interview

Dj Lefto: ‘Het moet niet altijd gemakkelijk zijn in het leven'

Stéphane Lallemand, beter bekend als dj Lefto.

Na 20 jaar ruilt Dj Lefto het instituut Studio Brussel in voor een hutje in het park. Met het globale keurmerk voor kwaliteitsmuziek blikken we terug en vooruit. Ontbijt met De Tijd.

Kies een plekje in de schaduw, hé!’ Stéphane Lallemand (44) roept het vanuit de verte, terwijl hij komt aangeslenterd door de statige Louis Bertrandlaan in Schaarbeek, waar we hebben afgesproken op het terras van een ontbijtcafé. Lallemand, beter bekend als Dj Lefto, oogt relaxed. Zonnebril op de neus, pet op het hoofd, in een short van de Rode Duivels en met een mondmasker dat werkloos onder de kin hangt.

Normaal is het voor Lefto - ‘niemand noemt me nog Stéphane’ - hoogseizoen. Hij zou net terug zijn van een tournee in de VS en Azië, en zich klaarstomen voor de start van het Europese festivalseizoen. Dit weekend stonden vier shows in zijn agenda.

Maar de wereldwijde coronapandemie heeft daar een stokje voor gestoken. De globetrotter zit al maanden thuis, in zijn Brussel. ‘Dat is balen, ja.’ Lefto haalt de schouders op. ‘Maar er zijn ook goede kantjes aan. Ik heb mijn zoon zijn eerste stapjes zien zetten. Ik heb veel muziek gemaakt. En ik heb veel tijd gehad om na te denken.’

Alle begrip voor de coronamaatregelen. Maar na een tijd verwacht je dat de overheid nadenkt over wat wel kan.

Die reflectie resulteerde in een opmerkelijke beslissing. Vorige week kondigde hij in zijn wekelijkse radioprogramma op Studio Brussel aan dat hij de openbare omroep verlaat. Dit weekend palmt hij voor het laatste de zondagavond in met zijn eigenzinnige programma, waarin hij muziekstijlen bovenspit die een podium verdienen, maar het veel te weinig krijgen. Van hiphop tot house, van jazz tot elektronica en van bossanova tot afrobeat. Alles kon, zolang het maar een ziel had, drukt hij het uit.

Via die radioshow, die via het internet wordt beluisterd door muziekliefhebbers van Buenos Aires tot Tokio, groeide Lefto door de jaren heen uit tot een globaal keurmerk voor kwaliteitsmuziek. Hij wordt over de hele wereld gevraagd om muziekcompilaties samen te stellen, festivals te cureren en liveshows te spelen. Het Britse muziekblad Fact Magazine noemde hem ‘je favoriete dj’s favoriete dj’ en ‘een van de belangrijkste tastemakers die Europa te bieden heeft’.

Dat alles blijft hij, maar vanaf volgende week dus niet meer bij Studio Brussel. Lefto verkast met zijn show naar Kiosk Radio, een lokale gemeenschapsradio die via het internet uitzendt vanuit een piepkleine hut in het Brusselse Warandepark. Het is het einde van een tijdperk, maar ook de start van een nieuw, maakt hij zich sterk.

Spijt en opluchting

Lefto verlaat StuBru naar eigen zeggen met een dubbel gevoel. Dankbaar voor de kansen die hij er kreeg in het prille begin en de (ex)-collega’s met wie hij mocht samenwerken. Maar ook opgelucht. Hij wikt zijn woorden. Hij wil niet dat ze worden geïnterpreteerd als natrappen. ‘De kritiek die ik heb, geef ik intern al maanden. Die komt vanuit een goede plek, ik hoop dat er iets positiefs uit voortvloeit.’

©saskia vanderstichele

Hij steekt van wal. ‘Ik was wat teleurgesteld door het gebrek aan steun voor het programma. Een paar jaar geleden zijn we verschoven naar het latere tijdslot van 22.00 uur tot middernacht, wat logischerwijs resulteerde in een daling van het aantal luisteraars. Tot daaraan toe, maar ik mocht dan niet eens de sociale kanalen van Studio Brussel gebruiken om de show te promoten. Ik geef graag, maar na verloop van tijd hoop je iets terug te krijgen.’

Eind mei schreef hij zijn frustraties neer in een lange mail aan het management. ‘Daar werd eigenlijk heel positief op gereageerd. Maar de garantie dat ze meer zouden doen voor genreprogramma’s kwam er niet. En toen kreeg ik de vraag of ik mijn collega (copresentator Gus, red.) wel echt nodig had voor het programma. De kerel met wie ik dit al 17 van de 20 jaar doe. Zo ben ik niet opgevoed. Samen uit, samen thuis.’

En dus verhuist Lefto na 827 shows naar Kiosk Radio. Van een instituut in een enorm gebouw naar een hutje in het park. Hij hoopt er het rock-’n-rollgevoel terug te vinden dat hij wat kwijtgeraakt was aan de Reyerslaan. ‘Ik heb het gevoel dat wat in dat hutje gebeurt belangrijker is voor de muziekscene dan wat Studio Brussel nu doet. Ze geven mensen kansen, ze proberen dat deel van de muzikale ijsberg te tonen dat onder de waterlijn ligt. Dat sluit volledig aan bij mijn visie op radio maken.’

Radio zoekt te vaak de weg van de minste weerstand. Maar zo kweek je geen karakter.

‘Radiozenders zoeken te veel de weg van de minste weerstand. Ze willen vooral niemand bruskeren. Maar zo kweek je geen persoonlijkheid. Vergelijk het met mensen. Met wie zou jij het liefst bevriend zijn? Met een jaknikker die niemand tegen de haren wil strijken? Of met iemand die het niet altijd met je eens is, maar die je wel wat bijbrengt en uitdaagt? Radio is hetzelfde. Die mag ballen hebben.’

Dat hij een veilige omgeving verlaat terwijl zijn cultuursector bijna stilligt, daar ligt Lefto niet wakker van. ‘Ik heb mijn publiek, dat ik ook via Kiosk zal bereiken. Ik ben gewoon blij dat ik mee mijn schouders kan zetten onder een project waar ik in geloof. Kiosk Radio werkt met kleine budgetten en het zal niet gemakkelijk worden. Maar het leven moet niet altijd gemakkelijk zijn.’

Vroege vogel

De dj bestelt een licht ontbijt. Thee, fruitsap, een spiegeleitje. ‘Ik heb gisteren te veel Libanees gegeten met de buren’, grinnikt hij. ‘Ik moet nog wat bekomen.’ Het is ondertussen 10.00 uur. Dat lijkt vroeg voor iemand die beroepshalve vooral ’s nachts leeft. Maar Lefto is eerder een vroege vogel. Hij hield er zelfs zijn artiestennaam aan over. Als tiener die een graffitiperiode doormaakte, stond hij steevast vroeg op na lange nachten: ‘lève-tôt’.

Lefto groeide op in een milieu waarin veel muziek speelde. ‘Mijn vader was een jazzliefhebber, die me vaak meenam naar concerten. Maar mijn eigen muzieksmaak ontwikkelde ik vooral op school. Daar kwam ik via vrienden in aanraking met hiphop, en met funk en soul, de genres die aan de basis van de hiphop liggen.’

Via een job bij de platenzaak Music Mania verruimde zijn blik verder. ‘Dat was de ideale baan voor iemand als ik. Ik kwam er in aanraking met techno, drum & bass, rock, pop, blues, noem maar op. Als een spons nam ik dat allemaal op.’

Ondertussen timmerde hij aan de weg als dj. Dat ging redelijk snel goed, maar Lefto hield vast aan zijn dagjob. ‘Ik ben een redelijk bange mens. Ik hou van zekerheid. De sprong wagen om alleen van muziek te leven, vond ik te spannend. Wat als mensen je niet meer willen boeken? Na een tijdje werd dat behoorlijk absurd. Dan speelde ik een show in Kazachstan, en nam ik het eerste vliegtuig terug om mijn shift te draaien in de platenwinkel.’ (lacht)

Het had sneller kunnen gaan, erkent hij. ‘Als ik compromissen had gesloten met mezelf, had ik vast sneller een groter publiek kunnen bereiken. Maar ik word fysiek onpasselijk van het idee alleen al. Laat andere mensen maar de lift nemen, ik pak wel de trap. Daar houd je een betere conditie aan over, dan kan je langer mee.’

BXL-tatoeage

De Brusselaar praat met het hart op de tong, wild gesticulerend met zijn getatoeëerd armen. Een van die tatoeages kenmerkt hem misschien nog het meest: ‘Bruxelles Ma Belle’ staat er, een liefdesverklaring aan de stad die hem heeft gevormd. Een kosmopolitische smeltkroes, die te vaak wordt misbegrepen in zijn ogen.

‘België is een raar land, man. Denk je dat er veel andere landen zijn waarvan een groot deel van de mensen de eigen hoofdstad niet kent? Ik vind dat absurd. En dan krijg je kritiek van mensen die niet weten waarover ze het hebben. Pas op, ik ben de eerste om te zeggen dat niet alles hier goed gaat. Maar die problemen moet je kaderen in een grootstedelijke context, die heb je in elke grote stad. Deze stad verbreedt je horizon, ze inspireert.’

Misschien hadden we Jan Jambon beter niet uitgejouwd op de MIA's.
DJ Lefto

Als bewijs begint Lefto de artiesten op te noemen die in een straal van 500 meter wonen, met Zwangere Guy en Brihang als bekendste namen van een lange lijst. ‘Ooit organiseer ik hier een festival met alle locals.’

Dat is niet voor meteen, beseft hij. ‘Het is een vreemd gevoel: willen werken, maar niet mogen. Ik denk niet dat dat ooit eerder is gebeurd. Dat is het lastigste aan deze crisis. We hebben geen enkel perspectief op wanneer we weer 100 procent ons ding kunnen doen.’

Dat verwijt de Brusselaar de overheid ook wat. ‘Alle begrip voor de coronamaatregelen. Maar op een bepaald moment verwacht je van de overheid dat ze nadenkt over wat wel kan en op welke manier, in plaats van alleen te verbieden. Soms heb ik de indruk dat ze het niet eens vervelend vinden dat de cultuursector thuiszit. Misschien hadden we minister van Cultuur Jan Jambon beter niet uitgejouwd op de MIA’s. (lacht)’

In die context toont de dj ook begrip voor de feestende jongeren die de voorbije weken opdoken op pleinen her en der. ‘Dat is een soort revolte, hé. Als je het gevoel hebt dat je er niet toe doet, ga je je zo gedragen. Wie weet kom je dan wel op de agenda. Vergelijk het met de relletjes na de Black Lives Matter-betoging. Ik keur dat niet goed, maar ik begrijp het wel. De geschiedenis leert dat je maar beter niet te negeren bent, als je verandering wil.’

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt

Lees verder

Advertentie
Advertentie