interview

Geert Meyfroidt: ‘Alsof artsen allemaal pastoors zijn’

'Ga eens naar de VS, dan zie je een land dat niet werkt.' ©katrijn van giel

Hij verloor 5 kilogram en racete op drie uur slaap door de coronacrisis. Maar nu wenkt voor intensivist Geert Meyfroidt (48) vakantie en de ‘bike flow’ in de Alpen.

Geert Meyfroidt staat scherp, dat zie je zo en dat moet ook, want dit weekend begint eindelijk zijn vakantie. Hij gaat zeven dagen met 13 vrienden in de Alpen fietsen. Het programma op dag één: de Galibier, een col buiten categorie. ‘En de dag erop de Finestre, met een helling van bijna 10 procent. De laatste kilometers zijn onverhard. In een week doen we zo 23.000 hoogtemeters.’

Ontbijt met De Tijd

Koffiebar Koffie en Staal, Leuven

Met intensivist Geert Meyfroidt praten we over corona, een betere gezondheidszorg en
veiliger fietsinfrastructuur.

Hij tempert het machogehalte meteen, zegt dat er niet meer ‘zoals vroeger’ op elke helling koers is. En dat het fietsen levensnoodzakelijk is om het hoofd leeg te maken als je 60 uur per week werkt, op de grens tussen leven en dood, op de dienst intensieve zorg van het UZ Leuven. ‘Ik kan vertrekken met een kop vol zorgen, maar na die 7 kilometer van het ziekenhuis tot thuis zijn die helemaal weg. En bij langere afstanden voel je echt dat effect op de hersenen. Bike flow, noemen ze dat. Het moment dat je totaal verbonden bent met de fiets en alleen maar kan denken: zit ik in de juiste versnelling? Zou ik nog een koekske eten?’

Onterecht schuldgevoel

Het is tijd om te recupereren na een intense periode in het UZ, waar eind mei de laatste Covid-19-patiënt de afdeling intensieve zorg verliet. De dag voor ons gesprek ging in zijn ziekenhuis een napraatsessie door voor het zorgpersoneel. Hij schrok van de reacties. ‘Mensen die de periode in hun hoofd herbeleven, die slecht slapen, die heel streng zijn voor zichzelf en die vinden dat ze niet de allerbeste zorg hebben kunnen geven. Er is veel schuldgevoel. Onterecht, want we hebben echt fantastische resultaten geboekt: amper 10 procent van de patiënten is overleden. We weten dat er Britse ziekenhuizen zijn met een mortaliteit van 40 procent.’
Hij staat op, we krijgen een blik op wel heel funky paarse sokken in zwarte Vejasneakers. ‘Even mijn dochter dag zeggen.’

We zitten in koffiebar Koffie en Staal in het centrum van Leuven, zijn dochter Luka werkt hier achter de bar. Op een dag dat hij niet moet werken, fietst hij naar hier voor een rustig ontbijt in plaats van om 20 over 7 snel een banaan binnen te werken. Hij kent de kaart. Hij bestelt granola met vers fruit, een espresso en een groot glas verse pompelmoeslimonade met granaatappelpitjes. Een asceet is hij niet: hij eet het koekje bij de koffie op.

Een wereldwijde pandemie met een onbekend virus is voor een onderzoeker erg interessant, gaat Meyfroidt voort. ‘Dezelfde ziekte is over de hele wereld gedropt en legt overal de zwaktes en sterktes van gezondheidssystemen bloot. Daar moeten we uit leren. Ik vind het heel raar als ik experts in de media hoor zeggen: we zouden nu precies hetzelfde doen.’

Ik pas voor een zondebokcultuur, waar we mensen aan de schandpaal nagelen als ze aangeven dat iets mis is gegaan. Dan is niemand nog bereid om zwaktes toe te geven.

Hij ergert zich aan uitspraken dat ‘dit land’ niet werkt. ‘Ga eens naar de VS, dan zie je een land dat niet werkt. Ik vind wel dat we ernaar moeten streven bij de beste gezondheidszorg ter wereld te horen, als je ziet hoeveel geld we erin stoppen. Met een budgetverschuiving van curatieve naar preventieve zorg, in een systeem waarin we betalen voor kwaliteit in plaats van voor volume en waarin we die kwaliteit eindelijk goed gaan meten en vergelijken. Maar ik pas voor een zondebokcultuur, waar we mensen aan de schandpaal nagelen als ze aangeven dat iets mis is gegaan. Dan is niemand nog bereid om zwaktes toe te geven.’

©katrijn van giel

Wat kan beter, nu de dagelijkse besmettingen met de honderd flirten en een tweede golf er misschien sneller is dan we zouden willen? ‘We moeten zeker beter zorgen voor de rusthuizen, voor de sociaal zwakkeren die zwaar hebben afgezien, en voor de mensen in de zorg zelf. Ze zijn op. Ik voel het zelf ook, ik ben moe.’

Stress

Zijn dagen liepen zo: in het midden van de nacht het bed uit om alvast achter de computer te werken, vaak na amper drie uur slaap. ‘Ik werd midden in de nacht wakker van de stress en ik begon eraan.’ In de eerste week dat de covidafdeling open was, wilde hij absoluut de nachten doen. ‘Het is een nieuwe, onbekende ziekte, je wilt er samen met je mensen staan. Zo zijn we acht weken doorgegaan. Ik had geen tijd om te lunchen. Ik ben 5 kilogram verloren. Heel goed om straks die bergen op te rijden.’ (lacht)

We moeten af van die cultuur van microregeltjes, over wie wat mag doen. Ik vrees dat we wat in een afvinkcultuur zijn beland: als alle hokjes zijn aangekruist, is het oké.

Het klinkt vreemd, zegt hij, ‘maar eigenlijk was die periode heel plezant. Ik heb daar enorm veel energie uitgehaald. Zo gefocust werken, als een geoliede machine, met allemaal mensen die het beste van zichzelf geven. Voor mij is een van de grote lessen van de coronacrisis dat ziekenhuizen meer vrijheid verdienen. Er is niemand komen inspecteren of de covidwandjes wel recht stonden, daar was geen tijd voor. We moeten af van die cultuur van microregeltjes, over wie wat mag doen. Ik vrees dat we wat in een afvinkcultuur zijn beland: als alle hokjes zijn aangekruist, is het oké.’

Als voorzitter van zijn beroepsvereniging en als nationaal coördinator van de capaciteit van intensivecarebedden werd hij een corona-BV. En een mikpunt: toen hij de richtlijn opstelde voor triage op intensieve zorg, ontstond de indruk dat bejaarden niet welkom waren. Dat klopt niet, zegt hij. ‘We zijn niet overrompeld en we hébben ouderen opgenomen. Ook ouder dan 80, en we hebben daar ook goede resultaten geboekt. Maar ons uitgangspunt is altijd geweest: een bedlegerig iemand met zware dementie en een levensverwachting die korter is dan de revalidatie na opname, nemen we niet op. Ook voor corona. Onze bedoeling is leed voorkomen. Een opname op intensieve is echt niet niks.’

Het is heel lastig om te wijzen op de gevaren van overgewicht zonder beschuldigd te worden van fat shaming.

Hij moest nog eens in de verdediging, nadat hij op tv had gezegd dat zijn afdeling vol lag met ‘mannen met dikke buiken’. ‘Het is heel lastig om te wijzen op de gevaren van overgewicht zonder beschuldigd te worden van fat shaming. Ik zeg het altijd rechtuit tegen mijn patiënten: een van de redenen waarom u hier ligt, is uw overgewicht, en u zou daar beter iets aan doen. Nog nooit heeft iemand zich beledigd gevoeld, maar ik besef dat het lastig is de juiste toon te vinden. Ik heb intussen wel berichtjes gekregen van mensen die zeggen dat ze dankzij mij begonnen zijn met sporten of diëten. En ik vind bijvoorbeeld écht niet dat de toegang tot de gezondheidzorg beperkter moet zijn voor wie rookt, of voor wie te zwaar is. Obesitas is gelinkt aan opvoeding, aan kansarmoede, aan sociaal milieu. Allemaal dingen waar je niets aan kan doen. Als ik een patiënt zie, dan komt die naar mij toe met een combinatie van pech, aanleg en levensstijl. Het is voor mij onmogelijk daarover te oordelen.’

Reanimatie

Zo gaat hij wel in tegen het discours van sommige collega’s, werpen we op, en de aanlokkelijke gedachte dat je leven en je lijf maar worden wat je er zelf van maakt. ‘Alsof artsen allemaal pastoors zijn, en er een soort ideale levensstijl bestaat die een optimale gezondheid garandeert. Dat klopt natuurlijk niet. Als ik straks van mijn koersfiets val en behandeld moet worden voor allerlei breuken, gaat de samenleving dan ook zeggen dat het mijn eigen schuld is?’

©katrijn van giel

Er zijn collega-intensivisten die hardop zeggen dat ze niet gereanimeerd willen worden, omdat ze weten wat de gevolgen van een gebrek aan zuurstof en hartslag kunnen zijn. Wat denkt hij? ‘Ik vind het lastig om dat op voorhand te definiëren. Omdat ik al zo vaak heb gezien dat de levensdrang heel groot is, en het vaak haalt op theoretische bespiegelingen. ‘Ik wil niet leven als een plant’, dat is zo’n cliché. Wat betekent dat? We zien mensen die volledig verlamd zijn na een ongeval. Ik heb nog nooit iemand geweten die dan zegt: voor mij had het niet meer gemoeten. Mensen herijken zich snel. Ik zou ook niet zo radicaal kunnen zeggen dat ik niet gereanimeerd wil worden.’

Een fietser moet stijlvol zijn en dat ook uitstralen. Het moet toch een beetje sexy zijn. Anders krijgen we die automobilisten nooit uit hun bedrijfswagen.

Later voegt hij dit eraan toe: ‘Uiteraard zou ik er niet voor tekenen van de nek af verlamd te geraken. Maar als mijn kinderen nog naar mij komen om advies te vragen, om mij een kus te geven, als ik nog een boek kan lezen en een film kan kijken, is het leven dan niet meer waardevol? De waarde van het leven kan je niet afmeten aan het aantal ledematen dat je nog kan bewegen. Zolang ik iets voor iemand kan betekenen, kan ontroeren, vind ik dit leven de moeite waard.’

Hij doet zelf onderzoek naar het herstel van hersenletsels na een breuk of een val - ‘de grootste doodsoorzaak bij jonge mensen’, zegt hij. In het ziekenhuis ziet hij de gevolgen van verkeersongevallen. Maar we zien geen fietshelm. ‘Op de koersfiets draag ik er altijd een, maar op mijn gewone fiets niet. Uit de wetenschap blijkt dat het beter is te investeren in infrastructuur en meer mensen op de fiets te krijgen dan om een beperkt aantal mensen als een kerstboom op te tuigen en de jungle in te sturen.’
Dan, opeens bevlogen. ‘Ik ben absoluut tegen kerstboomachtige uitrusting op de fiets. Een fietser moet stijlvol zijn en dat ook uitstralen. Het moet toch een beetje sexy zijn. Anders krijgen we die automobilisten nooit uit hun bedrijfswagen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie