Ignace Schops: ‘Als ik echt wil ontspannen, ga ik slangen tellen'

©Valentin Bianchi / Hans Lucas

Na zes jaar juridisch getouwtrek begon deze week de Belgische Klimaatzaak. Co-initiatiefnemer Ignace Schops is niet aan zijn proefstuk toe in het heruitvinden van de groene beweging. ‘Mijn sterkte is dat ik mensen enthousiast kan maken.’ Ontbijt met De Tijd

‘Mijn mama is 93 en verwijt me dat ik de politici een proces aandoe: ‘Allez, wat doe jij nu, tegen die ministers?’, zegt ze dan.’ Ignace Schops vertelt de anekdote om de kritiek te pareren dat je een klimaatbeleid niet moet afdwingen via de rechtbank. ‘Het is onze hobby niet om processen te voeren. Dit gaat voor mij om de liefde voor de planeet, niet om minister X, Y of Z. En elke dag dat we niets doen, kost het ons meer.’

We spreken hem op woensdag, de dag nadat het proces van 63.000 mede-eisers tegen de Belgische overheden van start is gegaan. Hun eisen zijn de uitstoot van broeikasgassen in ons land te verminderen met minstens 42 procent tegen 2025 en met minstens 55 procent tegen 2030 - telkens ten opzichte van 1990. Als de overheid daar geen werk van maakt, eisen de klagers een dwangsom van 1 miljoen euro per maand.

Samen met mede-initiatiefnemers als Francesca Vanthielen, Tom Lenaerts, Nic Balthazar en klimaatambassadeur David Van Reybrouck was Schops de dag ervoor aanwezig in de oude NAVO-gebouwen in Brussel om de start van het proces mee te maken. De volgende dagen gaat hij nog verschillende keren langs om de pleidooien te volgen en verslag uit te brengen. De uitspraak wordt na de zomer verwacht.

Ontbijt met De Tijd

8 uur, Maasmechelen, in het bezoekerscentrum van het Nationaal Park Hoge Kempen. Met Ignace Schops praten we over het asbestverhaal van de toekomst, op de bank springen in het Europees Parlement en de liefde voor de planeet.

Schops gelooft erin. ‘We zijn heel erg overtuigd dat we dit gaan winnen’, zegt hij. ‘Dan zorgen wij voor de volgende dominosteen die zal omvallen, na Frankrijk, Ierland en vooral Nederland, waar zulke processen al gewonnen werden. De juridische basis is dezelfde: jullie handelen niet naar de normen die jullie zelf opgesteld hebben.’

We zitten in het bezoekerscentrum van het Nationaal Park Hoge Kempen in Terhills, op een boogscheut van het outletshoppingcenter Maasmechelen Village. Hoge ramen geven uit op berkenbossen, een speeltuin, en de twee gigantische schachtblokken van de voormalige mijn. Op tafel staan fruit, pistolets, koffiekoeken, potjes confituur en een schotel Limburgse kazen.

De locatie is niet toevallig gekozen. Als directeur bij Regionaal Landschap Kempen en Maasland is Schops de architect van het unieke model van dit nationaal park. Voor zijn basisfilosofie, die natuur probeert te verenigen met toerisme en lokale ontwikkeling, is hij internationaal gerenommeerd.

Ons model is simpel, zegt hij terwijl hij een klein potje confituur op een houten onderlegger plaatst. ‘Dit potje confituur is het natuurgebied, de stukjes brood zijn de infrastructuur. Vroeger was de redenering: dit potje is onze eigendom en hierin moeten we alles organiseren. Mensen moeten er kunnen wandelen, hun hond uitlaten, er moet een bezoekerscentrum komen... En zo krijg je een problematische druk op de natuur.’

Ik vertaal natuurbeleid in economische termen, omdat dat een taal is die politici en bedrijfsleiders begrijpen.

Hij verplaatst de stukjes brood naar de onderlegger. ‘In ons model verleggen we de bezoekerscentra naar de regio errond. Vanuit die impactzone organiseren we onze wandelingen, fietstochten en paardenritten. En zo worden ook de bakkers, slagers en hotels uit de omgeving de ambassadeurs van het nationaal park, want dankzij dat systeem kunnen ze overleven.’

Schops gaat er prat op dat het systeem, dat intussen internationaal bekend is als het Reconnection-model, veel meer oplevert dan de overheid erin stopt. ‘We zijn de beste bank in Vlaanderen. Wij leveren 190 miljoen euro en 5.000 jobs per jaar op. Elke euro die de overheid hierin investeert, brengt soms tot 42 euro op. Zo toon je aan dat natuurbescherming helemaal niet veel hoeft te kosten.’

Dat model maakte van Schops een internationale biodiversiteitsambassadeur. Dat bracht hem tot twee keer toe persoonlijk bij de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore en maakte van hem een internationaal adviseur aan verschillende nationale parken, tot in Zuid-Korea. ‘Wel boeiend, die verschillende aanpakken’, zegt hij. ‘In Zuid-Korea ging ik mee naar de minister van Leefmilieu. Ik verstond helemaal niet wat er gezegd werd, en moest gewoon telkens rechtstaan en buigen als ik mijn naam hoorde vernoemen. Toen we buitengingen, bleek dat hij 1 miljoen dollar toegezegd had, al wist ik niet eens voor wat.’

‘Mijn sterkte is altijd geweest dat ik natuurbeleid ook in economische termen vertaald heb, omdat dat een taal is die politici en bedrijfsleiders begrijpen’, vervolgt Schops. Hij geeft het voorbeeld van zijn tussenkomst in het Europees Parlement als voorzitter van de Europarc Federation, die alle nationale parken in Europa overkoepelt. ‘Toen ik daar de eerste keer stond, pakten die mannen en vrouwen hun krant en begonnen te lezen. Behalve de tolken had ik het gevoel dat echt niemand luisterde, terwijl we 8 procent van de Europese oppervlakte beheren en strategisch wel wat betekenen.’

‘Toen ik een jaar later opnieuw gevraagd werd, ben ik op mijn bank gesprongen. Ik werd direct tot de orde geroepen, maar had wel het momentum. Ik heb toen kunnen bewijzen dat inclusiviteit van natuur ook geld kan opbrengen voor lokale gemeenschappen. Sindsdien nodigen we onze leden uit voor dialogen met Europarlementsleden over kleine regionale projecten die geld opbrengen voor die lokale gemeenschappen.’

Vindt hij dat natuur- en klimaatbeschermers ietsje meer zakenlui zouden moeten worden? ‘Ik denk dat we meer tactisch mogen en moeten denken, zonder over te hellen in die richting’, antwoordt Schops, terwijl hij nog een chocoladekoek neemt. ‘Nog te veel worden natuurjongens en -meisjes gezien als mensen met een arafatsjaal met baard en op blote voeten die alles willen verbieden. Wij hebben misschien te weinig gefocust op het feit dat de biodversiteit meer is dan bloemetjes en bijtjes. Ook de grond lijdt onder de verschraling, zodat ook uw worteltjes en patatjes uiteindelijk bedreigd worden. Het gaat ook om onszelf.’

Maar is het dat niet wat hij doet met de Klimaatzaak: het vingertje opsteken en dreigen met straffen? ‘We zien dat als een hefboom. De basisvraag die we ons stelden, was: hoe komt het dat het dansen en springen in protestacties van de milieubeweging maar deels iets uithaalde? We hebben naar het verleden gekeken en stootten op de parallel met het asbestverhaal. Ook toen zijn overheden dat niet zomaar gaan verbieden omdat ze dachten dat het slecht voor de volksgezondheid was. Het zijn burgers die vaststelden dat je er ziek van wordt, maar het is niet door op straat te komen of door wetenschappelijke studies dat er iets veranderd is, maar wel door rechtszaken. Met de Klimaatzaak willen we het asbestverhaal van de toekomst schrijven.’

Natuur- en klimaatbeschermers moeten meer tactisch denken.

De Vlaamse minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) wees er deze week op dat zo’n klimaatbeleid enorm veel geld kost, en dat je dat geld nu eenmaal maar een keer kan uitgeven en dus keuzes moet maken. ‘De vraag is niet: is het haalbaar, maar: is het nodig? En bij corona heeft ook niemand de vraag gesteld of we alle maatregelen konden betalen. We doen het omdat het nodig is. De klimaatverandering is op dat vlak natuurlijk veel moeilijker. Dat is een geur- en kleurloze sluipmoordenaar, zodat mensen denken dat we wel nog even kunnen wachten.’

Maar hoe krijg je de burgers mee, als die zich nu al massaal verzetten tegen een kilometerheffing of een digitale meter? ‘We kunnen veel leren uit corona’, antwoordt Schops. ‘We hebben gezien dat we een vaccin kunnen maken in negen in plaats van 39 maanden tijd. We hebben ons gedrag veranderd, iets wat niemand voor mogelijk hield. We hebben nauwelijks gedebatteerd over de kostprijs: we doen het gewoon. En we luisteren naar de wetenschap.’

We zijn bijna twee uur aan het ontbijten, en Schops is niet te stoppen in zijn betoog dat balanceert tussen bevlogenheid en zakelijkheid. Heeft hij nooit overwogen in de voetsporen van zijn vader, een mijnwerker die gemeenteraadslid werd, te stappen en zelf politicus te worden? ‘Ik heb aan mijn vrouw beloofd nooit in de politiek te gaan,’ lacht hij, ‘maar veel analisten zeggen dat ik misschien meer met politiek bezig geweest ben dan de meeste politici. Mijn sterkte is dat ik mensen enthousiast kan maken. Ik heb geen kleur, maar ik geef wel een stem aan de natuur.’

Zijn grootste energie haalt hij nog altijd uit de momenten dat hij de natuur in kan trekken. ‘Mijn meest heroïsche daad dateert van toen ik als herpetoloog de grootste Vlaamse populatie van vroedmeesterpadden ontdekt heb. Dat was op een kerkhof in Borgloon. Maar toen besliste de gemeente dat het kerkje gestabiliseerd moest worden en wilde ze de oude graven weghalen. Net in die graven zaten de padden. Ik ben toen op 1 november met mijn eigen geld overal verse bloemen op de lege graven gaan leggen, om de gemeente te overtuigen dat ze toch behouden konden blijven. Wat ook gelukt is.’

Veel tijd voor de natuur heeft Schops niet meer, tenzij op vakantie in Frankrijk of Italië. ‘Ik doe dan mijn eigen onderzoek over de uitzetting van vale gieren en over de wolf in de Apennijnen. Of ’s morgens voor het ontbijt ga ik slangen en hagedissen tellen. Dan kom ik echt helemaal tot rust.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie