interview

Bashir Abdi: ‘Lopen is eenvoudig: je haalt eruit wat je erin steekt’

Bashir Abdi, Belgisch marathonloper met verschillende records op zijn naam.

De beste Belgische marathonloper aller tijden traint zich naar de absolute wereldtop. De motivatie voor het harde labeur put hij uit zijn pad van Mogadishu naar Gent. Ontbijt met De Tijd.

B ashir Abdi heeft net ‘rustig losgelopen’ als ik op een maandagochtend aanbel aan zijn appartement in de westelijke rand rond Gent. Zijn werkweek begon met een tocht van 16 kilometer, ‘in een uurtje’. Later zullen nog eens tien kilometer volgen, maar dan trager, in ongeveer 40 minuten. Dat ritme van twee looptrainingen - in een afwisselend tempo op andere ondergronden, aangevuld met krachttraining - herhaalt hij elke dag, zeven op zeven, zodat zijn teller zondagavond op zowat 200 kilometer staat. En dan is het weer maandag.

Ontbijt met De Tijd

10 uur, Gent. Met Bashir Abdi praten we over de pijn van het trainen, de erbarmelijke ratio tussen inspanning en beloning, en voetballen met een bal van sokken.

Ik schuif aan voor een grote kom havermout met banaan en een glas vruchtensap. Dat is het voedzame en vezelrijke ontbijt dat een eliteatleet nodig heeft, elke dag weer. ‘Beu? Nee, nooit’, zegt Abdi, scherp als een scheermes, in een skinny jeans en een Nike-T-shirt van zijn ploeg NN Running Team. ‘Als ik iets anders eet, boterhammen bijvoorbeeld, heb ik het gevoel dat ik te weinig energie binnenheb. Mijn vrouw is het wel beu, zij vindt het maar niets’, zegt hij breed glimlachend.

Sinds twee weken is de beste marathonloper van België ook de man die het snelst ter wereld 20 kilometer op twee benen aflegt. En al is die afstand geen koninginnennummer, hij liep toch maar mooi een wereldrecord. Dat deed hij onbewust en toevallig toen hij even zijn kompaan en meervoudig Olympisch kampioen Mo Farah passeerde tijdens hun uurrecordpoging begin deze maand op de Memorial Van Damme. ‘Het was heel vreemd om in een compleet leeg stadion te lopen. Toeschouwers zijn op dit niveau onmisbaar om de pijn van de verzuring te verzachten.’

Door wat ik in mijn leven heb meegemaakt, kan ik blijven gaan als ik in de rode zone zit. Beter dan mensen met meer talent.

De race was een coronaproof noodconcept dat gelukkig nog een doel aan het jaar gaf. 2020 stond in het teken van zijn Olympische marathondroom, maar die is minstens tot volgende zomer uitgesteld. Na zijn fabelachtige 2:04:49 begin maart in Tokio, de op een na snelste tijd van een Europeaan ooit, was hij helemaal in de mood om te knallen op de Spelen. Toen kwam corona. Wat doet een topsporter dan? Blijven trainen. ‘We hebben snel een nieuw schema vastgelegd, maar zonder een concrete motivatie is dat heel lastig. Ik heb gelukkig een wedstrijd kunnen lopen dit jaar. Veel collega’s die even hard werken niet.’

Het is eigen aan deze slopende sport, maar het blijft gek dat iemand die zo gespecialiseerd met een discipline bezig is er eigenlijk niet ervaren in is. Abdi liep nog maar vier marathons sinds hij in 2018, na zijn zilveren medaille op de 10 kilometer op het Europees kampioenschap, van de piste naar de weg overstapte. In die vier races sneed hij telkens een hap van zijn besttijd, van 2:10 naar minder dan 2:05. Het is een progressiemarge die hem dicht bij de absolute top brengt - het wereldrecord ligt weliswaar drie lange minuten lager - en buitenstaanders doet dromen van eremetaal in een van de competitiefste en meest geglobaliseerde Olympische sporten. Een extra jaar trainen en sterker worden, is misschien wel een voordeel, zegt hij. Hij wordt volgend jaar 32, de piekleeftijd van een marathonloper.

Elke marathon is onvoorspelbaar, zelfs voor iemand die er zijn beroep van heeft gemaakt. Dat is wat Abdi de voorbije twee jaar vooral heeft geleerd over de mythische afstand. ‘Je kan die nooit genoeg onder de knie krijgen. Na 30 kilometer begint het werk, dan kan iedereen de man met de hamer tegenkomen omdat je reserves op zijn. Het is zo speciaal. Er zijn topatleten die 200 meter voor de finish op hun knieën vallen.’

De enige kans op succes zit in de regelmaat van het harde voorbereidende werk ver buiten de spotlights. ‘Lopen is simpel. Je haalt eruit wat je erin steekt. Als je je werk niet doet op training, mag je niets magisch verwachten. Dat vraagt enorm veel opoffering en een leven van trainen, eten, slapen en repeat. Doe ik dat niet, dan kan ik beter stoppen.’ Hoe sterk is de eenzame loper dan? ‘De lange periode voor een wedstrijd en de trainingskampen ver van huis in Ethiopië zijn soms heel donker’, zegt Abdi, die onlangs voor de tweede keer vader werd. ‘Mijn grootste drive komt van wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Daardoor kan ik blijven gaan als ik in de rode zone zit, beter dan mensen met meer talent.’

Op de vlucht

De levensloop van Abdi is bekend en klinkt bijna als een Disney-sprookje. Hij werd geboren in Somalië, maar het leven van zijn familie werd samen met het land verscheurd toen de burgeroorlog er begin jaren 90 uitbrak. Zijn moeder was toen in het buitenland en kon Somalië niet meer in. Abdi en zijn broers, zus en vader vluchtten naar een kamp met ‘rijen van witte tenten’ in Djibouti. Pas vier jaar later konden ze bij hun moeder aansluiten, die in België als vluchtelinge was erkend en in Gent was terechtgekomen. Abdi was tien. Toen hij in Zaventem landde, sneeuwde het.

Zijn eerste sportliefde was voetbal, maar dat werd geen succes. Voor atletiek, waar hij op zijn 16de aan begon, had hij aanleg maar een natuurtalent was hij niet. Bij zijn eerste race kwam hij opdagen in zaalvoetbalschoenen en een voetbalshirt van David Beckham. Pas in 2012, toen hij als onbekende 23-jarige Belgisch kampioen veldlopen werd, begon het te dagen dat atletiek iets kon worden.

Vandaag prijkt Abdi op de ledenlijst van NN Running Team, het eerste professionele loopteam ter wereld. Dat lijkt op basis van zijn collectie aan rauw talent op een soort Paris Saint-Germain van de loopsport, maar dan zonder de excessieve salarissen. ‘Ze proberen de beste atleten samen te brengen en van de saaie, individuele atletiek een teamsport te maken, zoals dat in het wielrennen werkt.’

Loon

Het team, geleid door de Nederlandse ex-atleet en manager Jos Hermens en met onder anderen de wereldrecordhouder Eliud Kipchoge in de rangen, biedt vooral professionele omkadering, ook al traint Abdi apart, samen met de ook in Somalië geboren Brit Farah. Voor zijn loon is hij aangewezen op zijn contract bij Sport Vlaanderen. ‘Ik ben ambtenaar bij de Vlaamse overheid. Om dat contract te houden moet ik wel top acht lopen op de Olympische Spelen. Voor 2018 deed ik het zonder vast loon en moest ik vaak lenen om op trainingskamp te gaan. Het scheelde niet veel of ik was weer als koerier beginnen te werken.’

Voor de vetpotten moet hij het in elk geval niet doen. Afstandslopen is mogelijk de sport met de slechtste ratio tussen inspanning en beloning. ‘Maar vandaag moet ik niet echt klagen hoor.’ Door met succes op de marathon over te schakelen kwam Abdi terecht in een ander businessmodel. De grote stadsraces, waarvoor tienduizenden recreanten entreegeld betalen, kunnen meer budget aan startgeld voor de elitelopers uitgeven. Daar hoort Abdi steeds meer bij. De hoop is dat tien jaar zaaien leidt tot een jaar of vijf oogsten. ‘Ik hoop dat de wereld snel weer normaal wordt en dat ik met mijn cv in de toekomst echt mijn brood kan verdienen.’

20.000m
Bashir Abdi liep op 4 september 2020 de 20.000 m in minder dan een uur tijd (56.20,02) en verbrak hiermee het Europees record.

Abdi wil heel graag schitteren voor ‘zijn nieuwe land’. ‘Mijn leven is begonnen in Gent, ik ben heel dankbaar voor deze stad.’ Hij is perfect geïntegreerd, spreekt met een vloeiende Gentse tongval en bezielt samen met zijn boezemvriend Bert Misplon de vzw Sportaround die honderden schoolkinderen in de stad toegang tot gratis sportles geeft. Toch kan het knagen. ‘Je wordt weleens gezien als weer een geïmporteerde Afrikaan die hier komt lopen om prijzen te pakken. Die bestaan wel degelijk. Turkije, Qatar of Bahrein delen paspoorten uit. Er zijn atleten die dat in de Turkse ambassade in Nairobi gingen oppikken, maar Turkije niet op een wereldkaart kunnen aanduiden.’

‘Het is misschien te verwarrend. Ik ben nochtans op jonge leeftijd hierheen gekomen, heb daar niet zelf voor gekozen en ben hier beginnen te lopen. Toch zijn er negatieve reacties. Minder dan de positieve, maar ze klinken wel luider.’ Het was de bedoeling na de race op de Memorial even te knielen ter ere van Black Lives Matter, in navolging van andere sporters. ‘Maar ik was zo diep gegaan dat ik gewoon ben neergevallen.’

Heeft hij nog herinneringen aan zijn kinderjaren in Mogadishu? ‘Tot voor de oorlog was het een rustig leven. We speelden veel buiten met vrienden, kochten snoep of maakten een bal van sokken. Simpel, maar we kwamen niets te kort. De tijd in de vluchtelingenkampen, zonder mijn moeder, was hard. Nu zou ik me er niet meer thuis voelen. Mijn Somalisch is ook niet meer goed. De problemen in het land, al 35 jaar zonder centraal bestuur, zijn nog enorm. Maar we moeten blijven hopen. En voor mensen die niet beseffen waarom sommigen hun land verlaten en naar een plek als België vluchten: niemand ontvlucht zijn land zonder reden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie