interview

Jean Paul Van Bendegem: ‘Ik ben een gelukkige huismus'

Jean Paul Van Bendegem bij hem thuis in Gent. ©Siska Vandecasteele

Hij gaat met emeritaat. Maar dat betekent niet dat het op regelmaat gerichte leven van de professor nu grondig verandert. Integendeel. Ontbijt met De Tijd.

Elke ochtend zet wiskundige en wetenschapsfilosoof Jean Paul Van Bendegem (65) precies hetzelfde op tafel: een doos Rice Krispies, een brik melk, sinaasappelsap en koffie uit het Senseoapparaat. In het weekend mag het uitgebreider, doordeweeks houdt hij routine aan. ‘Daarom draag ik ook alleen zwart en wit. Ik kan in het donker een broek en een hemd uit de kast trekken en toch weet ik zeker dat het niet mis kan gaan. Voor mijn ontbijt geldt hetzelfde: ik hoef er niet over na te denken.’

Hij is geen ochtendmens, maar vindt dat hij om zeven uur moet opstaan. Dan eet hij samen met zijn vrouw, waarna die lekker weer in bed kruipt. De professor, die rijbewijs noch gsm heeft, gebruikt de eerste uren van de dag om mails te beantwoorden, achter zijn computer in de werkkamer met zicht op een verwilderd tuintje. Hij zit er tussen zijn meer dan zevenduizend thematisch geordende boeken: traktaten over Seneca en neurocomputing maar ook boeken over Sherlock Holmes, erotica, architectuur, astrologie en andere pseudowetenschappen. Tijdschriften stockeert hij in de garage. ‘Ik mag van mezelf maximaal 500 euro per maand uitgeven aan boeken en tijdschriften. Anders loopt het uit de hand.’

Je weet toch waarom een protestant zijn schoenen altijd een maat te klein koopt? Voor het zalige gevoel als je ze ’s avonds uit trekt.
Jean Paul Van Bendegem

Hoewel we pas om halfnegen hebben aangebeld aan zijn bel-etagewoning achter het Sint-Pietersstation in Gent, heeft de VUB-professor nog geen kopje koffie aangeraakt. ‘Dat zal mijn calvinistische opvoeding zijn, vrees ik. Als er één ding is waar protestanten geen moeite mee hebben, dan is het ontbering. Je weet toch waarom een protestant zijn schoenen altijd een maat te klein koopt? Voor het zalige gevoel als je ze ’s avonds uit trekt.’ Zijn jongensachtige pretoogjes lichten op.

Vat vol paradoxen

Van Bendegem is een vat vol paradoxen. Hij ging wiskunde studeren als ‘houvast in dit angstaanjagende leven’ en haalde een doctoraat in de filosofie toen hij merkte dat ook de schijnbaar perfecte wiskunde bulkte van de twijfels en de fouten. Hij werd opgevoed met de Bijbel en de strikt gereformeerde protestantse kerk van zijn vader, een Zeeuw, maar ontpopte zich tot een ‘vrolijke atheïst’ en vooraanstaand vrijmetselaar. Als academicus denkt hij na over abstracte vraagstukken zoals wiskundige en filosofische oneindigheid, maar evengoed zit hij als grappenmaker in tv-panels.

Ik leg geen verband tussen mijn werk en het geld dat op mijn rekening verschijnt.
Jean Paul Van Bendegem

Hij schreef negen vulgariserende boeken, gidst ‘filosofische wandelingen’ door Gent en geeft gemiddeld een keer per week ergens in Vlaanderen een lezing. Zou het nog kunnen, zo’n rijk uitwaaierende carrière als hij vandaag zou afzwaaien van de steeds meer resultaatgerichte universiteit? Van Bendegem twijfelt. ‘Ik weet niet of ik nog goesting zou hebben om in dit systeem te stappen. Ik kom uit de traditie waarin wetenschappers zowel binnen als buiten de universiteit aan het debat deelnamen. Maar als jonge onderzoekers mij vandaag advies vragen, merk ik dat ik zeg: ‘Elke aanvraag moet je afwegen. Dat is tijd die je niet in een artikel kan stoppen.’ En die ene publicatie in dat toptijdschrift kan het verschil maken.’

Hij vergelijkt werken aan de universiteit vandaag met pintelieren op de laatste dag van de Gentse Feesten: ‘Je maakt je zakken leeg en schraapt alle centjes bij elkaar om nog één pint te kunnen betalen. Dan maakt 50 cent het verschil tussen doorgaan of naar huis gaan. Waarmee ik wil zeggen: de middelen zijn schaars, het gaat om de kleinst mogelijke verschillen, dus de druk is enorm hoog. Ik begrijp ook waarom: men zoekt naar billijke manieren om een beperkt te budget te verdelen. Dus gaan we tellen: hoeveel publicaties staan op jouw naam, met welke impactfactor, hoe vaak ben je eerste auteur? Hoeveel doctoraten heb je binnengehaald, hoeveel geslaagde studenten? Maar de uitkomst is soms pervers.’

Plaats voor de jeugd

We zijn bijna een uur aan het praten maar de kommetjes blijven leeg. Alsof de professor, die zichzelf een lichte vorm van autisme toedicht, wacht op een duidelijk signaal. We vragen om een kop koffie en hij snelt naar de keuken. ‘Wat ik zeker niet ga missen, zijn de vergaderingen’, zegt hij als hij terugkomt met de koffie. ‘Verder verwacht ik niet dat mijn leven na het emeritaat grondig verandert. Dat is vijf jaar geleden al gebeurd, toen ik halftijds ging werken. Dat was overigens een perfecte illustratie van de verandering in organisatie en mentaliteit aan de unief.’

Jean Paul Van Bendegem. ©Siska Vandecasteele

Hij strooit kwistig met suiker over zijn bescheiden portie ontbijtgranen en vertelt hoe hij voor een commissie moest verschijnen om een onderzoeksbeurs binnen te halen. ‘De voorzitter zei dat ik een ‘eigenaardig’ publicatieprofiel had. Behalve publicaties in tijdschriften schreef ik namelijk ook veel boeken. Toen wist ik hoe laat het was. Mijn medewerkers kregen dan weer te horen dat ze te weinig ‘mandaten’ in de schaal konden gooien om onderzoeksgeld binnen te halen. Zo heb ik besloten de helft van mijn aanstelling op te geven en aan twee onderzoekers te geven. Zij kregen zo het noodzakelijke mandaat, ik maakte plaats voor de jeugd.’

Zijn salaris viel plots terug van 4.400 naar 2.600 euro. ‘We leven goed maar niet liederlijk, en daar heb ik ook geen enkele behoefte aan. We zijn gelukkige huismussen, mijn vrouw en ik.’ Zijn hoofd bulkt van de ideeën, een volgend boek zit te rijpen en hij blijft verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘Ik heb nooit een verband gelegd tussen mijn werk en het bedrag dat op mijn rekening verschijnt. Ik doe het omdat ik het graag doe. Ik ken collega’s die zich geweldig opwinden over docenten die voor een rustig leven kiezen, ‘en evenveel verdienen als wij’. En dan?’

Het omgekeerde heeft hij ook meegemaakt. ‘Iemand zei: ‘Jean Paul, doe eens wat kalmer, want straks bepaal jij hier de norm.’ Ik ben blij als ik in mijn werkkamer op een filosofische kwestie kan prutsen, ook al levert dat een publicatie op die misschien maar twintig mensen lezen. En ik ben ook blij als ik voor een publiek kan staan. Dat zijn jarenlang mijn studenten geweest, maar dat zijn ook mijn lezingen en de reacties die ik daar krijg van een niet-academisch publiek. Krijg ik daar dat gepruts goed uitgelegd, kan ik zeggen waarom het belangrijk is om dit te doen? Als dat lukt, geeft dat een voldoening die het ego uitermate streelt. Dan ga ik, zo beken ik u, na zo’n lezing naar huis met een liedje in mijn hoofd: ‘Mama, kijk, ik kan het.’’

STEM

Na een geslaagde lezing ga ik naar huis met een liedje in mijn hoofd: ‘Mama, kijk, ik kan het.’
Jean Paul Van Bendegem

Hij wil nog één keer proberen, ‘voor de derde en laatste keer’, om een groot Europees onderzoeksproject binnen te halen. ‘Europa kent geen leeftijdsgrens voor onderzoekers. Als het lukt, spreken we over een financiering van 1 tot 2 miljoen euro. Dan ben ik nog tot mijn zeventigste aan de slag. Ik wil onderzoek doen naar de aantrekkelijkheid van STEM, de wetenschappelijke opleidingen. We zien dat ze relatief populairder worden, maar in absolute cijfers blijft het aantal studenten wiskunde en fysica problematisch laag. Hoe vaak hoor ik nog mensen klagen over de vervelende wiskunde die ze in het middelbaar hebben gehad. Terwijl het van zo’n grote schoonheid is.’

Hij vindt dat wiskunde nog te veel wordt gezien als iets abstracts, theoretisch, ‘ver weg. Maar het is zo nadrukkelijk in ons leven aanwezig. In de gezondheidszorg, in het verzekeringswezen, overal waar big data zijn. De grootste werkgever van wiskundigen is in de VS niet langer de universiteit maar de veiligheidsdienst NSA. Als je een zoekopdracht in Google intikt, ben je met matrices bezig. Je hoeft echt geen matrix te kunnen inverteren, het gaat me om het inzicht. Als ik op Google eerst mijn achternaam intik, krijg ik veel meer hits dan als ik mijn voornaam vooraan plaats. Dat is toch enorm interessant? Ik denk dat je via die kennis studenten wel warm kan maken voor wiskunde en wetenschap.’

Hoe kijkt hij als filosoof met als belangrijkste vraagstuk ‘de eindigheid’ naar het dominante maakbaarheidsdiscours en de haast religieuze opmars van technologie? ‘Ik ben ervan overtuigd dat met de opmars van artificiële intelligentie juist het menselijke aspect veel belangrijker wordt. Als machines de turingtest doorstaan en we het onderscheid niet langer kunnen maken, hoe gaan we daarmee om? Krijgen zij morele rechten en plichten? Als je de stekker uittrekt, is dat dan moord? We zullen ons vragen moeten stellen waar we vandaag liever niet over nadenken.’

Robots achter het stuur

Hij geeft het voorbeeld van de zelfrijdende auto. ’Als ik als bestuurder moet kiezen, een overstekende oudere dame aanrijden of uitwijken en een groepje kinderen op de stoep raken, zou het typisch menselijk zijn om in paniek de ogen te sluiten, het stuur te lossen en géén keuze te maken. Dat vinden we als mens perfect begrijpelijk. Maar de zelfrijdende auto zal die keuze wel maken. Want zo’n machine ‘denkt’ fundamenteel anders dan een mens. Daarover ben ik het eens met de schrijver Harari in zijn boek ‘Homo Deus’: de mens is impulsief en handelt deels onbewust. Een auto doet dat niet.’

Hij stelt de vraag vaak als denkoefening: stel dat je aan het zebrapad staat en er komt een auto zonder bestuurder aan, durf je over te steken? ‘De meeste mensen doen het niet. Hoewel die auto langs alle kanten is uitgerust met sensoren, niet heeft gedronken of niet wordt afgeleid door zijn gsm. Ik vermoed dat ze een tijdlang poppen of robots achter het stuur van de zelfrijdende auto gaan zetten die menselijke gebaren kunnen maken en reageren, om de angst weg te nemen.’

Het is de enige reden die hij kan bedenken om 200 jaar te willen worden, zegt hij. ‘Als ik kijk naar de snelheid waarmee de wereld de afgelopen 65 jaar is veranderd, ben ik razend benieuwd naar wat nog gaat gebeuren. En ik zou willen weten welke wiskundige vraagstukken al zijn opgelost.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content