Advertentie
interview

Jeugdraad-voorzitter Amir Bachrouri: 'Ik weet ook niet altijd of alles woke moet zijn'

©Diego Franssens

Toen hij in januari voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad werd, veranderde het leven van Amir Bachrouri. Hij is 18, maar nu kíjkt hij niet alleen meer naar ‘De afspraak’. Af en toe zit hij zelf aan de discussietafel.

We hadden gebeld en spraken af dat we eind juni zouden terugbellen. Na de examens. Nu zitten we in koffiebar Charlie’s ‘op ’t Zuid’, aperitieven kan ook best met een groene thee. ‘Ik drink geen alcohol’, zegt Amir Bachrouri (18). Hij is een jongen van zijn tijd: hoody, sneakers, beginnend baardje, blokjes op de tanden. En hij heeft goed nieuws. ‘Ik ben geslaagd. Het was een moeilijk jaar. Het tweede semester hadden we maar één keer les in de aula. Ik ga graag naar de aula. Voor eerstejaars is virtueel contact niet zo gemakkelijk. Ik heb, echt waar, door de examens medestudenten leren kennen.’

Bachrouri studeert rechten aan de Universiteit Antwerpen. Op 2 december 2020 werd hij het jongste lid van de Vlaamse Jeugdraad, anderhalve maand later was hij voorzitter. ‘Ik was een van de 16 nieuwe adviseurs. Toen was er een oproep voor dat voorzitterschap. Je moest je kandidatuur insturen voor 1 januari. Ik twijfelde, ik zat net in mijn eerste blok. Maar op 31 december om 23.59 uur heb ik op ‘verzenden’ geklikt. (schatert) Buiten hoorde ik vuurwerk, ook al mocht het niet. Maar ik zat ik dus achter mijn laptop.’

En nu word je op straat herkend?

Amir Bachrouri: (met pretoogjes) ‘In Borgerhout of op ’t Kiel niet zo vaak. Alleen op ’t Zuid gebeurt het weleens. Hier zit het doelpubliek van ‘Terzake’, hè.’

Dat je zo snel voorzitter werd, wijst op engagement. Waar komt dat vandaan?

Bachrouri: ‘Vroeger durfde ik niet voor onbekenden te praten. Maar in het tweede middelbaar was er de grote vluchtelingencrisis en zag ik op tv hoe een Hongaarse journalist een vluchteling tackelde. Dat maakte indruk en tijdens de les sprak ik daarover. Plots merkte ik dat de hele klas naar me keek. Het was precies een theaterstuk en ik merkte dat ik wel durfde te spreken. Dat dat niet raar was.’

‘Via J100, een organisatie in het Antwerpse jeugdwerk, was ik al maatschappelijk betrokken en op de lagere school was ik al geïnteresseerd in de politiek. De verkiezingsshows met Ivan De Vadder aan het bord vond ik boeiend en die debatten vond ik prachtig theater.’

Op je twaalfde was je al actief in jeugdcentrum Den Eglantier in Berchem.

Bachrouri: ‘Tot dan waren we zogezegd hangjongeren. We aten zonnebloempitten en dronken Golden Power, de Red Bull van de Aldi. Maar in het jeugdhuis waren we nog niet welkom. We waren te klein, voor ons waren er geen activiteiten. Dat vonden ik en enkele vrienden jammer, en we bleven uren aan de ingang staan. (glimlacht) Ik heb Femke Hintjens, de jeugdwerkster, veel kopzorgen bezorgd. Ze zei: ‘Amir, dat is niet de way to go.’ Maar ze ging samen met ons wel op zoek naar hoe kinderen van onze leeftijd een aanbod konden krijgen.’

©Diego Franssens

Hij noemt Femke Hintjens niet zomaar. ‘Ze heeft een steen verlegd.’ J100 was belangrijk voor het Antwerpse jeugdwerk, net als Let’s Go Urban (LGU). ‘Heel actief was ik daar niet, ik ben niet zo’n danser. Maar LGU deed ook andere activiteiten, het was een gaaf project. Voor veel jongeren betekende het iets.’

‘Wat met de subsidies is gebeurd, weet ik niet. Als er miljoenenfraude is, dan is dat fout. Als rechtenstudent zeg ik dat we het vonnis moeten afwachten voor we iets over Sihame (El Kaouakibi, de in opspraak geraakte drijvende kracht achter LGU, red.) kunnen zeggen. Maar haar verdict is niet mijn issue. De zaak is wel slecht voor het imago van het jeugdwerk, wat jammer is. Voor veel jongeren deed LGU mooie dingen. Ook Laura Tesoro heeft er gedanst.’

Sihame El Kaouakibi was een voorbeeld voor veel jongeren met een migratie-achtergrond. Ben jij dat ook?

Bachrouri: ‘Ik zie mezelf niet als voorbeeld, en ik heb niet de ambitie het later te zijn. Mijn voorbeelden zijn de jeugdwerkers van bijvoorbeeld J100. Hoe minister van Jeugd Benjamin Dalle zich vaak bij jongeren op het veld begeeft, vind ik goed. Je moet ze laten geloven in een passie. Ook een timmerman kan een voorbeeld zijn. Natuurlijk was Sihame een rolmodel. Maar dat zijn Danira Boukhriss en Fatma Taspinar ook. En nu noem ik toevallig allemaal mensen met allochtone roots. Het kunnen net zo goed autochtone leerkrachten zijn.’

Had je als kind helden?

Bachrouri: ‘De Obama’s, maar toch vooral voetballers. Ik speelde bij Mortsel Oude God, en ben fan van Messi. Al ben ik niet zo geobsedeerd dat er posters boven mijn bed hangen. Voetbal is een subcultuur, het verbindt. Dat zag je bij het EK, en ik heb het altijd gemerkt op de pleintjes in de stad.’

Je naam verscheen vorig jaar in juni voor het eerst met een lezersbrief over de dood van George Floyd in Het Laatste Nieuws.

©Diego Franssens

Bachrouri: ‘Ik had al een opiniestuk geschreven voor VRT NWS, gericht aan Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts, over de eindexamens in coronatijden. Eerst had ik de directeur van onze school gemaild, maar die liet het links liggen. Ik herwerkte de mail, stuurde hem naar de VRT en even later ging ik op StuBru in debat met Weyts. (lacht) Thuis met knikkende knieën, het verliep online. Ik ging dood van de stress. Dat is voorbij. Toen ik met Marc Van Ranst in ‘Terzake’ zat, had ik weinig voorbereid en had ik geen zenuwen.’

Heeft die brief aan Ben Weyts iets opgeleverd?

Bachrouri: ‘Veel politici stuurden me een bericht. En de schooldirectie reageerde nu wel. ‘We zijn trots op u’, zeiden ze. In plaats van acht examens moesten we er maar drie doen. Toen heb ik geleerd wat een compromis is. En iedereen slaagde. Met acht eindexamens was dat nooit gebeurd.’

Intussen moet je niet meer naar Ivan De Vadder op tv kijken, je komt zelf in ‘De afspraak’.

Bachrouri: ‘Nog niet in ‘De afspraak op vrijdag’. Dat is politiek. We volgen elkaar wel op Twitter.’

Van wie haalt hij zijn wijsheid, vraag je je af terwijl elke vraag goed is voor een lang antwoord. ‘Wijsheid... Ik hoor dat je mensen die geen fictie lezen niet mag vertrouwen. Maar ik lees alleen non-fictie. Ik wil leren en begrijpen, ik wil met iedereen spreken. ‘Verdwaald in verlichting’ van Patrick Loobuyck en Khalid Benhaddou las ik, net als het boek van N-VA-voorzitter Bart De Wever over identiteit. De verplichte lectuur tijdens het middelbaar vond ik niet zo fijn. Boeken van Elsschot of ‘Max Havelaar’ van Multatuli vond ik saai. Maar nu ben ik toch blij dat ik ze verplicht moest lezen. Hetzelfde met Houellebecq. Zeer confronterend, maar zeer interessant.’

Over identiteit gesproken: hoe belangrijk is het feit dat je moslim bent?

Bachrouri: ‘Nietzsche zei dat je kritisch moet zijn tegenover wie gelovig is. Ik vind het juist mooi om erover na te denken. Mijn geloof heeft niets met dogma’s te maken. Er moet ruimte zijn voor twijfel. Maar het is wel een vorm van bezinning. Ik bid vijf keer per dag, doe mee aan de ramadan en drink geen alcohol. Twijfel ik niet? Natuurlijk wel. Geloof ik omdat het moet? Zou ik ook geloven als ik vanuit een atheïstische achtergrond kom? Ik denk daarover na. Het geeft me rust. En vertrouwen.’

En je Marokkaanse roots?

Bachrouri: ‘Ik ben geboren in Rotterdam. Op mijn negen maanden verhuisden mijn ouders naar Antwerpen. Ze zijn allebei vanuit Marokko naar Nederland gegaan om er te werken. Ze leerden elkaar daar kennen, ik ben dus niet de traditionele derdegeneratie-Marokkaan.’

‘We brachten onze zomers door in Oujda en Fez, waar we familie hebben wonen. Maar ik heb er altijd gevoeld: ik ben niet van hier. Dat heb ik ook in Brugge en Kortrijk, hè. Het leidt niet tot een identiteitscrisis. Ik ben gewoon van Borgerhout. In Marokko lijken de mensen op ons, maar het is een andere cultuur. Als wij er zijn, komen we in de bubbel van Marokkanen uit Nederland en België terecht. Op het strand hoor ik bijna alleen Nederlands. Ze verkopen er frieten en bitterballen, en je hoort er muziek van Boef en Tourist LeMC.’

‘De Marokkanen horen dat wij niet van daar zijn. Mijn Arabisch klinkt anders dan dat van hen. Een taxi is er goedkoop, maar ons durven ze weleens dubbel zoveel aan te rekenen. Je wordt er nog meer gezien als ‘de ander’. Ik voel me er een toerist.’

De zomer van Amir Bachrouri

‘Ik heb drie maanden vakantie, en dus veel tijd om voor de Vlaamse Jeugdraad te werken. Ik ga hard door op gelijke kansen. Met symbooldossiers als een boerkini in een Brussels zwembad help je de maatschappij geen centimeter vooruit. Ik weet ook niet altijd of alles woke moet zijn. Voor mij gaat het over echte kansen en gelijkheid, los van je achtergrond, handicap, geaardheid of religie. Ik wil dat iedereen zich gerespecteerd voelt.’

En vakantie? ‘Misschien wil ik wel eens naar Griekenland of Turkije. Maar ik wil vooral genieten. Hopelijk laat de pandemie het toe. Verder neem ik me voor wat minder op mijn gsm bezig te zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie