interview

Galeriste Almine Rech: ‘Ik ben te sociaal om kunstenaar te zijn'

Almine Rech. ©Kristof Vadino

Haar vader was modemagnaat en haar man is de kleinzoon van Picasso. Geld drijft topgaleriste Almine Rech niet. Dus zoekt ze naar het waarom. Ontbijt met De Tijd.

Het is vrijdag, elf uur, en ik zit in de keuken van Almine Rech in het souterrain van haar jarendertigvilla in de ambassadewijk in Elsene. In de strak ingerichte ruimte vol inox en marmer hangen grote, galeriewaardige kunstzinnige foto’s. Boven de spoelbak prijkt een houten koekoeksklok. Rech staat bekend om haar minimalistische smaak en gevoel voor kunst met humor. De Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons, de koning van de kitsch, is niet alleen een zakenrelatie maar ook een goede vriend.

Een dienstmeisje heeft me naar de keuken begeleid met de boodschap dat madame nog even bezig is. Ze brengt een plateau met een kop koffie en twee volkoren biscuitjes. Dat is het enige eetbare dat mij het komende anderhalf uur wordt aangeboden. Door het glas in de deur zie ik in een andere kamer een bewakingsagent die de elektrisch bediende toegangspoort in het oog houdt.

Een half uur later word ik naar de woonkamer gebracht, waar het echtpaar Rech ook vrienden-verzamelaars ontvangt zoals de ontwerpster Miuccia Prada of François Pinault, de eigenaar van luxeconcern Kering en het veilinghuis Christie’s. Rech zit in een donker hoekje aan een kleine ronde tafel te werken op haar laptop. Ze wordt geflankeerd door een tekening van Joe Bradley, een jonge Amerikaanse kunstenaar uit haar stal wiens topschilderijen voor meer dan een miljoen euro van de hand gaan. Daarnaast hangt een Picasso. Pablo Picasso, misschien wel de grootste kunstenaar van de afgelopen eeuw, is de grootvader van haar echtgenoot Bernard Ruiz-Picasso. Ruiz is zijn erfgenaam, het koppel beheert zijn patrimonium en de inkomsten die daaruit voortvloeien.

Ontbijt met De Tijd

11 uur, privéwoning Almine Rech, Elsene.

Met de topgaleriste spreken we over haar Vietnamese roots, Chinese verzamelaars en de magie van de grotten van Lascaux.

Rech, leeftijd: ergens in de vijftig, lijkt niet bijzonder opgetogen met mijn komst. Ze is net terug van een kunstbeurs in Hongkong. Ze is moe, kampt met een jetlag en zegt dat ze eigenlijk geen tijd heeft voor een interview wegens te veel werk. We onderhandelen over een tijdslot, ze gaat uiteindelijk akkoord maar wil zich eerst opmaken voor de foto. Ze verdwijnt naar boven en laat ons ruim de tijd om de overige drie Picasso’s in de woonkamer te bewonderen: een vroege, figuratieve schets van twee absintdrinkers op café, een harlekijn en een kubistisch werk.

Twintig minuten later gaat Rech, rank als een twijgje in haar strakke jeans, grijze pumps en een blouse in feloranje en poederroze, weer aan haar tafeltje zitten. Haar lippen zijn zorgvuldig gestift in een natuurlijk roze, de ogen aangezet met eyeliner en mascara. ‘Hier ontbijt ik elke dag, aan dit tafeltje. Een ontbijtgesprek, dat was toch de bedoeling?’ Ze maakt geen aanstalten om ontbijt aan te laten rukken. Ze is geen ochtendmens, de vraag alleen al doet haar lachen.

Ze is schijnbaar beter gehumeurd nu ze zich erbij heeft neergelegd dat we toch een gesprek gaan voeren. ‘Doorgaans zit ik vanaf een uur of negen op deze plek te werken. Rond de middag ga ik de deur uit om te lunchen. Ik eet vrij gezond ja, liefst biologisch. Maar ik ben zeker geen vegetariër. Integendeel, ik heb regelmatig een stuk vlees nodig. En af en toe een goed glas wijn, maar nooit te veel. Het liefst bordeaux. C’est logique.

Rech beheert een klein imperium van vier galerijen in Parijs, Brussel, Londen en New York. In haar portfolio zitten 54 kunstenaars. Al in 2006 streek ze in Elsene neer, om de hoek bij collega-kunsthandelaar Xavier Hufkens. Ze beschikt er over een enorme ruimte van 5.000 vierkante meter, vijf keer zo groot als haar stek in Parijs. ‘Dit land, en dan vooral de regio Vlaanderen, heeft een lange traditie van kunstverzamelaars, een traditie die al bestaat sinds de Italiaanse renaissance. Belgen houden er ook van om nieuwe dingen te ontdekken. In die zin is het interessant hier te zijn.’ Ze kan bovendien nog terecht in haar pied-à-terre in New York, een appartement in Parijs en het familiekasteel Boisgeloup, nog een erfenis van opa Picasso.

©Kristof Vadino

Voor het geld hoeft Rech het niet te doen. Ze is de dochter van de Franse modeondernemer Georges Rech, die op het hoogtepunt van zijn roem in 1986 de uniformen voor de stewardessen van Air France ontwierp. Na de verkoop van het bedrijf in 1990 kon ook zijn dochter gaan rentenieren. Maar ze opende haar eerste galerij. ‘Ik schilderde zelf graag,’ vertelt ze, ‘maar ik had al snel door dat ik niet zou kunnen opbrengen wat nodig is om een echt goede kunstenaar te worden. Kunst is een heel eenzaam, complex en veeleisend vak, dat dag en nacht aandacht en opoffering vraagt. Daarvoor ben ik te sociaal. (lacht) Dus ben ik aan de andere kant gaan staan.’

Bij de opening van haar eerste galerij toonde ze slechts één werk: een lichtinstallatie van de Amerikaan James Turrell. Die werd gelukkig na een paar weken gekocht door een museum, of ze had de zaak meteen kunnen sluiten.

Met haar resolute keuze voor minimalistische en conceptuele kunst op een moment dat minimalisme helemaal niet in de mode was, maakte ze snel naam. Haar voorliefde voor de strakke lijn schrijft Rech toe aan haar Aziatische roots. Ze stamt af van Vietnamese industriëlen die in de jaren vijftig naar Frankrijk migreerden. Haar grootoom is Mai Thu, een Vietnamees schilder. ‘Ik heb zijn atelier in Parijs vaak bezocht met mijn ouders. Hij maakte heel figuratief werk in een fijne lijn. Alles wat overbodig is, is weggelaten. Vandaag is zijn werk overigens veel waard. Maar die uitgepuurde stijl, de voorkeur voor een bepaalde radicaliteit, heeft de basis voor mijn smaak gelegd.’

Ook vandaag gebeuren volgens Rech de interessantste vernieuwingen in Azië. ‘Het publiek bestaat er grotendeels uit nieuwe verzamelaars, uit landen als China en Australië. Ze zijn minder vertrouwd met beurzen en shows en ze zijn nog erg hongerig naar kennis. Ze willen alles weten over de geschiedenis van het werk, over hoe kunstenaars in het Westen werken. Bovendien zijn de meeste musea in China private instellingen, verzamelaars stellen hun eigen collecties tentoon volgens hun uiterst persoonlijke smaak. Elk museum is dus totaal verschillend van het andere. Heel interessant om in te werken.’

Alle grote kunstenaars zijn polemisch. We hoeven het toch niet altijd over alles eens te zijn?
Almine Rech
Topgaleriste

Hoe kijkt ze naar de exorbitante prijzen die vandaag voor kunst worden betaald, een tendens die mee wordt aangejaagd door de influx van geld uit het Oosten? Ze vindt het ‘normaal’, zegt ze stoïcijns. ‘We zijn tenslotte al in de 21ste eeuw, de oudere meesterwerken worden schaars. Als er eens een stuk op de markt komt, is dat zeldzaam. Dat bepaalt mee de waarde.’ Maar dat verklaart toch niet de enorme bedragen die voor beginnende, hedendaagse kunstenaars worden gegeven? ‘De hedendaagse kunst heeft altijd haar hypes gekend, al hebben ze niet allemaal de tand des tijds doorstaan. Een Cabanel kreeg in de 19de eeuw al meer dan een miljoen frank voor zijn werk.’ Heeft het haar beroep interessanter of moeilijker gemaakt? ‘Harder. Toen ik begon, was er minder geld, maar er waren ook veel minder spelers. Het is een enorme markt geworden. Het is alsof je rustig op een landweggetje rijdt en opeens in de file belandt op de autostrade. Dat is minder aangenaam. Maar dat wil niet zeggen dat je geen ontdekkingen meer kan doen.’

Het was haar vader die haar als kind meetroonde naar musea. ‘Veel kinderen vinden kunst saai, mij intrigeerde het enorm. Hij hield van moderne kunst, hij toonde mij Picasso, Modigliani. Ik kon niet zeggen dat ik het mooi vond, maar het riep wel allerlei vragen op. Is dit goed? Waarom vind ik het interessant, waarom niet? Waarom tekende Modigliani ogen als streepjes, waarom koos Picasso voor deze afbeelding? Ik kende de antwoorden niet. Maar het was voor mij duidelijk dat achter die beelden een diepe drijfveer zat.’

‘Ik herinner me ook een schooluitstap naar het museum voor archeologie in Saint-Germain-En-Laye, ik was een jaar of acht. Daar staat een reconstructie van de grotten van Lascaux, en die heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Dat mensen zo lang geleden al de behoefte hadden om kunst te maken, om een spoor na te laten. Pas veel later heb ik begrepen dat de geschiedenis van de mens, volgens mij in elk geval, door de kunsten is geschreven, eerder dan door de politieke gebeurtenissen of datums. De Egyptische piramides, de Grieken: zonder kunst is er geen geschiedenis.’

De geschiedenis van de mens is door de kunsten geschreven, eerder dan door de politieke gebeurtenissen.
Almine Rech
Topgaleriste

De telefoon op tafel begint luid te rinkelen. Rech blijft een halve minuut onverstoord doorpraten. ‘Ik weet niet of het voor mij is.’ Uiteindelijk neemt ze op: haar volgende afspraak zit klaar in de wachtkamer. Ze begeleidt ons wel nog zelf naar de uitgang, langs een hal vol sculpturen. Centraal staat een werk van Jeff Koons uit de reeks ‘Gazing Ball’, een Grieks vrouwenbeeld in wit plaaster met een kobaltblauwe glazen bal. Het originele beeld komt uit het atelier van Picasso, vertelt Rech. ‘Hij gebruikte het louter als model, maar het is natuurlijk fantastisch om hier een werk neer te kunnen zetten dat de link legt tussen Koons en Picasso.’

Wat trekt haar zo aan in Koons? ‘Hij durft. Hij gaat heel ver in zijn zoektocht naar radicaliteit en pertinentie. Jeff is extreem geëngageerd in zijn werk. Je bent er dol op of je moet er helemaal niets van weten. Alle grote artiesten zijn polemisch. We hoeven het toch niet altijd over alles eens te zijn? Voilà.’ En met die woorden eindigt het ontbijt dat er geen was.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content