Anne Chapelle: ‘Wie blijft liegen, vliegt eruit'

©Antoine Doyen

Ze is de machtigste vrouw in de Belgische mode. En voor de steenrijke kleindochter van de oprichter van Samsung leidt ze een Frans modehuis. Ontbijt met De Tijd.

Magnifieker dan Le Meurice wordt een ontbijtdecor niet. Sinds Anne Chapelle (59) het leiderschap van het Franse modehuis Poiret erbij nam, is de grande dame van de Belgische mode geregeld te vinden in dit statige 19de-eeuwse hotel tegenover de Jardin des Tuileries. Ook de Franse schrijver Émile Zola en de kunstenaars Andy Warhol en Salvador Dalí toefden hier graag.

‘Ik ontbijt eigenlijk altijd aan dat tafeltje naast ons’, zegt Chapelle, gekleed in een zwarte Ann Demeulemeester-outfit. ‘Belangrijke ochtendvergaderingen beleg ik om 8 uur. Dan kan ik in alle rust de snelheid van de wereld uitschakelen. Ik spreek af met CEO’s van chemie-, biochemie- of parfumbedrijven, om het over hun strategie te hebben. Ik investeer in die sectoren. Ik vind het te benauwend om me alleen met mode bezig te houden.’

Chapelle maakt al 25 jaar naam als de succesondernemer achter de Belgische labels Ann Demeulemeester en Haider Ackermann, die ze controleert als meerderheidsaandeelhouder van de Antwerpse BVBA 32. Drie jaar geleden voegde ze met Poiret een Franse naam toe, op vraag van de Zuid-Koreaanse Chung Yoo-Kyung, de steenrijke kleindochter van de oprichter van de elektronicareus Samsung en sinds 2015 eigenaar van Poiret. Chapelles taak als CEO? Het modehuis, dat sinds het faillissement van 1929 stof ligt te vergaren, een tweede leven geven.

Zodra het in Parijs 9 uur is, is de verbale agressie niet meer te harden voor een gevoelige ziel als ik.

Het label ligt haar. Al was het maar omdat de stichter Paul Poiret (1879-1944) zo’n open geest had. De Franse ontwerper geldt als de grondlegger van de moderne mode en is een inspiratiebron voor topontwerpers als Karl Lagerfeld. ‘Poiret was een visionair’, zegt Chapelle. ‘Hij bevrijdde de vrouw honderd jaar geleden van het korset. Hij liet haar broeken dragen en schonk haar beweeglijkheid.’

Chapelle pendelt tussen Antwerpen en Parijs, waar ze twee dagen per week werkt en in een huurappartement in de wijk Saint-Germain-des-Prés woont. ‘Je moet hier absoluut de Kouglof eten’, zegt ze met overslaande stem. ‘Dat is een cakeje met rozijnen en amandelschilfers. Ik neem dat altijd. Een streling voor je hart, en de beste brioche van Parijs.’

Met de stad heeft Chapelle een haat-liefdeverhouding. ‘Ik kom hier al dertig jaar, gemiddeld meer dan honderd dagen per jaar. ’s Ochtends is Parijs de mooiste stad ter wereld. Als ik om 5 uur ga wandelen, ruik en voel ik de ziel van de stad. Maar zodra het 9 uur is, is de verbale agressie niet meer te harden voor een gevoelige ziel als ik. Dan verberg ik me binnen, om pas ’s avonds weer buiten te komen.’

©Antoine Doyen

‘Parijzenaars zijn erg cru. En als je hen daarop wijst, krijg je vaak de wind van voren. Taxichauffeurs hebben me al midden in de nacht uit de auto gezet, omdat ik suggereerde een kortere weg te nemen of vroeg de radio stiller te zetten.’

Chapelle kan nochtans tegen een stootje. Het leven heeft haar gehard. Op haar 13de verloor ze haar moeder. Omdat haar vader niet voor zijn acht kinderen kon zorgen, belandde ze eerst in een weeshuis en daarna in het ene na het andere pleeggezin.

‘Mijn jeugd draaide lang puur om overleven, zegt ze terwijl ze een stuk van haar Kouglof snijdt. ‘Ik heb ook lang gedacht dat ik een oerdom kind was. Daarom ben ik er zo op gebrand om me te bewijzen en te blijven bijleren, denk ik.’

Op haar 18de verjaardag trok Chapelle de deur van haar laatste pleeggezin achter zich dicht en klopte ze aan bij een klooster in Mechelen. ‘De nonnen ontvingen me met open armen. Ik zocht er veiligheid. En vrijheid. Die vond ik, in sigaretten... Ik had in het klooster net genoeg zakgeld voor één pakje per week. Roken staat voor mij voor vrijheid, omdat het mijn beslissing was ermee te beginnen. Niemand pakt het me ooit af. (lacht) En durf er geen commentaar op te geven, want dan rook ik er twee meer.’

De hele wereldeconomie sluipt binnen in onze showroom en onze cijfers. Dat maakt het zo fascinerend.

Eigenlijk is ze altijd een beetje rebels geweest, zegt ze. ‘Zelfs met schoenen. Ik herinner me dat mijn moeder me geld gaf om er te kopen. Ze was verrast dat ik niet thuiskwam met vrouwenschoenen, maar met jongensschoenen met veters. (toont haar zwarte laarsjes, mét veters) Ik draag al 25 jaar dezelfde. Van Ann Demeulemeester. Deze zijn bijna versleten. Maar ik heb vijf identieke paren.’

Na bijna tien jaar verkoop- en managementfuncties in de farmasector rolde Chapelle via Ann Demeulemeester per toeval in de mode. In 1994 was dat. ‘Onze kinderen zaten bij dezelfde dagmoeder. Ann, die destijds faam maakte als een van de Antwerpse Zes, zat in financiële ademnood. Ze zocht iemand voor de zakelijke leiding. Ik was daar zeer bedreven in maar kende nougatbollen van mode. Ik wist niet wie wie was.’

Maar Chapelle ging de uitdaging aan en vloog naar New York om er de verkoopsters van grote winkels de pieren uit de neus te vragen over alle grote merken. Vervolgens vermarkte ze met dezelfde branie het merk Ann Demeulemeester. ‘Als Amerikaanse klanten belden, nam ik niet meteen op. Ik veranderde mijn stem, deed alsof ik de secretaresse was en liet ze wachten. Een simpele truc om ons veel groter te doen lijken. Amerikanen zijn daar gevoelig aan.’

Ontbijt met De Tijd

Parijs, 8.30 uur, in vijfsterren hotel Le Meurice.

Met Anne Chapelle praten we over de wereld van de mode,de drang om bij te leren, bevrijdende sigaretten en cakejes met rozijnen en amandelschilfers.

 

Na al die jaren maakt mode Chapelle nog altijd even enthousiast. ‘De hele wereldeconomie sluipt binnen in onze showroom en onze cijfers. Dat maakt het zo fascinerend. Mode is een harde industrie met veel risico’s, wat veel mannen ook mogen beweren over onze ondergewaardeerde sector.’

‘Neem nu ‘America First’. Die reflex is bij ons heel voelbaar omdat Amerikanen meer lokale kleding kopen. De Britten zeggen ons dan weer dat ze afwachten en niet veel durven te investeren door de onzekerheid over de brexit. Wij voelen dat Azië verovert en dat Europa ondergaat. Het belang van het nieuwe geld, in Azië en het Midden-Oosten, neemt toe in de luxemode.’

Chapelle erkent dat haar segment het lastig heeft, tenzij je Gucci of Balenciaga heet en ook parfums en allerlei accessoires verkoopt. ‘Tot tien jaar geleden had je een goede balans tussen luxemode, avant-garde en streetwear. Maar omdat sport- en streetwear het plots heel goed begonnen te doen, zijn alle luxehuizen daarop gesprongen.’

‘Dat had alles te maken met de intrede van durfkapitalisten in onze rustig kabbelende industrie tien jaar geleden’, zegt Chapelle. ‘Zij willen rendement op drie à vier jaar, om met winst uit een merk te stappen. Daardoor verschoof de klemtoon de voorbije tien jaar richting streetwear met een luxekantje.’

Ik ben een moederkloek. Maar ik bestraf ook. Ik blink uit in uitbarsten. Dat doe ik twee keer per jaar.

Een avant-gardemerk als Ann Demeulemeester, dat zich aan het punkicoon Patti Smith spiegelde, viel uit de boot. ‘Wij kregen zware klappen. Streetwear was de revolte van de jonge generatie tegen de blingbling in de luxemode.’ Daarbij kwam dat de shows van de Fransman Sébastien Meunier - de opvolger van Ann Demeulemeester, die haar label in 2013 verliet - aanvankelijk koel werden onthaald. ‘Maar de slinger slaat stilletjes weer onze kant uit, richting schoonheid. De geschiedenis herhaalt zich altijd. Jonge mensen ontdekken Ann Demeulemeester weer, net als artiesten. De omzet (vorig jaar 27 miljoen euro bij BVBA 32, red.) stijgt weer.’

Opvallend: Chapelle opereert altijd in de luwte, bij labels die andermans naam dragen. ‘Ik vind dat de sterkste positie. Ik kan zeggen wat ik wil. Tegelijk is het een beetje laf. Mijn ontwerpers zijn het kwetsbaarst, omdat zij de kritiek opvangen. Maar als ze gekwetst worden, raap ik ze wel op.’

Die reflex zit ingebakken bij de verpleegster van opleiding. In het begin van haar loopbaan, na een specialisatie in tropische ziekten, werkte Chapelle twee jaar in Congo rond lepra en tbc. Nadien werkte ze onder meer op de afdeling neonatologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en werd ze commercieel directeur van een biochemisch bedrijf in ons land.

Vandaag lijkt ze wel ‘de verpleegster van de luxemode’, die labels verzorgt en er nu zelfs een reanimeert. ‘Ik zie me meer als een moederkloek die waakt over het mentale welzijn van haar creatieve geesten’, zegt Chapelle. ‘Ik voel hoezeer de ontwerpers afzien, omdat ze hun ziel in hun creaties leggen. Ik red geen mensen, maar steun jongeren, om hen sterker te maken. Maar ik durf ook te bestraffen. Ik blink uit in uitbarsten. Dat gebeurt zo’n twee keer per jaar. Als iemand liegt en daarin blijft volharden, ben ik onverbiddelijk. Wie liegt, vliegt eruit.’

Als CEO van Poiret begeeft Chapelle zich op onbekend terrein. Terwijl ze met haar geld Ann Demeulemeester en Haider Ackermann controleert, investeert ze niet in Poiret. ‘Het is veel moeilijker verantwoordelijk te zijn voor andermans geld. Ik lijn de strategie uit, maar ik moet rekening houden met de Zuid-Koreaanse investeerder.’

Dat vergt een enorme aanpassing. ‘Zuid-Koreanen denken anders. Ze willen snel groeien, terwijl artistieke creatie per definitie traag is. Een lelietje-van-dalen doet er drie maanden over om te groeien, een champignon twee dagen. En zij zijn als delicate champignons’, zegt Chapelle. ‘Maar het gaat goed en de uitdaging van zo’n geboorteproces is fantastisch. Bij mijn bedrijf kan ik niet zomaar opstappen, bij Poiret wel. De dag dat ik mijn werk er niet meer met mijn visie kan vereenzelvigen, neem ik een beslissing.’

Lees 'Ontbijt met De Tijd' ook op www.tijd.be/ontbijt


Lees verder

Advertentie
Advertentie