David Van Reybrouck ‘Wij zijn de nieuwe kolonialen'

Bij een bord nasi goreng vertelt de schrijver over zijn Indonesiëboek ‘Revolusi’, zijn engagement voor de strijd tegen de klimaatverandering en het verband tussen beide. Ontbijt met De Tijd.

‘Het voelt alsof ik opnieuw veldwerk aan het doen ben in Indonesië’, glundert David Van Reybrouck als hij een eerste hap neemt van zijn bord nasi goreng. Toen ik de avond voordien vroeg wat ik als ontbijt kon meebrengen, berichtte de schrijver dat hij zin had in de Indonesische rijstschotel met groenten, die in het verre Oosten vaak ook ’s morgens geserveerd wordt.

De nasi goreng vond ik bij een van de weinige Indonesische restaurants in Brussel, werd dezelfde avond nog geleverd door een maaltijdkoerier en vanmorgen opgewarmd door de schrijver in zijn gerieflijk appartement in de mooie buurt rond het Schaarbeekse Josaphatpark. ‘Het voorbije jaar heb ik door het schrijven van mijn boek figuurlijk in Indonesië gewoond, maar fysiek is het al van 2018 geleden dat ik er was. Deze smaak brengt alles terug.’

In mijn atelier heb ik geen internet. Dat is mijn redding.
David Van Reybrouck
Schrijver

Vijf jaar werkte Van Reybrouck aan zijn opvolger van ‘Congo’. Hij studeerde zich te pletter, liep antiquariaten af, ploeterde door archieven en privécollecties en zocht 200, meestal stokoude getuigen op. Het resultaat is een klepper van 600 pagina’s die de geschiedenis van de Indonesische revolutie overstijgt door zijn vlotte vertelstijl en vooral de geopolitieke impact van het onderwerp. Van Reybrouck toont overtuigend aan hoe de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd decennia de wereldpolitiek beïnvloedde, van het ontwaken van de derde wereld, over de machtsstrijd tussen het kapitalisme en het communisme, tot de Black Lives Matter-beweging in de VS vandaag.

De schrijver, een theeliefhebber, schenkt een kop rokerige Chinese lapsang souchong in en zet iets wat op een rode rotsblok lijkt op tafel. ‘Dat is gula merah, een soort rode palmsuiker uit Indonesië, die in kokosnoten gemaakt wordt.’ Het cliché van de schrijver die tot ’s middags in bed ligt en dan met een eerste sigaret in de mond zijn manuscript terugzoekt tussen de lege flessen wijn, gaat niet op voor Van Reybrouck. ‘You wish’, lacht hij. ‘Ik heb een normaal dagritme. Ik sta op rond acht uur en ontbijt, waarna de grote uitdaging volgt om niet naar mijn e-mails te kijken maar zo snel mogelijk op de fiets te springen en naar mijn atelier in Anderlecht te rijden, waar ik al vijftien jaar schrijf.’

Ontbijt met De Tijd

Schaarbeek, 9 uur, in het appartement van David Van Reybrouck. Met de schrijver praten we over zijn pendelschriftje, geld verdienen, de overmoed van Nederlanders en waarom deliberatieve democratie het klimaat kan redden.

Daar heeft de schrijver bewust geen internet. ‘Dat is mijn redding’, vertelt hij. ‘Zo word ik niet afgeleid door alle e-mails van mijn andere projecten. Ik heb altijd een pendelschriftje in mijn rugzak. Als ik overdag dingen vind die ik nog moet opzoeken, schrijf ik dat daarin zodat ik het ’s avonds snel en gefocust kan doen.’

Van Reybrouck beschrijft in het boek de gruwelen van de Nederlandse kolonialen in Indonesië, en merkt verbijsterd op dat uit een internationaal onderzoek bleek dat liefst 50 procent van de ondervraagde Nederlanders trots is op het vroegere imperium, tegenover 23 procent van de Belgen.

Ik ben echt achterovergevallen toen ik hoorde dat het vak geschiedenis maar drie jaar verplicht is in de Nederlandse middelbare scholen.
David Van Reybrouck
Schrijver

Dat verklaart ook de drijfveer achter ‘Revolusi’. ‘Nederlandse experten hebben fantastische analyses gemaakt over het koloniaal verleden, maar het brede publiek weet daar bijna niets over’, vertelt hij. ‘Boven-Digul, het ballingsoord in Nieuw Guinea, waar de latere vicepresident Hatta en premier Sjahrir werden vastgezet, is onbekend in Nederland, hoewel het de lokale variant was van de strafoorden in de Goelag.’

Weten wij Belgen meer over Congo dan de Nederlanders over Indonesië? ‘Misschien wel. Ik ben echt achterovergevallen toen ik hoorde dat het vak geschiedenis maar drie jaar verplicht is in de Nederlandse middelbare scholen. Nederland is het land dat in de jaren 90 het verst meegegaan is in de neoliberale ommekeer. Scholieren werden vooral klaargestoomd als werknemers en ondernemers, maar dat heeft zwakkere burgers opgeleverd.’

In het boek klinkt kritiek op de overmoed en zelfs pretentie van de Nederlandse overheersers. ‘Fermheid was het resultaat, in plaats van een politiek van deemoed, overleg en grootmoedigheid’, luidt het. ‘Die zin was voor mij erg belangrijk tijdens het schrijven’, vertelt hij. Er is veel dat ik aan Nederland bewonder, zoals het geloof in het eigen kunnen waar wij in België soms een tekort aan hebben, maar ik heb er ook de zelfoverschatting leren kennen.’

Ik hoef niets meer te krijgen, nu wil ik vooral geven.

Zijn atelier hangt vol overlijdensberichten van de getuigen die hij sprak. Had hij het gevoel dat hij op de rand van de geschiedenis liep en zich moest haasten om iedereen te spreken? Van Reybrouck knikt: ‘Ik heb al vaker dat gevoel gehad, ook bij het schrijven van ‘Congo’, maar nog nooit zo sterk als nu.’

Speelt dat besef mee in de volgende projecten die hij wil uitvoeren? Komt er nu een boek over de koloniale geschiedenis van Algerije? ‘Nee, ik heb het gevoel dat ik nu op de rand van de toekomst laveer. Ik ga me minder met het verleden bezighouden, en meer met de democratie en het klimaat. Daarbij heb ik hetzelfde gevoel van haast. Niet omdat de oude getuigen verdwijnen, maar onze natuur en ons stabiel klimaat.’

De landen met de grote evenaarswouden zijn cruciaal in de strijd voor het klimaat.
David Van Reybrouck
Schrijver

Tijdens zijn omzwervingen door Indonesië zag Van Reybrouck hoe cruciaal het zuiden is in de strijd voor het milieu. ‘De bossen worden er massaal gekapt, de zeeën zijn zwervende kermissen geworden van plastic zakjes, en het milieubewustzijn is er extreem laag. Dat geldt net zo goed voor Congo en Brazilië. De landen met de grote evenaarswouden zijn cruciaal in de strijd voor het klimaat.’

Worden we niet de nieuwe kolonialen, als we die landen met een opgestoken vingertje gaan leren hoe het wel moet, terwijl zij zich net uit de armoede aan het onttrekken zijn? ‘Het is inderdaad lastig: groeieconomieën die uit de startblokken geschoten zijn, lijken plots op de rem te moeten staan. Maar extreem consumentisme leidt ook bij hen tot onleefbaarheid. Het is een ongelooflijke uitdaging om het feest te verbrodden met een boodschap van duurzaamheid, maar we kunnen niet anders. Daarvoor moeten we samenwerken met de plaatselijke activisten en iedereen die de lange termijn voor ogen houdt.’

Om het draagvlak te vergroten belandt Van Reybrouck bij zijn andere grote passie: deliberatieve democratie (Terwijl directe democratie slaat op referenda, gaat deliberatieve democratie over burgerpanels.). ‘Een burgerberaad is een goede manier om lastige beslissingen gedragen te krijgen door de hele bevolking. Emmanuel Macron heeft in Frankrijk ondervonden dat van bovenaf zaken opleggen niet werkt, en heeft dat opgelost door een klimaatpanel. De aanbevelingen waren indrukwekkend.’

Van Reybrouck wordt ook gastdocent aan het Hannah Arendt-instituut in New York en gaat zich weer meer toeleggen op essays, zoals hij deed met het pamflet ‘Tegen verkiezingen’, maar nu toegespitst op het raakvlak tussen democratie en klimaat. ‘Als zelfs Wolfgang Schäuble, de gewezen minister van Financiën en nu voorzitter van het Duits parlement, voorstander is van burgerpanels, zijn we toch niet meer in de marge bezig? Het parlement luistert naar allerlei lobby’s, waarom dan niet naar een lobby van gewone mensen?’ Hij ziet een geloot burgerpanel zelfs de knoop doorhakken in een technisch dossier als de uitstap uit kernenergie. ‘In Zuid-Korea en Australië hebben ze bewezen dat het kan.’

Waar hij dat idealisme vandaan haalt? Dat hij geen gezin heeft, speelt daar wellicht een rol in, antwoordt Van Reybrouck. ‘Misschien heb ik de drang om mee te willen zorgen voor iets, voor de samenleving. Ik heb veel meer erkenning gekregen dan ik ooit hoopte te krijgen. En ik ben daar ongelooflijk dankbaar voor. Ik hoopte van ‘Congo’ 10.000 exemplaren te verkopen, het zijn er een half miljoen geworden. Het is mij ook maar overkomen. Ik hoef niets meer te krijgen, nu wil ik vooral geven.’

Naast de nasi goreng, kwam ook de bami goreng op de ontbijttafel.

Critici kunnen opmerken dat Van Reybrouck ‘Revolusi’ vooral schreef om zijn commercieel succes van ‘Congo’ over te doen. Dat lijkt te lukken: de eerste druk van 60.000 exemplaren is uitverkocht. Een week na de lancering van het boek is al een tweede druk in de maak. ‘Als geld mijn motivatie was, zou ik al mijn werk over nieuwe democratie al tien jaar niet gratis doen. Door het succes van ‘Congo’ kon ik twee jaar lang vrijwilligerswerk doen voor de G1000 en PEN Vlaanderen.’

Met het geweld en de meedogenloosheid waarmee we tekeer gaan, zijn we nu de kolonialen van de toekomstige generaties
David Van Reybrouck
Schrijver

Hij vervolgt: ‘Ik heb al gemerkt dat het veel gemakkelijker is om filantropisch geld te vinden voor een theatervoorstelling met jongeren uit de buurt, waar je zo 200.000 euro voor vindt, dan voor een project waarbij je systemisch de democratie wil verbeteren. Dat is voor veel mensen te abstract. Dus ik hoop dat het boek goed marcheert, zodat ik me de volgende jaren opnieuw belangeloos kan inzetten.’

De stap van het kolonialisme naar het klimaat is niet groot, blijkt uit het boek. ‘Het kolonialisme is niet gestopt bij het einde van de kolonies’, concludeert Van Reybrouck, terwijl hij zijn laatste hap nasi goreng neemt. ‘We koloniseren nog altijd. Niet meer door beslag te leggen op nieuwe werelddelen, maar op toekomstige eeuwen. Met het geweld en de meedogenloosheid waarmee we tekeer gaan, zijn we nu de kolonialen van de toekomstige generaties.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie