Christian Dumolin: 'Ik wil niet onder een boom zitten wachten op mijn dood'

©Wouter Van Vooren

Christian Dumolin scheurt nog altijd met 270 per uur op het circuit, maar sinds de dood van zijn vrouw is de 73-jarige investeerder zich meer bewust van de eindigheid. Ontbijt met De Tijd.

‘Breng je mijn thee, mijn yoghurt en een lepeltje, alsjeblieft? En zet je de broodjes op tafel?’, vraagt Christian Dumolin aan zijn assistente Martien. We zitten in het salon van zijn kantoor, met een weids zicht op de velden die Kortrijk omzomen. In de verte raast het verkeer over de E17. Hoewel we onze gesprekspartners in deze rubriek altijd vragen een persoonlijke ontbijtplek te kiezen en niet op kantoor af te spreken, stond Dumolin erop dat wel te doen. ‘Dit is mijn tweede living. Hier passeer ik mijn dagen om mensen te ontmoeten.’

Ook op zijn 73ste arriveert Dumolin nog elke morgen om 7.30 uur op de hoofdzetel van zijn Koramic Investment Group, waarna Martien hem thee en yoghurt komt brengen. ‘Normaal word ik wakker om vijf uur. Om zes uur eet ik fruit en drink ik een glaasje water met citroen erin. Daarna kom ik op kantoor, waar Martien trouw op post is. Ze werkt al 37 jaar voor mij. Nu mijn echtgenote er niet meer is, is zij de vrouw die mij het best kent.’ Dumolin lacht luid en guitig. En niet voor het laatst.

Hij houdt van lachen, al heeft hij daar de jongste tijd weinig reden toe gehad. Op 20 december is het een jaar geleden dat zijn echtgenote na een lange ziekte overleed. Als we vragen of de ochtenden confronterend zijn nu hij er alleen voor staat, lacht hij. ‘Nee. Ik had een geëngageerde en levenslustige vrouw, maar ze sliep graag uit. Ik was het dus al gewoon ’s morgens alleen te zijn.’ En dan, stiller: ‘Ik gaf ze wel altijd een kus voor ik vertrok.’

‘Ze was pas zestig en is een jaar ziek geweest’, gaat hij voort. ‘Als je iemand naar de dood begeleidt en vervolgens wordt geconfronteerd met het feit dat de persoon naast je is verdwenen, ga je de zaken toch anders bekijken. Ik besef nu ten volle dat ik ook geen tientallen jaren meer zal leven, en dat het een kwestie van jaren, maanden of dagen is voor ik ook aan de beurt ben.’

Investeerder

Sinds Dumolin de dakpannenfabriek Koramic tot een internationale bouwgroep uitbouwde en onderbracht bij de Oostenrijkse multinational Wienerberger, is hij een van de belangrijkste investeerders van ons land. Zijn Koramic Group bestaat uit vier afdelingen, gaande van vastgoed tot private equity, met investeringen in een waaier van bedrijven in kunststoffen, aluminium- en koperkabel, chemicaliën voor de bouw, keramische tegels, visuele communicatie en callcenters.

Aan stoppen denkt hij niet, zegt hij. ‘Ik heb veel vrienden die er al mee zijn opgehouden, en alleen nog kunnen praten over reizen of golfen. Terwijl ik gisteren nog een zakenpartner uit Hongkong zag, met wie ik over de politieke toestand op het eiland kon praten. Dat is zoveel interessanter. Ik krijg ook nog veel nieuwe dossiers op mijn bord. Dan heb ik in mijn hoofd een engel en een duivel. De engel zegt: ‘Take it easy.’ En de duivel zegt: ‘Bekijk dat toch maar eens.’’

Als Dumolin door het raam kijkt, ziet hij nog altijd de monumentale gevel van de dakpannenfabriek uit de 19de eeuw, waar het allemaal mee begon. ‘Daar werden de pannen gedroogd. Dat was een delicaat proces: het water in de klei mocht er niet te snel uit drogen. Daarom hingen vroeger achter al die kleine raampjes gordijnen. Als er een beetje wind was, moesten de raampjes open. Als de zon scheen, moesten de gordijnen dicht. Er werkten daar honderd vrouwen, die niets anders deden dan gordijnen en venstertjes open- en dichtdoen om de temperatuur constant te houden.’

Dumolin nam het bedrijf over van zijn grootvader, nadat hij op 16de thuis was vertrokken en zijn eigen boontjes moest doppen, onder meer door te werken in een pompstation. Veel wilde hij daar nooit over zeggen, behalve dat een conflict met zijn vader aan de basis lag van zijn vertrek.

Is dat ooit bijgelegd? Dumolin aarzelt of hij zal antwoorden, en zegt dan: ‘Niet echt. Ik ben wel altijd van hem blijven houden. Maar echt goed is het niet gekomen, nee.’ Hij wil alleen nog kwijt dat dit het gevolg was van een harde echtscheiding. ‘Dat was een moeilijke periode. Ik wens het niemand toe, maar zoiets maakt je wel sterker. Door te moeten vechten leer je veel.’

Zestig bedrijven

Met Koramic Group controleert Dumolin zo’n zestig bedrijven, goed voor 5.000 werknemers en 600 à 700 miljoen euro omzet. Een van de opvallendste activiteiten zijn de callcenters, waar hij met onder meer IPG marktleider is in België. Al gaat het moeilijk in de business, zeker nadat Proximus in zijn besparingsronde heeft beslist een deel van die activiteiten naar het buitenland te outsourcen.

‘We hebben 300 tot 400 mensen moeten afdanken die exclusief voor Proximus werkten’, zegt Dumolin. ‘Dat heeft me meer dan 10 miljoen euro gekost. Zelfs de vakbond maakte er geen probleem van dat naar het buitenland werd uitgevlagd. Ik ben nu niet de sociaalste mens ter wereld, maar op dat vlak overdrijven ze toch. Ik heb dat ook zo gezegd aan toenmalig CEO Dominique Leroy en voorzitter Stefaan De Clerck. We moeten echt opletten dat de hele business van callcenters nog plaats heeft in eigen land. Voor Franstaligen wijkt men uit naar Marokko, voor de Nederlandstaligen naar Turkije, waar Turkse Belgen werken die teruggekeerd zijn naar hun land. En let op: het is toch een sector waar in ons land 10.000 mensen werken, vaak profielen die niet altijd even makkelijk elders aan de bak komen.’

En dus vraagt Dumolin zich af of het nog zinvol is in die branche actief te blijven. ‘Het is een sector waar ik op dit moment niet gelukkig mee ben, omdat ik er geld verlies. Er komt wellicht ook een concentratie aan, omdat de rendabiliteit in België te laag ligt.’

Autoracen

Dumolin is net terug uit de Verenigde Staten, waar hij enkele van zijn bedrijven ging bezoeken en een van zijn grote passies beoefende: autoracen. Hij straalt als een kind als hij zijn smartphone bovenhaalt en een video toont van een auto die met een razende snelheid door de bocht scheurt. ‘Dat was op het circuit van Daytona. Met onze Shelby halen we er snelheden van 270 kilometer per uur.’

Dumolin vertelt waarom hij zo van het racemilieu houdt. ‘Niemand maakt er een onderscheid tussen rang en stand. Ik race bijvoorbeeld geregeld samen met Carlos Tavares, de CEO van de Franse autoreus PSA, van de merken Peugeot, Citroën en Opel. Lang wist ik niet dat hij een van de belangrijkste mensen uit de sector was. ‘Je travaille dans l’automobile’, zei hij gewoon. In die wereld maakt dat allemaal niets uit.’

Dumolin hoopt nog een paar jaar verder te kunnen racen. ‘Ik blijf competitief. Als ik niet meer meekan, haak ik af.’ In Daytona werd hij zesde van de dertig. ‘Dat is vrij behoorlijk, hoor. Zeker omdat ik in tegenstelling tot de Amerikanen het parcours daar niet van binnen en van buiten ken. Als ik op Francorchamps rijd, heb ik zelfs een voordeel op buitenlandse racers.’

Al kan het ook daar fout lopen. Hij vertelt koeltjes hoe hij vorig jaar uit de legendarische bocht Raidillon vloog. ‘Met 180 per uur in de vangrails beland. Gelukkig zonder veel erg. Alleen mijn portefeuille was gewond. Er was nogal wat schade aan mijn Ferrari 250 SWB. Het enige trauma dat ik eraan overhoud, is het feit dat ik niet weet wat er fout gelopen is. Er is niets mis met fouten maken. Maar als je niet weet wat verkeerd ging, voelt dat verschrikkelijk aan.’

Behalve tot racen voelt Dumolin zich sterk aangetrokken tot de zee. ‘Ik ging vaak varen met mijn beste vriend. Toen die drie jaar geleden overleed, was dat een zware klap. Toen heb ik mijn vrouw beloofd minder te werken en enkele maanden per jaar op reis te gaan. Kort daarna kregen we te horen dat ze zwaar ziek was. We hebben dan nog een cruise gedaan naar de plekken waar ze van hield, zoals de Italiaanse haven Portofino. ‘Dit is de laatste keer dat ik hier kom’, zei ze. Daarom keer ik er zelf nooit terug. De pijn zou te groot zijn.’

Tijdens het afscheid nemen stoppen we nog even bij de grote foto waarop zijn vrouw stralend de ruimte in kijkt. ‘Ze houdt me in de gaten’, zegt hij lachend. ‘Het gemis is groot. Mijn job en mijn passie voor auto’s waren iets van mezelf, maar al de rest deden we samen. Dus valt er veel weg. Dat is confronterend. Mag ik nog wel gelukkig zijn de rest van mijn leven?’

‘Hebt u Latijn gestudeerd? Dan kent u misschien de herder Tityrus van Vergilius, die zijn hele leven onder een boom doorbracht, bij zijn schapen. Is dat het leven dat we willen, onder onze boom zitten wachten op de dood? Natuurlijk moet ik verder. Ik denk elke dag aan haar, maar het is niet de bedoeling dat ik ga zitten wachten tot ik sterf. Dus heb ik voor haar een stichting opgericht om kunst en geneeskunde te steunen, twee werelden die haar fascineerden. Zo blijf ik iets positiefs doen in haar nagedachtenis.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie