Advertentie

Dyab Abou Jahjah: ‘Ik ben tegen woke, net omdat ik een antiracist ben’

©saskia vanderstichele

Om te strijden tegen racisme klom hij twintig jaar geleden op de barricades. Nu staat Dyab Abou Jahjah voor de klas en bekampt hij als opiniemaker het extremisme van de wokebeweging. Ontbijt met De Tijd.

Om elf uur kan je niet meer van een ontbijt spreken. Zeker niet als je in een hotellobby afspreekt waar Dyab Abou Jahjah (50) graag komt voor de heerlijke hamburgers. Een brunch dus, en daar heeft de publicist en gewezen antiracismeactivist een goede reden voor: hij is leraar geworden en geeft elke voormiddag les. 

Zijn school is het KTA Zavelenberg in Sint-Agatha-Berchem, een Vlaamse school met technisch en beroepsonderwijs. Hij geeft er Frans, Engels en geschiedenis. ‘Het contact met de jongeren en het feit dat ik iets voor hen kan betekenen, misschien invloed kan hebben op hun manier van denken, geven me veel voldoening.’

Weten de Brusselse kinderen dat hun nieuwe leraar de voormalige staatsvijand nummer een is die op de barricaden stond in Antwerpen om met zijn Arabisch-Europese Liga (AEL) te strijden tegen racisme, en zo in de cel belandde? ‘Ja, natuurlijk. Ze willen dat ik over mijn verleden vertel, maar ik weiger dat pertinent. Aan het einde van het jaar ga ik dat wel doen, omdat we zo over thema’s in de actualiteit kunnen praten.’

We zitten in de lobby van het Pentahotel in Elsene, vlak bij de Louizalaan. ‘Een ideale plek om wat rond te hangen met vrienden, voetbal te kijken en cocktails te drinken', zegt Abou Jahjah. Omdat weigeren onbeleefd lijkt, en omdat het lekker decadent is om elf uur 's morgens, volg ik zijn bestelling: een hamburger van het huis en een cola light.

Ik wilde iets meer inhoudelijks doen. Het onderwijs bleek daarvoor ideaal, ook omdat een voltijdse job er uiteindelijk maar een halftijdse job is.
Dyab Abou Jahjah

Abou Jahjah vertelt hoe hij net voor corona een sprekersbureau opgericht had en ook van plan was samen met een vennoot een Italiaans restaurant te beginnen. ‘Maar omdat die plannen door de pandemie in het water vielen, moest ik mij heroriënteren. Ik wilde iets meer inhoudelijks doen. Het onderwijs bleek daarvoor ideaal. Ook omdat een voltijdse job er uiteindelijk maar een halftijdse job is.’

Onderwijzend Vlaanderen gaat op zijn achterste poten staan als hij zo’n uitspraak doet, merk ik op. Abou Jahjah: ‘Natuurlijk heb je nog je voorbereidingen, maar als je echt je best doet, krijg je die rond in twee uur per dag. En je kan die plannen wanneer je wilt. Zo kom ik aan zes uur per dag, en heb ik tijd over om te schrijven en lezingen te geven.’

Woke

Vanmorgen gaf hij in het vierde jaar elektromechanica les over de ontdekkingsreizen. ‘Dat gaf een interessante discussie over de drijfveren van Vasco da Gama, ook omdat in die klas twee leerlingen uit Latijns-Amerika zaten.’ Hij vindt dat de leerplannen op dat vlak vrij evenwichtig geworden zijn. ‘De uitleg over de ontdekkingsreizen blijft niet steken bij de redeneringen dat het Westen die volkeren beschaving en geloof wilden brengen. Activisten willen misschien dat we al die historische figuren criminelen en moordenaars noemen, maar dan vergeet je dat die ook maar kinderen van hun tijd waren.’

Zo belanden we bij de wokebeweging, waar Abou Jahjah zich de jongste maanden fel tegen geprofileerd heeft. ‘Ik ben tegen woke, juist omdat ik een antiracist ben. Ik heb een probleem met concepten waarin je kleur centraal stelt. Ik heb nooit in mijn leven een standpunt verdedigd dat vertrekt vanuit raciale kenmerken. Ik kwam op voor nieuwkomers, en dat konden ook mensen uit Oekraïne zijn.’

‘We streden om gelijke rechten. Nu worden eisen gesteld die wij als antiracisten nooit geëist hebben: zeg niet blank maar wit, maak geen grappen over minderheidsgroepen, enzovoort. Voor de nieuwe radicale antiracisten, feministen en holebiactivisten zijn veel Belgen per definitie racistisch, seksistisch of homofoob, gewoon omdat ze de nieuwe morele gedragscode van die activisten niet respecteren.’

Het bewustzijn dat racisme niet deugt, is doorgedrongen tot de meeste mensen.
Dyab Abou Jahjah

Hij geeft het voorbeeld van de toegang tot een discotheek. ‘Stel dat ik geweigerd wordt aan de deur, terwijl jij wel binnen mag. Dan kan ik jou vragen om samen met mij te protesteren of met de eigenaar te gaan praten. Of ik kan beginnen te zeuren dat jij geprivilegieerd bent omdat je binnen mag, een onderdeel bent van het onderdrukkingssysteem en het daarom jouw fout is. Wat zeg je dan? Foert, natuurlijk! Dat nieuwe extremisme is niet alleen problematisch, maar ook strategisch dom, omdat je de solidariteit kapotmaakt en polarisering creëert.’

Vindt hij dan dat er geen problemen meer zijn met racisme in België? ‘Zeker de jongste tien jaar zijn de verbeteringen er heel snel gekomen. Op alle vlakken: tewerkstelling, de aanpak van discriminatie, enzovoort. Het bewustzijn dat racisme niet deugt, is doorgedrongen tot de meeste mensen. Zelfs het Vlaams Belang probeert zich wat heruit te vinden op dat vlak. Of dat zal lukken, is een andere zaak.’

Als hij geen lesgeeft of zich in columns en debatten druk maakt over de nieuwe radicalen in de samenleving, schrijft Abou Jahjah aan een boek dat volgend jaar moet uitkomen. ‘Ik probeer aan te tonen dat we in een tijd leven waarin een alliantie ontstaat tussen voormalige vijanden. Die zet de fundamenten van de liberale orde en van de moderniteit onder druk. Dat komt tot uiting door het feit dat complottheorieën zowel door extreemrechts als door islamisten omarmd worden.’ 

Hij geeft een voorbeeld van bij onze noorderburen. ‘Met zijn complottheorieën over corona spreekt Thierry Baudet (politicus en oprichter van Forum voor Democratie, red.) nu ook veel moslimjongeren aan. Hij excuseert zich bijna bij die jongeren voor zijn islamofobie, en zegt dat ze samen dezelfde strijd voeren tegen de elite.’

Hij ziet ook een kruisbestuiving tussen de wokebeweging en jonge islamisten. ‘Ze vinden in de beweging een antwoord dat hen toelaat hun identiteit boven de regels van de maatschappij te plaatsen. Zo kunnen ze het traditionele islamisme verkopen als een progressieve ideologie.’

Kalasjnikov

Zijn betoog wordt onderbroken door de twee massieve hamburgers die onder onze neus geschoven worden. ‘Ik ben goed geïntegreerd, hé’, lacht hij als ik hem de mayonaise doorschuif. Abou Jahjah werd geboren in Libanon. Op zijn 13de sloot hij zich aan bij een sjiitische organisatie, om zijn land te beschermen tegen de Israëlische vijand. Op zijn 16de stapte hij over naar een militie, waar de jonge rekruten tijdens de weekends en op feestdagen aan het front werden ingezet om de strijders af te lossen.

‘Meestal was dat een slapend front en soms zaten we gewoon op de barricades de tegenpartij wat te pesten. Na een tijdje kenden we elkaars namen. Maar op een dag kwam het toch tot een escalatie en werden we aangevallen. Daarbij heb ik teruggeschoten, ja. Of ik ooit iemand gedood heb? Dat denk ik niet, die stellingen waren echt goed beschermd.’

Oorlog maakt van jou een pacifist.
Dyab Abou Jahjah

De dood kwam wel heel dichtbij, toen hij in een jeep zat die getroffen werd door een granaat. ‘Dat was een van de schrik­wek­kendste momenten van mijn leven. Ik vloog uit de wagen en was ongedeerd, op een paar kleine wonden na. Een andere inzittende was zwaargewond en de anderen hebben het niet overleefd.’

In 1991 belandde Abou Jahjah in België. Hij studeerde politicologie, richtte de AEL op en deed een paar keer met verschillende kleine partijen mee aan de verkiezingen, zonder ooit verkozen te raken. In 2006 ging hij terug naar Libanon, tijdens een nieuwe kortstondige oorlog met Israël. ‘Ik vond het ook toen mijn plicht mijn land te beschermen. Ik ben naar mijn geboortedorp getrokken en was van plan het te verdedigen, met de kalasjnikov die ik er nog staan heb. Maar uiteindelijk bleek ons dorp gelukkig niet in de frontlinie te liggen.’

Die oorlogservaringen hebben hem niet agressiever of bozer gemaakt in zijn later activisme. Eerder het omgekeerde, zegt hij. ‘Als ik met geweld geconfronteerd word, denk ik aan die oorlog. Oorlog maakt van jou een pacifist.’

Toch is de kentering de jongste jaren opvallend. Van radicale antiracist tot leraar en publicist die voor gematigdheid pleit. Waarom is Abou Jahjah veranderd? ‘Het is een complex verhaal, waarbij ik wil benadrukken dat ik inhoudelijk geëvolueerd maar niet radicaal veranderd ben. De standpunten die ik in 2000 verdedigde, leken toen radicaal maar zijn nu gematigd, omdat de tijden veranderd zijn. Wat ook speelde, is dat ik altijd woordvoerder was van een beweging. De discussies binnenshuis, waarbij ik mij al van in het begin afzette tegen de te radicale denklijnen, kwamen nooit naar buiten.’

Hij geeft toe dat zijn extremisme fel verminderd is. Dat hij intussen 50 en vader van vier dochters is, speelt een rol. ‘Het klopt dat een groot deel van mijn leven bepaald werd door een binair denken. Alles was een zero sum game, waar je ofwel winnaar of verliezer bent. Dat is gevormd door mijn verleden in Libanon, waar het ging om een existentieel conflict: het voortbestaan van mijn land en mijn volk.’

‘De conflicten die we hier hebben, zijn niet existentieel’, zegt hij. Daarom voelt hij zich ook niet meer genoodzaakt nog op te komen voor de rechten van de kinderen van zijn medestanders met wie hij 20 jaar geleden op de barricaden stond. ‘Ik zeg niets meer om een bepaalde achterban te bedienen. Ook niet om anderen te provoceren. Ik doe altijd de oefening: is dit wat ik echt denk? En dan interesseert het me niet wat anderen daarvan willen maken. Het is niet meer mijn taak iemand te verdedigen. Ik ben nu een observator.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie