten vandaag. ‘Een idee komt niet altijd tussen negen en vijf. Een Chinese doctoraatsstudent in mijn team heeft een hoge drive van nature. Dat, en enorm veel kennis. Ik ben me al lang bewust van de enorme inhaalbeweging die China maakt. Wie nu van een Chinese middelbare school afstudeert, weet veel meer dan onze studenten. Daarnaast kunnen Chinezen die kennis heel goed toepassen, zijn ze helemaal mee met het digitale verhaal, en werken ze hard. Zo kom je tot innovatie. Europa boert ondertussen hopeloos achteruit. Die kloof baart me zorgen.’

De macht van Google baart me zorgen. Dat bedrijf weet waar je bent, waar je aan werkt en waar je aan denkt.

Dooms waarschuwt geregeld: studenten die aan de universiteit voor wetenschappen kiezen, hebben vaak moeite met middelbareschoolkennis en met abstract denken. ‘Het gaat al mis op de lagere school. Ons wiskundeonderwijs beperkt zich nu vaak tot receptjes, tot formules oplossen, zonder iets mee te geven over de redenering en de achterliggende theorie, denk maar aan de integraal. De ministers van Onderwijs weten dat al jaren en niemand doet er iets aan. Wiskundigen zijn ook begeerd op de arbeidsmarkt, waardoor er maar weinig les gaan geven. Dat komt ook door het keurslijf en de bureaucratie. Ze kunnen veel leukere dingen met wiskunde doen. Maar zo belanden we in een vicieuze cirkel.’

Zelf gaat ze regelmatig in scholen praten over haar werk met manuscripten en de restauratie van schilderijen. Of ze vertelt hoe wiskunde oplossingen bedenkt om de limieten van snel evoluerende technologieën zoals artificiële intelligentie te verleggen. ‘Door een probleem volledig te abstraheren kan een wiskundige tot een totaal andere oplossing komen. Dat hebben we toch echt nodig.’

Technologie omarmen

Ze krijgt een telefoontje binnen op haar Apple Watch. We vragen of ze ooit Chinese technologie als Huawei zou kopen. Of denkt ze, zoals sommigen, dat de Chinese staat dan meekijkt? ‘Chinese technologie gebruik ik niet, maar dat komt vooral omdat ik al jaren een Apple-adept ben en intussen ben verstrengeld in hun ecosysteem. Ik ben me ervan bewust dat ook dat bedrijf veel gegevens van mij heeft.’

‘Er is controverse over hoe Facebook met data omgaat. Maar de macht van Google baart me ook zorgen. Dat bedrijf weet waar je bent, waar je aan werkt en waar je aan denkt.’ Ze gebruikt de zoekmachine wel, maar ze surft in privémodus. Prille onderzoeksresultaten bewaart ze enkel op een externe harde schijf. ‘Techgiganten kunnen onderzoekers perfect in het oog houden: welke zoektermen ze gebruiken, aan welke technologie ze werken. En we zouden het nooit te weten komen als ze in de cloud gaan zoeken.’

Mensen zijn bang van de verkeerde dingen, zegt Dooms. Het is een van de paradoxen van het datatijdperk. ‘Neem nu de vrees dat AI de controle zal overnemen. Als dat dreigt te gebeuren, trekken we toch gewoon de stekker uit? Een gsm gaat maar een dag mee, laat staan de batterij van een robot. Mensen zijn echt ongelooflijke machines. We hebben alleen wat voedsel, water, zuurstof en slaap nodig. We kunnen een computer wel leren taken af te werken. Maar ik geloof niet dat een computer het creatieve, de chemie van omstandigheden, indrukken, emoties en menselijke contacten kan repliceren.’

Intussen wordt wel gewerkt aan superkrachtige kwantumcomputers die in een fractie van een seconde alle courante digitale beveiligingstechnieken ontcijferen. ‘Zij vormen een échte bedreiging voor ons dagelijkse doen en laten. Online shoppen, bankieren, wifi, inloggen op het werk: alles draait op dezelfde versleutelingsmethode. We moeten dus dringend aan nieuwe systemen werken. Maar daar ligt bijna niemand van wakker.’

In plaats van angst aan te wakkeren leg je beter uit hoe de dingen werken, vindt Dooms. ‘Verrassend vaak steunen ze op wiskunde. We moeten leren technologie te omarmen. Het maakt je productiever en het levert meer vrije tijd op. Zonder smartphone is het alsof ik een arm mis.’

Vliegensvlug heeft ze opeens haar koffie opgedronken, en de granola half weggewerkt. Tijdens het afrekenen vragen we nog naar haar precieze leeftijd. ‘Net 41 geworden. Ik ben er nog wat melancholisch over’, zegt ze. En dan, grappend: ‘Denk aan je leven als een gausscurve. Op je 41ste zit je waarschijnlijk op het lijntje dat naar beneden gaat.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie