interview

Jean-Marie Delwart: ‘Er zijn te veel armen en te veel rijken'

'Als ik met zakenmensen spreek, drukken ze zich altijd uit in geld. Ik sprak liever in fabrieken. Er waren 29 slakkenfabrieken in Europa. Ik heb er 19 gekocht.' ©Kristof Vadino

Hij kocht Argenteuil om zich aan zijn passie voor planten en insecten te wijden. Nu zoekt hij een toekomst voor het domein. Een zonder hem. Ontbijt - nou ja - met Jean-Marie Delwart, de 79-jarige zakenman, chemicus en filosoof, een verre neef van de industrieel Ernest Solvay.

Het gebeurt niet vaak dat je op weg naar een interview moet uitwijken voor een fazant. Over de met gele beukenblaadjes bezaaide oprit van het kasteel van Argenteuil sprint een fors mannetjesexemplaar het Zoniënwoud in. Dit is het uitzicht van Delwart. Onder geen beding wilde hij met ons ontbijten. ‘In de ochtend ben ik onuitstaanbaar.’ Hij stelt een lunch voor.

Delwart, in roestkleurig jasje, jeans en mocassins, ontvangt ons in het salon van het landgoed dat Leopold III en zijn vrouw Lilian Baels jaren bewoonden. Hij wijst door het raam naar een bijgebouw. ‘Daar hield de koning permanent twaalf rijkswachters, om te surveilleren.’

Ontbijt met De Tijd

12.30 uur, op het kasteel van Argenteuil.

Met de ondernemer Jean-Marie Delwart praten we over de moraal van de regenworm, zijn leven op het Schotse eiland Skye en waarom het kapitalisme aan bezinning toe is.

De Russische president Vladimir Poetin probeerde Argenteuil ooit te kopen. Ook de voormalige Libische dictator Khadaffi drong aan. ‘Vier keer heb ik zijn agent gezien. Hij zei: Khadaffi kijkt niet op 5 miljoen. Ik heb nooit een prijs genoemd, want hij zou die gegeven hebben. Maar ik wilde niet verkopen. En al helemaal niet aan hem.’

Nu, 15 jaar later, staat het domein wel te koop. Delwart wil ervan af, maar liefst wil hij dat zijn wetenschappelijk stichting een tweede leven krijgt. In tientallen kassen op het domein van 140 hectare wordt onderzoek gedaan naar gedragsbiologie en biochemische processen in planten, een persoonlijke obsessie van Delwart. ‘Op mijn 65ste heb ik mijn cravate in de vuilnisbak gegooid. Sindsdien hou ik mij bezig met kennis en wetenschap.’

Puzzel

In het salon ligt een boek van evolutiebioloog Richard Dawkins en een exemplaar van de krant Financial Times. Op een tafel ligt een puzzel van zeker duizend stukken, een van zijn hobby’s. ‘Het is idioot. Je bent uren bezig met een puzzel en als hij klaar is, breek je hem weer af.’

Hij heeft net vijf dagen in het ziekenhuis gelegen met een longontsteking. Een vreemd gevoel, peinst hij. ‘Het is de eerste keer dat mij zoiets overkomt. Ik kende de ziekte niet. Ze is best gevaarlijk: hoge koorts, baxters, antibiotica. Maar voilà, hier ben ik.’

©Kristof Vadino

We zijn nog maar goed en wel gaan zitten, of hij begint over de brexit. Beseffen we wel, zegt hij, ‘hoe onbegrijpelijk het is dat zo’n belangrijke kwestie, die alle systemen overhoop gooit, wordt beslist op basis van een referendum waarbij slechts 52 procent voor heeft gestemd? Om de statuten van een bedrijf te wijzigen, heb je driekwart van de stemmen nodig. Voor de plannen van Bart De Wever is een tweederdemeerderheid vereist. In de natuur is zoiets ondenkbaar. Ondenkbaar.’

Het is niet de enige keer dat hij de actualiteit aangrijpt om bespiegelingen over de natuur te delen, al is het verband niet altijd helder. Later vertelt hij dat hij in een club heeft gezeten met Stanley Johnson, de vader van de Britse premier, toen die in Brussel woonde. ‘We hebben een paar jaar elke maand samen gegeten. Ik heb hem goed gekend, en zijn zoon een beetje. En nu is het een soort Trump. Dat is toch extraordinaire.’

Hij wordt onderbroken door twee ruwharige hondjes die kwispelend komen aanlopen. ‘Salut les castards!’ Eentje wipt op zijn schoot. ‘Dit is Elsa’, zegt hij, ‘en de andere is Güyük: genoemd naar de kleinzoon van Dzjengis Khan. Allez hop.’

Boy scout

Delwart wordt vaak omschreven als excentriek. Hij beaamt dat hij ‘een beetje speciaal’ is. Hij groeide op in een gezin van zeven kinderen in Ukkel. ‘Mijn broers zijn allemaal notaris geworden, zoals mijn vader, of dokter of zoiets. Ik ben de enige bij wie het leven een beetje anders is gelopen.’

Kan hij uitleggen waarom? ‘Ik was een brave jongen, een boy scout. Komt u uit een katholieke familie? Bij de katholieken is het simpel: dit is goed, en dit is slecht. Ik had het op school al moeilijk met die opvatting. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door de moraal. Moraal als in: de beste manier om te leven. En ik denk dat we veel van de dieren kunnen leren.’

De bijen hebben hun korf, de zwaluwen hun trek. Ik zie veel mensen die minder gelukkig zijn dan dieren.

De mens denkt dat hij het intelligentste wezen is, zegt hij. ‘Maar we lopen hier nog maar 4 miljoen jaar rond. De regenworm slaagt er al meer dan 150 miljoen jaar in goed op aarde te leven, en toch spreken we nooit over de moraal van de regenworm, of van de vleermuis. De mens heeft het communisme bedacht: dat werkt niet. Het socialisme: ook maar zo zo.’

‘Bij het kapitalisme heb ik ook vragen. Men spreekt van het taxeren van de rijken. Dat kan een oplossing zijn, maar daarmee zijn niet alle problemen van de baan. We leven in een moeilijke tijd. Er zijn te veel rijken, er zijn te veel armen. En we zitten met een grote ecologische crisis. Als ik ’s avonds met de auto rij, plakken er geen vliegjes meer aan de grille. Dat betekent dat er minder eten voor de vogels is, enzovoort. We vervuilen. De vissen zitten vol microplastic. De zeespiegel stijgt, het zal gedaan zijn met Knokke Le Zoute. We moeten in de natuur op zoek gaan naar manieren om duurzaam te leven. Want dat doen we vandaag niet.’

Hij studeerde chemie en filosofie. Hij werkte voor Citibank in Brussel en in de VS in de glasvezelindustrie. Daarna kocht hij zich in bij Floridienne, het chemiebedrijf dat hij uitbouwde tot een bonte holding van biotech, etenswaren en chemie.

‘Ik zocht een kleine markt, van bijvoorbeeld 100 miljoen. Daarin wilde ik het nummer één zijn: de beste prijs, de beste kwaliteit, de beste dienstverlening. In cadmium, bismut, insecten, slakken, sint-jakobsschelpen. Dikke sint-jakobsvruchten, niet van die kleintjes uit Chili. En dat is goed gegaan. Ik heb 40 fabrieken geopend. Ik heb bij Turnhout een insectenfabriek gezet. Bent u van Turnhout? Nee? Ik zou denken van wel. Tot in Madagaskar had ik een fabriek. Achteraf denk ik: waarom moest ik in hemelsnaam in Madagaskar zijn?’

Dopamine

Kent hij het antwoord? ‘Zakendoen heeft iets ongezonds. Je wil altijd maar meer. Er komt cortisol vrij. Dopamine. Het is als een drug. Als ik met zakenmensen spreek, drukken ze zich altijd uit in geld: kijk eens hoeveel ik heb. Ik sprak liever in fabrieken. Er waren 29 slakkenfabrieken in Europa. Ik heb er 19 gekocht. Zullen we eten?’

Zakendoen heeft iets ongezonds. Je wil altijd maar meer. Het is als een drug.

We verhuizen naar de eetkamer, waar de tafel gedekt staat. ‘Dit is een van de vier eetkamers, er zijn ook vier keukens.’ Zijn vrouw - ‘ma compagne’ - komt binnen. ‘Ik had een serieus stuk foie gras, maar de hond is op tafel gesprongen en heeft de helft opgegeten. Dus nu kan ik maar een klein stukje geven’, zegt ze. Delwart lacht luid. ‘C’est incroyable!’

©Kristof Vadino

Binnenkort wordt hij tachtig. Denkt hij weleens aan de dood? ‘Het is duidelijk dat de dood dichterbij komt. Maar zoals Georges Brassens zei: als ik dood ben, heb ik tenminste geen tandpijn meer. En ik heb geen last meer van de Bijzondere Belastinginspectie. Drie jaar geleden heb ik beslist dat ik moest leren te sterven. Ik moest dichter bij de dood komen. Wat is de dood? Niks. Waar is er niks? In Schotland. Dus heb ik een huis in de bergen in Schotland gekocht.’

Delwart verblijft ongeveer de helft van het jaar op het eiland Skye. Hij voelt zich in België steeds meer bedrukt, zegt hij. ‘Fiscale druk, druk van het verkeer, overal verkeerslichten, druk in het zakenleven. Als ik van Inverness naar Skye rij, kom ik één stoplicht tegen. Er ligt één huis op 50 kilometer van mij: dat is van Brussel naar Namen. Ik rij een uur om een brood te halen. Er is werkelijk niks. En dat heeft een merkwaardig effect op een mens.’

Hij gebaart naar de tongrolletjes in roomsaus en de puree op tafel. ‘We eten nu omdat het middag is. In Schotland eet ik alleen als ik honger heb. En dan meestal niet meer dan een kom soep. Die ene kom, dat is echt een beleving. Het is merkwaardig hoe de wereld verandert als er niets is.’

‘Zijn jullie klaar?’, vraagt zijn vrouw. ‘Met een sigaret zou het pas echt af zijn’, grijnst Delwart. Als ze de koffie brengt, heeft ze geen sigaretten bij zich. ‘Kijk je of ergens een pakje sigaretten rondslingert?’, vraagt hij. ‘En een aansteker?’ Mopperend loopt ze weg.

Zijn dochter komt binnen. ‘Recupereer je?’

‘Ik recupereer.’

Machtspelletjes

We vragen hoe het gaat met de verkoop van zijn domein. Hij begint over de impasse in de federale regeringsonderhandelingen. ‘Politiek gaat over het algemeen belang. Als politieke partijen het niet eens geraken, betekent dat dat machtsspelletjes en het ideologische steekspel belangrijker zijn geworden dan wat goed is voor de meeste mensen. Het gaat altijd over fiscaliteit en het gat in de begroting, maar nooit over het algemeen belang. De bijen hebben hun korf, de zwaluwen hebben hun trek, de mieren de mierenhoop. Ik zie veel mensen die minder gelukkig zijn dan dieren. Dan moet toch iets veranderen.’

Ik moest dichter bij de dood komen. Wat is de dood? Niks? Waar is er niks? In Schotland. Dus heb ik daar een huis gekocht.

Hij zou graag willen dat Argenteuil ook iets voor dat belang kan betekenen, zegt hij. ‘Om onderzoek te doen dat zelden gebeurt, om de vragen te stellen die niemand stelt. Ik heb deze week nog samengezeten met een Europese delegatie met een voorstel in die strekking. Zeer interessant. Dan zou ik het domein voor een symbolisch bedrag verkopen. Mijn leven zit er toch op. Maar goed, voor hetzelfde geld wordt de volgende eigenaar een Chinees.’

Hij vertelt dat er ooit twee Chinezen voor de deur stonden die voorstelden 10 hectare esdoornhout te kopen. ‘Ze zouden het naar China exporteren om daar te bewerken. Wat een verspilling, en dan nog zo’n lelijke boom. Ik heb nee gezegd. Ze boden nochtans een goede prijs.’

Hij neemt een sigaret. ‘Ik heb het gevoel dat ik hier mijn testament zit te maken. Andere mensen van mijn leeftijd spelen bridge, of golf. Waarom? Ik ben nog altijd nieuwsgierig.’

Als we afscheid nemen, zegt hij nog dat hij in Schotland een museum voor de teddybeer wil inrichten. ‘Onze verhouding met de beer was altijd moeilijk.’ We schudden hem de hand en zeggen dat we hem waarschijnlijk niet meer in Argenteuil zien. Hij glimlacht. ‘Waarom niet? Ik ben niet gehaast.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie