interview

Catherine Verfaillie: ‘Geneeskunde was eigenlijk pas mijn derde keuze'

'Het enige waaraan ik in de VS niet kon wennen, was het extreme verschil tussen haves en havenots.' ©Dieter Telemans

Ze is een wereldvermaarde expert in stamcelonderzoek. Al had ze vandaag net zo goed ingenieur kunnen zijn. Ontbijt met De Tijd.

Het is 8 uur ’s ochtends en Catherine Verfaillie (61) is al aan haar tweede ontbijt toe. Het eerste nam ze een paar uur eerder. ‘Mijn productiefste uren liggen tussen vijf en acht’, zegt de topwetenschapper en directeur van het Stamcelinstituut van de KU Leuven. ‘In de kalmte van de ochtend heb je tijd om te lezen en na te denken. Eens ik in het labo ben, is het daarvoor te druk.’

We zitten op het terras van een hippe koffiebar in Leuven. Verfaillie is er nooit eerder geweest. Ze koos de plek omdat ze op een boogscheut ligt van waar ze woont, pal in het centrum van de studentenstad. En ja, die studenten maken wel eens kabaal. ‘Maar meestal begint dat pas rond drie uur, dus veel van mijn nacht kost me dat niet’, klinkt het droog.

Ontbijt met De Tijd

Leuven, 8 uur, op het terras van een koffiebar.

Met de directeur van het Stamcenlinstituut van de KU Leuven praten we behalve over stamcellen ook over studentenlawaai en een gemiste atletiekcarrière.

Lees 'Ontbijt met De Tijd' ook op www.tijd.be/ontbijt

Verfaillie begon als behandelend specialist in bloedziekten, maar belandde al snel in het wetenschappelijk onderzoek. ‘Ik weet niet goed waarom, maar onderzoek heeft me altijd aangetrokken. Al tijdens mijn opleiding tot arts was ik ermee bezig. Ik studeerde aanvankelijk in Kortrijk, waar je de labo’s van de proffen kon gebruiken als je dat wilde. Ik spendeerde er één of twee namiddagen per week, deed kleine experimentjes. Niets baanbrekends, maar ik kreeg er de smaak te pakken.’

Wereldfaam

Vandaag is de West-Vlaamse een onderzoekster met wereldfaam. Alles begon in 1987, toen ze de kans kreeg om aan de slag te gaan als research fellow aan de Universiteit van Minnesota. Ze begon met onderzoek naar het ontstaan van leukemie, maar kwam snel uit bij het onderzoek naar stamcellen, lichaamscellen die zich kunnen ‘omvormen’ tot specifieke celtypes. Ze stampte mee het lokale stamcelinstituut uit de grond, dat ze ook mocht leiden. In 2005 keerde ze terug naar Leuven om er hetzelfde te doen.

Verfaillie heeft haar vakgebied de voorbije jaren fel zien veranderen. Aanvankelijk werd geloofd dat stamceltherapie kon dienen om ziek weefsel ‘simpelweg’ te vervangen, en zo een hoop ziekten de wereld uit zou helpen. Maar naarmate de tijd verstreek, bleek die ambitie moeilijk te realiseren. Terwijl nog wel aan die weg wordt getimmerd - ‘het is nog vroeg’, zegt Verfaillie - focust het team in Leuven op andere potentieel revolutionaire toepassingen van stamcellen.

©Dieter Telemans

Er zijn twee grote toepassingsgebieden. Enerzijds zijn stamcellen van belang voor het beter doorgronden van ziekten en het efficiënter ontwikkelen van medicijnen. Sinds kort slagen wetenschappers erin van een simpele huid- of bloedcel een equivalent van een embryonale stamcel te maken. ‘Zo kan je ook stamcellen maken van patiënten met bepaalde ziekte’, zegt Verfaillie. ‘Dat doen we vooral voor neurodegeneratieve ziekten zoals dementie of voor bepaalde aangeboren genetische afwijkingen.’ Op basis van die stamcellen bouwt Verfaillies team een model waar veel informatie uit kan worden geput: hoe de cellen reageren op externe factoren of op medicijnen.

Een tweede toepassingsgebied heeft eenzelfde soort doel: de ontwikkeling van medicijnen efficiënter maken. Maar de weg ernaartoe is anders. ‘In de klinische ontwikkeling van medicijnen wordt vandaag vooral gebruikgemaakt van diermodellen’, zegt Verfaillie. ‘Die zijn oké, maar hebben ook mankementen. Vaak komt het voor dat een stof werkt in diermodellen, maar toch sneuvelt als ze op mensen wordt getest. Dat komt omdat er toch belangrijke verschillen op zitten. Het enzym dat in onze lever stoffen omzet naar een toxische of een werkzame stof, bestaat bijvoorbeeld niet bij dieren.’

Futuristisch

Stamcellen kunnen het ontwikkelingsproces van medicijnen vele malen efficiënter maken, meent Verfaillie. De weg daarnaartoe klinkt futuristisch. Verfaillie en haar team werken aan een soort uit stamcellen opgekweekte minilever, waarop toxische stoffen kunnen worden getest. Die tot levercellen omgevormde stamcellen worden gekoppeld aan chips, die kunnen meten en analyseren welk effect een stof heeft.

‘Het model dat we nu bouwen, staat ons toe op grote schaal de toxiciteit van stoffen te testen met stamcellen. Vandaag kunnen we dat al doen voor één of twee stoffen tegelijk. Maar het platform waar we nu aan werken, moet dat proces robotiseren en industrialiseren, waardoor we honderden of zelfs duizenden stoffen tegelijk kunnen onderzoeken.’

We mogen mensen niet het idee geven dat straks alles zomaar op te lossen is met stamcellen.

Verfaillie is duidelijk enthousiast over wat de toekomst kan brengen. Tegelijk tempert ze. ‘Je moet het potentieel duidelijk maken, maar je mag mensen niet het idee geven dat straks alles zomaar oplosbaar is met stamcellen. Ik krijg behoorlijk veel mails van mensen die zich aanbieden als proefpersoon voor experimentele therapieën. Dat is voor alle duidelijkheid nooit een goed idee. Je doet er de geneeskunde meer kwaad mee dan goed. Kijk maar naar wat destijds met gentherapie is gebeurd.’

Verfaillie doelt op een voorval in Philadelphia eind jaren negentig, toen de 18-jarige Jesse Gelsinger om het leven kwam bij een experiment waarbij meerdere regels werden overtreden. ‘Vandaag is gentherapie gevalideerd, maar dat voorval heeft jaren als een donkere wolk boven het hele vakgebied gehangen. Er zijn toen stappen achteruit gezet. Daar moet je extreem voorzichtig mee zijn.’

Gevaarlijk

Tegelijk begrijpt ze ook de wanhoop van sommige mensen. ‘Een Belgische vrouw die in de VS woont en aan een auto-immuunziekte lijdt, is al enkele keren bij mij geweest. Ik heb haar doorverwezen naar collega’s die beter geplaatst zijn. Maar ze voelt zich nog altijd slecht en dringt nu toch aan op een stamceltransplantatie. Maar niet alleen heeft die hoogstwaarschijnlijk geen nut, ze is ook gevaarlijk. Dan moet ik haar dus proberen bij te brengen dat ze zo’n risico niet mag nemen. Die vrouw is net de veertig voorbij, ze heeft nog een heel leven voor zich. En ook al is dat niet het perfecte leven, het is nog altijd beter dan doodgaan.’

Als je Verfaillie hoort praten, zou je denken dat ze nooit een andere roeping heeft gehad. Niets is minder waar. ‘Sport was mijn grote passie. Ik deed atletiek en vijfkamp. Maar van mijn ouders mocht ik maar twee keer per week anderhalf uur trainen, omdat ik mijn studies Latijn-wiskunde en de muziekschool niet mocht verwaarlozen. Desondanks schopte ik het tot Belgisch kampioen. Zo werd ik geselecteerd voor de nationale ploeg.’

Ik kon in de VS niet wennen aan het extreme verschil tussen de haves en de have nots.

Plots mocht Verfaillie mee op stage met de Belgische top. Maar haar lichaam, dat een trainingsschema van twee keer anderhalf uur per week gewend was, kon de intensieve trainingen niet aan. Haar knie begaf het. ‘In die tijd was er amper medische opvolging van atleten. Dat was totaal niet te vergelijken met hoe ‘ons Nafi’ (zevenkampster Nafi Thiam, red.) vandaag wordt omringd.’

Uit passie voor de sport koos Verfaillie voor het sportkot in Leuven. Maar tegen januari had haar knie het vier keer begeven, en kon ze niet anders dan opgeven. ‘Ingenieur was mijn tweede keuze. Maar die opleiding was met een ingangsexamen, wat betekende dat ik een jaar zou verliezen. Dat wilde ik niet. Omdat er een overlap was tussen de vakken van sportkot en geneeskunde, werd het dan maar geneeskunde.’

Minnesota

Die pragmatische keuze leverde Verfaillie een topcarrière op, tot in de Verenigde Staten. Maar hoewel ze er twee decennia doorbracht, zegt ze het land niet echt te kennen. ‘Ik woonde in Minnesota, dat moeilijk te vergelijken is met de rest van de VS. Minnesota doet heel Europees aan, met dank aan de vele Noord-Europese inwijkelingen. Het is ook het binnenland, maar toch een puur Democratisch nest. Minnesota heeft nooit op een Republikeinse presidentskandidaat gestemd. Bij de burgemeestersverkiezingen in St. Paul, waar ik woonde, kwam zelfs geen Republikein op.’

‘Het enige waaraan ik niet kon wennen, was het extreme verschil tussen haves en havenots. Je zag er daklozen in uitzichtloze situaties, vaak veteranen met een alcoholprobleem. Zeker in Minnesota, waar het in de winter min dertig of veertig graden wordt, is dat schrijnend. Dat zulke mensen uit de boot vallen in het rijkste land ter wereld, daar kon ik niet bij. Maar als je ergens in uitmunt, is er geen betere plek dan de VS. Of het nu zingen, sporten of koken is, als je ergens echt goed in bent, kan je het er maken. Als in België iemand zijn hoofd boven het maaiveld steekt, hebben we meer de neiging het af te kappen.’

We zijn duizend keer voorzichtiger dan vroeger. Maar zelfs nu sluipen er al eens foutjes in ons werk.

Verfaillie spreekt uit ervaring. Jaren geleden stond ze zelf in het midden van een storm, toen bleek dat in een wetenschappelijke paper met haar naam erboven geknoeid was met resultaten. Achteraf bleek dat een medewerkster daar schuldig aan was, en dat Verfaillie redelijk weinig te verwijten viel. Maar die periode heeft sporen nagelaten.

West-Vlaamse verbetenheid

‘Het is één ding dat wetenschappers zich vragen stellen bij je werk. Dat was ook gerechtvaardigd. Je kan niet alles opmerken, maar uiteindelijk was het mijn verantwoordelijkheid. Alleen heeft de pers zich toen zo op die zaak gestort dat mijn persoonlijk leven eronder ging lijden, plus dat van mijn ouders en dat van mijn medewerkers. En omdat er een onderzoek liep, mocht ik niet eens reageren. Frustrerend. Ik dacht toen: ‘Als het zo doorgaat, hoeft het niet meer. Ik kook graag, ik open wel ergens een restaurantje.’ Waarom ik dat niet heb gedaan? West-Vlaamse verbetenheid, denk ik.’

Het heeft Verfaillie wantrouwiger gemaakt. ‘We zijn nog duizend keer voorzichtiger dan vroeger. Maar zelfs nu sluipen er al eens foutjes in ons werk. Natuurlijk mag dat niet gebeuren. Maar we werken met tachtig mensen. De kans bestaat altijd dat ergens een fout wordt gemaakt die niet wordt opgemerkt. Mensen zijn nu eenmaal feilbaar.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content