Annie Vereecken: ‘Bestaat het glazen plafond wel?'

Biotechinvesteerder Annie Vereecken in haar B&B De Koolputten in Waasmunster.

Racen met haar Mercedes AMG GTS is haar ‘pekelzonde’. Biotechinvesteerder Annie Vereecken leeft zoals ze rijdt: plankgas!

Het is nog donker en mistig buiten als we aanschuiven bij Annie Vereecken (68) in de ontbijtzaal van B&B De Koolputten in Waasmunster. De serie-investeerder zit te lezen in een map van de consultant Deloitte, een kop koffie binnen handbereik. Tijdens het gesprek zullen de CEO van haar investeringsfonds Heran langslopen, de financieel directeur, klusjesman Omar en haar broer Oscar.

Vereecken is hier thuis, op deze site aan de Durme waar haar grootouders ooit een steenkoolhandel uitbaatten. ‘Ik herinner me de mannen die over wankele loopplanken grote zakken met kolen van de schepen laadden, toen de Durme nog niet was verzand. Het was hier altijd één grote nijverheid.’ En dat is het nu opnieuw, maar dan anders.

Haar grootouders stopten met de kolenhandel en in 1984 werd de site verkocht. Het pand raakte langzaam in verval. Vereecken zag het met lede ogen aan. Elke zondag wandelt ze van haar woning in Sombeke via de dijk naar deze plek,
3 kilometer heen, 3 kilometer terug. ‘Dat zijn ongeveer 10.000 stappen. Ik doe het voor de rust, de vogels, het water, om na te denken. Het is mijn enige ontspanning. Ik werk zes dagen op zeven, tien uur per dag.’ Toen ze tijdens zo’n wandeling een bordje ‘te koop’ zag, aarzelde ze niet. Ze bouwde de site opnieuw op volgens de oorspronkelijke plannen, maar met een nieuwe invulling: een feestzaal, een exporuimte, een restaurant en een B&B.

Ik zou zo 500 miljoen euro kunnen besparen in de gezond­heidszorg. Per jaar.

Vereecken, dochter van een politiecommissaris, heeft de ondernemerszin van haar grootouders. Na haar studies farmacie en klinische biologie opende ze in de jaren tachtig een lab, bouwde dat uit tot een grote speler en verkocht het in 2010 aan het Australische Sonic Healthcare. ‘Ik heb me nooit ondernemer gevoeld. Mijn grootste bekommernis was aan het einde van de maand de mensen kunnen betalen. We zijn begonnen met twee en we zijn gegroeid naar meer dan vierhonderd.’

Begin jaren tachtig waren er meer dan duizend medische labo’s, in 2010 nog 130. ‘Je doet met minder spelers hetzelfde werk. Dus moet je nichemarkten aanboren: groeien, automatiseren, specialiseren.’ Als klinisch bioloog was ze gespecialiseerd in de endocriene gynaecologie, de hormoonhuishouding van de voortplanting. ‘De opmars van vruchtbaarheidsbehandelingen als ivf is voor een stuk ook het succes van het lab geweest. Miljoenen hormoonbepalingen hebben we gedaan.’

Met haar wetenschappelijke ervaring en nieuwsgierigheid is Vereecken een scherp waarnemer van de gezondheidszorg. ‘Het is een boude uitspraak, maar ik zou zo 500 miljoen kunnen besparen. Per jaar. Zonder dat een druppel bloed moet vloeien. Bij ivf is de succesratio de afgelopen twintig jaar met nul komma nul procent gestegen. Als de mutualiteit zes cycli tegen 3.500 euro terugbetaalt, waarom zou je er als instelling nog naar streven in twee cycli te slagen? Verminder de toelage vanaf de derde poging, en het zal snel opgelost zijn.’

‘Cholesterol is nog zoiets. In de jaren tachtig spraken ze van slechte waarden vanaf 230 milligram per deciliter, vandaag is dat 180. Hoe komt dat? Mensen komen me trots vertellen dat hun cholesterol is gezakt van 195 naar 180, maar dat stelt niets voor. Er worden cholesterolverlagende middelen voorgeschreven aan mensen die beter elke dag een wandeling zouden maken. Men creëert patiënten, de machine moet draaien.’


Dat zijn politieke keuzes, werpen we op. ‘Klopt, en ze durven de problemen niet aan te pakken. Waar een wil is, is een weg. Die leuze zou elke politicus op zijn dashboard moeten leggen. Maar ze zitten allemaal op de achterbank.’
Het is een van haar grote bekommernissen. ‘De gezondheidszorg wordt onbetaalbaar. Waarom krijgen zoveel kankerpatienten immuuntherapie, terwijl we weten dat het bij velen niet werkt? Kanker wordt een chronische zieke, diabetes wordt dé uitdaging van de eeuw. Dat zijn grote groepen patiënten die allemaal voor lange periodes moeten worden gevolgd, dat gaat stukken van mensen kosten.’

Als ik merk dat mensen aan het praten zijn omdat ze zichzelf zo graag bezig horen, sta ik op.

Vereecken gelooft sterk in artificiële intelligentie voor de ontsluiting van alle beschikbare data in de oncologie en de genetica. ‘Als we patiëntengegevens kunnen kruisen met wat we weten over het verloop van aandoeningen, kunnen we beter voorspellen wanneer het zin heeft iemand naar het ziekenhuis te sturen, en voor welk type onderzoek. Of op welk moment een bepaalde genetische mutatie zich zal ontwikkelen tot een ziekte. Daar zit een enorm potentieel voor meer efficiëntie.’

Vereecken stelt voor aan het ontbijtbuffet te beginnen, en tipt het zelfgebakken bruin brood. Ze belegt een dikke snee met een plakje kaas. Gewoonlijk begint haar dag om 7 uur en besmeert ze een toast, eet ze een yoghurtje en drinkt ze ‘sloten koffie’. Doordeweeks woont ze in Antwerpen, met zicht op de Schelde, om geen tijd te verliezen in de file. Voor het werk gaat ze naar de fitness: lopen, roeien, fietsen, 40 minuten in totaal. ’s Middags eet ze boterhammen, verpakt in een doos van Choco Prince die ze dertig jaar geleden van haar achterneefjes en -nichtjes kreeg. ‘Eén boterham met kaas en één met salami. Het leven is simpel. Het zijn de mensen die het ingewikkeld maken.’

Om 8 uur in B&B De Koolputten Waasmunster

Met biotechinvesteerder Annie Vereecken praten we over verspilling in de gezondheidszorg, haar liefde voor snelle wagens en de inhoud van haar boterhammendoos.

Als serie-investeerder is ze bestuurder in talloze jonge biotechbedrijfjes. ‘Ze zeggen dat werken met jonge mensen je jong houdt. Zie je mij al op de fiets, met Okra? Een goed idee en keihard werken, en je krijgt van mij alle steun. Maar voor wie z’n beloftes niet nakomt, kan ik hard zijn. Ik heb het hart op de tong, daar sta ik om bekend.’ Je denkt ook beter goed na voor je haar vraagt in een raad van bestuur te zetelen. ‘Als ik merk dat ze me willen omdat ze vrouwen nodig hebben om hun quotum te vullen, zeg ik: ‘Nee, bedankt.’ Ik doe het voor mijn kennis of ik doe het niet.’

Vereecken is licht bezorgd over de toekomst van de Vlaamse biotechindustrie, waar ze als pionier geweldige resultaten boekte met vroege investeringen in Biocartis, Argenx en Cartagenia. ‘De eerste 500.000 euro vinden om bedrijven snel
te doen groeien is geen probleem. Maar in de volgende rondes gaat het om 2 tot 3 miljoen. Daar zijn diepe zakken voor nodig.’ Heeft ze stilaan zelf geen diepe zakken? Vereecken, fijntjes: ‘Ik ben altijd gelukkig als mensen me komen vertellen hoe goed ik er financieel voor sta.’

Ze vervolgt haar discours. ‘Ik vind het problematisch dat er geregeld een Amerikaan een zak geld op tafel legt voor zo’n mooi groeibedrijf. De oprichters nemen het zekere voor het onzekere, en het bedrijf is weg. Ik zeg het zo vaak tegen jonge mensen: ‘Wil je 10 procent van een bedrijf van 100 miljoen, of 100 procent van een bedrijf van 5 miljoen?’ Ik begrijp het wel, hoor. Ze hebben er hun geld en energie in gestoken. Maar als we willen
dat Vlaanderen het mekka van de biotech blijft, met lokaal verankerde bedrijven, moeten we op z’n minst iets aan de fiscaliteit doen. Als je meerwaarde gaat belasten, welke ondernemer wil dan nog geld in biotech steken? Er zijn er al zo weinig die er iets van kennen en het aandurven. En dan moet je nog geduld hebben ook.’

Mijn topsnelheid is 230 kilometer per uur.

Anno 2020 blijft Vereecken een witte raaf, als investeerder en als vrouw in de biotech. Ze wuift onze vaststelling weg. ‘Is die ondervertegenwoordiging erg? Ik weet het niet. Ik hoor vrouwen zeggen dat ze de promotie niet krijgen die ze verdienen. Maar als ik dan zeg dat ze ontslag moeten nemen en het elders proberen, durven ze niet. Het glazen plafond, bestaat dat wel? Ik heb het nooit gevoeld. Ze richt zich tot haar CEO Katleen Vandersmissen, die op haar laptop zit te werken. ‘Heb jij het glazen plafond al gevoeld?’ Vandersmissen knikt. ‘Aha, het bestaat toch.’

Dat Vereecken geen kinderen en geen partner heeft, is geen bewuste keuze, zegt ze. ‘Het is gewoon zo gegaan. Ik heb twintig achterneefjes- en nichtjes. Bij mijn zus hangt een schema aan de muur op wie ze op welke dag moet passen.’ Ze lacht. ‘Mocht ik kleinkinderen hebben, ik zou daar wel een oplossing voor vinden.’

Ze gaat door op de hinderpalen voor vrouwen, en of die wel bestaan. Vereecken begint over vergaderen. ‘Een goede vergadering duurt drie kwartier, maar het gemiddelde is twee uur. Dat steekt vrouwen tegen. Zij hebben geen tijd voor geleuter, omdat ze belangrijker dingen te doen hebben. Als ik merk dat mensen aan het praten zijn omdat ze zichzelf zo graag bezig horen, sta ik op. Dat doen ze thuis maar, voor de spiegel. Als nog iets belangrijks wordt gezegd, hoor ik het wel.’  Zij zit in een positie dat ze zelf de regels bepaalt, natuurlijk. ‘Mijn moeder zei altijd: ‘Liever kleine baas dan grote knecht.’ Daar heb ik altijd naar geleefd.’

Haar moeder gaf ook haar liefde voor auto’s door. Vereecken heeft nog altijd de factuur van haar moeders eerste Mercedes: een groene 219 uit 1955. ‘Een bolleke. Echt een hele mooie wagen.’ 
Zelf racet ze met een nachtzwarte Mercedes AMG GTS, nummerplaat KUL 007. ‘600 pk onder de capot’, zegt ze. En welke topsnelheid haalt ze? ‘Dat zal tegen de 230 zijn. Op de snelweg, niet op het circuit. Daar haal je dat niet, te veel bochten. Als je zo snel rijdt, zie je geen licht meer, maar strepen. (enthousiast) 

Als je Antwerpen uitrijdt, door de Kennedytunnel, en je duwt het gaspedaal in, dan gaat die wagen wat platter tegen
de grond liggen. Hoho, dan gá je vooruit. Pure adrenaline. Dat is mijn uitlaatklep, ja. Mijn pekelzonde.’
Eén keer ging het mis, in 1999. ‘Aquaplanning. Ik belandde in de vangrail, mijn auto was perte totale. De radio bleef spelen, dus hoorde ik in het verkeersbericht: ‘Hinder door een ongeval ter hoogte van de Craeybeckxtunnel.’ Dat was ik dus.’

Mensen vragen haar weleens waarom ze met zo’n opvallende auto rijdt. ‘Zeker niet om op te vallen. Thuiskomen, de garagepoort opendoen, de sleutel in het contact steken, en dat gegrom horen, daar doe ik het voor.’ Het is een van de redenen waarom ze nooit een elektrische auto zou kopen. ‘Ze zeggen dat ze dat geluid namaken. Wat voor een idiotie is me dat.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie