interview

'Ik vind verontwaardiging echt geen leuke emotie'

©Wim Kempenaers

Hij kan het niet verbergen in zijn laatste eindejaarsconference: hij is het politieke circus meer dan beu. Gelukkig heeft de komiek thuis een Vespa. Ontbijt met De Tijd.

Michael Van Peel (40) kaapt een record weg. Als we de oprit van zijn huis opdraaien, is het 12.30 uur. Het is de eerste keer in deze interviewreeks dat we zo laat ontbijten. De Antwerpse comedian grijnst breed als hij het hoort. ‘Dat pakken ze mij niet meer af.’

Ontbijt met De Tijd

Schoten, 12.30 uur, in de eetkamer.

Met Michael Van Peel praten we over alles wat er in de wereld te analyseren valt.

Een afwijkend bioritme is het lot van elke tourende komiek. De avond voordien stond Van Peel met zijn eindejaarsconference ‘Van Peel overleeft 2018’ in Hasselt.

Na twee uur op het podium blijft de adrenaline nog uren door zijn aderen gieren. Dan herspeelt hij de show in zijn hoofd, analyseert hij wat goed en slecht was, schrapt en herschrijft hij. Tot zijn ogen om een uur of vier eindelijk dichtvallen.

In de kerstnummers die deze periode kleuren, wordt het eindejaar bezongen als ‘the most wonderful time of the year’. Maar dat gevoel is Van Peel vreemd.

Timing is alles in comedy. Na je hardste lach blijf je ook niet nog tien minuten op het podium staan

‘Fuck this time of the year. (lacht) Ik vergelijk deze periode graag met een thesisverdediging aan de unief. Alleen heb ik mijn thesis in een maand met spuug en plaktouw aan elkaar moeten hangen, en moet ik ze nu verdedigen voor 800 mensen in plaats van drie man. En met de hakken over de sloot is niet goed genoeg, het moet elke avond grootste onderscheiding zijn. Dus nu ben ik even aan het doodgaan en schurk ik tegen een burn-out aan. Maar kom, no mercy. Ik had ook elke dag in de file naar Brussel kunnen staan.’

Dat harde regime is een van de redenen waarom zijn tiende eindejaarsconference de laatste wordt. Terwijl een ‘normale’ komiek in principe rustig kan schrijven en daarna meerdere theaterseizoenen kan teren op die show, kan Van Peel maximaal drie maanden de baan op met zijn werk.

‘Tegen dat het leuk wordt om de show te spelen, moet ik hem alweer afgeven. Ik kijk er dus wel naar uit eens mijn tijd te kunnen nemen. Bovendien is timing alles in comedy. Na je hardste lach blijf je ook niet nog tien minuten op het podium staan. Dit voelde als een goed moment om dit hoofdstuk af te sluiten en met iets nieuws te beginnen.’

©Wim Kempenaers

Van Peel zet koffie. ‘Dat volstaat als ontbijt.’

Zelf hebben we een schaaltje koffiekoeken mee, waarvan de komiek er puur pro forma eentje op zijn bord legt. Hij zal de chocoladekoek verder met geen vinger meer aanraken. Buiten schijnt de winterzon en vanuit de woonkamer drijft een streepje jazz de eetkamer binnen. Het rustige tafereel staat in schril contrast met de boosheid waar zijn laatste conference op drijft. Waar verontwaardiging altijd de brandstof is geweest voor zijn comedy, neemt dit keer de woede de bovenhand, zo lijkt het.

‘Ik vind het moeilijk te zeggen of ik bozer ben dan anders. Ik zit vast in mijn eigen bubbel.

Soms vraag ik wel eens aan mijn lief of mijn technieker: ‘Was ik vorig jaar ook zo hard aan het zagen?’ En dan blijkt dat ik vorig jaar wel degelijk ook zo hard aan het zagen was. (lacht) Maar blijkbaar is de show toch wel kwader. Ik moet toegeven dat ik het politieke circus en de bijbehorende polarisering meer dan beu ben.’

Ik discussieer niet meer over politiek met vrienden of familie. Het ontploft toch op het einde

Van Peel komt onder stoom. ‘Het gaat allang niet meer over ideeën, het gaat er steeds meer om de tegenstander kapot te maken. Om de volgende verkiezingen te winnen. En als we nog wat tijd over hebben, doen we nog wat aan beleid. Kijk naar deze legislatuur. Vooraf waren we dolblij. Vijf jaar zonder verkiezingen, wat gaan we niet allemaal kunnen bereiken? Wel, na vierenhalf jaar kunnen we alleen vaststellen dat het resultaat mager is. Waarom? Omdat de campagne nooit is gestopt.’

‘Politiek is altijd een lelijk schouwspel geweest. Maar het wordt precies erger. Dat we gewend raken aan de Trumpismes, zegt veel. Theo Francken kreeg deze week voor de voeten geworpen dat Maggie De Block zijn quota voor asielaanvragen zou afschaffen. Zijn antwoord: Als mevrouw De Block de deur wagenwijd open wil zetten voor alleenstaande mannen uit Gaza... Dan denk ik: ‘Wow, pauze, rewind, wat zegt hij daar nu?’ Dat is een zin recht uit het café, pure angstzaaierij. Maar die journalist geeft geen krimp.’

‘We zijn gewend geraakt aan dat soort taalgebruik, aan die beeldvorming. Daar kan ik me kwaad in maken, ja. Ook omdat ik merk dat het ons dagelijks leven binnendringt. Door continu blootgesteld te worden aan die manier van doen, nemen mensen dat over. Ik discussieer niet meer over politiek met vrienden of familie. Het ontploft toch op het einde.’

Individueel zijn de meeste mensen best oké. Het is pas in groep dat we een bende eikels worden

De komiek die op zijn best is als hij zich kwaad maakt, is het beu zo kwaad te moeten zijn. Het lijkt een paradox.

Maar Van Peel is categoriek. ‘Ik vind verontwaardiging echt geen leuke emotie. Ik ben een comedian, geen onderwijzer of prediker of whatever the fuck. Ik zou niets liever doen dan in harmonie zijn met mijn omgeving en moppen maken over huis-, tuin- en keukendingen. Maar ik kan niet anders dan analyseren wat rond mij gebeurt en daar dan grappig over proberen te zijn. Dus is de show dit jaar harder. Maar er wordt voor alle duidelijkheid minstens even hard gelachen in de zaal.’ (lacht)

De wereld analyseren is sterker dan hemzelf. Zelfs bij redelijk onschuldige vragen dwaalt Van Peel enthousiast af naar complexe thema’s. Onder meer de bankencrisis, de geopolitieke dynamiek van het interbellum, de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en de economische conjunctuur passeren de revue, kop koffie in de hand. ‘Sorry, dat is hier een deprimerend gesprek aan het worden’, grinnikt hij op een bepaald moment.

Nochtans omschrijft Van Peel zichzelf consequent als een optimist, weliswaar gevangen in het lichaam van een cynicus.

Of hij dat optimisme onderweg is kwijtgeraakt? ‘Nee’, klinkt het resoluut. ‘Ik blijf geloven in de mens. Alleen is die mens een complex emotioneel wezen dat zich iets te graag laat misleiden door de hordes propaganda die op hem worden afgevuurd.’

‘Dit gaat enorm wollig klinken, ik weet het. Maar als ik optimisme moet bijtanken, spring ik op mijn Vespa en trek ik even de wereld in. Door een-op-een contact te hebben besef je weer dat de grote meerderheid van de mensen best redelijk is. Als ik voor het huis van een Trump-stemmer in panne val, zal die mens mij 5 liter naft geven. Met een sandwich en een pintje erbij, waarschijnlijk. Individueel zijn de meeste mensen best oké. Het is pas in groep dat we een bende eikels worden. (lacht) Misschien is het tijd dat ik nog eens op mijn brommer spring, ja.’

Siena

Van Peel en zijn Vespa, het is een onafscheidelijk duo. Eerder dit jaar bracht de komiek een boek uit over een Afrikareis op zijn brommer: ‘Van Peel tot evenaar’. Er zit haast een Vespa mee aan de ontbijttafel. In de hoek van de kamer, onder het raam, staat een wit exemplaar. Een decorstuk als een ander.

We worden afgeleid door events, door ‘die haalt uit naar die’ en ‘die heeft dat getwitterd’

De liefde groeide in - waar anders - Italië, toen Van Peel een jaar in Siena studeerde.

‘Mijn wereld is er opengegaan. Ik kocht mijn eerste Vespa en was er meteen aan verslingerd. Het gevoel van vrijheid dat vasthangt aan een brommer, dat is fantastisch. Het gevoel dat je er wel komt, als je maar lang genoeg in een bepaalde richting rijdt. Soms stel ik zomaar de gps in op pakweg het Sint-Pietersplein in Rome. Dan zegt die: ‘Eerste straat rechts.’ En dan weet ik: als ik wil, ben ik weg. Het is zoals Lao Tzu schrijft: ‘Een reis van duizend mijlen begint met één stap.’’

‘Na mijn jaar Italië wilde ik die Vespa dan ook graag mee naar huis nemen. Maar ik had natuurlijk geen geld om dat ding te verschepen. Toen heb ik op een avond op café beweerd dat ik dat spel naar huis ging rijden, wat uitmondde in een zatte weddenschap. En omdat een zatte weddenschap bindender is dan het VN-migratiepact heb ik dat ook gedaan. (lacht) Met een tentje en vijf onderbroeken in een rugzak is dat een reis van anderhalve maand door heel West-Europa geworden. De beste van mijn leven. Daar heb ik de nood aan overgehouden om af en toe de wereld in te trekken.’

Of hij al weet wat er gaat gebeuren als hij zijn laatste eindejaarsconference heeft gespeeld? ‘Het is niet dat ik het niet wil zeggen, ik weet het gewoon nog niet. Ik plan geen sabbatical, ik heb veel plannen. Welke ik ga uitvoeren, dat beslis ik pas op een moment dat ik wat meer mentale ruimte heb. Maar een nieuwe comedyshow zit er zeker bij.’

Zeker is wel dat hij de actualiteit even van zich af zal zetten. ‘Dat is beter voor mijn ziel, denk ik. Ik hoop dat het me lukt, maar ik denk van wel. Als het me nu te veel wordt, gaat de tv ook al op mute. En soms merk ik dat ik me niet meer laat vangen. Als Trump geen hand geeft aan Hillary Clinton op de begrafenis van Bush denk ik: ‘Fuck off, die zat gewoon vier stoelen verder.’ Dan laat ik me niet opboeien.’

‘Het is misschien ook gewoon niet nodig om elke dag alles te volgen. We worden afgeleid door events, door ‘die haalt uit naar die’ en ‘die heeft dat getwitterd’. Dat is niet relevant voor de wereld, dus laat het maar zo.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie